Ecopedia2019-09-19T09:20:26+02:00

Ecopedia

Ecopedia is een soort Wikipedia van de website 4eco. Begrippen uit artikelen die een nadere toelichting verdienen, staan hier alfabetisch gerangschikt, zoals in een encyclopedie.

A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z

A

A(@)nder geld2019-10-02T15:46:51+02:00

De bekende functies van ons kapitalistische geld zijn: (1) een middel of medium van circulatie, oftewel een rekeneenheid; (2) één enkele maatstaf voor de economische waarden van alle uiteenlopende marktgoederen, oftewel een betaal- of ruilmiddel; (3) oppotmiddel van waarde, oftewel een spaarmiddel.

Als spaarmiddel verlamt geld de functie van betaalmiddel, want waar de betaalfunctie de economie smeert, kan de oppotfunctie de economie juist verlammen (vooral tijdens crises).

David Harvey benoemt in zijn artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie de eerste twee functies van geld zo: (1) als circulatiemiddel faciliteert het de ruil op zo’n manier dat het het probleem oplost van het ‘niet-samenvallen van wensen en belangen’, dat probleem dat zulke harde grenzen stelt aan de directe ruilhandel); (2) als maatstaf omvat het de economische waarden van alle uiteenlopende marktgoederen. Vervolgens zet hij in dit artikel allerlei vraagtekens bij deze combinatie van functies.

Henk van Arkel voegt daar in dit paradigmaboek (p. 62 e.v.) nog twee functies aan toe: (4) een middel om rijker te worden, vooral door speculatie, en als gevolg daarvan (5) een verdedigingsmiddel tegen speculatie.

Verder kunnen we geld ook onderscheiden in: warengeld (dat zijn waarde ontleent aan de materie waaruit het gemaakt is: goud en zilver), papier- en muntgeld, fiduciair geld (dat zijn waarde ontleent het vertrouwen dat er goederen en diensten mee gekocht kunnen worden, in het algemeen: door de staat uitgegeven bankbiljetten, maar ook bitcoins), elektronisch geld, rekenmunten (om een eindsaldo mee te berekenen), kredietgeld en smeltend geld (dat geen rente draagt maar juist waarde verliest).

Met @nder geld – dat wil zeggen met de software ‘Cyclos’ van de Social Trade Organisation – kunnen de eigenschappen van geld naar believen zelf bepaald worden, waarmee er dus aan de functies gesleuteld kan worden. Het kan bijvoorbeeld rentevrij gemaakt worden of zelfs in de tijd in waarde verminderend (‘smeltend geld’; dit noemt Harvey ook in aflevering 14), het kan lokaal gebonden worden (waarbij het pas na een zeker aantal transacties naar ‘buiten’ mag, of omgewisseld mag worden in de gangbare munt), of het kan nog een of andere specifieke functie krijgen om een bepaald doel te bereiken (bijvoorbeeld als bedrijfskrediet, of toegepast basisloon).

Het thema geld komt op 4eco aan de orde in de artikelen Vriendelijk geld werkt aan welvaart en De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld in de rubriek Economie, en in Ons geldsysteem als een netwerk van complexe stromen in de rubriek Ontwrichting.

Verder zijn bij de paradigmaboeken Over een @nder soort geld en Eigen geld maken onderaan nog twee figuren en het artikel Met @nder geld naar een betere toekomst te vinden.

Zie over de Cyclos software de website van Social Trade Organisation. Zie rente, rente verdisconteren en negatieve rente.

Rushkoff behandelt het middeleeuwse lokale geld onder de titel ‘brakteaten’ in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘Vriendelijk geld werkt aan welvaart’ in de rubriek Economie. Dit soort geld spoorde mensen aan om andere manieren te bedenken om op de lange termijn waarde te creëren. Gemiddeld genomen werd zeker tien procent van de bruto inkomsten rechtstreeks in het onderhoud van gereedschappen en in collectieve projecten geïnvesteerd – een percentage dat sindsdien nooit meer gehaald is.

Aanpak van het klimaatprobleem2019-10-05T10:24:47+02:00

Wat we de laatste veertig jaar te weten zijn gekomen over (de aanstaande) klimaatverandering wordt behandeld in de eerste helft van het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting. Ook onze menselijke reactie hierop wordt daar behandeld (in de tweede helft). We hebben die veertig jaar, sinds de basale feiten rond antropogene klimaatverandering bekend zijn geworden, verkwanseld. De stappen die we nemen zijn zo klein dat tegen de tijd dat we onze economie volkomen verduurzaamd hebben, de wereld 2,5 tot 3 graden warmer zal zijn en er al heel veel schade is aangericht. En als gevolg van de traagheid van het milieusysteem staat ons op een veel langere termijn nog meer naars te wachten: ook al stoten we vanaf nu niet één CO2-molecuul meer uit, dan nog zullen er, om eens wat te noemen, de komende eeuwen ijskappen smelten en zal de zeespiegel met een meter of meer stijgen. Zie hierover ook aflevering 4 en 8-11 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook onder definitie klimaatverandering en verder ontkenning, landbouw en klimaatverandering, acceleratie, klimaat/ecologisch, het wereldvoedselvraagstuk, permacultuur, ijssmelt en uitsterven.

acceleratie2019-10-05T10:26:20+02:00

Sinds de oorlogsverklaring van Trump tegen niet alleen de klimaatwetenschap, maar onderzoek en wetenschap in het algemeen, slaat het klimaatonderzoek een heel wat luidere en realistischere toon aan en is de term ‘acceleratie’ ineens gemeengoed is geworden. Bewijsstuk 2 spreekt hier voor zich: Over de eerste vijftig jaar van de vorige eeuw is de temperatuurstijging 0,007 graden per jaar, in de tweede helft is dat verdubbeld naar 0,015 graden per jaar, en van 1998 en 2016 steeg de temperatuur gemiddeld met 0,025 graad per jaar (zie aflevering 9 en 10 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting). De term acceleratie komt vertaald als de ‘grote versnelling’ aan de orde in aflevering 3 van de Inleiding bij 4eco. Daar staan de grafieken van veel vormen van acceleratie. Dit komt ook aan de orde in aflevering ? van het artikel ‘Kroniek van een aangekondige zelfmoord’, ook in de rubriek Ontwrichting. Zie ook onder verkwanselde tijd bij de klimaatveranderingdefinitie klimaatverandering en verder ontkenning, landbouw en klimaatverandering, klimaat/ecologisch, het wereldvoedselvraagstuk, ijssmelt en uitsterven.

Accu’s2019-10-01T15:08:02+02:00

Zonder subsidie en mèt opslag zullen de nieuwe wind- en zonneprojecten het komende decennium goedkoper zijn dan de operationele kosten van steenkool en kernenergie. Dat gaat de bedrijfstak totaal op zijn kop zetten. Dit zegt James Robo, elektriciteitsbaas van Florida, in aflevering 12-13 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Giga-windturbines komen aan de orde in aflevering 14 en de prijs van accu’s in aflevering 15. Zie ook duurzaamheid, energiestaat en energietransitie. Lees verder de serie over energietransitie als deze (in 2020) geplaatst wordt.

De EROI van windenergie (volgens Hall zonder opslag, 18-20:1) en van zonne-energie (zonnepanelen zonder opslag, 6-12:1) is (vooralsnog) lager dan van olie en gas (nu grofweg 20:1). De ruime marge voor het EROI van zonne-energie is een weerspiegeling van de grote mate van onenigheid over deze energiebron. Zie hierover aflevering 8 en verder van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. Dit onderwerp komt terug in de serie over transitie (verwacht in 2020).

Accumulatie (bij Wallerstein)2019-10-02T15:56:30+02:00

Als accumulatie het wezenskenmerk van het kapitalisme is, zegt Wallerstein in aflevering 3 en volgende van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting, dan behoeven producenten wel een (quasi-)monopolie (dat wil zeggen het monopolie van een kleine groep bedrijven). Slechts met een quasi-monopolie kunnen zij hun producten verkopen tegen prijzen die ver boven de productiekosten liggen. In systemen die werkelijk concurrerend zijn, waar de productiefactoren overal even goed aan bod komen, kan elke intelligente koper verkopers vinden die de producten met een minieme winst aanbieden, of zelfs onder de kostprijs. In een perfect concurrerend systeem is winst maken amper mogelijk. Echte winst vereist grenzen aan de vrije markt, dat wil zeggen het vereist een quasi-monopolie. Quasi-monopolies komen echter slechts tot stand als aan twee voorwaarden wordt voldaan. 1) Het product is een innovatie waarvoor een behoorlijke groep gewillige kopers bestaat; of waarvoor vraag ernaar kan worden opgewekt. 2) Eén of meer machtige staten zijn bereid hun staatsmacht aan te wenden om te voorkomen, of tenminste zoveel mogelijk te belemmeren, dat andere producenten de markt opkomen. Kortom, quasi-monopolies bestaan bij de gratie van een markt die niet ‘vrij’ is van staatsbemoeienis. In aflevering 35 concludeert Wallerstein dat de kansen om te accumuleren dalen, wat het einde van het kapitalistisch systeem inluidt.

Rushkoff beschrijft in aflevering 2 van het artikel ‘Vriendelijk geld werkt aan welvaart’ in de rubriek Economie, hoe centraal gecreëerd en rentedragend geld concurrentie stimuleert. Er wordt minder geld gecreëerd dan terugbetaald moet worden, waaruit volgt dat er altijd een verliezer is die over de kop gaat. De enige mogelijkheid om dit te voorkomen, is dat de bank nog meer geld aan nog meer bedrijven en personen leent. Vervolgens zijn die meer rente verschuldigd over de grotere leningen die ze zijn aangegaan en moeten ze die ook nog eens sneller aflossen dan hun voorgangers. Dit proces kan alleen voortduren zolang de economie steeds sneller blijft groeien.

Zie ook toekomst van het wereld-systeem, kapitalisme, Marx, kapitaal zonder waardegrondslag en verder rentenierseconomie en fatale kapitalistische contradicties.

Accumulatie (volgens Wikipedia)2019-10-02T15:54:15+02:00

Kapitaalaccumulatie of kapitaalvorming is de toename van kapitaal door investeringen investeringen. Behaalde winsten uit de bedrijfsvoering wordt hierbij door de eigenaar niet gebruikt voor de eigen consumptie, maar voor de financiering van de groei van de onderneming. Onder meer volgens het Solow-model en de fasentheorie van Rostow is economische groei afhankelijk van besparingen en de daaruit volgende kapitaalaccumulatie. Uit later onderzoek is echter gebleken dat deze relatie minder eenduidig is.

Vooral in ontwikkelingslanden is er slechts een beperkte kapitaalaccumulatie. In de armste landen zijn de besparingen onvoldoende voor grote investeringen. In andere ontwikkelingslanden kiest de rijke bovenlaag vaker voor consumptie of investeert buiten het eigen land.

In de marxistische economischer theorie is kapitaalaccumulatie een wezenlijk kenmerk van elke kapitalistische economie. De vorming van een dergelijke economie begint met een proces van “primitieve accumulatie”, oftewel roofkapitalisme, met name het roven van grondstoffen van andere werelddelen door Europese kolonisatie.

Marx stelde dat in de latere, industriële fase van het kapitalisme, kleinere bedrijven het in de concurrentie zouden moeten afleggen tegen grotere, waardoor het kapitaal zich in handen van steeds minder kapitalisten zou concentreren. Door concurrentie zouden de reële lonen stagneren en arbeiders vervangen worden door machines. Volgens dit proces van Verelendung zou de arbeidersklasse steeds verder vervreemd raken van het productieproces.

Afnemende meeropbrengsten2019-10-02T15:59:43+02:00

Bij de grondstoffenwinning geldt het principe van het ‘laag hangend fruit eerst’: de makkelijkst winbare en beste grondstoffen worden als eerste gewonnen. Dit is zeker geldig voor olie. Meadows behandelt dit in aflevering 8 en 9 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie voor oliegrafieken aflevering 3 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie. (Figuur 4 daar toont dat de winning van goud met steeds hogere (energie)kosten gepaard gaat.) Dit verschijnsel komt nog op diverse andere plaatsen terug, zoals in aflevering 3 van het artikel ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’ en bij het Planck-principe en feitelijk ook in de figuur van de klokkromme in aflevering 5 van het artikel ‘Olie’ in de rubriek Energie. Zie ook de ‘wet van de afnemende substitutie-elasticiteit’ in aflevering 9 van het artikel ‘Energie, wat is dat eigenlijk?’ en aflevering 35 van het artikel ‘Castrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Wat betreft het begrip uitputting, zie het artikel ‘Biofysische grenzen: ecologische uitputting’ en de begrippen machtsfunctie, piekolie en fonds. Zie ook exploitatie van hernieuwbare eindige fondsen.

Afnemende meerwaarde bij extra complexiteit2019-10-01T22:36:03+02:00

Complexiteit toevoegen levert niet stap voor stap dezelfde meerwaarde op; er is juist sprake van afnemende meerwaarde. Tainter noemt dat – in aflevering 11 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting – het Principe van de minste weerstand. We kiezen bij problemen eerst voor de eenvoudige en doelmatige oplossingen. Maar elke keer dat we complexiteit toevoegen, worden de kosten relatief wat hoger. Oftewel: het toegevoegde nut daalt. Ons vertrouwen in innovatie is daarom niet terecht (aflevering 13). Zie in dit verband ook aflevering 1 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie en aflevering 5 van het artikel ‘De ijzeren kooi van het consumentisme’ in de rubriek Economie.

Afwenteling2019-09-24T14:14:10+02:00

De natuur houdt er een bijzonder stringent belastingstelsel op na. Elke materie-energie-transactie gaat in de natuur met een aanslag gepaard die de waarde van de transactie zelf ruimschoots overstijgt. Zo belast de natuur de conversie van steenkool naar elektriciteit met een tarief van maar liefst een paar honderd procent. Die belasting wordt echter meestal aan het oog onttrokken en zelden onmiddellijk geïnd. Anders geformuleerd, sommigen plukken de vruchten van de transactie en slagen erin de kosten op anderen af te wentelen: andere klassen, generaties, soorten en plekken draaien voor de belasting op. Zie ook commons.

Anqore2019-11-27T19:04:12+01:00

Een saillant detail van de Nederlandse boekhouding van de lachgasuitstoot is dat er al jarenlang een enorme hoeveelheid lachgas ongemerkt de lucht in gaat. Dit berichtte de NRC op 22 mei 2019. Het Limburgse chemiebedrijf Anqore op het Limburgse chemische complex Chemelot heeft nooit gemeld dat het (omgerekend) 0,4 megaton aan CO2-equivalent (CO2e) uitstoot. Ze beweren zelfs dat ze het zelf niet door hadden.

Chemelot is het totale bedrijventerrein (het vroegere DSM-complex). Het heeft één enkele milieuvergunning voor alle zestig bedrijven tegelijk. Daarom hoeft het de uitstoot niet per fabriek te rapporteren. Omdat het uitstoten van lachgas wettelijk niet verboden is, gebeurt er voorlopig waarschijnlijk niets. (Hoewel het met het stikstofbesluit van de Raad van State – zie de volgende aflevering – misschien geld waard is om er wel wat aan te doen: er kunnen nog slechts vergunningen worden gegeven, als er elders bespaard wordt.)

De Nederlandse lachgasuitstoot zit zo in elkaar: landbouw 6,4 Mton CO2e, de industrie 1,5 Mton CO2e, overig 0,8 MtonCO2e. Van die 1,5 Mton industriële uitstoot komt 1,1 Mton van Chemelot. De lachgasuitstoot vormt dan weer 4 procent van de totale Nederlandse broeikasuitstoot.

Het hele verhaal wordt dus uit de doeken gedaan in de NRC. Anqore is een acrylonitrilfabriek (een grondstof voor legokunststof en koolstofvezels) die waarschijnlijk (al sinds 1969) de op een na grootste uitstoter van lachgas in Nederland is. Het bedrijf is sinds vier jaar in handen van DSM (dat zichzelf zo groen vindt) en het private equitybedrijf CVC Capital Partners. De vakliteratuur vertelt dat zo’n fabriek lachgas uitstoot, maar dat ‘hadden we niet in beeld’, zegt de eigenaar. Pas in 2017 werd een meting gedaan en de uitstoot ‘ontdekt’.

Met een bedrag van 90 à 120 miljoen euro is de uitstoot van Anqore te verhelpen. Dat is omgerekend 10 euro per bespaarde ton. Omdat de emissierechten voor CO2 op 25 euro per ton staan, zou de uitstoot al lang zijn opgeheven als lachgas maar op de lijst van broeikasgassen was gezet!

Chemelot herbergt ook nog een salpeterzuurfabriek (voor kunstmest) en een caprolactamfabriek (nylongrondstof), die beide ook uitstoters van lachgas zijn. Zij hebben tussen 2006 en 2008 hun uitstoot teruggebracht van 7 tot 2 miljoen ton CO2e. De caprolactamfabriek blijft sindsdien ook een grote uitstoter. Deze is in Chinese handen.

Antikapitalistische beweging2019-10-02T12:00:59+02:00

Het verzet in de hoedanigheid van diverse vormen van tegenbewegingen en de machtsstrijd van de laatste 50 jaar worden door Wallerstein behandeld in aflevering 26 en volgende van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook wereldrevolutie van 1968. Zie verder aflevering 22 en 26 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting en de rijkste 1%. En tenslotte aflevering 23 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ en aflevering 20 van het artikel ‘De verhouding van het kapitaal tot de natuur’.

Antropoceen2019-10-05T10:29:12+02:00

De geologie heeft de geschiedenis van de aarde ingedeeld in eonen, die verdeeld zijn in era’s. De era’s worden op hun beurt onderverdeeld in periodes (die tientallen miljoenen jaren kunnen beslaan). Deze periodes verdeeld men dan weer in tijdvakken, en die in tijdsnedes en soms zelfs nog kleinere eenheden. We zitten nu in de periode van het Kwartair en daarvan het tijdvak het Holoceen. De International Commission on Stratography is het internationale orgaan dat gaat over deze indeling. (Zie verder tijdschaal bij Wikipedia.)

In 1999 riep Paul Crutzen op een earth-systems-science-conferentie ineens uit: ‘Stop toch eens met het gebruiken van het woord Holoceen. We zitten nu in … het … het Antropoceen’. Hiermee was een naam gegeven aan wat misschien een nieuw tijdvak is, een tijdvak waarin de geologische impact van de mens valt af te lezen en die daarom de naam van de mens krijgt. Nu is Crutzen geen geoloog, en het is de bovengenoemde geologie commissie die over de namen gaat en die is er nog niet helemaal uit. Maar het woord Antropceen heeft zich intussen vastgezet in allerlei discussies op vele terreinen. (Hierover handelt bijvoorbeeld het boek The Birth of the Anthropocene van Jeremy Davis, University of California Press, 2016. En zie voor de opmerkelijke constandheid van het Holoceen figuur ? in aflevering ? van het nog te verschijnen artikel ‘Kroniek van een aangekondige zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting.) Zie ook zelfmoord in het antropoceen en aanpak van het klimaatprobleem.

Het woord Antropoceen is als naam gemeengoed geworden. Het is ook het onderwerp van het boek Dwalen in het antropoceen van René ten Bos (Boom, 2017), dat aangehaald wordt in aflevering 1 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. In het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ maak ik ook gebruik van het boek Facing the Anthropocene: Fossil Capitalism and the Crisis of the Earth System van Ian Angus (Monthly Review Press, 2016).

AOW2019-09-26T13:20:51+02:00

De AOW is een overhevelingsbelasting, dat wil zeggen dat het nu wordt geïnd bij de werkenden en direct wordt uitgekeerd aan de bejaarden (het spaaraspect van een pensioen ontbreekt dus juist); maar omdat van rijkswege is vastgesteld hoeveel de AOW moet zijn voor het minimumlevensonderhoud en er daarvoor niet genoeg geïnd wordt, wordt het verschil bijgepast uit de algemene middelen. Vandaar het gebruik van het woord ‘in principe’ in de laatste alinea van aflevering 14 van het artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie.

Arbeids(kracht)2019-10-02T16:04:56+02:00

Karl Marx vatte arbeid op als het proces aan de hand waarvan grondstoffen worden omgevormd tot goederen met een gebruikswaarde, en arbeidskracht vatte hij op als het vermogen om arbeid te verrichten. Op de arbeidsmarkt, zo stelde hij, wordt geen arbeid verhandeld maar arbeidskracht. Marx maakte een onderscheid tussen de geldwaarde van de arbeidskracht (het loon) en de gebruikswaarde van de arbeidskracht (het aantal uren dat arbeid wordt verricht en daarmee wat die arbeid oplevert). Voor de fabriekseigenaar is het alleen zinvol arbeidskracht in te huren wanneer haar gebruikswaarde groter is dan haar geldwaarde. Het gevolg is dat de werknemer slechts een deel van de dag bezig is de waarde van de verkochte arbeidskracht voor de fabriekseigenaar terug te verdienen. De rest van de dag levert hij of zij meerarbeid (ten gunste van de fabriekseigenaar), die de bron is van de meerwaarde (ook wel integrale winst genoemd of, in het jargon van het CBS, het exploitatiesaldo). Arbeid voegt dus waarde toe aan het product, die voor de eigenaar meerwaarde oplevert (en dus verdere kapitaalaccumulatie), en voor de economie als geheel, groei.

Deze passage is afkomstig uit aflevering 6 van het artikel ‘Energieslaven’ in de rubriek Economie. Dit thema wordt daar verder uitgewerkt met betrekking tot energie, waarbij blijkt dat (goedkoop gewonnen) energie in potentie beschikt over een groter vermogen om meerwaarde voort te brengen dan mensen. David Graeber wijst er (in de Tegenlichtuitzending van 24 maart 2019) op dat het onderhoud van een product (neem het afwassen van een kopje) vele malen meer arbeid en tijd vergt dan het maken ervan. Zie zijn boek Bullhitjobs (Business Contact, 2018).

In de drie artikelen van David Harvey is het begrip gebruikswaarde (tegenover ruilwaarde) steeds centraal aanwezig. De ruilwaarde is wat een product op de markt opbrengt. Hier nog een alinea uit Wikipedia:

In de klassieke en vooral marxistische economie is de gebruikswaarde het nut dat een consument ontleent aan de consumptie van een goed. In Marx’ kritiek op de politieke economie heeft elk product, waar arbeid in zit, een waarde en een gebruikswaarde en, als het goed als een waar op markten wordt verhandeld, daarbovenop ook nog een ruilwaarde, die meestal als een geld-prijs wordt uitgedrukt. Marx erkent dat waren die worden verhandeld ook een algemeen nut hebben, wat wordt geïmpliceerd door het feit dat mensen deze waren willen hebben, maar hij beargumenteert dat dit ons op zichzelf niets zegt over het specifieke karakter van de economie, waarin deze waren worden geproduceerd en verkocht.

De planetaire kosten en baten van de gebruikswaarde komen aan de orde in aflevering 15 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook accumulatie, economische groei, kapitaal zonder waardegrondslag, monopolie en zeepbel.

Arbeidsdeling2019-10-02T16:08:03+02:00

Arbeidsdeling is niet hetzelfde als arbeidsspecialisatie, schrijft Rushkoff in aflevering 4 van het artikel ‘Corporatisme zuigt welvaart weg’ in de rubriek Economie bij de overgang van de middeleeuwen naar de renaissance. Oppervlakkig gezien kan de indruk ontstaan dat een maatschappij van koopmannen, managers en werklui van uiteenlopende kwaliteit meer gespecialiseerd is dan een van winkeliers en handwerkslui. Maar in werkelijkheid was het helemaal ten tijde van de renaissance niet in het voordeel van de managers om hooggespecialiseerde handwerkslui aan te nemen die hogere lonen konden eisen. In plaats daarvan standaardiseerden ze de arbeidsprocessen teneinde de minst gekwalificeerde en makkelijkst vervangbare arbeidskrachten in te huren. In plaats van specialisatie, vakbekwaamheid en innovatie aan te moedigen, was al deze industriële activiteit gericht op generalisatie.

Vergelijk dit met de opkomst van de factormarkten, waartoe de arbeidsmarkt behoort.

Arbeidsspecialisatie2019-10-02T16:09:08+02:00

Arbeidsdeling is niet hetzelfde als arbeidsspecialisatie, schrijft Rushkoff in aflevering 4 van het artikel ‘Corporatisme zuigt welvaart weg’ in de rubriek Economie bij de overgang van de middeleeuwen naar de renaissance. Oppervlakkig gezien kan de indruk ontstaan dat een maatschappij van koopmannen, managers en werklui van uiteenlopende kwaliteit meer gespecialiseerd is dan een van winkeliers en handwerkslui. Maar in werkelijkheid was het helemaal ten tijde van de renaissance niet in het voordeel van de managers om hooggespecialiseerde handwerkslui aan te nemen die hogere lonen konden eisen. In plaats daarvan standaardiseerden ze de arbeidsprocessen teneinde de minst gekwalificeerde en makkelijkst vervangbare arbeidskrachten in te huren. In plaats van specialisatie, vakbekwaamheid en innovatie aan te moedigen, was al deze industriële activiteit gericht op generalisatie.

Vergelijk dit met de opkomst van de factormarkten, waartoe de arbeidsmarkt behoort.

Armoede2019-10-01T13:15:42+02:00

Hoe de armste 80 procent de zakken van de rijkste 20 procent spekt, en dan vooral van de allerrijksten, valt te lezen in aflevering 22 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook aflevering 36-37 over de overgang naar een nieuw wereld-systeem van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’. De parasitaire kapitaalvormen van de superrijken komen aan de orde in aflevering 25 (en eerdere) van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook het slot van rente.

Atmosfeer2019-10-08T22:45:55+02:00

Kort gezegd is de biosfeer het gedeelte van de aarde waar leven mogelijk is. Westbroek behandelt in aflevering 8 van het artikel ‘De aarde leeft!’ hoe de wetenschappelijke disciplines die de gesteenten, het water, de lucht en de biosfeer tot thema hadden, nu integreren in Earth Systems Science. Zie ook Roopnarine. De troposfeer is de onderste laag van de atmosfeer. Hij reikt tien kilometer hoogte. Daarboven zit de ijskoude stratosfeer waar de straalstroom raast. Er vindt verticaal geen vermenging plaats tussen de troposfeer en de de stratosfeer omdat als scherm de tropopauze ertussen zit. Daar vlak boven zit ook de ozonlaag die de zuurstofhuishouding mede reguleert. Al met al vormt de aarde een complex systeem dat zichzelf binnen nauwe marges in stand houdt.

Attitudes2019-09-28T10:41:19+02:00

Psychologen onderscheiden zes sociale houdingen ten opzichte van klimaatontwrichting en ze bekijken hoe het daarbij zit met de drie houdingen (hoofd, hart, handen) van de sociale psychologie. Dit zijn die zes houdingen: Degenen die zich werkelijk zorgen maken. Degenen die bezorgd zijn. De voorzichtigen. De onthechten. De twijfelaars. De afwijzers. Zie hierover aflevering 18 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek. In aflevering 19 komt dan nog het begrip cognitieve dissonantie aan de orde, een manier waarmee we ons aanpassen als ons denken, voelen en handelen anders niet met elkaar in overeenstemming zijn.

Auto-immuunziekten2019-10-05T10:32:08+02:00

We maken momenteel de zesde grote periode van massa-extinctie door. De eerste vijf waren het gevolg van meteorieten en grootscheepse klimaatveranderingen als gevolg van de zon. Het zesde uitsterven veroorzaken we zelf. Zie daarover onder andere de cursieve stukje bij aflevering 24, 28, 31, 32 en 33 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting, waar aflevering 31 er specifiek over gaat.

En daar komt nog het een en ander bij: in de ontwikkelde landen is de kwaliteit van het sperma met ruim 50 procent gedaald. In China, dat bezig is met een inhaalrace, is het aantal spermacellen de afgelopen 15 jaar met een kwart gedaald. Toxiciteit, en de chemicaliën die die toxiciteit veroorzaken, kan weleens een heter hangijzer blijken te zijn dan klimaatverandering, schrijft Jeremy Grantham in aflevering 32 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Het kan híermee te maken hebben dat het aantal auto-immuunziekten hand over hand toeneemt. Chemicaliën zouden dan de hormoonhuishouding verstoren, met name bij blootstelling tijdens de zwangerschap. Ook nemen verschillende soorten kanker snel toe, waarvoor geen andere duidelijke verklaring voor handen is. Zie hierover bewijsstuk 30 en 31. Zie ook milieuverontreiniging. Meadows noemt het laten uitsterven van soorten een systeemmisdaad (aflevering 16 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit). Zie ook aflevering ? in het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook zelfmoord in het antropoceen.

Autokatalyse2019-10-01T22:56:03+02:00

Een efficiënt stromingssysteem heeft de neiging een vorm van zichzelf opbrandende stuwkracht op te bouwen die autokatalyse wordt genoemd. Deze elimineert diversiteit naarmate ze het proces geleidelijk stroomlijnt. In het algemeen neigen steeds efficiënter systemen ertoe meer doelgericht en minder divers, en bijgevolg breekbaarder te worden. Autokatalyse komt aan de orde in aflevering 6 en 12-13 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook kantelpunt en de tegenstelling tussen veerkracht en efficiëntie.

Ayres, Robert2019-10-05T10:33:15+02:00

Gelijk met Reiner Kümmel stuitte de Amerikaanse natuurkundige en econoom Robert Ayres langs een andere route op de bevinding dat energie bij economische groei een belangrijker rol speelt dan kapitaal of arbeid. Zijn uitgangspunt was de vraag of de voortdurende verbetering van de thermodynamische efficiëntie in de meeste industriële processen een rol kan hebben gespeeld bij de economische groei van de twintigste eeuw. In een onderzoek naar de Amerikaanse en Japanse economie baseerde Ayres (met mede-onderzoeker Benjamin Warr) zich niet op de totale hoeveelheid gebruikte energie, maar op de totale hoeveelheid nuttig gebruikte energie, of exergie. Het ging dus niet om de hoeveelheid steenkool die in een kolengestookte elektriciteitscentrale wordt verstookt, maar om de hoeveelheid elektriciteit die de eindgebruiker bereikt. De thermodynamische efficiëntieverbeteringen van een hele reeks industriële processen stopten ze in de LinEx-vergelijking van Kümmel. Het resultaat kwam nagenoeg perfect overeen met de Amerikaanse en Japanse groeicurve van de afgelopen 100 jaar. Zie aflevering 5 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. Ayres is met Benjamin Warr auteur van het boek The Economic Growth Engine: How Energy and Work Drive Material Prosperity (Edward Elgar, 2009) en het rapport Accounting for Growth: the Role of Physical Work (2002).

B

Bardi, Ugo2019-10-05T10:35:29+02:00

Ugo Bardi, auteur van het boek The Seneca-effect: Why Growth is Slow but Collapse is Rapid (Springer, 2017) is de bedenker van Tiffany’s dwaling en natuurlijk van het Seneca-effect. Dit effect slaat op de vormen van groeikinetiek waarbij de afname veel sneller verloopt dan de groei, met ineenstorting als gevolg. Dit model beschrijft complexe systemen waarin meer dan één factor ‘samenspant’ om de afname van een van de parameters of het systeem als geheel te versnellen. Dit komt aan de orde in afleveringen 28-37 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook de val van het Romeinse Rijk. Zie verder ook aflevering 7 van ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiciteit’.

Barrières voor klimaatactie2019-10-02T16:10:58+02:00

Stoknes onderscheidt in aflevering 25 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek vijf psychologische barrières voor klimaatactie: ‘ver van mijn bed’, ‘verdoemenis’, ‘verkramping’, ‘vermijden door ontkenning’, en ‘volop onszelf’. Hij beschrijft ze (samengevat) als volgt:

Ver van mijn bed. De klimaatkwestie is voor de meesten van ons op verschillende manieren een ver-van-ons-bed-show. Hij is niet te zien of te voelen en vooral: het gaat pas ergens ver in de toekomst goed mis.

Verdoemenis. Als klimaatontwrichting ons wordt voorgesteld als een alles overspoelende ramp die we alleen tegemoet kunnen treden met verlies, kosten en opoffering, dan is het typisch een onderwerp waar we het liever niet over hebben.

Verkramping. Als wat we weten (bijvoorbeeld: fossiel is fout) strijdig is met wat we doen (noem maar op waarvoor we allemaal fossiel gebruiken), dan komt er verkramping. Als er dan ruimte is voor twijfel, of we kunnen het probleem bagatelliseren, zullen we ons beter voelen.

Vermijden door ontkenning. Met negeren, verwerpen of op een andere manier vermijden, ontsnappen we aan angst en schuldgevoel. Ontkenning komt voort uit zelfverdediging, niet uit onwetendheid, domheid of gebrek aan informatie.

Volop onszelf is de vijfde barrière. We zien informatie die de waarden en noties die we al hebben, bevestigen en we filteren weg wat deze waarden en noties bedreigt. We winkelen dus selectief. Culturele identiteit wint het van de feiten. Als nieuwe informatie van ons vergt dat ‘onszelf’ zich moet veranderen, dan gaat die informatie het waarschijnlijk niet winnen. We willen volop onszelf blijven.

Bateson, Gregory2019-10-17T12:20:59+02:00

Gregory Bateson (1904-1980) schreef de boeken Steps to an Ecology of Mind (1972) en Mind and Nature (1979). Het laatste boek verscheen in een Nederlandse vertaling onder de titel Het verbindend patroon. Dat was in 1984; dit boek is al lang niet meer op de markt. Een inleiding tot het werk van Bateson door Ton Maas verscheen in de bundel Milieufilosofie tussen theorie en praktijk die ik in 1986 uitgaf (nog leverbaar). Zie Andere boeken.

Een van de lijnen die door het hele werk van Bateson loopt is zijn belangstelling voor de systeemtheorie en cybernetica, een wetenschap die hij in het leven hielp roepen. In aflevering 5 en 6 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek wordt Batesons ‘dubbele binding’ behandeld. Zie ook de aflevering 5 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit, waar Batesons definitie van informatie wordt gebruikt: ‘een verschil dat een verschil uitmaakt’.

Bavel, Bas van2019-10-01T12:51:47+02:00

De Utrechtse historicus Bas van Bavel schreef het boek De onzichtbare hand (2018, Engelse editie met noten dateert van 2016) met als ondertitel Hoe markteconomieën opkomen en neergaan. Het patroon dat hij ziet wordt beschreven in aflevering 17-23 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. De zogenaamde factormarkten spelen bij Van Bavel een sleutelrol. De ontwikkelingsgang is: in een al bloeiende economie waar veel onderling vertrouwen, samenwerking en gelijkwaardigheid heerst, komen deze factormarkten op. De hieruit ontstane markteconomie helpt zichzelf vervolgens om zeep, vooral doordat een elite hem voor het eigenbelang kan aanwenden. Het volk verpaupert. Dit wordt samengevat in de figuur bij aflevering 19. Volgens Van Bavel is Nederland vanaf de opkomst van het neoliberalisme opgenomen in de Amerikaanse cyclus en aangezien het met Amerika neergaat, worden wij hierin meegenomen.

In een recensie in de Nederlandse Boekengids van februari 2019 schrijft Nico Wilterdink kritisch over de toepassing van Van Bavels theorie op de recentste geschiedenis. In het korte stuk in het boek, zegt hij, kan van een serieuze toetsing geen sprake kan zijn. Hij mist bovendien een mondiaal perspectief: wat zijn de verschillen tussen landen en regio’s. Maar – is mijn commentaar – als je, zoals Van Bavel, stelt dat deze ontwikkelingsgang universeel is, zou ik zeggen dat hij dit dus wel mag doen. Het is maar hoe je het bekijkt. Zie ook de twee artikelen van Rushkoff in de rubriek Economie.

Best aangepaste2019-10-08T22:47:08+02:00

De betekenis van het ‘overleven van de best aangepaste’ (survival of the fittest) komt aan de orde in aflevering 28 van het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit. Volgens Jane Jacobs heeft overleven door natuurlijke selectie twee gezichten die elk even belangrijk zijn. Eén daarvan is succes in de concurrentie om voedsel en partners. Hieruit vloeit het principe van natuurlijke selectie door het overleven van de best aangepaste voort dat we kennen van de oorspronkelijke evolutietheorie. Het leefmilieu in stand houden is de andere kant van de medaille. In aflevering 30 van dit artikel bekijkt zij welke menselijke eigenschappen het leefmilieu (kunnen) sparen. Zie voor het geheel ook aflevering 29 en 31. Zie verder concurrentie en concurrentie in de natuur. Zie vooral ook in het artikel ‘De aarde leeft!’ over het symbiotisch wereldbeeld en homeostase en de visie van Lynn Margulis.

Het begrip wordt als ‘fitste’ aangehaald onderin aflevering 14 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting in tegenstelling tot ‘vetste’.

Betrouwbaarheid en validiteit2019-09-27T21:52:38+02:00

De begrippen validiteit en betrouwbaarheid en hun onderlinge relatie worden behandeld in aflevering 13-14 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. Het gaat bij het vergelijken van verschillende EROI-cijfers om twee kwesties: zijn het met elkaar kloppende cijfers (zijn ze betrouwbaar) en zijn ze geldig als ze op deze wijze zijn berekend (zijn ze valide)?

Bevolkingsgroei (en -krimp)2019-10-02T16:17:49+02:00

De trend is dat overal ter wereld vrouwen er nu voor kiezen veel minder kinderen te krijgen dan vroeger. Hierdoor piekte de absolute groei van de wereldbevolking in 1987. Dat jaar kwamen er 87 miljoen mensen bij op aarde; in 2010 was dat 78 miljoen. Die daling gaat door en na 2050 zou de omvang van de wereldbevolking wel eens kunnen gaan afnemen. Bij het punt waar elke volgende generatie moeders in aantal kleiner is dan de laatste, wordt een trend van krimp vrijwel onomkeerbaar, net zoals eerst aan de groei bijna niet te ontkomen was. Als elke generatie slechts 1,6 kinderen per vrouw voortbrengt, dan produceren vijf vrouwen slechts vier vrouwen voor de volgende generatie. En zo gaat dat dan door. Meisjes die nooit geboren worden krijgen geen kinderen. Dit houdt in dat de VN-prognose van 10 of 11 miljard voor het jaar 2100 door velen als achterhaald wordt beschouwd. Fred Pearce denkt eerder aan 9 miljard mensen in 2050 en daling daarna.

Lees erover in aflevering 6 van de eerste serie ‘Wat is ecologie?’. Een al of niet exponentiële bevolkingsgroei, vergrijzing en een stationaire bevolkingsomvang komen ook aan de orde in aflevering 8, 9, en ook in 10 over exponentiële afname, van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Roopnarine ziet als dé twee bepalende factoren voor het bereiken van het omslagpunt voor de aarde de bevolkingsomvang en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Zie daarover de afleveringen 21 en 22 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Bewijsstuk 17 (van aflevering 18 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting) toont de omvang van de wereldbevolking sinds 1500 tot 2100 met een lage raming, een middenraming en een hoge raming voor de rest van deze eeuw. Speciale aandacht krijgt Afrika en daarin weer Nigeria. Zie ook het wereldvoedselvraagstuk. Populatiegroei komt veel aan bod in de eerste serie van het artikel ‘Wat is ecologie?’, bijvoorbeeld bij reigers in aflevering 18-20. Zie ook aflevering 1 van het artikel ‘Het Seneca-model’ in de rubriek Ontwrichting. En zie Malthus.

Bifurcatie2019-10-02T11:38:34+02:00

Bifurcaties zijn ontwikkelingen, waarbij er geen weg terug is. Ze worden ook wel discontinuïteiten genoemd. Het komt aan de orde in aflevering 6 (‘Welke weg moeten we inslaan?’) in de Inleiding bij 4eco. Een voorbeeld van zo’n nieuwe weg die een systeem inslaat, waarbij een nieuw terrein betreden wordt, was de ‘uitvinding’ van de landbouw. Erna was er geen weg terug meer naar jagen-verzamelen. Zie het artikel ‘De uitvinding van de stad (of van de landbouw) in de rubriek Economie. Lees in aflevering 19-20 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit hoe bifurcaties ontwrichting kunnen voorkomen. Bifurcatie wordt ook behandeld in aflevering 13 en 37 van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting.

Bifurcaties zijn dus anecdotisch en definitief. Bifurcaties hebben complexe gevolgen. Het zijn niet alleen geheel nieuwe praktijken, ze veranderen precies die systemen waar ze ontstaan (of de systemen die deze bifurcaties naäpen). Opeenstapelingen van bifurcaties veranderen het karakter van beschavingen. We hebben het niet voor niets over tijdperken (zoals het bronstijdperk, of de tijd voor en na de industriële revolutie). En dit gebeurt ook op kleine schaal. Een bedrijf dat klanten verliest en reageert door met een nieuw product te komen, verandert zichzelf. Doet het niets, dan gaat het tenslotte failliet.

Bifurcaties corrigeren alleen al ze tijdig zijn, in de fase voordat een systeem instort. Later is te laat. De verandering moet als het ware al in de coulissen staan te wachten.

Bifurcaties kunnen dan wel heel goed zijn in het corrigeren van instabiliteit, ze brengen zelf ook weer nieuwe vormen van instabiliteit voort. De uitvinding van de landbouw bracht een litanie van hongersnoden en epidemieën met zich mee. Toen de mensheid die in de tweede helft van de vorige eeuw onder de knie kreeg, was de nieuwe instabiliteit die van overvloedige bevolkingsgroei en een ongekende stijging van het grondstoffenverbruik. We weten intussen dat de eenkindpolitiek die China daarop koos, het land nu een ongehoorde vergrijzing gaat brengen.

De val van bifurcaties is dus: onbedoelde en onvoorziene gevolgen.

Bijtanken2019-10-02T16:18:46+02:00

Systemen moeten ‘zelf-bijtanken’ om aan de gang te blijven. Het lopen van de motor kost zelf ook brandstof. Dat betekent dat een deel van de energie die van buiten wordt opgenomen, gebruikt wordt om de volgende energie-inname te veroveren, en daarvan wordt weer een deel besteed aan de daaropvolgende energie-inname, enzovoort. Naast de noodzaak van bijtanken is een tweede kenmerk van wie zichzelf bijtanken, dat ze van nature op een geschikte manier zijn toegerust voor de brandstof die zij gebruiken. Een geschikte uitrusting is zo belangrijk dat een falen daarvan voor een organisme net zo fataal is als het verdwijnen van de brandstof. Geschikte uitrusting is het ‘bij’ van bijtanken. Dit wordt behandeld in de afleveringen 15-18 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook onder importverruiming en importvervanging, en verder ook grondstoffenimport, EROEI en fotosynthese, die feitelijk hetzelfde principe beschrijven.

Biodiversiteit2019-11-21T13:19:17+01:00

Nog nooit stierven zoveel soorten uit als nu. Op 6 mei 2019 verscheen hierover van het intergouvernementeel panel IPBES het omvattende en gezaghebbende Global Assessment Report. Het voegt alle onderzoek naar de mondiale teruggang van biodiversiteit samen. De conclusie: Nog nooit ging het zo slecht met onze biodiversiteit als nu. Soorten sterven in een steeds hoger tempo uit. Natuurgebieden verdwijnen door verstedelijking en landbouw. Het klimaat verandert. Vervuiling neemt toe. Dit alles – ook – met grote negatieve gevolgen voor de mens.

Honderden wetenschappers uit meer dan vijftig landen hebben drie jaar gewerkt aan dit meer dan 1.800 pagina’s tellende rapport. Het IPBES is het wetenschappelijk biodiversiteitspanel van de Verenigde Naties. Het is voor het eerst dat de wereldwijde staat van de biodiversiteit zo grondig in kaart is gebracht. (Ik citeer hier uit de NRC van 7 mei.) Het moet de basis worden voor een mondiaal biodiversiteitsakkoord, eind 2020 te sluiten op een conferentie in de Chinese stad Kunming.

Biomassa2019-10-02T12:19:49+02:00

Lees hierover verder in aflevering 60 (wat het is, de som van het levend materiaal), 64 (bij voedselniveaus), 71 (actief, als bbp) en ook 86 van de derde serie van het artikel ‘Wat is ecologie?’, in de afleveringen 8 (expansie) en 21 (positieve terugkoppeling) van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit, en in aflevering 6 (het principe van maximaal vermogen) in het artikel Grondstoffen in de rubriek Energie. Zie ook netto-primaire productie.

Biopolitiek2019-10-02T12:21:47+02:00

Biopolitiek is een term die populair geworden is door de filosoof Michel Foucoult ter aanduiding van politieke systemen waarin biomacht wordt uitgeoefend. Het verwijst dus naar politieke praktijken die het biologische leven van mensen centraal stelt en probeert te beïnvloeden, te sturen of te beschermen. De term kent echter al een langere geschiedenis in de 20e eeuw en werd al door auteurs voor Foucault gebezigd.

De term vindt men terug in het werk van een hele reeks hedendaagse Italiaanse denkers zoals Michael Hardt en Antonio Negri. Bij hen wordt de term vooral gebruikt ter aanduiding van de productiewijze van de postindustriële maatschappij: de productie van het sociale leven, waarin cultuur en politiek samengaan. Deze biedt de kans op verzet tegen het kapitalistisch systeem (in de terminologie van Hardt en Negri, het Empire) en de biomacht die het uitoefent met het eigen lijf en leven als wapen. Een belangrijke vorm van biopolitiek is het vluchten voor armoede, waarbij men de grenzen van natiestaten ondermijnt door ‘simpelweg’ elders te gaan leven. Ook zelfmoordterrorisme is een vorm van biopolitiek (‘de meest tragische en afschuwelijke’): hier wordt het eigen leven vrijwel letterlijk als wapen ingezet, waarbij het verloren gaat.

Politieke subjectiviteit à la Hardt en Negri komt kort en wat schamper aan de orde in aflevering 17-18 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. In de Nederlandse Boekengids (febr-mrt 2019) staat van de hand van Bram Ieven op pagina 12/13 een uitgebreide recensie van het werk van Michael Hardt en Antonio Negri (inclusief hun laatste boek Assembly (Oxford University Press, 2017), in combinatie met het boek Inventing the Future: Postcapitalism and a World Without Work geschreven door Nick Srnicek en Alex Williams (Verso, 2016). Harvey refereert natuurlijk niet aan deze boeken van Hardt en Negri, want die verschenen nadat hij zijn eigen boek schreef, maar aan hun boek Commonwealth.

Biosfeer2019-10-08T22:48:15+02:00

Kort gezegd is de biosfeer het gedeelte van de aarde waar leven mogelijk is. Westbroek behandelt in aflevering 8 van het artikel ‘De aarde leeft!’ hoe de wetenschappelijke disciplines die de gesteenten, het water, de lucht en de biosfeer tot thema hadden, nu integreren in Earth Systems Science. Zie ook Roopnarine. De troposfeer is de onderste laag van de atmosfeer. Hij reikt tien kilometer hoogte. Daarboven zit de ijskoude stratosfeer waar de straalstroom raast. Er vindt verticaal geen vermenging plaats tussen de troposfeer en de de stratosfeer omdat als scherm de tropopauze ertussen zit. Daar vlak boven zit ook de ozonlaag die de zuurstofhuishouding mede reguleert. Al met al vormt de aarde een complex systeem dat zichzelf binnen nauwe marges in stand houdt.

Bosbranden2019-10-05T10:41:24+02:00

IJs smelt steeds sneller. Hoosbuien die eens in de zoveel eeuwen horen voor te komen, volgen elkaar op. Het aantal overstromingen is sinds 1950 vervijftienvoudigd, het aantal bosbranden verzevenvoudigd en extreme temperaturen vertwintigvoudigd, terwijl het aantal doden als gevolg van droogten vertienvoudigd is. U leest hierover in aflevering 11 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook opwarming en concurrentie in de natuur. Waarom er méér extreem weer, en steeds extremer weer is (en komt), wordt behandeld in aflevering ? van het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting.

Bossen2019-10-05T10:42:48+02:00

Het tropisch regenwoud wordt beschreven en vergeleken met het gematigd eikenbos in de afleveringen 41-48 van de tweede serie van het artikel ‘Wat is ecologie?’ Aflevering 83 (in serie 3) gaat over het kappen van een bos. Dit wordt in systeemtermen behandeld in aflevering 11 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook uitputting. Het verdorren van bossen als klimaatkantelpunt wordt genoemd in het cursieve stukje bij aflevering 27 van het artikel ‘De race van ons leven’ en komt aan de orde in het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’, beide binnenkort  in de rubriek Ontwrichting.

BP-cijfers2019-09-26T21:53:43+02:00

Het Internationaal Energieagentschap (IAE) gevestigd in Parijs is het onderzoeksbureau op energiegebied van de OESO. De in 1977 opgerichte Energy Information Administration (EIA) is de statistische tak van het Amerikaanse ministerie van Energie. Beide komen doorlopend voor in het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie. De IEA en de EIA stellen dat de piek in de mondiale conventionele oliewinning plaatsvond rond 2005-2006. Zie aflevering 13 van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie.

BP (British Petroleum) brengt jaarlijks haar BP Statistical Review of World Energy uit waarin de oliereserves keurig per land gerangschikt staan. Maar vaak wordt vergeten dat BP geen onafhankelijk onderzoek naar die reserves doet, maar noteert slechts de cijfers zoals die haar worden aangeleverd. De laatste jaren heeft het IAE geprobeerd wel met betrouwbare getallen te rekenen. Hun geruststellende berichten zijn daarmee omgeslagen in tamelijk schrille waarschuwingen. Soms klopten die niet, zoals de voorspelling van aflevering 24 van het artikel ‘Piekolie’.

Broeikaseffect op 4eco2019-10-05T10:44:12+02:00

Het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting is gewijd aan de klimaatverandering, maar ook in het begin van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek gaat het over de definitie van klimaatverandering: Ooit hadden we het over het ‘broeikaseffect’. Toen kwam de term ‘klimaatverandering’ in zwang, wat minder beladen klinkt. Verandering vinden we in het algemeen goed, want stilstand is achteruitgang. Ook duidt ‘verandering’ niet op een richting; het kan ook verandering ten goede zijn. Maar als je het klimaat opvat als een ‘vals beest dat wij jennen door het met stokken te prikken’ is de term klimaatontwrichting eigenlijk passender. De gebruikelijke definitie is ‘het gemiddelde weer van de afgelopen 30 jaar’. Wie dan het klimaat van 1950-1980 vergelijkt met dat van 1980-2010 ziet opmerkelijke verschillen. Dit komt aan de orde in het genoemde artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’. Zie verder beslist ook de afleveringen 8-11 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook onder verkwanselde tijd bij de klimaatverandering en verder ontkenning, landbouw en klimaatverandering, acceleratie, klimaat, ecologisch, het wereldvoedselvraagstuk, ijssmelt en uitsterven.

Broeikaseffect volgens Wikipedia2019-09-28T09:30:24+02:00

Het broeikaseffect is het proces waarbij warmtestraling van een planetair oppervlak geabsorbeerd wordt door atmosferische broeikasgassen en vervolgens uitgezonden wordt in alle richtingen. Doordat een deel wordt teruggezonden naar het aardoppervlak, neemt daardoor de oppervlaktemperatuur toe. De atmosfeer is selectief transparant: het laat zichtbaar licht van de zon wel bijna volledig door. Zonder het broeikaseffect, dus zuiver het effect van zonlicht en aardwarmte, zou de oppervlaktetemperatuur op Aarde gemiddeld -18 °C zijn; feitelijk is zij echter +15 °C. Het effect is genoemd naar de broeikas waar een glazen of plastic overkapping de uitstraling van warmte tegenhoudt en zo de temperatuur in de broeikas laat oplopen.

Menselijk handelen, zoals ontbossing en de verbranding van fossiele brandstoffen zorgen ervoor dat op Aarde de concentratie van een aantal broeikasgassen stijgt, waardoor het broeikaseffect wordt versterkt. Dit leidt tot de opwarming van de Aarde.

Bron: Wikipedia

Byzantium2019-10-04T22:28:12+02:00

Ugo Bardi bekijkt het Romeinse Rijk als een complex systeem, dat – dus – externe verstoringen (of in zijn systeemtaal ‘forceringen’) binnen zekere marges kan weerstaan. Dat betekent dat hij op zoek gaat naar een verstoring die te sterk is voor het systeem. Daarvoor hoeft die verstoring zelf niet heel sterk te zijn. Hij moet de druppel zijn die de emmer doet overlopen, het kantelpunt dus. Hij denkt dat het hem bij Rome zat in een gebrek aan goud. De toedracht wordt beschreven in aflevering 14-16 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Het leverde een prachtig voorbeeld van het Seneca-effect. Ook Ophuls noemt het in aflevering 3 van het openingsartikel ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’ van de rubriek Complexiteit. Het Oost-Romeinse Rijk is volgens Tainter – in aflevering 15-16 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting – het enige voorbeeld van een land dat (voor een paar eeuwen) aan een val wist te ontsnappen door te de-complexificeren, te vereenvoudigen dus. De Byzantijnen versimpelden hun overheid en leger systematisch en drastisch, waarmee ze de energiebehoefte om de samenleving en het keizerrijk te runnen, enorm verlaagden. En het werkte. Het Byzantijnse Rijk begon weer op te krabbelen en heroverde na verloop van tijd zelfs wat van haar oude terrein. Zie ook centrum-periferie. Lees uit de Paradigmaserie Filosofie van de eenvoud en ook Ontgroei.

C

Cartesiaans2019-10-08T22:49:15+02:00

De analytische methode van Descartes leidde in het heliocentrisch-modernistische wereldbeeld tot een versnippering van ons beeld van de werkelijkheid.We staan nu met één been in het symbiotisch wereldbeeld, dat dit heliocentrisch wereldbeeld opvolgt (dat eerder weer het geocentrisme verdrong). Hierover lezen we in aflevering 3-6 van het artkel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie. Het heliocentrische wereldbeeld plaatste de mensen al in een marginale positie, compleet met hun planeet. Men werd zich bewust van de natuur als een onafhankelijke, onverschillige wereld die zich niets van ons aantrok. Er ontstond een wetenschap die distantie tot uitgangspunt koos. En nu blijkt ineens de zon slechts een marginale ster te zijn in één van de honderden miljarden sterrenstelsels van het uitdijende heelal. De hele modernistische ontwikkeling van het heliocentrisme werd aldus recent verdrongen door een visie op de werkelijkheid waaruit elk centrum is verdwenen.

Met het wetenschappelijk werk van Lynn Margulis (1938-2011) komt symbiose centraal te staan in het nieuwe wereldbeeld. Uiteindelijk is de aarde volgens haar een symbiose op wereldschaal, waar alle organismen met elkaar in aanraking komen omdat ze dezelfde lucht, hetzelfde water, hetzelfde voedsel en dezelfde energie aan elkaar doorgeven. Westbroek zegt: ‘Gedurende de eeuwen die achter ons liggen, zijn de aarde en de mensen zozeer van elkaar vervreemd geraakt, dat het voortbestaan van de mens wordt bedreigd en de aarde geteisterd achterblijft. Wij voelen ons heersers, maar zijn parasieten van de planeet. Alleen door symbiose, door in de aarde op te gaan, zullen we kunnen overleven.’ Zie ook aflevering 10 over haar ‘seriële endosymbiotische theorie’.

De wetenschap van het symbiotische wereldbeeld plaatst de dingen weer terug in hun natuurlijke verband (synthese). Zie daarover bij werkelijkheid.

Cascade2019-09-30T21:53:54+02:00

Het vlindereffect treedt op als een schijnbaar onbelangrijke verstoring in het ene deel van het systeem een waterval (cascade) van gevolgen heeft die door het hele netwerk kan lopen om in een ander deel, of op een ander moment, een grote verandering teweeg te brengen. Dus: kleine oorzaken, grote gevolgen. Vergelijk dit met de druppel die de emmer doet overlopen bij Peter Roopnarine. We komen het kort tegen in aflevering 20 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit en wat uitgebreider in aflevering 32 en 33 van het artikel ‘De natuur van de economie’. Zie ook onbeslisbaarheid.

Centrum-periferie2019-10-01T13:24:06+02:00

Eén voorbeeld van een centrum-periferie-situatie kent iedereen: het is de stad Rome als centrum en het uitgestrekte Romeinse Rijk als periferie: alle wegen leiden naar Rome. Het centrum importeert ‘energie’ uit de periferie om voort te bestaan (in de vorm van allerhande zaken, zoals goud). De periferie krijgt daar iets voor terug en/of wordt onder de duim gehouden. Er heerst spanning, die gemakkelijk kan omslaan in ‘imperial overstretch’. Zie hierover aflevering 26 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Ook op microschaal zijn er allerlei situaties dat er een centrum is waar de macht ligt en een periferie die macht ontbeert, bijvoorbeeld in Groningen waar de huizen verzakten, of in een wijk waarin een bende heerst.

Chemelot2019-11-27T19:05:43+01:00

Een saillant detail van de Nederlandse boekhouding van de lachgasuitstoot is dat er al jarenlang een enorme hoeveelheid lachgas ongemerkt de lucht in gaat. Dit berichtte de NRC op 22 mei 2019. Het Limburgse chemiebedrijf Anqore op het Limburgse chemische complex Chemelot heeft nooit gemeld dat het (omgerekend) 0,4 megaton aan CO2-equivalent (CO2e) uitstoot. Ze beweren zelfs dat ze het zelf niet door hadden.

Chemelot is het totale bedrijventerrein (het vroegere DSM-complex). Het heeft één enkele milieuvergunning voor alle zestig bedrijven tegelijk. Daarom hoeft het de uitstoot niet per fabriek te rapporteren. Omdat het uitstoten van lachgas wettelijk niet verboden is, gebeurt er voorlopig waarschijnlijk niets. (Hoewel het met het stikstofbesluit van de Raad van State – zie de volgende aflevering – misschien geld waard is om er wel wat aan te doen: er kunnen nog slechts vergunningen worden gegeven, als er elders bespaard wordt.)

De Nederlandse lachgasuitstoot zit zo in elkaar: landbouw 6,4 Mton CO2e, de industrie 1,5 Mton CO2e, overig 0,8 MtonCO2e. Van die 1,5 Mton industriële uitstoot komt 1,1 Mton van Chemelot. De lachgasuitstoot vormt dan weer 4 procent van de totale Nederlandse broeikasuitstoot.

Het hele verhaal wordt dus uit de doeken gedaan in de NRC. Anqore is een acrylonitrilfabriek (een grondstof voor legokunststof en koolstofvezels) die waarschijnlijk (al sinds 1969) de op een na grootste uitstoter van lachgas in Nederland is. Het bedrijf is sinds vier jaar in handen van DSM (dat zichzelf zo groen vindt) en het private equitybedrijf CVC Capital Partners. De vakliteratuur vertelt dat zo’n fabriek lachgas uitstoot, maar dat ‘hadden we niet in beeld’, zegt de eigenaar. Pas in 2017 werd een meting gedaan en de uitstoot ‘ontdekt’.

Met een bedrag van 90 à 120 miljoen euro is de uitstoot van Anqore te verhelpen. Dat is omgerekend 10 euro per bespaarde ton. Omdat de emissierechten voor CO2 op 25 euro per ton staan, zou de uitstoot al lang zijn opgeheven als lachgas maar op de lijst van broeikasgassen was gezet!

Chemelot herbergt ook nog een salpeterzuurfabriek (voor kunstmest) en een caprolactamfabriek (nylongrondstof), die beide ook uitstoters van lachgas zijn. Zij hebben tussen 2006 en 2008 hun uitstoot teruggebracht van 7 tot 2 miljoen ton CO2e. De caprolactamfabriek blijft sindsdien ook een grote uitstoter. Deze is in Chinese handen.

China, groei van de economie in2019-09-24T18:09:00+02:00

Zie voor de Chinese groeicijfers aflevering 5 van de eerste serie ‘Wat is ecologie?’.

Circulaire economie2019-10-02T16:28:15+02:00

Het begrip circulaire economie, of kringloopeconomie, wordt genoemd in aflevering 4 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Daar wordt benadrukt dat ook informatie, naast energie en materie, daarbij essentieel is. In aflevering 15 gaat het verder over het begrip duurzaam en de ermee verbonden ecosysteemgrenzen en complexiteitsgrenzen. Duurzaamheid wordt apart behandeld in Ecopedia, samen met veerkracht.

Het is ook het uitgangspunt voor het leerboek voor scholieren uit de Paradigmaserie Leren van de natuur, waar allerlei aspecten ook als illustraties zijn weergegeven.

Climax2019-10-08T22:50:07+02:00

Als men (bijvoorbeeld) ophoudt een akker te gebruiken, zal de oorspronkelijke plantengroei van die streek niet onmiddellijk weer verschijnen. Eerst zullen we zien dat er onkruid gaat woekeren. Daarna komen grassen en struiken. Het kan vele jaren duren voor de oorspronkelijke levensgemeenschap er weer is.

Verschillende plantensoorten volgen elkaar dus op. Men kan begrijpen dat er ook veranderingen optreden in de aanwezige diersoorten. Bepaalde planten komen pas als andere planten het milieu voldoende veranderd hebben. Zo zal mos dat op boomschors groeit, er pas kunnen zijn als er bomen groeien.

Het elkaar opvolgen van veranderingen wordt door ecologen successie genoemd. De planten en dieren die tenslotte samen overblijven noemt men de climax. Een ‘echte’ climax waarin niets meer verandert is overigens nauwelijks bestaanbaar. Lees hierover in aflevering 37 van de tweede serie van het artikel ‘Wat is ecologie?’ en aflevering 84 van de derde serie. Lees beslist ook de tweede helft van het begrip ecosystemen, panarchie en permacultuur. Het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie ziet ook successie bij Gaia.

Successie kan ook de andere kant op (zie aflevering 54), waarbij (in Nederland) eerst alle bomen sterven, dan de hoge en vervolgens de lage struiken, de kruidachtige gewassen, mossen en als laatste de pioniers van weleer, de korstmossen (waarna de grond kaal is). Dit zie je ook richting de noordpool, maar in feite ook richting de evenaar: daar heb je veel meer soorten bij elkaar dan in onze streken.

Club van Rome2019-09-26T13:58:37+02:00

Het rapport aan de Club van Rome Grenzen aan de groei, met als auteurs Denis en Donella Meadows (zie onder), Jorgen Randers en William W. Behrens III, was in 1972 een eye-opener. Het rapport komt op 4eco uitgebreid aan de orde in aflevering 30-35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting, en ook in aflevering 4 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie, in de eerste noot bij aflevering 6 van het artikel ‘De werking van systemen’ en (als belangrijke verduidelijking) in aflevering 1 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Naderhand verschenen nog updates in 1992 (Beyond the Limits) en 2004 (The 30-Year Update). Veertig jaar na 1972, in 2012, schreef Jorgen Randers dan nog het boek 2052 – A Global Forecast for the Next Forty Years (Chelsea Green, 2012) waarvoor hij een groot aantal auteurs om een bijdrage vroeg. Het rapport komt uitgebreid aan de orde in aflevering 30-35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Donella Meadows is de auteur van (het grootste deel van) de artikelen ‘De werking van systemen’ en ‘Ingrijpen in systemen’. Zij wordt met name genoemd in aflevering 5 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Co-ontwikkeling2019-10-01T10:19:11+02:00

Waar komen nieuwe dingen vandaan? Waarom blijft niet alles zoals eerst? Ontwikkeling kunnen we omschrijven als aanmerkelijke kwalitatieve verandering. Gewoonlijk komt die in kleine stapjes, al kan elke stap in een verandering van aard belangrijk zijn. Neem de resistentie tegen bepaalde antibiotica bij bepaalde bacteriestammen. Dat is een switch.

De middelen van verandering kunnen enorm verschillen. Maar er ligt steeds een gelijk ontwikkelingsproces aan ten grondslag. We kunnen daarbij drie dingen onderscheiden.

    • Differentiatie komt tevoorschijn uit algemeenheid. Ongeacht tempo, schaal, levend of niet, dit principe is overal van toepassing.
    • Differentiaties worden algemeenheden waaruit vervolgens weer differentiaties tevoorschijn komen. Ontwikkeling, is met andere woorden, een proces dat maar doorgaat, dat complexiteit en diversiteit creëert, omdat een vermenigvuldiging van algemeenheden de bron vormt voor een vermenigvuldiging van differentiaties. Soms gebeuren die gelijktijdig, soms volgt de ene op de andere. Als een eenvoudig basisprincipe levert dit proces, steeds weer herhaald en herhaald, een duizelingwekkende diversiteit op.
    • Ontwikkeling steunt op co-ontwikkeling. De eerste twee veranderingen worden soms weergegeven als een strip van opeenvolgende plaatjes, als een ontwikkelingslijn. Het derde principe weerspreekt dat. Ontwikkeling opereert niet als een lijn, maar als een web van co-ontwikkelingen die van elkaar afhankelijk zijn. Want zonder co-ontwikkelingsweb geen ontwikkeling.

Hierover gaat het in de afleveringen 2-7 van het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit. Vergelijk dit met de toenemende complexiteit in het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook componenten van een systeem en bifurcaties.

Cognitieve dissonantie2019-09-28T10:42:04+02:00

Psychologen onderscheiden zes sociale houdingen ten opzichte van klimaatontwrichting en ze bekijken hoe het daarbij zit met de drie houdingen (hoofd, hart, handen) van de sociale psychologie. Dit zijn die zes houdingen: Degenen die zich werkelijk zorgen maken. Degenen die bezorgd zijn. De voorzichtigen. De onthechten. De twijfelaars. De afwijzers. Zie hierover aflevering 18 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek. In aflevering 19 komt dan nog het begrip cognitieve dissonantie aan de orde, een manier waarmee we ons aanpassen als ons denken, voelen en handelen anders niet met elkaar in overeenstemming zijn.

Cognitieve psychologie2019-09-28T10:23:55+02:00

Cognitieve psychologie gaat over hoe ons denken in de praktijk werkt, en hoe onze hersenen informatie verwerken. Cognitieve psychologen gaan onder andere na hoe we denken als we beschikbare informatie verwerken om tot een mening te komen of een beslissing te nemen. Tot de cognitieve psychologie behoort het snel en langzaam denken. Zie afleveringen 13-16 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek. Zie ook framen en psychologie in soorten.

Commanditaire vennootschap2019-10-03T11:35:30+02:00

Florence was de geboorteplaats van de eerste commanditaire vennootschap (CV) als een middel om discreet en anoniem, en met beperkte aansprakelijkheid, passieve participatie en weinig of geen expertise, in een onderneming te kunnen investeren. Als voorgangers van de volwaardige corporatie maakte de CV onderscheid tussen de aansprakelijkheid van de directie en van hen die louter kapitaal inbrachten. Die laatsten waren slechts aansprakelijk voor het bedrag dat ze ingebracht hadden. Bovendien werden deze geldschieters niet als zakenpartner vermeld, waardoor edelen, koningen zelfs, hun zakelijke belangen aan het oog konden onttrekken. De commanditaire vennootschap verspreidde zich snel door Europa en financierde tal van gedurfde ondernemingen, van mijnen tot plantages tot koloniale avonturen. Dit schrijft Rushkoff in aflevering 5 van het artikel ‘Corporatisme zuigt welvaart weg’ in de rubriek Economie. Voor de adel was dit een uitweg uit de dwangbuis van bestuur tegenover handel.

Toen de bestuurders van deze immense projecten nog meer kapitaal uit een nog bredere verscheidenheid aan regio’s en sociale klassen wilden aantrekken, creëerden ze een geavanceerde versie van de commanditaire vennootschap, de naamloze vennootschap (NV), een onderneming met vrij verhandelbare aandelen. De ontwikkeling van de factormarkten was daarvoor wel een voorwaarde. De onzichtbare hand deed zijn intrede.

Hiermee (zie aflevering 6) brak het tijdperk van het corporatisme aan. De koningshuizen gebruikten hun centrale juridische gezag om handelswetten op te stellen en octrooien – monopolies – toe te wijzen. De zakelijke deelnemers – de geoctrooieerde compagnieën in de vorm van naamloze vennootschappen – genoten dan het exclusieve recht deze monopolies te exploiteren. De corporatie die dat opleverde, was geen zakelijke entiteit en ook geen overheidsinstantie, maar een combinatie van beide. Via de uitgifte van koninklijke octrooien konden koningen de loyaalste bedrijven het recht geven een permanente heerschappij over hun koloniale gebiedsdelen of industrieën uit te oefenen. En in ruil ontving de koning financiële ondersteuning en winstdeelnemingen die vele malen groter waren dan hij met welke investering ook had kunnen verdienen.

Door de uitvinding van de geoctrooieerde corporatie raakten de aristocratie en de bourgeoisie zozeer van elkaar afhankelijk dat het karakter van beide veranderde (aflevering 7). En (zie aflevering 8) hoe meer dergelijke corporaties het zakenleven en de financiële wereld begonnen te domineren, hoe meer juridische en sociale systemen tot ontwikkeling kwamen om ze ten dienste te zijn. Naarmate ondernemingen en staten de wereld steeds meer vanuit een corporatistisch oogpunt begonnen te bekijken, veranderden gebieden in wingewesten, mensen in arbeiders, geld in kapitaal en wetten in spelregels (aflevering 9). Want dit was de tendens die in het octrooi, het monopolie, besloten lag: het handhaven van het centraal gezag van de staat tezamen met de toekenning van monopolieposities aan corporaties. Kortom, corporatisme.

Commons, meent of gemene grond2019-10-05T12:52:10+02:00

Het omheinen (enclosure), dat wil zeggen in particulier bezit nemen van wat eerder publiek bezit (gemeengoed) was (dus de privatisering van de commons), komt aan de orde in aflevering 6 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ en in aflevering 14 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Aflevering 16 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ legt in systeemtermen uit wat de tragedie van de meent voor visstanden inhoudt. Deze tragedie van de meent is de vertaalde titel van het beroemde Science-artikel (162, 1968, p. 1243-1248) ‘The ‘Tragedy of the Commons’ van Garrett Hardin. Dit artikel heeft nogal eens tot verwarring en felle kritiek geleid. Zie Tragedie van de meent bij Wikipedia. Zie ook externalisering. Zie over de privatisering van de commons en het teloorgaan van de meent ook het Paradigmaserieboek De mythe van de groene economie.

Wikipedia meldt nog het volgende:

De commons (van het Engelse commons, meent) zijn hulpbronnen die toegankelijk zijn voor alle leden van een groep of samenleving. Dit kunnen natuurlijke hulpbronnen zijn, zoals (schoon) water en (schone) lucht, maar ook bronnen van informatie, kennis en cultuur, zoals teksten en illustraties. De hulpbronnen kunnen weliswaar in privé-eigendom zijn, maar de eigenaar geeft bepaalde vormen van gebruik vrij, zoals een weidegrond voor begrazing door vee. Onderdeel van de commons kunnen natuurlijke hulpbronnen zijn die door groepen (gemeenschappen, gebruikersgroepen) worden beheerd voor individueel en collectief nut.

Het gebruik van commons voor natuurlijke hulpbronnen stamt uit de Europese intellectuele geschiedenis. Het betrof gedeelde landbouwgronden, weilanden en bossen, die over een periode van meerdere eeuwen langzaam maar zeker werden afgegrensd en geclaimd als privé-eigendom voor privégebruik. In het Nederlands waren benamingen als meent en gemene grond hiervoor gebruikelijk.

Er is een subtiel maar belangrijk verschil tussen de commons en het publieke domein. Waar publiek domein verwijst naar een algemeen gedeeld eigendomsrecht én gebruiksrecht (niemand wordt van toegang uitgesloten, niet zelden omdat dit praktisch onuitvoerbaar is, zoals bij lucht), is er bij commons niet noodzakelijk sprake van gedeeld eigenaarschap. Essentieel is het onderscheid tussen eigendomsrechten en gebruiksrechten. De eigenaar van een hulpbron (bijvoorbeeld een landeigenaar of een auteursrechthebbende) kan aan anderen (specifieke personen of iedereen) vormen van gebruiksrecht toestaan. De personen aan wie gebruiksrechten zijn toegekend, worden ‘commoners’ genoemd. In auteursrechtelijk beschermde werken wordt dit verschil duidelijk aan de terminologie “sommige rechten voorbehouden” (commons) versus “geen rechten voorbehouden” (publiek domein), terwijl “alle rechten voorbehouden” wordt gebruikt wanneer de eigenaar (rechthebbende) geen gebruiksrechten heeft vrijgegeven.

Bron: Wikipedia

Complexiteit2019-10-02T16:39:44+02:00

Complexe systemen die goed omgaan met hobbels of spanningen, noemen we ‘complexe adaptieve systemen’. Hierover leest u meer in de inleiding bij de website (‘Wat moeten we weten…’) in aflevering 4 e.v. Het zal ook aan de orde komen in het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit. Er is ook de definitie van complexiteit die zich uit structurele differentiatie. Dit is de omschrijving die Joseph Tainter verder uitwerkt in het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek ontwrichting.

Zo stelt de auteur William Ophuls in het openingsartikel bij de rubriek ecologie: “Binnen de context van mijn betoog vat ik complexiteit op als economische, sociale en politieke schaalvergroting, institutionalisering, specialisatie, differentiatie en stratificatie. Een stad is dus complexer dan een dorp omdat een stad niet alleen groter is maar ook meer rollen kent, een uitvoerigere arbeidsdeling, een fijnmazigere klassenindeling, een uitgebreidere hiërarchie, enz. Wanneer ik het begrip in een andere betekenis gebruik – bijvoorbeeld als een eigenschap van complexe adaptieve systemen – dan wordt dat uit de context duidelijk.”

Complexiteit en energie2019-11-06T22:42:55+01:00

Culturele (of sociale) complexiteit wordt behandeld door Joseph Tainter in aflevering 1-3 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. De essentie van de evolutie van sociale en culturele complexiteit is: differentiatie in structuur gaat gepaard met organisatie die de structuur beperkingen oplegt. Oftewel: Complexiteit is organisatie plus structurele differentiatie. Complexiteit wordt betaald in vele muntsoorten, niet alleen in geld, maar ook in ingewikkelde banen, tijd, ergernis, stress. Dit zijn allemaal transformaties van energie (aflevering 6-7 van hetzelfde artikel). Complexiteit is basisgereedschap bij het oplossen van problemen (welke problemen dan ook). Er is slechts een probleem nodig om complexiteit te laten groeien. En er zijn altijd wel problemen, dus is er een voortdurende druk op complexiteit om te groeien (aflevering 8 van hetzelfde artikel). Culturele complexiteit gaat dus vooraf aan het bijbehorende energieverbruik, maar eenmaal gevormd kan het systeem niet meer zonder. Maar is er toevallig extra energie, dan volgt vanzelf complexiteit. Er is sprake van een energie-complexiteitsspiraal: complexiteit nam toe omdat we ineens heel veel olie hadden, complexiteit neemt altijd toe omdat we problemen moeten oplossen en complexiteit vergt dat de energiewinning nog meer toeneemt (aflevering 9-10 van hetzelfde artikel).

Zie ook apart energie-complexiteitsspiraal, vereenvoudigen, innovatie, en verder ontwikkeling, structurele differentiatie, energieverbruik en economische groei en wet van de vereiste complexiteit.

Complexiteit, wet van de vereiste2019-10-02T16:46:11+02:00

De Wet van de vereiste complexiteit luidt: ‘De complexiteit van een regelsysteem moet tenminste even groot zijn als de complexiteit van het systeem dat het wil reguleren.’ Anders werkt het niet. Oftewel, alleen complexiteit kan complexiteit beheersen. Anders leidt een complexiteitskloof tussen de twee tot allerhande ellende. Deze wet komt aan de orde aflevering 15 en volgende van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de Rubriek Complexiteit. Zie ook aflevering 6 en volgende van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook vereenvoudigen.

Complexiteitstoename2019-10-02T17:32:49+02:00

De energie-complexiteitsspiraal van Joseph Tainter stelt dat zodra er in een natuurlijk systeem iets van ongebruikte energie is, er onmiddellijk soorten van binnen of buiten het systeem opdoemen die die energie benutten. Voeg extra energie aan een ecosysteem toe en zijn complexiteit zal toenemen. In menselijke samenlevingen gaat het niet anders. Beschikken we over extra, liefst goedkope energie, dan maken we die op en neemt de complexiteit van onze samenleving toe. Die samenleving ontwikkelt dan nieuwe activiteiten, nieuwe technologieën, nieuwe vormen van vermaak, nieuwe instituties en sociale rollen en nieuwe vormen van informatie en informatieoverdracht. En die nieuwe activiteiten en instituties en zo verder hebben voor hun voortbestaan allemaal een constante stroom energie nodig. Er is sprake van een doorgaande energie-complexiteitsspiraal. Stokt de (groei van de) energievoorziening, dan is er maar één oplossing: radicale versimpeling van de maatschappij; anders volgt ineenstorting.

Joseph Tainter komt zelf uitgebreid aan het woord in het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting (zie voor de energie-complexiteitsspiraal aldaar aflevering 15-16). Zijn werk wordt behandeld in aflevering 34 en 35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Verwijzingen naar zijn werk vindt u verder in aflevering 7 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie en in aflevering 1 van het artikel ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook innovatie.

Joseph A. Tainter is hoogleraar ‘milieuconflicten, omgaan met klimaatverandering en energie- en grondstofverbruik’ aan de Utah State University. Hij schreef het beroemde boek The Collape of Complex Societies (Cambridge Un. Press, 1988).

Componenten van een systeem2019-10-02T16:55:13+02:00

In het artikel ‘De samenstelling van systemen’ wordt in aflevering 1 vastgesteld dat alle systemen de volgende kenmerken delen:

  • Inputs in de vorm van energie, materie en informatie.
  • Outputs zoals diverse soorten werk en afval, ook weer in de vorm van energie, materie en informatie, waarbij het verschil in tempo tussen inputs en outputs een vertraging kan geven.
  • Grenzen en afbakening, waarbij systemen zelf steeds onderdeel zijn van grotere systemen en ook kleinere omvatten, en waarbij de scheidslijnen tussen wat tot het systeem behoort en wat erbuiten valt soms onduidelijk zijn en altijd poreus.
  • Terugkoppelingen, positief en negatief, die ook wel versterkend en beperkend (of balancerend) genoemd worden.
  • Stromen vanuit en naar de omgeving (het milieu).
  • Fondsen/voorraden van voedingsstoffen en grondstoffen in allerlei vormen, die al dan niet weer aangevuld worden (door natuurlijke processen).
  • En dan is er nog emergentie, het verschijnsel van het tevoorschijn komen van systeemeigenschappen die niet zijn toe te schrijven aan een van de onderdelen van het systeem.

Het artikel ‘De samenstelling van systemen’ loopt ze stuk voort stuk langs. En in het artikel ‘De werking van systemen’ komt de wisselwerking ertussen aan de orde, met ook grafische voorstellingen daarvan. In beide artikelen komen nog verschillende andere systeemkenmerken aan de orde. Zie nu verder bij systeem en ontwikkeling.

Computersnelheid, wet van Moore over2019-10-09T12:13:57+02:00

“Waar het op neerkomt is dat er in de chips-industrie stilzwijgend een eind is gekomen aan de befaamde wet van Moore, die zegt dat het aantal transistoren op een chip elke anderhalf jaar verdubbelt, en daarmee de kloksnelheid van de elektronica ook. Decennia was dat zo, nu niet meer. (Het einde van de wet van Moore is niet omdat de mensen van ASML geen kleinere schakelingen meer zouden kunnen maken, dat kan nog best. Het probleem zit in de oververhitting door lekstromen, Meer dan de helft van de power in elke transistor wordt nu al omgezet in warmte. De industrie heeft het er niet zo over, maar de kloksnelheid van chips is de laatste jaren constant gebleven omdat de boel anders gewoon zou doorbranden.” Aldus Theo Rasing in de Volkskrant van 15 oktober 2016 (Sir Edmund, p50/51). Deze Nijmeegse professor in de fysica zegt dat hij zich gaat concentreren op het energiezuiniger maken van computers. Het is niet het klimaatprobleem maar de wetenschappelijke uitdaging die hem niet loslaat. Hij gaat daarbij leren van de werking van onze hersenen.

Ook hier geldt blijkbaar weer dat wat we zagen met de wet van Moore een stukje uit een S-curve is. Het is dat stuk waar de exponentiële groei de curve steil omhoog doet gaan, maar ergens is een plafond waar de lijn onverbiddelijk bijbuigt tot het neerkomt op een stationaire fase (een horizontale lijn).

Concentratiegraad van energie2019-10-05T21:47:58+02:00

Het verschil in concentratiegraad tussen de energiebron en de omgeving bepaalt het nut van die energiebron. Want alleen wanneer de concentratiegraad van een energiebron (flink) hoger is dan die van zijn omgeving, kan energie arbeid verrichten. Zonder krachten van buitenaf beweegt energie altijd van een hogere concentratiegraad naar een lagere (daarom wordt je koffie koud terwijl je dit zit te lezen). Dat wil niet zeggen dat die energie verloren gaat, alleen dat die geen arbeid meer kan verrichten.

Concurrentie2019-10-02T16:59:20+02:00

Als accumulatie het wezenskenmerk van het kapitalisme is, zegt Wallerstein in aflevering 3 en volgende van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting, dan behoeven producenten wel een (quasi-)monopolie (dat wil zeggen het monopolie van een kleine groep bedrijven). Slechts met een quasi-monopolie kunnen zij hun producten verkopen tegen prijzen die ver boven de productiekosten liggen. In systemen die werkelijk concurrerend zijn, waar de productiefactoren overal even goed aan bod komen, kan elke intelligente koper verkopers vinden die de producten met een minieme winst aanbieden, of zelfs onder de kostprijs. In een perfect concurrerend systeem is winst maken amper mogelijk. Echte winst vereist grenzen aan de vrije markt, dat wil zeggen het vereist een quasi-monopolie. Quasi-monopolies komen echter slechts tot stand als aan twee voorwaarden wordt voldaan. 1) Het product is een innovatie waarvoor een behoorlijke groep gewillige kopers bestaat; of waarvoor vraag ernaar kan worden opgewekt. 2) Eén of meer machtige staten zijn bereid hun staatsmacht aan te wenden om te voorkomen, of tenminste zoveel mogelijk te belemmeren, dat andere producenten de markt opkomen. Kortom, quasi-monopolies bestaan bij de gratie van een markt die niet ‘vrij’ is van staatsbemoeienis. In aflevering 35 concludeert Wallerstein dat de kansen om te accumuleren dalen, wat het einde van het kapitalistisch systeem inluidt.

Rushkoff beschrijft in aflevering 2 van het artikel ‘Vriendelijk geld werkt aan welvaart’ in de rubriek Economie, hoe centraal gecreëerd en rentedragend geld concurrentie stimuleert. Er wordt minder geld gecreëerd dan terugbetaald moet worden, waaruit volgt dat er altijd een verliezer is die over de kop gaat. De enige mogelijkheid om dit te voorkomen, is dat de bank nog meer geld aan nog meer bedrijven en personen leent. Vervolgens zijn die meer rente verschuldigd over de grotere leningen die ze zijn aangegaan en moeten ze die ook nog eens sneller aflossen dan hun voorgangers. Dit proces kan alleen voortduren zolang de economie steeds sneller blijft groeien.

Zie ook toekomst van het wereld-systeem, kapitalisme, Marx, kapitaal zonder waardegrondslag en verder rentenierseconomie en fatale kapitalistische contradicties.

Concurrentie in de natuur2019-10-02T17:00:16+02:00

Onder concurrentie in de natuur verstaan we een toestand waarbij individuen van één soort grondstoffen consumeren die maar beperkt beschikbaar zijn. De bekwaamste zullen overleven; de rest zal wegkwijnen. De concurrentie is groter naarmate de populatie dichter is. Want hoe meer individuen, des te groter de kans dat de draagkracht van het milieu onder druk staat. De overlevingskans hangt dus samen met de dichtheid van de populatie. Ecologen zeggen daarom vaak dat het sterftecijfer dichtheidsafhankelijk is.

De beschikbaarheid van voedsel zal vermoedelijk de overlevingskans dichtheidsafhankelijk beïnvloeden. Dichtheidsafhankelijkheid komt, af en aan, aan de orde in de afleveringen 1516 en 25-30 van serie 1 van ‘Wat is ecologie?’ Zie ook aflevering 38.

Andere factoren werken onafhankelijk van de dichtheid. Bijvoorbeeld ongebruikelijke weersomstandigheden zoals droogte of overstromingen zullen alle leden van de populatie raken. Vogelpopulaties in bosgebieden lijken vooral onder de druk van de dichtheidsafhankelijke factoren te staan, terwijl voor insecten in droge gebieden geldt dat de sterfteoorzaak meer aan dichtheidsonafhankelijke factoren valt toe te schrijven.

Consumentisme2019-10-05T21:52:09+02:00

In het artikel ‘De ijzeren kooi van het consumentisme’ bekijkt Tim Jackson de structuur van de moderne kapitalistische economieën en in het bijzonder twee onderling verbonden kenmerken daarvan die van wezenlijk belang zijn voor de dynamiek van de groei. Aan de ene kant stimuleert het winstmotief tot nieuwe, betere en goedkopere producten en diensten in een voortdurend proces van innovatie en ‘creatieve destructie’ (aflevering 7). Zie ook bij concurrentie, rentenierseconomie, innovatie en Schumpeter. Tegelijkertijd wordt de groeiende consumentenvraag naar deze goederen opgestuwd door een ingewikkelde sociale logica. Die twee factoren drijven in hun combinatie de ‘groeimachine’ aan waarop de moderne economieën berusten. Ze sluiten ons op in een ‘ijzeren kooi’ van consumentisme. (De rol van de rente blijft bij Jackson buiten beschouwing.)

Jackson gaat vervolgens in op de definitie van het kapitalisme, op winst maken, bezuinigen op arbeid en/of kapitaal (en de arbeidsproductiviteit), het reboundeffect en innovatie. Hij concludeert dat economisch groeien niet alleen een vereiste is, maar dat ook de sociale logica van de stroom van nieuwigheden de consument het gevoel geeft dat het nooit genoeg is. (Zie ook het artikel  ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek.)

Het schept een diepe, niet aflatende verontrusting. Want materiële goederen lijken gebrekkige, maar op een of andere manier toch aannemelijke substituten zijn voor onze dromen en aspiraties. Maar de consumptiegoederen, die ons een tastbare brug naar onze hoogste idealen lijken te bieden, slagen er toch niet in echte toegang tot die idealen te verlenen. In hun falen laten ze de behoefte aan toekomstige bruggen open en stimuleren zo onze honger naar meer goederen. De consumptiecultuur bestendigt zich, precies omdat ze er zo goed in slaagt te mislukken! Zo hebben we een perfecte overeenstemming tussen de voortdurende consumptie van nieuwigheden door huishoudens en de ononderbroken productie van die nieuwigheden in bedrijven. De rusteloze zucht van het ‘lege zelf’ is een perfecte aanvulling op de rusteloze innovatie van de ondernemer. De productie van nieuwe dingen door creatieve destructie drijft (en wordt gedreven door) de honger naar nieuwe dingen bij de consument. Neem deze twee zichzelf versterkende processen samen en je hebt precies wat nodig is om de groei voort te drijven.

De ontkoppeling tussen energiegebruik en economische groei komt aan de orde in aflevering 12-13 van het artikel ‘Energie: wat is het eigenlijk?’ in de rubriek Energie. Bij Tim Jacksons boek Welvaart zonder groei in de Paradigmaserie is onderaan het complete hoofdstuk ‘De mythe van de ontkoppeling’ opgenomen. Samengestelde economische groei als een vorm van positieve terugkoppeling komt aan de orde in aflevering 11 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Een rem op de economische groei wordt gevormd door de topinkomens van de topmanagers, die Wallerstein noemt als een vorm van pacht, oftewel rente, in aflevering 22 van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting en door de toename van de rol van rente in het algemeen die Harvey behandeld in aflevering 6 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting en natuurlijk het hele artikel van Harvey met de titel ‘Eindeloze exponentiële groei’ en met name aflevering 22-24. Zie ook bij Marx, fictief kapitaal, spektakelmaatschappij, kapitalisme volgens Grantham, accumulatie, en zie primaire economie, economie van de natuur, ecologisch economen en kapitalisme.

Contradictie2019-10-05T21:56:06+02:00

In zijn boek Seventeen contradictions and the end of capitalism wijdt David Harvey een apart artikel aan het begrip contradictie. Een korte samenvatting hiervan vindt u in het inleidende artikel ‘Drie contradicties van het kapitalisme’. Deze drie contradicties komen aan de orde in de drie artikelen van Harvey op 4eco. De geldcontradictie acht Harvey niet fataal. Anders ligt het met de natuur en de groei. Bij de eerste niet direct zoals we zouden denken. (Zie behalve milieuverontreiniging voor ons commentaar ook waardestroom.)

Het is niet omdat de veranderende metabolische relatie tussen kapitaal en natuur een groot deel van de mensheid diepe armoede en honger kan brengen, want dat betekent niet het einde van het kapitaal. Het zijn twee andere mechanismen.

Het eerste betreft de toenemende macht van de renteniersklasse om zich, zonder oog te hebben voor de productie, al het inkomen en alle rijkdom toe te eigenen. Het bezit en de commodificatie van grond en haar ‘natuurlijke’ schaarste stelt een onproductieve klasse van ‘landheren’ in staat om een monopolierente te rekenen die ten koste gaat van productief kapitaal, waardoor de winstmarges (en dus de prikkel om te herinvesteren) na verloop van tijd zullen verschrompelen. Dit past in het bredere concept van de rentenier, dat de rol van traditionele grootgrondbezitter intussen koppelt aan alle vormen van eigendomsrechten die op zichzelf genomen onproductief zijn. Deze toe-eigening van natuurlijke krachten en het bezetten van de sleutelpunten in het ecosysteem van het kapitaal zouden weleens een tot een verstikking van het productief kapitaal kunnen leiden. Vergelijk dit met het heersende gebrek aan kapitaalaccumulatie dat Wallerstein behandeld in het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting. Zie onder accumulatie.

De tweede reden dat deze contradictie mogelijk fataal uitpakt, is van een heel andere orde. Die stoelt op de menselijke vervreemding in reactie op het type ecologisch systeem dat door het kapitaal geconstrueerd wordt. Dit ecosysteem is functionalistisch, technocratisch en van A tot Z ontworpen. Het is geprivatiseerd, gecommercialiseerd en gemonetariseerd, en richt zich op de maximalisatie van de productie van ruilwaarden (in het bijzonder dus als huur, pacht, royalty’s) via de toe-eigening en productie van gebruikswaarden. Net als alle aspecten van het kapitaal is dit ecosysteem in toenemende mate geautomatiseerd. Het is kapitaal- en energie-intensief, en laat weinig ruimte voor menselijke arbeid. Deze kolonisatie van onze leefwereld door het kapitaal verloopt almaar sneller. De eindeloze en steeds zinlozere exponentiële kapitaalaccumulatie gaat vergezeld van een eindeloze en steeds zinlozere expansie van de ecologie van het kapitaal in onze leefwereld.

Over deze kolonisatie van onze leefwereld door het kapitaal schrijft Harvey in aflevering 19 en 20 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting. In feite is dit (na natuur en eindeloze groei) de derde mogelijk fatale kapitalistische contradictie waaraan hij in zijn boek Seventeen contradictions and the end of capitalism een apart artikel wijdt, dat op 4eco niet is opgenomen. (Zie het inleidende artikel ‘Drie contradicties van het kapitalisme’.)

Wat betreft ‘eindeloze exponentiële groei’ schrijft Harvey dat deze dynamiek, die in de reproductie van het kapitaal besloten ligt, momenteel een buitengewoon gevaarlijke contradictie vormt die niet of nauwelijks onderkend of geanalyseerd wordt. We worden geconfronteerd met de noodzaak tot eeuwigdurende exponentiële groei zonder dat er een duidelijk aanwijsbare materiële basis is om die groei te ondersteunen. Uiteraard kan het kapitaal een economie construeren (en heeft dat in beperkte mate al gedaan) die gebaseerd is op een fetisjwereld van fantasie en verbeelding, die weer gegrondvest is op een opeenstapeling van Ponzi-achtige ficties die geen stand kunnen houden. Een laatste piramidespel dat al andere in de schaduw stelt behoort zeker tot de mogelijke scenario’s. Voordat duidelijk is hoe de definitieve ontknoping eruit ziet, zal een dergelijke economie geregeld onderhevig zijn aan extreme pieken en dalen, waarbij ontelbare zeepbellen in het ongelijkmatige geografische landschap van een verder lusteloze kapitaalaccumulatie uiteen zullen spatten. Deze ontwrichting zal vrijwel zeker gepaard gaan met een uitbraak van grootscheepse onvrede die in kapitalistische samenlevingen doorgaans toch al net onder het oppervlak borrelt. Die onvrede, zo dient opgemerkt, richt zich minder tegen de technische tekortkomingen van het kapitaal om zijn beloften van een consumptieparadijs en volledige werkgelegenheid in te lossen, dan op de verwerping van de vernederende consequenties voor een ieder die zich te onderwerpen heeft aan de ontmenselijkende sociale voorschriften en codes die door het kapitaal en een almaar autocratischer kapitalistische staat worden opgelegd. Waarmee we terug zijn bij de vervreemding.

Corporatie2019-10-02T17:10:04+02:00

Florence was de geboorteplaats van de eerste commanditaire vennootschap (CV) als een middel om discreet en anoniem, en met beperkte aansprakelijkheid, passieve participatie en weinig of geen expertise, in een onderneming te kunnen investeren. Als voorgangers van de volwaardige corporatie maakte de CV onderscheid tussen de aansprakelijkheid van de directie en van hen die louter kapitaal inbrachten. Die laatsten waren slechts aansprakelijk voor het bedrag dat ze ingebracht hadden. Bovendien werden deze geldschieters niet als zakenpartner vermeld, waardoor edelen, koningen zelfs, hun zakelijke belangen aan het oog konden onttrekken. De commanditaire vennootschap verspreidde zich snel door Europa en financierde tal van gedurfde ondernemingen, van mijnen tot plantages tot koloniale avonturen. Dit schrijft Rushkoff in aflevering 5 van het artikel ‘Corporatisme zuigt welvaart weg’ in de rubriek Economie. Voor de adel was dit een uitweg uit de dwangbuis van bestuur tegenover handel.

Toen de bestuurders van deze immense projecten nog meer kapitaal uit een nog bredere verscheidenheid aan regio’s en sociale klassen wilden aantrekken, creëerden ze een geavanceerde versie van de commanditaire vennootschap, de naamloze vennootschap (NV), een onderneming met vrij verhandelbare aandelen. De ontwikkeling van de factormarkten was daarvoor wel een voorwaarde. De onzichtbare hand deed zijn intrede.

Hiermee (zie aflevering 6) brak het tijdperk van het corporatisme aan. De koningshuizen gebruikten hun centrale juridische gezag om handelswetten op te stellen en octrooien – monopolies – toe te wijzen. De zakelijke deelnemers – de geoctrooieerde compagnieën in de vorm van naamloze vennootschappen – genoten dan het exclusieve recht deze monopolies te exploiteren. De corporatie die dat opleverde, was geen zakelijke entiteit en ook geen overheidsinstantie, maar een combinatie van beide. Via de uitgifte van koninklijke octrooien konden koningen de loyaalste bedrijven het recht geven een permanente heerschappij over hun koloniale gebiedsdelen of industrieën uit te oefenen. En in ruil ontving de koning financiële ondersteuning en winstdeelnemingen die vele malen groter waren dan hij met welke investering ook had kunnen verdienen.

Door de uitvinding van de geoctrooieerde corporatie raakten de aristocratie en de bourgeoisie zozeer van elkaar afhankelijk dat het karakter van beide veranderde (aflevering 7). En (zie aflevering 8) hoe meer dergelijke corporaties het zakenleven en de financiële wereld begonnen te domineren, hoe meer juridische en sociale systemen tot ontwikkeling kwamen om ze ten dienste te zijn. Naarmate ondernemingen en staten de wereld steeds meer vanuit een corporatistisch oogpunt begonnen te bekijken, veranderden gebieden in wingewesten, mensen in arbeiders, geld in kapitaal en wetten in spelregels (aflevering 9). Want dit was de tendens die in het octrooi, het monopolie, besloten lag: het handhaven van het centraal gezag van de staat tezamen met de toekenning van monopolieposities aan corporaties. Kortom, corporatisme.

Corrigerende terugkoppeling2019-10-05T21:57:56+02:00

Is de negatieve terugkoppelingslus zelf-corrigerend, een positieve terugkoppelingslus is zelf-versterkend. Hoe meer een positieve terugkoppeling werkt, hoe krachtiger hij wordt om er nog een schepje bovenop te doen. Hoe meer mensen griep krijgen, hoe meer mensen worden aangestoken. Hoe meer baby’s er geboren worden, hoe meer vrouwen opgroeien om baby’s te krijgen (en vice versa bij een negatieve terugkoppeling).

Terugkoppeling in systemen wordt behandeld in aflevering 10 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Het blijft terugkomen in de verdere afleveringen. Terugkoppelingen van instroom en uitstroom in systemen, weergegeven in figuren, komen aan de orde in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit, bijvoorbeeld in de vorm van het systeem van de economie in aflevering 7. In deze figuren worden de terugkoppelingen aangegeven met een P voor positief en N voor negatief.

De wereld zit vol met niet-lineaire verhoudingen, en daarmee vol verrassingen voor mensen die lineair denken. Niet-lineaire verhoudingen zijn belangrijk omdat ze de relatieve kracht van terugkoppelingen veranderen. Ze kunnen een systeem van het ene soort gedrag in een ander soort gedrag doen overspringen. Zie daarover aflevering 20 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Over ingrijpen in terugkoppelingen handelen de afleveringen 10-12 (voor de negatieve) en 13-14 (voor de positieve terugkoppeling) van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’. In het artikel ‘De natuur van de economie’ gaat ook een deel over ingrijpen: positieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting in aflevering 21-23 en negatieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting in aflevering 24-26. Zie verder ook aflevering 27-28 van het artikel ‘Catastrofologie’. Zie ook vertragingen.

Corruptie2019-10-02T11:51:58+02:00

De rol van corruptie (en de maffia) als een kostenpost in het winststreven van bedrijven komt aan de orde in aflevering 25 van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting. Het is ook onderdeel van het Tijdperk van Decadentie van het ontwikkelingsschema van Sir John Bagot Glubb in aflevering 12 van het artikel ‘Catastrofologie’ evenals van het opereren van de elite in de neergangsfase bij Bas van Bavel in aflevering 19 van hetzelfde artikel.

Cottrell, Fred2019-09-27T21:47:38+02:00

De Amerikaanse socioloog Fred Cottrell is de auteur van de klassieker  Energy and Society (1955). Hij komt ter sprake in aflevering 2 en 7 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie.

Creatieve vernietiging2019-10-02T11:29:05+02:00

Creatieve vernietiging is een proces van voortdurende innovatie, waarbij succesvolle toepassingen van nieuwe technieken de oude vernietigen. Dit was de visie van Joseph Schumpeter. In een nooit eindigend proces van opkomst en ondergang worden oude bedrijven vernietigd door nieuwe. Lees over Schumpeter op Wikipedia. Waardevernietiging à la Schumpeter komt ook aan de orde in aflevering 13 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook innovatie en aflevering 7 van het artikel het artikel ‘De ijzeren kooi van het consumentisme’ in de rubriek Economie. Kunstmatige veroudering voor een snellere omloop van producten komt aan de orde in aflevering 15 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Economie.

Culturele complexiteit2019-10-02T17:13:46+02:00

Culturele (of sociale) complexiteit wordt behandeld door Joseph Tainter in aflevering 1-3 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. De essentie van de evolutie van sociale en culturele complexiteit is: differentiatie in structuur gaat gepaard met organisatie die de structuur beperkingen oplegt. Oftewel: Complexiteit is organisatie plus structurele differentiatie. Complexiteit wordt betaald in vele muntsoorten, niet alleen in geld, maar ook in ingewikkelde banen, tijd, ergernis, stress. Dit zijn allemaal transformaties van energie (aflevering 6-7 van hetzelfde artikel). Complexiteit is basisgereedschap bij het oplossen van problemen (welke problemen dan ook). Er is slechts een probleem nodig om complexiteit te laten groeien. En er zijn altijd wel problemen, dus is er een voortdurende druk op complexiteit om te groeien (aflevering 8 van hetzelfde artikel). Culturele complexiteit gaat dus vooraf aan het bijbehorende energieverbruik, maar eenmaal gevormd kan het systeem niet meer zonder. Maar is er toevallig extra energie, dan volgt vanzelf complexiteit. Er is sprake van een energie-complexiteitsspiraal: complexiteit nam toe omdat we ineens heel veel olie hadden, complexiteit neemt altijd toe omdat we problemen moeten oplossen en complexiteit vergt dat de energiewinning nog meer toeneemt (aflevering 9-10 van hetzelfde artikel).

Zie ook apart energie-complexiteitsspiraal, vereenvoudigen, innovatie, en verder ontwikkeling, structurele differentiatie, energieverbruik en economische groei en wet van de vereiste complexiteit.

Culturen2019-09-27T22:40:04+02:00

Hamming noemt de Sumeriërs als het al duizend jaar leidende cultuurvolk, dat onderworpen wordt aan de nieuwe heersers: Akkad. Zoals bij de landbouw die de nomade verdringt, maakt ook hier Kaïn (Akkad) Abel (Sumerië) een kopje kleiner. (Zie ook schepping.) Dan komen de problemen van de werkelijkheid: “Toen nam de moderne landbouwcultuur op aarde in omvang toe en vormde zij dochterculturen.” En: “Toen HET GEBEURT zag dat de slechtheid van de moderne cultuur groot was op aarde en dat alles wat ze verzonnen alleen maar slecht was, toen speet het HET GEBEURT dat Hij de moderne cultuur op de aarde gemaakt had en het verdroot Hem in zijn hart. En HET GEBEURT zei: Ik zal de moderne cultuur die Ik geschapen heb, in het landbouwgebied uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels; want het berouwt Mij, dat ik hen gemaakt heb.” HET GEBEURT wil dus niet de totale mensheid verdelgen, maar alleen de moderne landbouw in het ontgonnen landbouwgebied. Zo interpreteert onze verteller de grote overstroming. Hij concludeert het uit het gebeuren. Hij laat de Protesterende Empirie preken. In het rampgebied dreven niet alleen de lijken van mensen en gebruiksvee, maar ook van de wilde dieren. De verteller vindt dit opvallend, want de wilde dieren hadden geen schuld aan de problemen. Blijkbaar laat HET GEBEURT de goeden – de dieren – met de kwaden lijden. Samengevat ziet Genesis het zo: De techneut ziet de dieren (de hele natuur) alleen als gebruiksvoorwerp, of als schadelijk wild. De mens stelt vast waarvoor ze bestemd zijn; de dieren hebben zelf geen stem. En dan komt er een nieuwe stem die hiertegen protesteert. Maar de heersende cultuur luistert niet. Kaïn blijft agressief en moet steeds voort om nieuwe landbouwgebieden te vinden. Totdat hij zich wil bewegen binnen de ecologische mogelijkheden.

Cycli2019-10-02T17:15:40+02:00

De zogenaamde Kondratieff-cycli, vernoemd naar Nikolaj Kondratjev (1892-1938), zijn lange economische cycli die een fase van groei kennen (de A-fase) en een fase van recessie (de B-fase). Ze worden ook wel (lange) golven genoemd. De looptijd van de eerste cyclus (van eind 18e, begin 19e eeuw) was ruim 60 jaar, die van de vierde (en voorlaatste) was ruim 40 jaar, die van de laatste kan nog korter worden. In twee noten wordt in aflevering 5 en 6 van het artikel artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting hierop een nadere toelichting gegeven. Wallerstein bespreekt behalve Kondratieff-cycli ook hegemonische cycli (vanaf aflevering 10). De twee cycli lopen niet gelijk op. De looptijd van een hegemonische cyclus is gewoonlijk beduidend langer. Geen van beide zijn perfecte cycli: ze komen niet terug bij hun beginpunt, maar ‘erboven’. Zie ook creatieve vernietiging.

Wikipedia zegt er dan nog het volgende over:

De Kondratieffgolven of lange (conjunctuur)golven vormen een conjunctuurbeweging in de moderne wereldeconomie, die op de zeer lange termijn opereert: deze golven hebben een periode van vijftig tot zestig jaar, waarin prijspeil, productieniveau en handelsvolume eerst toenemen, dan stagneren en dan weer afnemen. Kondratieffgolven werden begin twintigste eeuw ontdekt door de Russische econoom Nikolaj Kondratjev (en ongeveer gelijktijdig door diverse andere economen). Ze werden naar Kondratjev vernoemd door de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter, die Kondratjevs werk uitbouwde tot een theorie van innovatiecycli. De geldigheid van Kondratjevs ontdekking is tot op heden controversieel.

Onder het kopje Kritiek volgt in Wikipedia dan nog:

De langegolftheorie wordt niet aanvaard door de meeste neoklassieke economen, die technische veranderingen en innovaties meer als exogeen dan als endogeen fenomeen beschouwen in relatie tot economie. Het is echter een van de steunpilaren van innovatiegebaseerde, ontwikkelings- en evolutionaire economie – met andere woorden: een van de grote heterodoxe stromingen in de economie.

Onder de economen die de theorie aanvaarden, bestaat geen duidelijke overeenstemming over de begin- en eindjaren van de afzonderlijke cycli. Dit is een ander punt van kritiek op de theorie: het komt neer op patronen zien in een massa van statistieken die veel ruimte voor subjectiviteit openlaat. Tevens is er gebrek aan overeenstemming over de achterliggende oorzaken van dit fenomeen. Ook is men het oneens over de invloed van externe factoren zoals natuurrampen.

Ik voeg hieraan nog toe:

Een gangbare econoom als Jaap van Duin zweert ook bij de Kondratieff-cycli. Hij spreekt echter van elkaar afwisselende perioden van versnelling en vertraging van de groei vanwege nieuwe groeisectoren die ontstaan door de vorming van clusters van technologische innovatie. Naast innovatie vormen infrastructurele investeringen een tweede factor die de opkomst van de nieuwe sectoren mogelijk maken. “Zo was de petrochemie (plastics) de meest kenmerkende groeisector van de vierde Kondratieff Cyclus, die van na de Tweede Wereldoorlog. De bijbehorende infrastructuur die deze groei moest mogelijk maken is in Nederland onder andere zichtbaar in de aanleg van Europoort…” (Jaap van Duin, De groei voorbij. (Amsterdam, De Bezige Bij, 2007) 96).

Cyclos2019-10-05T21:59:59+02:00

De bekende functies van ons kapitalistische geld zijn: (1) een middel of medium van circulatie, oftewel een rekeneenheid; (2) één enkele maatstaf voor de economische waarden van alle uiteenlopende marktgoederen, oftewel een betaal- of ruilmiddel; (3) oppotmiddel van waarde, oftewel een spaarmiddel.

Als spaarmiddel verlamt geld de functie van betaalmiddel, want waar de betaalfunctie de economie smeert, kan de oppotfunctie de economie juist verlammen (vooral tijdens crises).

David Harvey benoemt in zijn artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie de eerste twee functies van geld zo: (1) als circulatiemiddel faciliteert het de ruil op zo’n manier dat het het probleem oplost van het ‘niet-samenvallen van wensen en belangen’, dat probleem dat zulke harde grenzen stelt aan de directe ruilhandel); (2) als maatstaf omvat het de economische waarden van alle uiteenlopende marktgoederen. Vervolgens zet hij in dit artikel allerlei vraagtekens bij deze combinatie van functies.

Henk van Arkel voegt daar in dit paradigmaboek (p. 62 e.v.) nog twee functies aan toe: (4) een middel om rijker te worden, vooral door speculatie, en als gevolg daarvan (5) een verdedigingsmiddel tegen speculatie.

Verder kunnen we geld ook onderscheiden in: warengeld (dat zijn waarde ontleent aan de materie waaruit het gemaakt is: goud en zilver), papier- en muntgeld, fiduciair geld (dat zijn waarde ontleent het vertrouwen dat er goederen en diensten mee gekocht kunnen worden, in het algemeen: door de staat uitgegeven bankbiljetten, maar ook bitcoins), elektronisch geld, rekenmunten (om een eindsaldo mee te berekenen), kredietgeld en smeltend geld (dat geen rente draagt maar juist waarde verliest).

Met @nder geld – dat wil zeggen met de software ‘Cyclos’ van de Social Trade Organisation – kunnen de eigenschappen van geld naar believen zelf bepaald worden, waarmee er dus aan de functies gesleuteld kan worden. Het kan bijvoorbeeld rentevrij gemaakt worden of zelfs in de tijd in waarde verminderend (‘smeltend geld’; dit noemt Harvey ook in aflevering 14), het kan lokaal gebonden worden (waarbij het pas na een zeker aantal transacties naar ‘buiten’ mag, of omgewisseld mag worden in de gangbare munt), of het kan nog een of andere specifieke functie krijgen om een bepaald doel te bereiken (bijvoorbeeld als bedrijfskrediet, of toegepast basisloon).

Het thema geld komt op 4eco aan de orde in de artikelen Vriendelijk geld werkt aan welvaart en De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld in de rubriek Economie, en in Ons geldsysteem als een netwerk van complexe stromen in de rubriek Ontwrichting.

Verder zijn bij de paradigmaboeken Over een @nder soort geld en Eigen geld maken onderaan nog twee figuren en het artikel Met @nder geld naar een betere toekomst te vinden.

Zie over de Cyclos software de website van Social Trade Organisation. Zie rente, rente verdisconteren en negatieve rente.

Rushkoff behandelt het middeleeuwse lokale geld onder de titel ‘brakteaten’ in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘Vriendelijk geld werkt aan welvaart’ in de rubriek Economie. Dit soort geld spoorde mensen aan om andere manieren te bedenken om op de lange termijn waarde te creëren. Gemiddeld genomen werd zeker tien procent van de bruto inkomsten rechtstreeks in het onderhoud van gereedschappen en in collectieve projecten geïnvesteerd – een percentage dat sindsdien nooit meer gehaald is.

D

Darwin, Charles2019-10-01T12:03:49+02:00

De betekenis van het ‘overleven van de best aangepaste’ (survival of the fittest) komt aan de orde in aflevering 28 van het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit. Volgens Jane Jacobs heeft overleven door natuurlijke selectie twee gezichten die elk even belangrijk zijn. Eén daarvan is succes in de concurrentie om voedsel en partners. Hieruit vloeit het principe van natuurlijke selectie door het overleven van de best aangepaste voort dat we kennen van de oorspronkelijke evolutietheorie. Het leefmilieu in stand houden is de andere kant van de medaille. In aflevering 30 van dit artikel bekijkt zij welke menselijke eigenschappen het leefmilieu (kunnen) sparen. Zie voor het geheel ook aflevering 29 en 31. Zie verder concurrentie en concurrentie in de natuur. Zie vooral ook in het artikel ‘De aarde leeft!’ over het symbiotisch wereldbeeld en homeostase en de visie van Lynn Margulis.

Het begrip wordt als ‘fitste’ aangehaald onderin aflevering 14 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting in tegenstelling tot ‘vetste’.

Data2019-10-02T17:36:58+02:00

Informatie wordt gedefinieerd als ‘een verschil dat een verschil maakt’. Dit is een begrip afkomstig van Gregory Bateson. Informatie in systemen (altijd nodig naast energie en materie) wordt behandeld in de afleveringen 5 en volgende van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Het blijft terugkomen in de verdere afleveringen (zoals in data filteren), met name ook in aflevering 84-86 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ over het begrip ecosysteem; verder bij hefboom, hiërarchie, doorstroming en positieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting, net als negatieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting. De doorstroming van materie, energie en informatie komt ook aan de orde in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. De efficiëntie wordt hierbij ook wel doorvoerefficiëntie (through-put efficiency) genoemd.

Debord, Guy2019-10-02T09:39:13+02:00

De spektakelmaatschappij à la Guy Debord en haar onstoffelijke consumptie (maar vaak heel stoffelijke productie) komt aan de orde in aflevering 16 (en 18) van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. (Het gelijknamige boek is uitgegeven door uitgeverij IJzer.) Zie ook consumentisme.

Definitie klimaatverandering2019-10-05T22:02:11+02:00

Het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting is gewijd aan de klimaatverandering, maar ook in het begin van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek gaat het over de definitie van klimaatverandering: Ooit hadden we het over het ‘broeikaseffect’. Toen kwam de term ‘klimaatverandering’ in zwang, wat minder beladen klinkt. Verandering vinden we in het algemeen goed, want stilstand is achteruitgang. Ook duidt ‘verandering’ niet op een richting; het kan ook verandering ten goede zijn. Maar als je het klimaat opvat als een ‘vals beest dat wij jennen door het met stokken te prikken’ is de term klimaatontwrichting eigenlijk passender. De gebruikelijke definitie is ‘het gemiddelde weer van de afgelopen 30 jaar’. Wie dan het klimaat van 1950-1980 vergelijkt met dat van 1980-2010 ziet opmerkelijke verschillen. Dit komt aan de orde in het genoemde artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’. Zie verder beslist ook de afleveringen 8-11 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook onder verkwanselde tijd bij de klimaatverandering en verder ontkenning, landbouw en klimaatverandering, acceleratie, klimaat, ecologisch, het wereldvoedselvraagstuk, ijssmelt en uitsterven.

Demurrage (negatieve rente)2019-10-02T15:19:28+02:00

Dit is het vervolg op: Rente verdisconteren.

In het verleden waren er samenlevingen die in plaats van rente juist een ‘circulatievergoeding’ oplegden om het hamsteren van een munt te ontmoedigen. Dat was een beetje zoals bibliotheken een ‘telaat-vergoeding’ vragen voor boeken die niet op tijd weer uitgeleend kunnen worden. Een dergelijke tijdgebonden belasting op het vasthouden van geld wordt technisch een ‘(over)liggeld’-vergoeding genoemd (of op zijn Frans ‘demurrage’).

Gezien vanuit het perspectief van een investeerder veranderen valuta met liggeld (of anderszins negatieve rentedragende valuta) de relaties met de toekomst duidelijk. Als de valuta in onze bomenaanplanting bijvoorbeeld 5% liggeldvergoeding kostte, zou de den plotseling €167 en de eik maar liefst meer dan €168.000 waard zijn als hij vandaag werd gedisconteerd.

Als die valuta gebruikt werden om te investeren zou het planten van eiken de voor de hand liggende keuze worden. Kortom, bij met liggeld geladen valuta’s zouden investeringen op de langere termijn in waarde stijgen.

 

Denken, snel en langzaam2019-09-28T10:31:48+02:00

Ieder van ons draagt een dubbele geest in zich, het ‘snelle systeem’ en het ‘langzame systeem’; dat is de bevinding van de cognitieve psychologie. De psycholoog/econoom Daniel Kahneman heeft in zijn boek Thinking, fast and slow (2011, Allen Lane; het is ook vertaald)  een heleboel onderzoek samengevat in de beschrijving van deze twee cognitieve systemen.

Je zou kunnen zeggen dat het snelle systeem een soort huis-tuin-en-keuken-denken is op basis van vuistregels, gewoontes, oergevoelens en onze eigenaardigheden. Het zit dicht tegen de ‘oude geest’ van de evolutionaire psychologie aan. Het snelle denken werkt meestal onbewust. Het doet stante pede intuïtieve beoordelingen op basis van ervaringen en emoties uit het verleden.

Het langzame systeem is daarentegen een meer rationele, lineaire, logische en omslachtige vorm van denken. Als het juiste antwoord op een redelijke vraag gevonden moet worden, is de kans daarop veel groter als we het meer bewuste langzame-geest-systeem gebruiken.

In de praktijk is risico een gevoel, niet een getal; het is snel denken. Tot je laten doordringen dat risico in feite de vermenigvuldiging is van kans x gevolg, is dus typisch iets voor het langzame systeem. Wat betreft de klimaatontwrichting hebben we een heleboel langzaam, bedachtzaam leeswerk, waarnemen en denkwerk te verrichten, willen we tot een gevoel van urgentie komen.

De meeste mensen neigen ertoe het langzame, ingewikkelder denkwerk te laten zitten en af te gaan op de eenvoudiger, snelle afweging. Pas als de twee vormen van denken kunnen samenwerken, voorzien ze ons van een bredere kijk op de wereld om ons heen.

Zie eerder bij cognitieve psychologie en verder bij framen. Zie hierover aflevering 15 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek.

 

Dichtheids(on)afhankelijkheid2019-10-02T17:44:25+02:00

Onder concurrentie in de natuur verstaan we een toestand waarbij individuen van één soort grondstoffen consumeren die maar beperkt beschikbaar zijn. De bekwaamste zullen overleven; de rest zal wegkwijnen. De concurrentie is groter naarmate de populatie dichter is. Want hoe meer individuen, des te groter de kans dat de draagkracht van het milieu onder druk staat. De overlevingskans hangt dus samen met de dichtheid van de populatie. Ecologen zeggen daarom vaak dat het sterftecijfer dichtheidsafhankelijk is.

De beschikbaarheid van voedsel zal vermoedelijk de overlevingskans dichtheidsafhankelijk beïnvloeden. Dichtheidsafhankelijkheid komt, af en aan, aan de orde in de afleveringen 1516 en 25-30 van serie 1 van ‘Wat is ecologie?’ Zie ook aflevering 38.

Andere factoren werken onafhankelijk van de dichtheid. Bijvoorbeeld ongebruikelijke weersomstandigheden zoals droogte of overstromingen zullen alle leden van de populatie raken. Vogelpopulaties in bosgebieden lijken vooral onder de druk van de dichtheidsafhankelijke factoren te staan, terwijl voor insecten in droge gebieden geldt dat de sterfteoorzaak meer aan dichtheidsonafhankelijke factoren valt toe te schrijven.

Differentiaalvergelijking2019-11-28T10:14:44+01:00

Een differentiaalvergelijking is een wiskundige vergelijking voor een functie waarin, naast eventueel de functie zelf, een of meer van de afgeleiden van die functie voorkomen. Zie voor de betekenis van vergelijking en functie verder hier.

Differentiatie2019-10-01T10:18:29+02:00

Waar komen nieuwe dingen vandaan? Waarom blijft niet alles zoals eerst? Ontwikkeling kunnen we omschrijven als aanmerkelijke kwalitatieve verandering. Gewoonlijk komt die in kleine stapjes, al kan elke stap in een verandering van aard belangrijk zijn. Neem de resistentie tegen bepaalde antibiotica bij bepaalde bacteriestammen. Dat is een switch.

De middelen van verandering kunnen enorm verschillen. Maar er ligt steeds een gelijk ontwikkelingsproces aan ten grondslag. We kunnen daarbij drie dingen onderscheiden.

    • Differentiatie komt tevoorschijn uit algemeenheid. Ongeacht tempo, schaal, levend of niet, dit principe is overal van toepassing.
    • Differentiaties worden algemeenheden waaruit vervolgens weer differentiaties tevoorschijn komen. Ontwikkeling, is met andere woorden, een proces dat maar doorgaat, dat complexiteit en diversiteit creëert, omdat een vermenigvuldiging van algemeenheden de bron vormt voor een vermenigvuldiging van differentiaties. Soms gebeuren die gelijktijdig, soms volgt de ene op de andere. Als een eenvoudig basisprincipe levert dit proces, steeds weer herhaald en herhaald, een duizelingwekkende diversiteit op.
    • Ontwikkeling steunt op co-ontwikkeling. De eerste twee veranderingen worden soms weergegeven als een strip van opeenvolgende plaatjes, als een ontwikkelingslijn. Het derde principe weerspreekt dat. Ontwikkeling opereert niet als een lijn, maar als een web van co-ontwikkelingen die van elkaar afhankelijk zijn. Want zonder co-ontwikkelingsweb geen ontwikkeling.

Hierover gaat het in de afleveringen 2-7 van het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit. Vergelijk dit met de toenemende complexiteit in het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook componenten van een systeem en bifurcaties.

Discontinuïteit2019-10-02T11:39:20+02:00

Bifurcaties zijn ontwikkelingen, waarbij er geen weg terug is. Ze worden ook wel discontinuïteiten genoemd. Het komt aan de orde in aflevering 6 (‘Welke weg moeten we inslaan?’) in de Inleiding bij 4eco. Een voorbeeld van zo’n nieuwe weg die een systeem inslaat, waarbij een nieuw terrein betreden wordt, was de ‘uitvinding’ van de landbouw. Erna was er geen weg terug meer naar jagen-verzamelen. Zie het artikel ‘De uitvinding van de stad (of van de landbouw) in de rubriek Economie. Lees in aflevering 19-20 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit hoe bifurcaties ontwrichting kunnen voorkomen. Bifurcatie wordt ook behandeld in aflevering 13 en 37 van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting.

Bifurcaties zijn dus anecdotisch en definitief. Bifurcaties hebben complexe gevolgen. Het zijn niet alleen geheel nieuwe praktijken, ze veranderen precies die systemen waar ze ontstaan (of de systemen die deze bifurcaties naäpen). Opeenstapelingen van bifurcaties veranderen het karakter van beschavingen. We hebben het niet voor niets over tijdperken (zoals het bronstijdperk, of de tijd voor en na de industriële revolutie). En dit gebeurt ook op kleine schaal. Een bedrijf dat klanten verliest en reageert door met een nieuw product te komen, verandert zichzelf. Doet het niets, dan gaat het tenslotte failliet.

Bifurcaties corrigeren alleen al ze tijdig zijn, in de fase voordat een systeem instort. Later is te laat. De verandering moet als het ware al in de coulissen staan te wachten.

Bifurcaties kunnen dan wel heel goed zijn in het corrigeren van instabiliteit, ze brengen zelf ook weer nieuwe vormen van instabiliteit voort. De uitvinding van de landbouw bracht een litanie van hongersnoden en epidemieën met zich mee. Toen de mensheid die in de tweede helft van de vorige eeuw onder de knie kreeg, was de nieuwe instabiliteit die van overvloedige bevolkingsgroei en een ongekende stijging van het grondstoffenverbruik. We weten intussen dat de eenkindpolitiek die China daarop koos, het land nu een ongehoorde vergrijzing gaat brengen.

De val van bifurcaties is dus: onbedoelde en onvoorziene gevolgen.

Domesticatie van wilde dieren2019-10-02T17:46:10+02:00

Jane Jacobs beschrijft in het artikel ‘De uitvinding van de stad (of van de landbouw)’ in de rubriek Economie in een gedachte-experiment hoe de (ruil)handel kan zijn ontstaan. Daarbij denkt ze na over handelsproducten, handelswegen, betalingen in natura en de daaruit volgende taakverdeling van zadenteelt en veehouderij (respectievelijk veredeling en de domesticatie van wilde dieren). Ook komt hierbij het begrip importvervanging aan bod dat een grote rol speelt in haar andere artikelen (zie aflevering 13-18 van het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit en – later – het artikel ‘Waar komt de economische groei vandaan?’ waarvan het artikel ‘De uitvinding van de stad (of van de landbouw)’ feitelijk het begin is). Het onderscheid dat Jane Jacobs maakt tussen handel en bestuur komt later ook nog apart aan de orde, maar het schema ervan is al te vinden in aflevering 24 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Double bind2019-09-28T10:03:52+02:00

Een dubbele binding is een dilemma in de communicatie, waarbij een individu (of groep) twee of meer tegenstrijdige boodschappen ontvangt waarbij de ene boodschap de andere ontkent. Het wordt uitgebreid behandeld in aflevering 5 en 6 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek. Dit begrip is afkomstig van Gregory Bateson.

Draagkracht van het milieu2019-10-02T17:47:12+02:00

Het begrip draagkracht wordt behandel door D.F. Owen in de 1e serie van ‘Wat is ecologie?’ in de rubriek ecologie (aflevering 7). Hij schrift daar:

“Er zijn veel manieren waarop de individuele leden van alle planten- en dierpopulaties op elkaar inwerken. Zo kunnen ze met elkaar strijden om dezelfde energie- en voedselbronnen, of om dezelfde ruimte. Dit kan zover gaan dat de overlevingskansen van één individu afhangen van het aantal mededingers dat tegelijkertijd aanwezig is. Hoe groot een populatie kan worden hangt af van het vermogen van haar leden om aan roofdieren en parasieten te ontsnappen, hoeveel weerstand ze bezitten tegen ziekten en hoe goed ze zich weten te verbergen.”

We gebruiken de term ‘draagkracht’ om aan te geven wat het vermogen van een milieu is om een populatie te onderhouden. Bij deze draagkracht van het milieu bekijken we een bepaalde populatie en alles wat van invloed is op de omvang van die populatie. Meestal blijken er voor die populatie een paar factoren werkelijk van belang te zijn. Men noemt ze sleutelfactoren. Als die veranderen heeft dat direct invloed op de omvang van die populatie. Als andere factoren veranderen, wijzigt de omvang van de populatie veel minder. Lees hierover in aflevering 4 van de inleiding bij de rubriek Ecologie ‘Ecologische uitputting’, en de afleveringen 12 en volgende van de eerste serie van het artikel ‘Wat is ecologie?’. Denk bij de term sleutelfactor ook aan de wet van het minimum van Justus von Liebig. Zie ook milieu en milieuverontreiniging. En zie het artikel ‘Het Seneca-model’ in de rubriek Ontwrichting, waar de term ‘overshoot’ wordt gebruikt voor het overschrijden van de ecologische draagkracht. Zie in dit verband ook kantelpunt.

Droogtes2019-10-05T22:05:44+02:00

IJs smelt steeds sneller. Hoosbuien die eens in de zoveel eeuwen horen voor te komen, volgen elkaar op. Het aantal overstromingen is sinds 1950 vervijftienvoudigd, het aantal bosbranden verzevenvoudigd en extreme temperaturen vertwintigvoudigd, terwijl het aantal doden als gevolg van droogten vertienvoudigd is. U leest hierover in aflevering 11 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook opwarming en concurrentie in de natuur. Waarom er méér extreem weer, en steeds extremer weer is (en komt), wordt behandeld in aflevering ? van het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting.

Dubbele binding2019-09-28T10:03:31+02:00

Een dubbele binding is een dilemma in de communicatie, waarbij een individu (of groep) twee of meer tegenstrijdige boodschappen ontvangt waarbij de ene boodschap de andere ontkent. Het wordt uitgebreid behandeld in aflevering 5 en 6 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek. Dit begrip is afkomstig van Gregory Bateson.

Dulce et decorum (est pro patria mori) – Wilfred Owen; Philipp Blom2019-10-02T16:26:43+02:00

Dulce et decorum est is een gedicht van Wilfred Owen uit 1917. Hierin beschrijft hij hoe een soldaat bij een gifgasaanval tijdens de Eerste Wereldoorlog een afschuwelijke dood sterft. Zoals in veel van zijn gedichten bespaart Owen de lezers geen van de gruwelijke details. Hij hoopte hiermee te bewerkstelligen dat men in Engeland niet langer zou zeggen dat het een zoete eer was – hij spreekt over een oude leugen (the old Lie) – om voor het vaderland te sterven (dulce et decorum est pro patria mori).

De zin ‘Dulce et decorum est pro patria mori’ is een citaat van de Romeinse dichter Horatius (Oden iii.2.13). Van het gedicht bestaat ook een moderne Nederlandse vertaling van Tom Lanoye uit 2002 (‘Niemandsland: Gedichten uit de Groote Oorlog’).

Het is ook aan te bevelen het boek Wat op het spel staat van Philipp Blom te lezen. Blom stelde in 2014 de leerlingen van een gymnasiumklas in Duitsland in verband met de Russische invasie van de Krim de vraag (p. 66-67): ‘wie van jullie zou zich vrijwillig voor het leger aanmelden,’ als Duitsland om deze invasie Rusland de oorlog verklaart? Geen enkele leerling was daartoe bereid. Terwijl hun vaders eensgezind waren dat de moord op een verre Habsburgse aartshertog meer dan genoeg reden was om zich aan te melden om voor het vaderland te vechten (de start van de Eerste Wereldoorlog). Wat in 1914 vanzelfsprekend was, is nu absurd.

Dutch Disease2019-09-26T21:23:20+02:00

Met  de grondstoffenvloek wordt bedoeld dat landen met veel natuurlijke hulpbronnen vaak minder economische groei kennen, minder democratisch geregeerd worden en ook in andere opzichten in hun ontwikkeling achterblijven.

Het hieraan gerelateerde begrip Dutch Disease of Hollandse ziekte verwijst specifiek naar de gevolgen van de grote buitenlandse vraag naar Nederlands gas in de jaren zeventig. Daardoor steeg de gulden sterk in waarde, prijsden Nederlandse bedrijven zich uit de markt en daalde de economische activiteit. Met als gevolg dat de extra inkomsten opgingen aan ww-uitkeringen.

Lees hierover meer in aflevering 15-17 van het artikel ‘Olie’ in de rubriek Energie.

Duurzaamheid2019-10-06T18:22:34+02:00

Efficiëntie, ook wel doorvoerefficiëntie genoemd, meet hoeveel van de relevante materie-, energie– en/of informatiedoorstroming een systeem kan verwerken.

Veerkracht meet het vermogen van een systeem om zich te herstellen van een verstoring, een aanval of een verandering in de leefomgeving.

Met deze definities in het achterhoofd kunnen we de duurzaamheid van een complex stromingssysteem definiëren en nauwkeurig kwantificeren met gebruik van een enkele maatstaf, de balans tussen efficiëntie en veerkracht.

Over het algemeen wordt de veerkracht van een systeem versterkt door hogere diversiteit en door meer routes (of aansluitingen), want er zijn dan talrijke kanalen van interactie om op terug te vallen in tijden van nood of verandering.  Onderzoekers kunnen aan de hand van de mate van diversiteit en connectiviteit de veerkracht van een systeem kwantificeren.

Diversiteit en connectiviteit spelen ook een belangrijke rol in doorvoerefficiëntie, maar dan in de omgekeerde richting: efficiëntie neemt toe naarmate diversiteit en connectiviteit afneemt. Als bovendien een stromingssysteem efficiënter wordt, heeft het de neiging een vorm van zichzelf opbrandende stuwkracht op te bouwen (technisch ‘autokatalyse’ geheten) die diversiteit elimineert naarmate ze het proces geleidelijk stroomlijnt. In het algemeen neigen steeds efficiënter systemen ertoe meer doelgericht en minder divers, en bijgevolg breekbaarder te worden.

Het punt dat hier wordt gemaakt, is diepgaand en heeft verstrekkende gevolgen voor alle complexe stromingssystemen, met inbegrip van onze wereldwijde economie. Aangezien veerkracht en efficiëntie beide noodzakelijk zijn, maar in tegengestelde richting werken, heeft de natuur de neiging om die systemen te kiezen die een optimale balans van de twee hebben. De exacte balans varieert al naargelang het systeem.

De werkdefinitie van duurzaamheid kan daarom luiden: de optimale balans tussen efficiëntie en veerkracht. Een systeem is maximaal duurzaam als dat evenwicht zijn ‘optimale mix’ bereikt.

Zie ook duurzaamheid en economie.

In aflevering 16 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit wordt veerkracht gedefinieerd als het tegenovergestelde van efficiëntie. Dit is ook de definitie in het artikel van Bernard Lietaer ‘Ons geldsysteem als een netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Maar in aflevering 12 en 13 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit luidt de definitie van veerkracht: ‘terugveren als het systeem een deuk heeft opgelopen’, of in de preciezere omschrijving die Donella Meadows in het woordenboek vindt: ‘Veerkracht is het vermogen om terug te veren of terug te springen in vorm, positie, en dergelijke, na te zijn ingedrukt of uitgerekt. Elasticiteit. Het vermogen om snel te herstellen qua kracht, vitaliteit, het goede humeur, of enig ander aspect.’

Het gebied van een optimale balans tussen veerkracht en efficiëntie wordt het levensvatbaarheidsvenster van netwerken genoemd. Dat is dan het resultaat van de wisselwerking van drie variabelen: diversiteit, interconnectiviteit en de balans tussen efficiëntie tegenoverover veerkracht. Lietaer et al. stellen dat het combineren van de netwerk- en informatietheorie met de gegevens van (het gedrag van) bestaande ecosystemem ons een begrip van duurzaamheid oplevert. Zie daarover aflevering 6 en volgende van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting en ook het einde van serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ in de rubriek Ecologie. Vergelijk dit dan weer met het panarchiemodel. Zie ook aflevering 7 van ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiciteit’ en aflevering 6 en 7 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie. Zie tenslotte aflevering 27 en 29 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook nog gratis lunch en hiërarchie, autokatalyse, het principe van maximaal vermogen, en ontkoppeling tussen energieverbruik en economische groei.

Duurzaamheid en economie2019-10-05T22:09:11+02:00

Duurzaamheid zoals wij het woord meestal gebruiken staat niet in relatie tot een begrip als veerkracht, maar in relatie tot economie en vervuiling. Zo komt Rushkoff in aflevering 3 van het artikel ‘Vriendelijk geld werkt aan welvaart’ in de rubriek Economie tot de conclusie dat vanwege de aard van ons geld een duurzame bedrijfsvoering niet mogelijk is. Alles moet met het groeiende geldaanbod meegroeien.

Wat duurzaam is en wat niet komt aan de orde in aflevering 15 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook aflevering 86 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ in de rubriek Ecologie over milieuverontreiniging. Het probleem van de verkwanselde tijd bij de klimaatverandering komt aan de orde in aflevering 4 (evenals in het artikel ‘Een kroniek van een aangekondigde zelfmoord’) en de kosten duurzame energiebronnen in aflevering 8 en volgende van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. En er is Goudlokje: duurzaamheid vereist net genoeg, en niet te veel, van zowel efficiëntie als veerkracht.

Duurzame energiebronnen2019-10-01T15:08:43+02:00

Zonder subsidie en mèt opslag zullen de nieuwe wind- en zonneprojecten het komende decennium goedkoper zijn dan de operationele kosten van steenkool en kernenergie. Dat gaat de bedrijfstak totaal op zijn kop zetten. Dit zegt James Robo, elektriciteitsbaas van Florida, in aflevering 12-13 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Giga-windturbines komen aan de orde in aflevering 14 en de prijs van accu’s in aflevering 15. Zie ook duurzaamheid, energiestaat en energietransitie. Lees verder de serie over energietransitie als deze (in 2020) geplaatst wordt.

De EROI van windenergie (volgens Hall zonder opslag, 18-20:1) en van zonne-energie (zonnepanelen zonder opslag, 6-12:1) is (vooralsnog) lager dan van olie en gas (nu grofweg 20:1). De ruime marge voor het EROI van zonne-energie is een weerspiegeling van de grote mate van onenigheid over deze energiebron. Zie hierover aflevering 8 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. Dit onderwerp komt terug in de serie over transitie (verwacht in 2020).

E

Earth Systems Science2019-10-08T22:53:04+02:00

Earth Systems Science staat (in tegenstelling tot de Global Change-benadering) voor een geïntegreerde benadering (van de geosfeer, de hydrosfeer, de atmosfeer en de biosfeer samen), door de aarde als een samenhangend systeem te zien en wel in het perspectief van heel zijn duizelingwekkende geschiedenis, van 4,5 miljard jaar dus. Daarmee voegt de natuurwetenschap zich in de algehele wetenschap die zich bezig houdt met het grote raamwerk. Het principe van deze nieuwe Earth Systems Science wordt in aflevering 8 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie in een figuur eenvoudig weergegeven.

Earth Systems Science is vooralsnog niet in staat het geheel te overzien, en heeft dus nog wel behoefte aan een overkoepelende theorie. Westbroek stelt zich in aflevering 10 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie de vraag: Is de Gaia-hypothese die nieuwe theorie? Het is een vraag die hij (nog) niet kan beantwoorden. Het principe van deze nieuwe Earth Systems Science kan in een figuur eenvoudig worden weergegeven.

Ecologisch economen2019-10-02T18:35:39+02:00

Bij het begrip voedselpiramide wordt gesteld dat het begrip natuurlijk kapitaal, dat wil zeggen de natuurlijke basis waarop onze economie berust, door economen geheel veronachtzaamd wordt. Eén groep ecologen doet dat niet. Dat zijn de ecologische economen (niet te verwarren met de milieu-economen, die het milieu als onderwerp kunnen hebben, maar gangbaar economisch kunnen denken). De ecologisch-economen plaatsen de (cirkel van de) economie binnen de (cirkel van de) natuur. Dit wordt grafisch weergegeven in aflevering 3 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Hier wordt dit onderscheid ook verder aangekaart. Ecologisch-economen hebben meestal nog wel een zeker geloof in het bestaande paradigma (bijvoorbeeld Tim Jackson met het Paradigmaserieboek Welvaart zonder groei); dat wil zeggen, het zijn nog niet per se radicalen, zoals de theoretici en practici van het Paradigmaserieboek Ontgroei (Degrowth) dat wel zijn. De laatsten willen beslist niet meer volgens de geijkte paden denken, maar omdenken om tot iets nieuws, iets anders te komen. Zie ook primaire economie, economie van de natuur en kapitalisme.

Belangrijke namen op het gebied van de ecologische economie zijn Herman Daly, Kenneth Boulding en Robert Costanza, oprichters van de International Society for Ecological Economics.

Ecologische prijs2019-10-05T22:12:55+02:00

Er heeft ‘marktfalen’ plaats als de ‘prijzen’ de fysieke realiteit niet goed weergeven. Hoe hoger het niveau van economische ontwikkeling, hoe sterker de tendens om geld als een abstractie op te vatten in plaats van als een maatstaf van iets concreets. Op deze manier kan een economie een hoge vlucht nemen terwijl ondertussen de ecologie aftakelt. Dat geldt met name wanneer een samenleving haar toevlucht neemt tot geldontwaarding of overvloedige kredietverlening teneinde de oprukkende fysische grenzen te omzeilen en een kunstmatige welvaart te bevorderen, want in dat geval raakt de economie volledig losgezongen van de concrete ecologische realiteit. Met overbelasting en ineenstorting als het onvermijdelijke gevolg. Tot zover ‘Biofysische grenzen: ecologische uitputting’, inleiding bij de rubriek Ecologie. In het artikel ´Wereld-systeem in crisis´ wordt geconcludeerd dat het kapitalistisch systeem op zijn einde loopt. Er zal steeds meer sprake zijn van marktfalen; de economische wetenschap kan de gang van zaken onvoldoende verklaren. Verder komt deze thematiek aan de orde in de drie contradictie-artikelen: zie ‘Drie contradicties van het kapitalisme’. Zie ook functies van geld, geldcontradictie, geldcreatie en geldsysteem. En tevens economische groei, expansie en economisch paradigma. Plus nog financiële crisis en schuldencrisis.

Ecologische regulatie2019-09-25T22:20:56+02:00

Hoe verloopt de regulatie van de populaties op de verschillende voedselniveaus? Dat komt aan de orde in aflevering 75-77 en 85 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ Op elk niveau wordt het aantal organismen beperkt door de hoeveelheid voedsel, gevormd door het niveau eronder. In de praktijk zien we dat de primaire consumenten over het algemeen weinig invloed hebben op het producentenniveau. Anderzijds lijkt de omvang van het primaire consumentenniveau wel van invloed op de niveaus van de secundaire en tertiaire consumenten. De aantallen afbraakorganismen worden bepaald door de hoeveelheid organisch materiaal van dode producenten en consumenten.

Dus behalve de producenten en kennelijk de primaire consumenten worden alle voedselniveaus beperkt door de beschikbaarheid van voedsel. Meer hierover in de bovengenoemde afleveringen.

Ecomodernisme tegenover milieubeweging (over Ted Nordhaus)2019-11-20T14:21:53+01:00

In het artikel ‘Klimaatcrisis: grote woorden, kleine daden’, in de NRC van 26 juli 2019 doet Paul Luttikhuis, klimaatcorrespondent van de NRC, verslag van de manier waarop het ecomodernisme over de oplossing van het klimaatprobleem denkt. Hij haalt hiervoor een ‘fascinerend’ essay aan van Ted Nordhaus The Empty Radicalism of the Climate Apocalypse. Ted Nordhaus is directeur van het Amerikaanse Breakthrough Institute. Verwar hem niet met nobelprijswinnaar William Nordhaus. Ik geef hier een ingekorte weergave van het oorspronkelijke artikel van Luttikhuis.

Voor het oplossen van het klimaatprobleem is er eigenlijk een maatschappelijke mobilisatie nodig vergelijkbaar met die van de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten. President Roosevelt liet toen de productie van auto’s volledig stilleggen om drie jaar lang alleen nog vliegtuigen, jeeps, tanks en ander oorlogsmaterieel te maken.

Ted Nordhaus – medebedenker van het ‘ecomodernisme’, een stroming die zorgen over klimaatverandering relativeert in het vertrouwen dat technologische innovatie ons op tijd zal redden – schreef zijn essay als een fictief verhaal, over een Amerikaanse president die wordt gekozen nadat het land in korte tijd is geteisterd door een aantal grote klimaatrampen. De president roept de noodtoestand uit en neemt meteen een hele reeks drastische maatregelen.

Iedere burger krijgt maximaal één tank benzine per maand. De president nationaliseert de elektriciteitssector. Hij roept een National Renewable Energy Corporation in het leven om binnen tien jaar 60 procent van de energievoorziening te verduurzamen, en een National Nuclear Energy Corporation die ervoor moet zorgen dat de overige 40 procent tegen die tijd met kernenergie wordt opgewekt. De auto-industrie wordt genationaliseerd en krijgt de opdracht binnen drie jaar alleen nog elektrische auto’s te produceren.

Internationaal eist Nordhaus’ fictieve klimaatpresident ook belangrijke maatregelen. In overleg met zijn Europese partners wil hij de NAVO ombouwen tot een organisatie voor wereldwijde klimaataanpassing. Een Marshall-plan moet arme landen helpen hun energievoorziening te vergroenen en die landen tegelijk minder kwetsbaar maken voor de gevolgen van klimaatverandering.

Je kunt hier lacherig over doen, schrijft Luttikhuis, maar als er werkelijk sprake is van een noodtoestand en de wereld nog maar enkele decennia heeft om het tij te keren (volgens sommigen zelfs minder dan tien jaar), dan zijn zulke maatregelen heel logisch.

Ted Nordhaus denkt echter dat het niet zal komen tot een ‘oorlogsmobilisatie’ van de economie om het klimaat te redden. En dat ligt volgens hem zeker niet alleen aan de tegenstanders van klimaatbeleid. Zelfs radicale klimaatactivisten hoor je zelden pleiten voor zo’n ingrijpende, door de overheid gestuurde aanpak. Dat heeft volgens Nordhaus te maken met de geschiedenis van de milieubeweging. Die is in de jaren ’60 en ’70 ontstaan uit verzet tegen consumentisme en toenemende industrialisering, tegen grootschalige infrastructuur en technologie. Milieuactivisten geloofden in lokale oplossingen, in biologische landbouw. Ze hebben zich steeds verzet tegen genetisch gemanipuleerde gewassen en ze moesten niets hebben van kernenergie. Heel dom van ze, vindt Nordhaus.

Terzijde: Nordhaus refereert volgens mij aan de typisch Amerikaanse geschiedenis rond het blad Co-evolution en dergelijke, iets wat de jeugd van tegenwoordig allang niet meer weet. Paul Luttikhuis vult dit als volgt aan: ‘In Nederland zag je de hang naar een kleinschalige economie bijvoorbeeld bij het wittefietsenplan van Provo in Amsterdam in de jaren 60, bij De Kleine Aarde in Brabant, een in 1972 opgericht centrum dat een alternatief wilde bieden voor de consumptiemaatschappij, en nog later in de massale demonstraties tegen kernenergie.’

Vergelijkt Luttikhuis hier niet appels met peren (en doet Nordhaus dat dan ook)?

Provo hoorde absoluut niet tot de milieubeweging. Die werd pas in 1970 geboren. Provo had nauwelijks een samenhangend plan, geen echte theoretici. Het kreeg misschien veel publiciteit, het maakte veel los, maar was een wegbereider, politiek vooralsnog volstrekt marginaal.

(Even een anekdote: Grappig genoeg was wat technologie betreft het omgekeerde het geval. Ik huurde jarenlang bedrijfsruimte samen met de gewezen provo Rob Stolk, die een drukkerij had. Scholieren vroegen hem vaak of hij voor kleinschaligheid was. Dan wees hij steevast op zijn indrukwekkende Roland-drukpers. ‘Zonder degelijke Duitse technologie kun je niet,’ zei hij dan.)

Aktie Strohalm, Milieudefensie, Natuur en Milieu en Greenpeace waren toen meer dé milieubeweging dan het typische geval van De Kleine Aarde. De Kleine Aarde – geleid door de (gewezen) wetenschapsredacteur van het (Algemeen) Handelsblad (!) – wilde inderdaad de technologie van Schumacher tonen, maar met een koppeling aan de kernenergietechnologie verbind je hier wel twee uitersten.

De kritische techniekfilosofie uit die jaren is trouwens in rook op gegaan. Ik gaf daarover nog de boeken uit: De risico’s van het denken – het treffen tussen Indiaanse spiritualiteit en techniek van Jaap Breeveld (1992) en Kritiek van de technische rede – een onderzoek naar de invloed van de techniek op ons denken van Marc Van den Bossche (1995). Maar naar zulke boeken over o.a. Ellul en Bateson taalt niemand meer, lijkt het wel.

De hang naar een kleinschalige economie is volgens Nordhaus dus ongeschikt om klimaatverandering te bestrijden. Veel klimaatactivisten leggen de schuld van de opwarming van de aarde bij falend kapitalisme, dat niet bereid is milieukosten in de prijs mee te nemen, en bij een uit de hand gelopen neoliberalisme, dat bedrijven veel te veel vrijheid geeft. Juist die afkeer van het neoliberale kapitalisme maakt het voor hen – volgens Nordhaus – bijna onmogelijk te geloven in grootschalig, gecentraliseerd en technocratisch ingrijpen dat past bij een serieuze crisis die (misschien) alleen nog kan worden voorkomen door op zeer korte termijn drastisch op te treden.

Welke discussie voeren we hier? Is het die van ‘technofix tegenover milieubeweging’? Lees daar verder.

Economie als natuurlijk systeem2019-10-02T18:43:53+02:00

Als we ons niet op de dingen maar op de processen concentreren vervagen de grenzen tussen natuur en economie. Dat houdt in dat de economie gehoorzaam is aan natuurlijke principes. Hierover gaat het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook economie van de natuur, systeem van de economie, primaire economie, economie van de natuur, ecologisch economen en kapitalisme.

Economie van de mens2019-10-02T18:45:31+02:00

Voedselniveaus vormen op elkaar gezet een voedselpiramide. Het onderste niveau is feitelijk het natuurlijk kapitaal van de niveaus erboven. In de praktijk ligt het onderscheid in voedselniveaus nog niet zo eenvoudig, want niet alleen zijn secundaire consumenten soms tegelijk of tijdelijk primaire consumenten. Maar ook is er een categorie die je dienstverleners kunt noemen, dat wil zeggen dat ze niet goed in het schema passen. De economie van de mens kun je op eenzelfde manier indelen in niveaus van een piramide. En daar is eenzelfde groep dienstverleners te vinden die niet goed in de indeling in niveaus past. (Zie hierover de afleveringen 66-71 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’) Zo kun je een vergelijking trekken tussen de ‘economie van de natuur’ en de ‘economie van de mens’, waarbij je op het begrip natuurlijk kapitaal uitkomt, de natuurlijke basis waarop onze economie berust en die door economen geheel veronachtzaamd wordt. Zie ook het boek Natuurlijk kapitaal uit de paradigmaserie en voedselweb en voedselniveaus en verder ecologisch economen en primaire economie.

Economie van de natuur2019-10-02T18:46:18+02:00

Voedselniveaus vormen op elkaar gezet een voedselpiramide. Het onderste niveau is feitelijk het natuurlijk kapitaal van de niveaus erboven. In de praktijk ligt het onderscheid in voedselniveaus nog niet zo eenvoudig, want niet alleen zijn secundaire consumenten soms tegelijk of tijdelijk primaire consumenten. Maar ook is er een categorie die je dienstverleners kunt noemen, dat wil zeggen dat ze niet goed in het schema passen. De economie van de mens kun je op eenzelfde manier indelen in niveaus van een piramide. En daar is eenzelfde groep dienstverleners te vinden die niet goed in de indeling in niveaus past. (Zie hierover de afleveringen 66-71 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’) Zo kun je een vergelijking trekken tussen de ‘economie van de natuur’ en de ‘economie van de mens’, waarbij je op het begrip natuurlijk kapitaal uitkomt, de natuurlijke basis waarop onze economie berust en die door economen geheel veronachtzaamd wordt. Zie ook het boek Natuurlijk kapitaal uit de paradigmaserie en voedselweb en voedselniveaus en verder ecologisch economen en primaire economie.

Economisch paradigma2019-10-02T18:47:33+02:00

Het ontwerp van ons geldsysteem is het onderwerp van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Het kritiseert (in aflevering 2-5) de gangbare economie omdat deze wetenschap de economie als een gesloten systeem behandelt, als een systeem dat (min of meer) los staat van de biosfeer en het sociale, in plaats van als een open systeem met ‘complex flow networks’. Een ander ontwerp wordt besproken in aflevering 15-16. Zie ook kapitalisme, financiële crisis, schuldencrisis en @nder geld. De doorstroming van materie, energie en informatie komt ook aan de orde in aflevering 5 en volgende van hetzelfde artikel. De efficiëntie wordt hierbij ook wel doorvoerefficiëntie (through-put efficiency) genoemd en tegenover veerkracht gezet.

Economische cycli2019-10-02T17:16:58+02:00

De zogenaamde Kondratieff-cycli, vernoemd naar Nikolaj Kondratjev (1892-1938), zijn lange economische cycli die een fase van groei kennen (de A-fase) en een fase van recessie (de B-fase). Ze worden ook wel (lange) golven genoemd. De looptijd van de eerste cyclus (van eind 18e, begin 19e eeuw) was ruim 60 jaar, die van de vierde (en voorlaatste) was ruim 40 jaar, die van de laatste kan nog korter worden. In twee noten wordt in aflevering 5 en 6 van het artikel artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting hierop een nadere toelichting gegeven. Wallerstein bespreekt behalve Kondratieff-cycli ook hegemonische cycli (vanaf aflevering 10). De twee cycli lopen niet gelijk op. De looptijd van een hegemonische cyclus is gewoonlijk beduidend langer. Geen van beide zijn perfecte cycli: ze komen niet terug bij hun beginpunt, maar ‘erboven’. Zie ook creatieve vernietiging.

Wikipedia zegt er dan nog het volgende over:

De Kondratieffgolven of lange (conjunctuur)golven vormen een conjunctuurbeweging in de moderne wereldeconomie, die op de zeer lange termijn opereert: deze golven hebben een periode van vijftig tot zestig jaar, waarin prijspeil, productieniveau en handelsvolume eerst toenemen, dan stagneren en dan weer afnemen. Kondratieffgolven werden begin twintigste eeuw ontdekt door de Russische econoom Nikolaj Kondratjev (en ongeveer gelijktijdig door diverse andere economen). Ze werden naar Kondratjev vernoemd door de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter, die Kondratjevs werk uitbouwde tot een theorie van innovatiecycli. De geldigheid van Kondratjevs ontdekking is tot op heden controversieel.

Onder het kopje Kritiek volgt in Wikipedia dan nog:

De langegolftheorie wordt niet aanvaard door de meeste neoklassieke economen, die technische veranderingen en innovaties meer als exogeen dan als endogeen fenomeen beschouwen in relatie tot economie. Het is echter een van de steunpilaren van innovatiegebaseerde, ontwikkelings- en evolutionaire economie – met andere woorden: een van de grote heterodoxe stromingen in de economie.

Onder de economen die de theorie aanvaarden, bestaat geen duidelijke overeenstemming over de begin- en eindjaren van de afzonderlijke cycli. Dit is een ander punt van kritiek op de theorie: het komt neer op patronen zien in een massa van statistieken die veel ruimte voor subjectiviteit openlaat. Tevens is er gebrek aan overeenstemming over de achterliggende oorzaken van dit fenomeen. Ook is men het oneens over de invloed van externe factoren zoals natuurrampen.

Ik voeg hieraan nog toe:

Een gangbare econoom als Jaap van Duin zweert ook bij de Kondratieff-cycli. Hij spreekt echter van elkaar afwisselende perioden van versnelling en vertraging van de groei vanwege nieuwe groeisectoren die ontstaan door de vorming van clusters van technologische innovatie. Naast innovatie vormen infrastructurele investeringen een tweede factor die de opkomst van de nieuwe sectoren mogelijk maken. “Zo was de petrochemie (plastics) de meest kenmerkende groeisector van de vierde Kondratieff Cyclus, die van na de Tweede Wereldoorlog. De bijbehorende infrastructuur die deze groei moest mogelijk maken is in Nederland onder andere zichtbaar in de aanleg van Europoort…” (Jaap van Duin, De groei voorbij. (Amsterdam, De Bezige Bij, 2007) 96).

Economische groei2019-10-05T22:14:50+02:00

In het artikel ‘De ijzeren kooi van het consumentisme’ bekijkt Tim Jackson de structuur van de moderne kapitalistische economieën en in het bijzonder twee onderling verbonden kenmerken daarvan die van wezenlijk belang zijn voor de dynamiek van de groei. Aan de ene kant stimuleert het winstmotief tot nieuwe, betere en goedkopere producten en diensten in een voortdurend proces van innovatie en ‘creatieve destructie’ (aflevering 7). Zie ook bij concurrentie, rentenierseconomie, innovatie en Schumpeter. Tegelijkertijd wordt de groeiende consumentenvraag naar deze goederen opgestuwd door een ingewikkelde sociale logica. Die twee factoren drijven in hun combinatie de ‘groeimachine’ aan waarop de moderne economieën berusten. Ze sluiten ons op in een ‘ijzeren kooi’ van consumentisme. (De rol van de rente blijft bij Jackson buiten beschouwing.)

Jackson gaat vervolgens in op de definitie van het kapitalisme, op winst maken, bezuinigen op arbeid en/of kapitaal (en de arbeidsproductiviteit), het reboundeffect en innovatie. Hij concludeert dat economisch groeien niet alleen een vereiste is, maar dat ook de sociale logica van de stroom van nieuwigheden de consument het gevoel geeft dat het nooit genoeg is. (Zie ook het artikel  ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek.)

Het schept een diepe, niet aflatende verontrusting. Want materiële goederen lijken gebrekkige, maar op een of andere manier toch aannemelijke substituten zijn voor onze dromen en aspiraties. Maar de consumptiegoederen, die ons een tastbare brug naar onze hoogste idealen lijken te bieden, slagen er toch niet in echte toegang tot die idealen te verlenen. In hun falen laten ze de behoefte aan toekomstige bruggen open en stimuleren zo onze honger naar meer goederen. De consumptiecultuur bestendigt zich, precies omdat ze er zo goed in slaagt te mislukken! Zo hebben we een perfecte overeenstemming tussen de voortdurende consumptie van nieuwigheden door huishoudens en de ononderbroken productie van die nieuwigheden in bedrijven. De rusteloze zucht van het ‘lege zelf’ is een perfecte aanvulling op de rusteloze innovatie van de ondernemer. De productie van nieuwe dingen door creatieve destructie drijft (en wordt gedreven door) de honger naar nieuwe dingen bij de consument. Neem deze twee zichzelf versterkende processen samen en je hebt precies wat nodig is om de groei voort te drijven.

De ontkoppeling tussen energiegebruik en economische groei komt aan de orde in aflevering 12-13 van het artikel ‘Energie: wat is het eigenlijk?’ in de rubriek Energie. Bij Tim Jacksons boek Welvaart zonder groei in de Paradigmaserie is onderaan het complete hoofdstuk ‘De mythe van de ontkoppeling’ opgenomen. Samengestelde economische groei als een vorm van positieve terugkoppeling komt aan de orde in aflevering 11 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Een rem op de economische groei wordt gevormd door de topinkomens van de topmanagers, die Wallerstein noemt als een vorm van pacht, oftewel rente, in aflevering 22 van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting en door de toename van de rol van rente in het algemeen die Harvey behandeld in aflevering 6 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting en natuurlijk het hele artikel van Harvey met de titel ‘Eindeloze exponentiële groei’ en met name aflevering 22-24. Zie ook bij Marx, fictief kapitaal, spektakelmaatschappij, kapitalisme volgens Grantham, accumulatie, en zie primaire economie, economie van de natuur, ecologisch economen en kapitalisme.

Ecosysteem2019-10-05T22:17:37+02:00

Als een systeem ook levende wezens bevat spreken we van een ecosysteem. In principe moet een ecosysteem met zijn eigen materiaal toe kunnen: alle stoffen die nodig zijn om het leven vol te houden – zoals water, anorganische verbindingen en elementen – blijven binnen het systeem en circuleren daar. Er bestaat dus een kringloop van de stof. Alleen de energie wordt uit het zonlicht geput. Deze verdwijnt op den duur ook weer uit het systeem. Naast de kringloop van de stof is er dus een stroom van energie. De energiestroom verloopt volgens patronen die in ieder ecosysteem hun eigen vorm hebben. We kunnen een ecosysteem dus opvatten als een ‘gekanaliseerde energiestroom’. Zie aflevering 78 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ (serie 3).

Een ecosysteem is slechts in beperkte zin een gesloten geheel. Er is geen enkele plek op aarde te bedenken, waar geen relatie bestaat met de omringende omgeving. Overal vindt wel enige stofoverdracht plaats; hetzij naar binnen, hetzij naar buiten. (Het enige echt gesloten ecosysteem dat we kennen is de hele levende wereld.) Maar het is natuurlijk wel zo praktisch en zeker niet verkeerd om te praten over het ‘regenwoud-ecosysteem’ of het ‘eikenbos-systeem’, enzovoort. Een ecosysteem kan jong zijn, een pionier-ecosysteem, rijp, volgroeid en dergelijke. Daar hoort het begrip successie bij. Zie over de ecosysteemfasen (jong-rijp) niet alleen aflevering 84-86 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’, maar ook het artikel ‘Panarchie’ in de rubriek Ontwrichting. Met de successie veranderen de kenmerken van ecosystemen. Jonge systemen kennen een laag niveau van regulatie. Er is nauwelijks sprake van inwendige stabiliteit. Er zijn in een jong systeem met weinig soorten immers niet veel afhankelijkheidsrelaties. Het klinkt misschien wat tegenstrijdig maar dit systeem kan wel tegen een stootje. We zeggen dat de uitwendige stabiliteit hoog is. Deze soorten zijn immers gewend aan naar verhouding sterk wisselende milieuomstandigheden. Rijpe systemen bezitten daarentegen een hoog niveau van regulatie. Er zijn immers veel soorten en daartussen zijn veel relaties mogelijk. Rijpe systemen zijn aangepast aan een milieu dat gedurende de successie ontdaan is van extremen. Plotselinge veranderingen in dat milieu zullen moeilijk opgevangen kunnen worden. Rijpe systemen hebben dus juist een lage uitwendige stabiliteit. Maar de inwendige stabiliteit is er vrij hoog. Door het hele netwerk van relaties kunnen ‘systeemeigen’ fluctuaties vrij gemakkelijk opgevangen worden. Zie in dit verband ook veerkracht.

Er zijn nog andere eigenschappen van een ecosysteem die gedurende de loop van de successie veranderen. Door de toename van het aantal soorten is er ook een toename mogelijk van relaties tussen die soorten. We kunnen spreken van toenemende informatie. Verder gaat successie ook gepaard met een toename aan structuur van een ecosysteem. Er moet overigens worden bij gezegd dat wat hier als ‘rijp’ ecosysteem wordt omschreven niet zomaar als een eindstadium kan worden gezien. Systemen kunnen ná hun optimale ontwikkeling weer een verval laten zien, waarin de diversiteit, de gelaagdheid en al die kenmerken van informatie weer teruglopen. Dat wordt behandeld in het artikel ‘Panarchie’ in de rubriek Ontwrichting. De rol van negatieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting van ecosystemen wordt genoemd in aflevering 24-26 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit. Bij Harvey komt in aflevering 18 van het artikel ‘De verhouding van het kapitaal tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting het ‘ecosysteem van het kapitaal’ aan de orde.

Eenheid van energie2019-09-26T14:50:51+02:00

De joule is de eenheid van energie. Een joule geeft de hoeveelheid energie weer die nodig is om een object te verplaatsen met een kracht van één newton (eenheid van mechanische kracht) over een afstand van één meter, wat weer gelijk staat aan één wattseconde. Andere gebruikte eenheden, zoals calorieën, worden dus omgerekend naar joules als de algemeen aanvaarde maatstaf.

Eerste hoofdwet van de thermodynamica2019-09-26T18:17:12+02:00

De eerste hoofdwet van de thermodynamica wordt ook wel de wet van behoud van energie genoemd. Deze eerste wet stelt dat energie niet verloren kan gaan, niet uit het niets kan ontstaan, maar dat energie slechts van vorm kan veranderen. De potentiële energie die bijvoorbeeld ooit in een liter benzine heeft gezeten, maar die gebruikt is om met een auto vijf, zes kilometer een fikse heuvel op te rijden, is dus niet verdwenen maar omgezet in het momentum van de auto, in de toegenomen potentiële energie van een auto die zich bovenop een heuvel bevindt, in de toegenomen temperatuur van het asfalt waar de wielen het wegdek hebben geraakt en bovenal in de warmte die via de uitlaat aan de omgeving is afgegeven. Met andere woorden, de eerste hoofdwet stelt dat de hoeveelheid energie altijd constant blijft. Zie verder aflevering 1-3 van het artikel ‘Biofysische grenzen: opgevoerde entropie’ en aflevering 5 en volgende van het artikel ‘Energie, wat is het eigenlijk?’. Zie ook tweede hoofdwet van de thermodynamica, entropie, en het principe van maximaal vermogen. Zie verder ook energie, vermogen, concentratiegraad van energie, energiekwaliteit, energiedichtheid, energiestaat en exergie.

Effectiviteit van ingrijpen in systemen2019-09-30T23:02:47+02:00

In aflevering 2 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit zet Donella Meadows twaalf hefbomen op een rij in volgorde van effectiviteit. In de rest van het artikel worden ze behandeld. Hier een kleine greep uit deze middelen: subsidies als stromende kranen, buffers als stabiliserende fondsen, fysieke systemen als loodgieterswerk, vertragingen en de haalbaarheid van aanpassingen, de relatieve kracht van negatieve en positieve terugkoppelingen en de stap van materie naar informatie met informatiestromen en wie er over kan beschikken, de meent (commons), beloningen, straffen en belemmeringen, vervolgens zelf-organisatie, oftewel de macht om de systeemstructuur uit te breiden, te veranderen, te doen evolueren, en doelen, oftewel de macht om het oogmerk of de functie van het systeem aan te passen. Tenslotte komt Meadows uit bij het paradigma dat kan veranderen, al gebeurt dat natuurlijk niet zomaar. Het is niet voor niets het op één na hoogste niveau van ingrijpen. Zie verder bij paradigma. Meadows eindigt met de hefboom van het ongebonden zijn aan enig paradigma. Het heeft iets verlichts, maar het is meesterschap.

Efficiëntie2019-10-06T18:21:50+02:00

Efficiëntie, ook wel doorvoerefficiëntie genoemd, meet hoeveel van de relevante materie-, energie– en/of informatiedoorstroming een systeem kan verwerken.

Veerkracht meet het vermogen van een systeem om zich te herstellen van een verstoring, een aanval of een verandering in de leefomgeving.

Met deze definities in het achterhoofd kunnen we de duurzaamheid van een complex stromingssysteem definiëren en nauwkeurig kwantificeren met gebruik van een enkele maatstaf, de balans tussen efficiëntie en veerkracht.

Over het algemeen wordt de veerkracht van een systeem versterkt door hogere diversiteit en door meer routes (of aansluitingen), want er zijn dan talrijke kanalen van interactie om op terug te vallen in tijden van nood of verandering.  Onderzoekers kunnen aan de hand van de mate van diversiteit en connectiviteit de veerkracht van een systeem kwantificeren.

Diversiteit en connectiviteit spelen ook een belangrijke rol in doorvoerefficiëntie, maar dan in de omgekeerde richting: efficiëntie neemt toe naarmate diversiteit en connectiviteit afneemt. Als bovendien een stromingssysteem efficiënter wordt, heeft het de neiging een vorm van zichzelf opbrandende stuwkracht op te bouwen (technisch ‘autokatalyse’ geheten) die diversiteit elimineert naarmate ze het proces geleidelijk stroomlijnt. In het algemeen neigen steeds efficiënter systemen ertoe meer doelgericht en minder divers, en bijgevolg breekbaarder te worden.

Het punt dat hier wordt gemaakt, is diepgaand en heeft verstrekkende gevolgen voor alle complexe stromingssystemen, met inbegrip van onze wereldwijde economie. Aangezien veerkracht en efficiëntie beide noodzakelijk zijn, maar in tegengestelde richting werken, heeft de natuur de neiging om die systemen te kiezen die een optimale balans van de twee hebben. De exacte balans varieert al naargelang het systeem.

De werkdefinitie van duurzaamheid kan daarom luiden: de optimale balans tussen efficiëntie en veerkracht. Een systeem is maximaal duurzaam als dat evenwicht zijn ‘optimale mix’ bereikt.

Zie ook duurzaamheid en economie.

In aflevering 16 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit wordt veerkracht gedefinieerd als het tegenovergestelde van efficiëntie. Dit is ook de definitie in het artikel van Bernard Lietaer ‘Ons geldsysteem als een netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Maar in aflevering 12 en 13 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit luidt de definitie van veerkracht: ‘terugveren als het systeem een deuk heeft opgelopen’, of in de preciezere omschrijving die Donella Meadows in het woordenboek vindt: ‘Veerkracht is het vermogen om terug te veren of terug te springen in vorm, positie, en dergelijke, na te zijn ingedrukt of uitgerekt. Elasticiteit. Het vermogen om snel te herstellen qua kracht, vitaliteit, het goede humeur, of enig ander aspect.’

Het gebied van een optimale balans tussen veerkracht en efficiëntie wordt het levensvatbaarheidsvenster van netwerken genoemd. Dat is dan het resultaat van de wisselwerking van drie variabelen: diversiteit, interconnectiviteit en de balans tussen efficiëntie tegenoverover veerkracht. Lietaer et al. stellen dat het combineren van de netwerk- en informatietheorie met de gegevens van (het gedrag van) bestaande ecosystemem ons een begrip van duurzaamheid oplevert. Zie daarover aflevering 6 en volgende van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting en ook het einde van serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ in de rubriek Ecologie. Vergelijk dit dan weer met het panarchiemodel. Zie ook aflevering 7 van ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiciteit’ en aflevering 6 en 7 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie. Zie tenslotte aflevering 27 en 29 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook nog gratis lunch en hiërarchie, autokatalyse, het principe van maximaal vermogen, en ontkoppeling tussen energieverbruik en economische groei.

EIA2019-09-26T21:54:03+02:00

Het Internationaal Energieagentschap (IAE) gevestigd in Parijs is het onderzoeksbureau op energiegebied van de OESO. De in 1977 opgerichte Energy Information Administration (EIA) is de statistische tak van het Amerikaanse ministerie van Energie. Beide komen doorlopend voor in het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie. De IEA en de EIA stellen dat de piek in de mondiale conventionele oliewinning plaatsvond rond 2005-2006. Zie aflevering 13 van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie.

BP (British Petroleum) brengt jaarlijks haar BP Statistical Review of World Energy uit waarin de oliereserves keurig per land gerangschikt staan. Maar vaak wordt vergeten dat BP geen onafhankelijk onderzoek naar die reserves doet, maar noteert slechts de cijfers zoals die haar worden aangeleverd. De laatste jaren heeft het IAE geprobeerd wel met betrouwbare getallen te rekenen. Hun geruststellende berichten zijn daarmee omgeslagen in tamelijk schrille waarschuwingen. Soms klopten die niet, zoals de voorspelling van aflevering 24 van het artikel ‘Piekolie’.

Eikenbos2019-10-05T22:19:40+02:00

Het tropisch regenwoud wordt beschreven en vergeleken met het gematigd eikenbos in de afleveringen 41-48 van de tweede serie van het artikel ‘Wat is ecologie?’ Aflevering 83 (in serie 3) gaat over het kappen van een bos. Dit wordt in systeemtermen behandeld in aflevering 11 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook uitputting. Het verdorren van bossen als klimaatkantelpunt wordt genoemd in het cursieve stukje bij aflevering 27 van het artikel ‘De race van ons leven’ en komt aan de orde in het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’, beide binnenkort  in de rubriek Ontwrichting.

Emergentie2019-10-08T22:55:09+02:00

Emergentie (zie onder) is een sleutelbegrip in het hele artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie, waar het expliciet aan de orde komt in aflevering 5-7. Emergentie wordt ook besproken in aflevering 9 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Het blijft terugkomen in de verdere afleveringen. We zien ‘emergentie’ ook in aflevering 1 van het artikel ‘De kwetsbaarheid van netwerken’ in de rubriek Complexiteit en in aflevering 4 en 10 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. We vinden tenslotte ook verwijzingen naar emergentie in aflevering 9, 35 en 39 van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting.

In het boek Schaal van Geoffrey West vinden we de volgende omschrijvingen van emergentie:

(Het) collectieve resultaat waarbij de eigenschappen van een systeem significant verschillen van de som van alle eigenschappen van zijn afzonderlijke samenstellende delen, wordt aangeduid als emergent gedrag. Het is een direct herkenbare eigenschap van economieën, financiële markten, stedelijke gemeenschappen, bedrijven en organismen.

In veel van zulke systemen bestaat geen centrale leiding. West noemt als voorbeeld hoe mieren een mierenhoop bouwen. Er is sprake van zelforganisatie. De extreemste en verbazingwekkendste versie van zelforganisatie leveren wijzelf. In een ultrakorte tijd hebben wij ons van tamelijk primitieve, in kleine groepen levende individuen ontwikkeld tot een soort die, met mammoetsteden en sociale gemeenschappen die talloze miljoenen individuen omvatten, de planeet domineert. Er is daarbij sprake van emergente wetten die dit beheersen. Deze steden worden beperkt door de emergente dynamiek van sociale interacties. West gaat hiermee in zijn boek Schaal verder aan de slag.

De emergente eigenschappen (of het emergente gedrag) van een systeem worden ook wel systemische eigenschappen genoemd – ter onderscheid van de eigenschappen van de losse componenten (of van de individuen) die het systeem samenstellen – omdat ze voortkomen uit de wisselwerking van die componenten (of individuen).

Voorbeelden van emergent gedrag of emergente eigenschappen zijn files op de snelweg, doelpunten bij voetbal en een prijsverandering op de financiële markt.

Eén auto die de snelweg af gaat levert geen enkel probleem op, maar als honderden auto’s proberen diezelfde afslag te nemen (om naar de voetbalwedstrijd te gaan) ontstaat er een opstopping. Zo bestaat het verkeerssysteem uit de wisselwerking tussen een verzameling auto’s en een wegenstelsel.

Evenzo is een losse voetbalspeler niet in staat in zijn eentje een wedstrijd te spelen, hoe goed hij of zij ook is. Alleen het samenspel tussen de spelers van twee elftallen levert een wedstrijd op. Daarom is het scoren van doelpunten een emergente eigenschap van het systeem voetbal.

En daarom is er ook een wisselwerking tussen de beslissingen van geldhandelaren voor nodig om op een prijsverandering op de financiële markt uit te komen. Die verandering is dus een emergent verschijnsel dat zowel bepaald wordt door de beslissingen van de losse handelaren en de wisselwerking tussen hen.

Een emergente eigenschap en/of emergent gedrag wordt vaak gezien als ‘onverwacht’ of ‘verrassend’. Dat komt omdat we in het algemeen wel wat weten over de kenmerken van de individuele componenten, maar niet over de algehele systemische eigenschappen die voortkomen uit de wisselwerking tussen die componenten.

We weten bijvoorbeeld wel wat van de gedragspatronen van individuele opstandige demonstranten hier of daar, maar we weten niet of en hoe het gedrag van elk van die demonstranten samen (in wisselwerking) misschien een opstand zal creëren die de regering omverwerpt. Die opstand is een emergente eigenschap van het gehele systeem, niet iets dat je in het individuele karakter van de acties van de ene of de andere opstandeling aantreft.

Volgens Westbroek, in aflevering 5-7 in het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie, is emergentie het tevoorschijn komen van systeemeigenschappen die niet zijn toe te schrijven aan een van de onderdelen van het systeem. De organisatie van het leven op aarde is het toppunt van emergentie, of liever de accumulatie van miljarden emergenties die zich palradsgewijs opstapelen. In aflevering 18 volgt daarop een belangrijke aanvulling.

Emergie2019-10-15T22:09:42+02:00

Emergie is de beschikbare energie van één soort (meestal van de zon) die direct en indirect opgebruikt dient te worden om een product of dienst te maken. Emergie geeft aldus de hoeveelheid ingebedde (embodied) energie weer.

Emergo-eilanden2019-12-13T09:48:37+01:00

Wouter van Dieren schreef in de NRC van 28 september 2017 het artikel ‘De hoogste tijd voor een nieuwe kustlijn’. Zijn pleidooi gaat als volgt:

Orkanen, slagregen en hittegolven staan niet op het netvlies van de overheid bij de aanpak van het klimaatprobleem. De extra risico/analyses die daarbij horen, worden niet gemaakt. Maar alleen al de problemen met onze kust zullen immens zijn als de zeespiegel steeds verder gaat stijgen. Een stormvloed zoals die van 1953 zit er aan te komen, maar we sluiten daarvoor onze ogen. Van Dieren:

‘Daarop is maar één antwoord mogelijk: nieuwe Deltawerken, een nieuwe kustlijn, integraal en veelomvattend, een manier van doen en denken die de decennia overstijgt, met ingrepen die eerder voor eeuwen gelden. Dit is het idee achter Emergo, een reeks eilanden voor de kust van Noord- en Zuid-Holland.

De natuurlijke kustvorming laat langs de Noordzeekust geen eilanden ontstaan zoals de Waddeneilanden, die lossloegen van de Friese en Groningse kust ná de grote vloeden in de Middeleeuwen. Die eilanden beschermen de dijken in het noorden, terwijl de ondiepe Wadden de golfslag dempen en de zandplaten als buffers blijven aangroeien.

De Emergo-eilanden kunnen een veelheid aan problemen oplossen. Allereerst zorgen ze voor kustverdediging. De tussenliggende lagune wordt door aanslibbing ondiep en beschermt daardoor de oude kust. De eilanden zijn ook golfbrekers. Door klimaatverandering zal de wind gemiddeld toenemen. De oude kust kan die veelheid aan windkracht 10 en méér niet aan. De eilanden kunnen ook de biodiversiteit vergroten. De Noordzee heeft zwaar geleden onder de boomkorvisserij, waardoor het substraat van de bodem is vernield. In de lagune zal een kraamkamerfunctie als die in de Wadden ontstaan.

Daarnaast kunnen de eilanden zorgen voor overslag, waarmee de logistiek van de grote havens wordt verlicht. De Noordzee zal nog vele decennia een verkeersrotonde blijven voor energie, scheepvaart en visserij; vanaf de eilanden is de logistiek vele malen efficiënter. Als locatie voor windturbines kunnen ze bovendien het ‘not in my backyard‘-probleem van windmolens op land deels wegnemen en zorgen voor een versnelling van de wind-op-zee-doelstellingen.

Maar het belangrijkste probleem op de lange termijn vormen de grote rivieren. Op een dag kunnen die niet meer hun water uitslaan op een te hoge zeespiegel. De retentiecapaciteit (‘ruimte voor de rivier’) houdt een keer op.

Dan resteert de lagune, waarvan tegen die tijd de zeegaten, eerst nog nodig om de lagune te doen verzanden, kunnen worden afgesloten. Er ontstaat een opslagcapaciteit die voldoende moet zijn om de pieken op te vangen en vervolgens in zee te pompen bij lage waterstanden. Een oplossing voor de eeuwigheid, wie weet.

Technisch is het haalbaar. De Tweede Maasvlakte werd ook verrassend snel opgespoten; baggerbedrijven gebruiken nu ook geotubes, enorme ‘worsten’, gevuld met zand. Aanpassing aan klimaatverandering behoort nog niet tot het vanzelfsprekende repertoire van de duurzamen. Velen achten adaptatie aan het onvermijdelijke strijdig met de actuele groene droom. Die gaat echter vooral over lifestyle. Dat is misschien essentiële feel-good. Maar het is niet genoeg om het klimaatdrama in volle omvang onder ogen te zien.’

Wouter van Dieren is systeemanalist, zorgde als lid van de Club van Rome voor de Nederlandse uitgave van Grenzen aan de groei, en zette in tien jaar het duurzaamheidsforum Springtij op de kaart.

Energie (of grond) als waardebron2019-10-05T22:24:11+02:00

De technocraten waren een beweging die in de jaren dertig in de Verenigde Staten een zekere populariteit genoot. Voor hen is energie de basis van elk economisch handelen en rijkdom in economische zin is geen functie van de circulatie van geld, maar van de hoeveelheid energie die door de economie stroomt. De technocraten formuleerden daarom een eigen waardetheorie gebaseerd op energie. Dit sloot aan op de beweging van de eerste helft van de 18e eeuw die zich de fysiocraten noemde (met onder andere François Quesnay (1694-1774), een natuurkundige die aan het hof de (symbolische) functie van lijfarts van Lodewijk XV vervulde, en Jacques Turgot (1727-1781). Zíj hanteerden als uitgangspunt dat de bodem en de landbouw in samenspel met de energie van de zon de basis vormen van alle economische waarde. De meerwaarde die in de landbouw gecreëerd wordt, zagen zij als de drijvende kracht achter het proces van economische groei. Zie aflevering 1 en 2 en ook 6 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie.

Zie ook energie in systemen, stroom, aflevering 63, 72-73 en 78 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ in de rubriek Ecologie, en tenslotte aflevering 27 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Energie in systemen2019-10-02T20:48:31+02:00

Energie in systemen (het is altijd een stroom die maakt dat energie ook weer verdwijnt) wordt behandeld in de afleveringen 2 en 3 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Het blijft terugkomen in de verdere afleveringen, met name bij het begrip stroom en in de afleveringen 8-18 over expansie en bijtanken in het artikel ‘De natuur van de economie’. Zie ook energie in het algemeen. Bij het begrip ecosysteem lezen we: We kunnen een ecosysteem dus opvatten als een ‘gekanaliseerde energiestroom’.

Hoe de energiestroom werkt in maatschappelijke systemen komt aan de orde in aflevering 27 van het artikel Catastrofologie in de rubriek Ontwrichting. Daar vindt u ook tal van links naar aanverwante begrippen en toepasselijke passages. De doorstroming van materie, energie en informatie komt ook aan de orde in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. De efficiëntie wordt hierbij ook wel doorvoerefficiëntie (through-put efficiency) genoemd.

Het systeem aarde is voor de helft gesloten: energie kan erin en eruit, maar de hoeveelheid materie die het met de ruimte uitwisselt, is verwaarloosbaar klein. De planeet neemt hoogwaardige energie op uit de omgeving, gebruikt die om zich staande te kunnen houden en straalt diezelfde hoeveelheid ten slotte als laagwaardige energie, als warmte naar de ruimte. Ordening kan alleen plaatselijk opduiken als daarmee de algehele verspreiding van chaos wordt bevorderd. Zie ook de wetten van de thermodynamica.

Energie(bron)2019-10-05T22:26:30+02:00

Energie is op heel veel plaatsen van 4eco een thema. Vandaar dat u hier daarvan een lang overzicht vindt.

Energie is een abstract, wiskundig concept dat ons in staat stelt om de verandering van materie te kwantificeren. Over wat energie is en wat het praktisch betekent gaat het in de rubriek Energie, vooral het artikel ‘Energie, wat is dat eigenlijk?’, het tweede in de serie van zes artikelen. In aflevering 3 wordt daar het onderscheid gemaakt tussen kinetische energie (energie die afkomstig is van materie die in beweging is) en potentiële energie (energie die in materie opgesloten zit). Er is trouwens nog een derde energiecategorie: ingebedde energie (embodied energy). Dat is de energie die ooit gebruikt is om een product te maken en daar nu ‘in’ zit, of het nu een stoel, een fiets, of een wasmand is. Verder kennen we de term primaire energiebron. Zo’n primaire energiebron is bijvoorbeeld de straling van de zon, een waterval, of een portie fossiele brandstoffen. Primaire energie komt in de natuur voor en kan gebruikt worden om energiedragers – bijvoorbeeld elektriciteit, benzine of stoom – mee te creëren of op te wekken. Daarnaast is er nog een nuttig concept, dat van exergie. Exergie is de hoeveelheid arbeid die we met een eenheid energie gedaan kunnen krijgen, de nuttige hoeveelheid dus. Zie ook nog vermogen en joule. Wil je dat je energie verandering kan bewerkstelligen of arbeid kan verrichten, dan gaat het strikt genomen niet om de hoeveelheid energie waarover je beschikt, maar om het verschil in concentratiegraad tussen de energiebron en de omgeving. Want alleen wanneer de concentratiegraad van een energiebron hoger is dan die van zijn omgeving kan energie arbeid verrichten. Zie ook nog het begrip energiekwaliteit in aflevering 8 van het artikel ‘Energie, wat is dat eigenlijk?’, de energiestaat en de ‘wet van de afnemende substitutie-elasticiteit’ in aflevering 9. En natuurlijke de eerste en de tweede wet van de thermodynamica. Verder is energie (uiteraard) het onderwerp van de inleiding van de rubriek Energie (‘Biofysische grenzen: opgevoerde entropie’).

In de rubriek Ecologie komt het aan de orde in aflevering 63 van serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’. Hier gaat het in de eerste plaats om de fotosynthese en hoe de (chemische) energie door (en tussen) ecosystemen stroomt. Hoe de energiestromen lopen en hoe dus de overdracht tussen de voedselniveaus gaat, lezen we expliciet in aflevering 72-73 en in aflevering 78 (en impliciet in de afleveringen ertussen) in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ Zie in dit verband ook het werk van Charles Hall in het laatste artikel van de serie over Energie ‘De economie van de piekolie’ (aflevering 6).

Energie in systemen (altijd een stroom die maakt dat energie ook weer verdwijnt) wordt behandeld in de afleveringen 2 en 3 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Het blijft terugkomen in de verdere afleveringen, met name in de wisselwerking van materie, energie en informatie en in dat begrip stroom. In verband met expansie komt het aan de orde in de afleveringen 8-14 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit. In verband met bijtanken (en import-vervanging) komt het aan de orde in de afleveringen 15-18 van hetzelfde artikel.

Hoe de energiestroom werkt in maatschappelijke systemen komt aan de orde in aflevering 27 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Daar vindt u ook tal van links naar aanverwante begrippen en toepasselijke passages.

Het verstoken van fossiele brandstoffen is de belangrijkste oorzaak van de CO2-toename in de atmosfeer en die is weer de oorzaak van het opwarmen van de aarde (dat wil zeggen: er zit nu meer energie in de atmosfeer dan een eeuw geleden). Wat in aflevering 2 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting hierover in samenvatting wordt gezegd, krijgt bewijsvoering in de afleveringen 8-11. Het aspect van de energietransitie naar duurzame energie en het einde van de traditionele elektriciteitswinning is het onderwerp van aflevering 12-15 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting (en later van de tweede serie artikelen in de rubriek Energie). Ondanks de geweldige kostendalingen van duurzame energiebronnen en accu’s gaan we het met de energietransitie niet halen, zegt Grantham: de kans op de veilige 1,5 graad temperatuurstijging is vrijwel uit het zicht verdwenen. Zie hierover aflevering 16-17 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. De (on)haalbaarheid van de ‘doelen van Parijs’ is het onderwerp van het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’. Tenslotte is er het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting.

Energie, concentratiegraad van2019-09-26T15:07:53+02:00

Het verschil in concentratiegraad tussen de energiebron en de omgeving bepaalt het nut van die energiebron. Want alleen wanneer de concentratiegraad van een energiebron (flink) hoger is dan die van zijn omgeving, kan energie arbeid verrichten. Zonder krachten van buitenaf beweegt energie altijd van een hogere concentratiegraad naar een lagere (daarom wordt je koffie koud terwijl je dit zit te lezen). Dat wil niet zeggen dat die energie verloren gaat, alleen dat die geen arbeid meer kan verrichten.

Energie, eenheid van2019-09-26T14:51:27+02:00

De joule is de eenheid van energie. Een joule geeft de hoeveelheid energie weer die nodig is om een object te verplaatsen met een kracht van één newton (eenheid van mechanische kracht) over een afstand van één meter, wat weer gelijk staat aan één wattseconde. Andere gebruikte eenheden, zoals calorieën, worden dus omgerekend naar joules als de algemeen aanvaarde maatstaf.

Energie-complexiteitsspiraal2019-10-04T22:01:50+02:00

De energie-complexiteitsspiraal van Joseph Tainter stelt dat zodra er in een natuurlijk systeem iets van ongebruikte energie is, er onmiddellijk soorten van binnen of buiten het systeem opdoemen die die energie benutten. Voeg extra energie aan een ecosysteem toe en zijn complexiteit zal toenemen. In menselijke samenlevingen gaat het niet anders. Beschikken we over extra, liefst goedkope energie, dan maken we die op en neemt de complexiteit van onze samenleving toe. Die samenleving ontwikkelt dan nieuwe activiteiten, nieuwe technologieën, nieuwe vormen van vermaak, nieuwe instituties en sociale rollen en nieuwe vormen van informatie en informatieoverdracht. En die nieuwe activiteiten en instituties en zo verder hebben voor hun voortbestaan allemaal een constante stroom energie nodig. Er is sprake van een doorgaande energie-complexiteitsspiraal. Stokt de (groei van de) energievoorziening, dan is er maar één oplossing: radicale versimpeling van de maatschappij; anders volgt ineenstorting.

Joseph Tainter komt zelf uitgebreid aan het woord in het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting (zie voor de energie-complexiteitsspiraal aldaar aflevering 15-16). Zijn werk wordt behandeld in aflevering 34 en 35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Verwijzingen naar zijn werk vindt u verder in aflevering 7 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie en in aflevering 1 van het artikel ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook innovatie.

Joseph A. Tainter is hoogleraar ‘milieuconflicten, omgaan met klimaatverandering en energie- en grondstofverbruik’ aan de Utah State University. Hij schreef het beroemde boek The Collape of Complex Societies (Cambridge Un. Press, 1988).

Energiedichtheid2019-09-25T10:39:21+02:00

De totale hoeveelheid beschikbare energie is duizelingwekkend groot, maar slechts een bescheiden deel daarvan is in geconcentreerde vorm beschikbaar. Dat is het mooie van fossiele brandstoffen. Die zijn het energierijke restant van zonne-energie dat vele miljoenen jaren terug in de vorm van organisch materiaal in de aardkorst begraven is en aan gigantische hoeveelheden geologische warmte en druk is blootgesteld. Met een dergelijke hooggeconcentreerde energiebron kan technologie wonderen verrichten omdat die energie in thermodynamisch opzicht een heel eind bergafwaarts kan. Het gaat van een hoge energiedichtheid naar een lage (en levert daartussen veel nuttige arbeid). Deze energiedichtheid wordt uitgedrukt in joules per gewicht en volume. Daarnaast bestaat het begrip vermogensdichtheid, dat de hoeveelheid vermogen per vierkante meter landoppervlak weergeeft. Lees hierover in aflevering 8 van het artikel ‘Energie – wat is het eigenlijk?’ in de rubriek Energie. Zie ook EROI, eerste hoofdwet van de thermodynamica, tweede hoofdwet van de thermodynamica en entropie.

Energieklif2019-09-26T14:50:01+02:00

Het begrip energieklif komt ter sprake in aflevering 9 van het artikel ‘De economie van de piekolie’ in de rubriek Energie, waar ook een grafische voorstelling te vinden is. De kwestie is dat je bij een dalend EROI niet goed ziet aankomen hoe snel onze energievoorziening onder een kritieke grens daalt, waarbij onze complexe samenleving niet meer te handhaven is.

Energiekwaliteit2019-10-02T21:17:52+02:00

Ook al is olie per joule grofweg acht keer duurder is dan steenkool, toch is olie nog altijd de meest gebruikte energiebron. Kennelijk zijn energiebronnen niet allemaal gelijk geschapen en is de markt bereid om per joule een veel hogere prijs te betalen voor olie dan voor steenkool. Dat prijsverschil komt voort uit de factor energiekwaliteit. Die kwaliteit kun je op verschillende manieren meten en vergelijken: op basis van de energiedichtheid (het aantal joules) per gewicht en volume, de vermogensdichtheid, het netto energierendement (zie ook principe van maximaal vermogen) en de staat van de energiebron. De energiedichtheid per gewicht (MJ/kilo) geeft bijvoorbeeld aan dat diesel een dichtheid heeft van 48, benzine van 44, dierlijk vet 37, ethanol 26, steenkool 24, suiker 17, buskruit 3, lithium batterijen 0,5 en loodaccu’s 0,2. Hoe hoger de energiedichtheid, des te geschikter de energiebron is om bijvoorbeeld als brandstof voor transportdoeleinden te dienen. Zie ook aflevering 13-14 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Economie.

Energieslaaf2019-10-15T10:17:38+02:00

Het begrip energieslaaf is het onderwerp van het derde artikel van de serie Energie. Het komt ook aan de orde in de inleiding bij de rubriek Energie en in aflevering 5 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting.

Energiestaat2019-09-26T15:18:21+02:00

Energiestaat is een onderscheid in de verschijningsvormen van energie. Van hoog naar laag zijn de energiestaten: vloeibaar (olie), gasvormig (aardgas), vast (hout, steenkool, teerzand, olieschalie) en een drukveld (windenergie) of stralingsveld (kernenergie/zonne-energie). Een handige vuistregel is dat conversie van een lagere staat naar een hogere altijd gepaard gaat met een conversieverlies en dus een lager EROI. Daarbij geldt dat hoe meer stappen je de energiestaat opkrikt hoe groter het conversieverlies is. (Dit verdoezelt een beetje dat druk- of stralingsvelden weliswaar weinig geschikt zijn om in een hogere energiestaat te converteren – wat meteen verklaart waarom het zo lastig is om overtollige wind- of zonne-energie zonder een aanzienlijk conversieverlies op te slaan – maar er heel goed in slagen om elektriciteit op te wekken. En elektriciteit is de hoogste en dus ook duurste vorm van energie die we kennen.) Lees hierover in aflevering 9 van het artikel ‘Energie – wat is het eigenlijk?’ in de rubriek Energie.

Energiesurplus2019-10-05T22:29:28+02:00

EROEI staat voor energierendement op energie-investering. Het concept is ontwikkeld door de Amerikaanse ecoloog Charles Hall en geeft de verhouding weer tussen een energieopbrengst en de hoeveelheid energie die nodig is om die opbrengst te verkrijgen. Breder geformuleerd is het de verhouding tussen de energieopbrengst waarop de samenleving draait en de energie die nodig is om die opbrengst te verkrijgen, op haar bestemming te krijgen en te benutten.

Zie aflevering 6 van hert artikel ‘De economie van piekolie’ en aflevering 5 van het artikel ‘Biofysische grenzen: opgevoerde entropie’. EROEI komt ook aan de orde in aflevering 11 en volgende van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit, in aflevering 14 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting en in aflevering 14 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook energiekwaliteit, energiestaat en energieklif. Zie over het werk van Hall verder aflevering 6 en volgende van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie en aflevering 8 voor de EROI van de diverse energiebronnen. Hij is met Kent Klitgaard de auteur van het handboek voor biofysische economie Energy and the Wealth of Nations: Understanding the Biophysical Economy (Springer, 2012) en zelf ook nog van Energy Return and Investment (Springer, 2017, genoemd in aflevering 9). Zijn rechterhand is David Murphy.

Uit het begrip EROI vloeit het begrip energiesurplus voort. Bij een EROI van 100:1 staat 99 procent van de gewonnen energie de samenleving ten dienste (omdat slechts 1 eenheid nodig is voor de winning van de volgende portie energie) . Bij een EROI van 2:1 is dat slechts de helft. Een moderne beschaving kan niet toe met een EROI onder de 7:1, maar het dubbele is waarschijnlijk nodig voor een verzorgingsmaatschappij als de onze. Zie daarover aflevering 9 en 10.

De kracht van Halls EROI-concept schuilt erin dat het een methode biedt om het energiesurplus te kwantificeren, dat het een instrument verschaft om de kwaliteit van uiteenlopende energiebronnen langs één meetlat te leggen en dat het een mogelijkheid biedt om de economische gevolgen van de stijgende kosten van de energiewinning in kaart te brengen. De levenscyclusanalyse, terugverdientijd en net energy analysis zijn conceptuele zusjes van het EROI-begrip. Kritiek op de EROI-functie vindt u in aflevering 13-14 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. In aflevering 14 komt het artikel ‘Order from Chaos: A Preliminary Protocol for Determining the EROI of Fuels’ van Murphy, Hall, Dale en Cleveland ter sprake, waarin ze een protocol formuleren voor EROI-onderzoek. Het gaat daarbij om validiteit en betrouwbaarheid.

Het idee van een noodzakelijk energiesurplus voor een rijke beschaving, heeft ook iets deterministisch. Met een beetje goede wil kun je nog stellen dat er een eenduidige relatie bestaat tussen de energetische basis van een economie, haar energiesurplus en haar culturele en morele ontwikkeling. Maar je kunt lastig volhouden dat het energiesurplus ook iets zegt over esthetische waarden, intellectuele ontwikkeling en de richting van de technische vooruitgang. Vooral op detailniveau schiet deze benadering tekort. Die verklaart bijvoorbeeld niet hoe het kan dat de ‘boerenbevolking’ in het West-Europa van de elfde tot de dertiende eeuw een ongekende hoeveelheid vrije tijd aan een opmerkelijk hoge levensstandaard wist te paren. Of dat landen die over enorme energieoverschotten beschikken het economisch niet noodzakelijk beter doen dan landen die voor dat surplus op import zijn aangewezen. Of dat de Grote Depressie van de jaren dertig samenviel met historisch hoge EROI’s voor olie, gas en steenkool. Meer hierover in aflevering 11 en 12. Zie ook aflevering 17-18 over het effect van het energiesurplus van de oliewinning op de economie.

Energietransitie2019-10-01T15:07:16+02:00

Ondanks de geweldige kostendalingen van duurzame energiebronnen en accu’s gaan we het met de energietransitie niet halen: de temperatuur zal zeker met 2 graden stijgen, als het al niet met 3 graden is. De kans op de veilige 1,5 graad temperatuurstijging is vrijwel uit het zicht verdwenen. Zie hierover aflevering 16-17 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook duurzaamheid, verkwanselde tijd bij de klimaatverandering, kosten duurzame energiebronnen, energie en piekolie. Lees verder de serie over energietransitie als deze (in 2020) geplaatst wordt. Zie verder aflevering 14 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie.

Energieval2019-10-02T21:22:05+02:00

De term ‘piekolie’ verwijst simpelweg naar het verschijnsel dat de oliewinning in elk veld, elke regio en elk land op zeker moment een piek bereikt en dan begint te dalen. Aangezien er een eindige hoeveelheid olie in de aardkorst zit, volgt hieruit dat deze piek vroeg of laat ook op mondiaal niveau zal plaatsvinden. Het piekolieconcept stelt niet dat de oliewinning plotseling stopt, het verwijst slechts naar een trend waarbij de stijging van de winning op zeker moment omslaat in een daling. Vindt deze omslag wereldwijd plaats, dan kan dat tot problemen leiden wanneer goedkope alternatieven om het huidige transport- en productiesysteem draaiende te houden nog onvoldoende tot ontwikkeling zijn gekomen. We hebben onze wereldgemeenschap tenslotte gegrondvest op blijvende en toenemende oliewinning. Zie behalve het hele artikel ‘Piekolie’ speciaal de samenvattende aflevering 25 ervan en ook het zesde artikel ‘De economie van de piekolie’. Zie ook klokkromme en olievoorraad. De verschillende manieren om aan de piek te rekenen, zoals Hubbert deed, staan in aflevering 5, 8 en 9-10 van het artikel ‘Piekolie’.

Misschien ligt de voornaamste relevantie van het onderwerp piekolie niet in het ‘opraken’ maar in het welslagen van die energietransitie. Want dit is de paradox: krimpt de olievoorziening op korte termijn, dan krimpt ook de kans op een snelle energietransitie. Daarbij komt ook het verschijnsel van de ‘energieval’ aan de orde. Lees hierover aflevering 3 en 4 van de inleiding bij de serie over energie ‘Waar ik het over heb als ik het over piekolie heb’.

De IEA en de EIA stellen dat de piek in de mondiale conventionele oliewinning plaatsvond rond 2006. Kurt Cobb stelt dat eigenlijk ook de gehele oliewinning (dus inclusief de onconventionele olie) toen piekte. Zie aflevering 13 en volgende van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie. Het probleem is hier dat de statistieken die de oliewinning moet weergeven, ‘vervuild’ zijn. In aflevering 16 van het artikel ‘De economie van de piekolie’ is sprake van een piek voor alle fossiele brandstoffen samen voor 2025.

Energievoorziening2019-10-02T21:39:27+02:00

Onze energievoorziening komt aan de orde in aflevering 15-19 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. Het gaat om de link tussen economische groei en energiegebruik (bijna 1 op 1) en de efficiëntie. Het gaat van het bruto energieaanbod naar het netto energieaanbod. Er komt een piek aan in het bruto aanbod (vooral in de oliewinning). Dat levert een groeiparadox op.

Entropie2019-09-24T13:38:46+02:00

Entropie gaat over orde en wanorde, over willekeur en structuur, over regelmaat en onregelmatigheden in de verdeling van energie en materie. Entropie is een maat voor wanorde of willekeur binnen een natuurkundig systeem. Hoe hoger de entropie, des te gelijker materie en energie verdeeld zijn. Hoe lager de entropie, hoe meer verschillen er zijn. Cruciaal is dat moleculen de neiging hebben om zo willekeurig mogelijk verdeeld te zijn, dat wil zeggen om een zo hoog mogelijke entropie te vertonen. In de praktijk betekent dit dat alles waarmee we in aanraking komen aan entropie onderhevig is. Alles om ons heen, wijzelf incluis, ‘ontaardt’ na verloop van tijd, het vervalt of wordt willekeuriger en minder geordend. Daarom moet je auto af en toe naar de garage, heeft je huis op gezette tijden een verfje nodig, bewaren we ons voedsel in een koelkast en moeten we onszelf voeden en soms bij de huisarts langs. Entropie wordt behandeld in aflevering 6 en 7 van het artikel ‘Energie – wat is het eigenlijk?’ in de rubriek Energie. Daar komt ook negatieve entropie (of negentropie) aan de orde. Zie in dit verband ook fotosynthese en planten. Entropie hoort als begrip bij de tweede hoofdwet van de thermodynamica. Zie het artikel ‘Biofysische grenzen: opgevoerde entropie’ en ook nog het begrip entropiesubsidie in aflevering 11 van het artikel ‘Energie, wat is dat eigenlijk?’, het principe van maximaal vermogen in aflevering 6 van het artikel ‘Grondstoffen’ en energiedichtheid in aflevering 5 van het artikel ‘Biofysische grenzen: opgevoerde entropie’.

Erkenning2019-10-02T21:23:04+02:00

Het verschijnsel van ontkenning van klimaatverandering, en van ontkenning (en ontkennerij) in het algemeen, komt aan de orde in de afleveringen 3-6 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ (en af en aan in de rest van dit artikel). Ook als erkenning, actieve en passieve ontkenning en ontkennerij. Het is ook een thema in het artikel ‘Zelf veranderen’ in de rubriek Ethiek dat op termijn geplaatst zal worden. Zie ook psychologische barrières voor klimaatactie. Ook het artikel ‘Het Sumerisch Testament’ gaat over dit probleem (zie JHWH, culturen en de laatste woorden van aflevering 12).

EROEI2019-10-05T22:32:29+02:00

EROEI staat voor energierendement op energie-investering. Het concept is ontwikkeld door de Amerikaanse ecoloog Charles Hall en geeft de verhouding weer tussen een energieopbrengst en de hoeveelheid energie die nodig is om die opbrengst te verkrijgen. Breder geformuleerd is het de verhouding tussen de energieopbrengst waarop de samenleving draait en de energie die nodig is om die opbrengst te verkrijgen, op haar bestemming te krijgen en te benutten.

Zie aflevering 6 van hert artikel ‘De economie van piekolie’ en aflevering 5 van het artikel ‘Biofysische grenzen: opgevoerde entropie’. EROEI komt ook aan de orde in aflevering 11 en volgende van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit, in aflevering 14 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting en in aflevering 14 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook energiekwaliteit, energiestaat en energieklif. Zie over het werk van Hall verder aflevering 6 en volgende van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie en aflevering 8 voor de EROI van de diverse energiebronnen. Hij is met Kent Klitgaard de auteur van het handboek voor biofysische economie Energy and the Wealth of Nations: Understanding the Biophysical Economy (Springer, 2012) en zelf ook nog van Energy Return and Investment (Springer, 2017, genoemd in aflevering 9). Zijn rechterhand is David Murphy.

Uit het begrip EROI vloeit het begrip energiesurplus voort. Bij een EROI van 100:1 staat 99 procent van de gewonnen energie de samenleving ten dienste (omdat slechts 1 eenheid nodig is voor de winning van de volgende portie energie) . Bij een EROI van 2:1 is dat slechts de helft. Een moderne beschaving kan niet toe met een EROI onder de 7:1, maar het dubbele is waarschijnlijk nodig voor een verzorgingsmaatschappij als de onze. Zie daarover aflevering 9 en 10.

De kracht van Halls EROI-concept schuilt erin dat het een methode biedt om het energiesurplus te kwantificeren, dat het een instrument verschaft om de kwaliteit van uiteenlopende energiebronnen langs één meetlat te leggen en dat het een mogelijkheid biedt om de economische gevolgen van de stijgende kosten van de energiewinning in kaart te brengen. De levenscyclusanalyse, terugverdientijd en net energy analysis zijn conceptuele zusjes van het EROI-begrip. Kritiek op de EROI-functie vindt u in aflevering 13-14 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. In aflevering 14 komt het artikel ‘Order from Chaos: A Preliminary Protocol for Determining the EROI of Fuels’ van Murphy, Hall, Dale en Cleveland ter sprake, waarin ze een protocol formuleren voor EROI-onderzoek. Het gaat daarbij om validiteit en betrouwbaarheid.

Het idee van een noodzakelijk energiesurplus voor een rijke beschaving, heeft ook iets deterministisch. Met een beetje goede wil kun je nog stellen dat er een eenduidige relatie bestaat tussen de energetische basis van een economie, haar energiesurplus en haar culturele en morele ontwikkeling. Maar je kunt lastig volhouden dat het energiesurplus ook iets zegt over esthetische waarden, intellectuele ontwikkeling en de richting van de technische vooruitgang. Vooral op detailniveau schiet deze benadering tekort. Die verklaart bijvoorbeeld niet hoe het kan dat de ‘boerenbevolking’ in het West-Europa van de elfde tot de dertiende eeuw een ongekende hoeveelheid vrije tijd aan een opmerkelijk hoge levensstandaard wist te paren. Of dat landen die over enorme energieoverschotten beschikken het economisch niet noodzakelijk beter doen dan landen die voor dat surplus op import zijn aangewezen. Of dat de Grote Depressie van de jaren dertig samenviel met historisch hoge EROI’s voor olie, gas en steenkool. Meer hierover in aflevering 11 en 12. Zie ook aflevering 17-18 over het effect van het energiesurplus van de oliewinning op de economie.

Erosie2019-10-01T15:22:00+02:00

Bij een vergelijking van de graanproductiviteit met de bevolkingsgroei blijkt dat er binnenkort geen veiligheidsmarge meer is (op basis van de opbrengst van de drie belangrijkste voedingsgewassen: tarwe, rijst en maïs). Zie bewijsstuk 21 van aflevering 21 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Niet alleen zwakt de groei van graanproductie af (aflevering 22) en is de groene revolutie uitgewerkt (bewijsstuk 23), het effect van erosie door stortregens en het enorme verlies aan humus zal desastreus zijn (en dit wordt nog niet goed onderkend). Zie bewijsstuk 25 en 26. Tellen we daar het effect van klimaatverandering nog bij, dan kan in 2040 de graanproductiviteit terug zijn op het niveau van 1980 (toen er zo’n 4 miljard mensen waren). Dit wordt weergegeven in bewijsstuk 27. Bewijsstuk 28 toont het gecombineerde effect van klimaatverandering en bodemerosie in de VS, met de historische en de geraamde graanopbrengsten voor de tarwe-, soja- en rijstproductie. En dan is de wedren tussen supergraan en superonkruid nog ongewis. En is het mogelijke gebrek aan fosfaat (of kalium) niet meegenomen (aflevering 29). En evenmin mogelijke klimaatvluchtelingen, oprakend water, dalende bodems, en wat niet al (aflevering 30). Zie ook hoosbuien, concurrentie, levensgemeenschap, fotosynthese, permacultuur, voedselketen en zelfmoord in het antropoceen.

Ethiek van JHWH2019-09-27T22:47:01+02:00

Hamming noemt de Sumeriërs als het al duizend jaar leidende cultuurvolk, dat onderworpen wordt aan de nieuwe heersers: Akkad. Zoals bij de landbouw die de nomade verdringt, maakt ook hier Kaïn (Akkad) Abel (Sumerië) een kopje kleiner. (Zie ook schepping.) Dan komen de problemen van de werkelijkheid: “Toen nam de moderne landbouwcultuur op aarde in omvang toe en vormde zij dochterculturen.” En: “Toen HET GEBEURT zag dat de slechtheid van de moderne cultuur groot was op aarde en dat alles wat ze verzonnen alleen maar slecht was, toen speet het HET GEBEURT dat Hij de moderne cultuur op de aarde gemaakt had en het verdroot Hem in zijn hart. En HET GEBEURT zei: Ik zal de moderne cultuur die Ik geschapen heb, in het landbouwgebied uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels; want het berouwt Mij, dat ik hen gemaakt heb.” HET GEBEURT wil dus niet de totale mensheid verdelgen, maar alleen de moderne landbouw in het ontgonnen landbouwgebied. Zo interpreteert onze verteller de grote overstroming. Hij concludeert het uit het gebeuren. Hij laat de Protesterende Empirie preken. In het rampgebied dreven niet alleen de lijken van mensen en gebruiksvee, maar ook van de wilde dieren. De verteller vindt dit opvallend, want de wilde dieren hadden geen schuld aan de problemen. Blijkbaar laat HET GEBEURT de goeden – de dieren – met de kwaden lijden. Samengevat ziet Genesis het zo: De techneut ziet de dieren (de hele natuur) alleen als gebruiksvoorwerp, of als schadelijk wild. De mens stelt vast waarvoor ze bestemd zijn; de dieren hebben zelf geen stem. En dan komt er een nieuwe stem die hiertegen protesteert. Maar de heersende cultuur luistert niet. Kaïn blijft agressief en moet steeds voort om nieuwe landbouwgebieden te vinden. Totdat hij zich wil bewegen binnen de ecologische mogelijkheden.

Evolutionaire psychologie2019-09-28T10:08:36+02:00

Evolutionair psychologen onderscheiden vijf oeroude krachten: eigenbelang, status, sociale imitatie, korte-termijn-handelen en risico-alertheid. Zie verder de afleveringen 8-12 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek. Zie ook psychologie in soorten.

Exergie2019-09-26T15:04:13+02:00

Exergie is de hoeveelheid arbeid die we met een eenheid energie gedaan kunnen krijgen. Aangezien in een conversieproces een deel altijd als restwarmte verloren gaat, is het soms zinnig om niet te kijken naar de bruto hoeveelheid arbeid die een energiedrager kan leveren, maar alleen naar de nuttige hoeveelheid (de totale hoeveelheid minus de restwarmte). Die restwarmte, dat nutteloze overblijfsel van het conversieproces, wordt wel anergie (of soms entropie) genoemd.

Expansie2019-10-02T21:26:03+02:00

Expansie is de ontlading die volgt op een injectie van energie, vooral als energie in steeds meer stappen in een systeem blijft voordat het als ‘restwarmte’ verdwijnt. Dus: Expansie steunt op het opvangen en benutten van voorbijgaande energie. Hoe meer verschillende manieren een systeem bezit om energie opnieuw te vangen, te benutten en door te geven voordat deze energie door het systeem wordt afgegeven, des te groter is de optelsom van gevolgen van de ontvangen energie.

Het is een economisch multipliereffect. Expansie komt volgens Jane Jacobs niet van export (het uiteinde van het leidingstelsel), maar van import, van natuurlijke grondstoffen of andere gunstige omstandigheden die een gegeven zijn (dat wil zeggen: niet een product van menselijke inspanning). Al is zulke inspanning wel nodig om de grondstof te benutten! Veel importen, zelfs nadat ze aanvankelijk al getransformeerd of anderszins verruimd zijn, worden vervolgens verder doorgegeven, opgebroken, op een andere manier weer in elkaar gezet, hergebruikt, en verder verruimd. Het principe dat zowel ecologisch als economisch opgaat is dus: Een samenspel met verscheidenheid expandeert in een rijk milieu, een milieu dat op zijn beurt geschapen wordt door het verscheiden gebruik en hergebruik van ontvangen energie. Hierover gaat het in de afleveringen 8-14 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook multipliereffect, stroom en energie in systemen.

Exploitatie van hernieuwbare eindige fondsen2019-09-30T22:23:31+02:00

Bij de exploitatie van hernieuwbare eindige fondsen als bossen gelden drie niet-lineaire verhoudingen: de prijs (van het hout – hoe schaarser hoe duurder), het herstel- of productietempo (een verwoest bos herstelt zich niet gemakkelijk, maar een rijp bos groeit ook niet gemakkelijk bij), de opbrengst per eenheid ingezet kapitaal (die hoger wordt bij gebruik van betere technologie en slimmer kappen). Dit wordt behandeld in aflevering 11 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook uitputting.

Exploratie van olie2019-10-05T22:33:42+02:00

Aardolie bevindt zich meestal diep onder het aardoppervlak, zonder dat daar zichtbare sporen van aanwezig zijn. In de pioniersjaren van de olie-industrie kon men gemakkelijk kleine hoeveelheden olie vinden door in de buurt van ‘olieplassen’ te boren. ‘Olieplassen’ zijn kleine hoeveelheden aardolie die op het aardoppervlak of in waterbronnen naar boven komen.

Een boorput boren is echter een zeer dure aangelegenheid; daarom werden alternatieve manieren gezocht om olie te lokaliseren. Tegenwoordig bepalen geologen met behulp van een hele reeks technieken de plaatsen waar olie zou kunnen worden gevonden. Ze maken daarbij gebruik van onder meer seismisch onderzoek en visuele observatietechnieken om te bepalen welke geologische formaties olie zouden kunnen bevatten.

Seismisch onderzoek
Hierbij wordt een kleine hoeveelheid springstof ondergronds tot ontploffing gebracht. Daarbij worden gevoelige instrumenten gebruikt die de schokgolven registreren die zich doorheen de grond verplaatsen en die door rotswanden worden gereflecteerd. Op basis van de snelheid en de richting van de golven kunnen geologen het soort rotsformaties identificeren en de soorten detecteren waarvan geweten is dat ze olie of koolwaterstoffen (zoals gas) kunnen bevatten.

Geofysisch onderzoek
Deze methode wordt gebruikt om de dikte van sediment te meten en om de vorm van de structuren binnen het sediment in kaart te brengen. Op deze manier konden de afgelopen 30 jaar dikwijls ondergrondse structuren worden gelokaliseerd waar zich olie heeft verzameld.

Oppervlakteonderzoek
Hierbij worden specifieke zones op de grond gelokaliseerd en wordt hun hoogte bepaald. Een van de instrumenten die daarbij wordt gebruikt, is een theodoliet, die uitgerust is met een telescoop die hoeken horizontaal en verticaal meet.

Zwaartekracht onderzoek
Bij deze methode gebruikt men een uiterst gevoelige gravimeter, waarmee men variaties in de zwaartekracht analyseert. Die variaties kunnen immers wijzen op verborgen geologische structuren. Het onderzoek wordt meestal in een vroege fase van de exploratie uitgevoerd. De onderzoekers identificeren daarbij zones die potentieel interessant kunnen zijn. Op die zones wordt vervolgens een gedetailleerder seismisch onderzoek uitgevoerd.

Bron: Q8oils.

Zie ook de eerste drie afleveringen uit de reeks Olie in de categorie Energie.

Exponentiële afname2019-10-05T22:35:25+02:00

De trend is dat overal ter wereld vrouwen er nu voor kiezen veel minder kinderen te krijgen dan vroeger. Hierdoor piekte de absolute groei van de wereldbevolking in 1987. Dat jaar kwamen er 87 miljoen mensen bij op aarde; in 2010 was dat 78 miljoen. Die daling gaat door en na 2050 zou de omvang van de wereldbevolking wel eens kunnen gaan afnemen. Bij het punt waar elke volgende generatie moeders in aantal kleiner is dan de laatste, wordt een trend van krimp vrijwel onomkeerbaar, net zoals eerst aan de groei bijna niet te ontkomen was. Als elke generatie slechts 1,6 kinderen per vrouw voortbrengt, dan produceren vijf vrouwen slechts vier vrouwen voor de volgende generatie. En zo gaat dat dan door. Meisjes die nooit geboren worden krijgen geen kinderen. Dit houdt in dat de VN-prognose van 10 of 11 miljard voor het jaar 2100 door velen als achterhaald wordt beschouwd. Fred Pearce denkt eerder aan 9 miljard mensen in 2050 en daling daarna.

Lees erover in aflevering 6 van de eerste serie ‘Wat is ecologie?’. Een al of niet exponentiële bevolkingsgroei, vergrijzing en een stationaire bevolkingsomvang komen ook aan de orde in aflevering 8, 9, en ook in 10 over exponentiële afname, van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Roopnarine ziet als dé twee bepalende factoren voor het bereiken van het omslagpunt voor de aarde de bevolkingsomvang en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Zie daarover de afleveringen 21 en 22 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Bewijsstuk 17 (van aflevering 18 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting) toont de omvang van de wereldbevolking sinds 1500 tot 2100 met een lage raming, een middenraming en een hoge raming voor de rest van deze eeuw. Speciale aandacht krijgt Afrika en daarin weer Nigeria. Zie ook het wereldvoedselvraagstuk. Populatiegroei komt veel aan bod in de eerste serie van het artikel ‘Wat is ecologie?’, bijvoorbeeld bij reigers in aflevering 18-20. Zie ook aflevering 1 van het artikel ‘Het Seneca-model’ in de rubriek Ontwrichting. En zie Malthus.

Exponentiële groei2019-10-05T22:37:24+02:00

Het verschijnsel ‘exponentiële groei’ komt op heel wat plaatsen op deze website aan de orde, vooral in de inleiding bij de rubriek Economie: ‘Biofysische grenzen: exponentiële groei’. Ik geef hier eerst als de belangrijkste vormen: de groei als fatale contradictie en als ecologische functie met een korte omschrijving, en dan nog een aantal specifieke plaatsen.

Kapitaal gaat altijd over groei en die groei is noodzakelijkerwijs exponentieel. Harvey verdedigt in het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ (in de rubriek Economie) de stelling dat deze dynamiek, die in de reproductie van het kapitaal besloten ligt, momenteel een buitengewoon gevaarlijke kapitalistische contradictie vormt die niet of nauwelijks onderkend of geanalyseerd wordt. Hij beschrijft het bedrieglijke karakter van samengestelde rente in aflevering 3, de historische groei van het wereldkapitaal in aflevering 5 en rekent in aflevering 6 aan de groei die de komende generatie (normaal gesproken) te verstouwen krijgt. Kijk in de inhoudsopgave van dit artikel om te zien wat er vervolgens nog aan de orde komt (zoals geldcreatie, commons, enzovoort). Zie ook economische groei.

Wie de bank vertrouwt en zijn geld daarheen brengt, krijgt er rente over (al is dat op het ogenblik niet veel). Laat je dat geld inclusief de rente op de bank staan, dan groeit het spaartegoed elk volgend jaar méér dan het jaar ervoor. Dan spreken we over exponentiële, of samengestelde groei. Als bijvoorbeeld het groeitempo 7 procent per jaar bedraagt, verdubbelt een populatie, een saldo, of wat dan ook in slechts 10 jaar (in de figuur bij aflevering 4 van de eerste serie ‘Wat is ecologie?’ staan de cijfers voor de groei van de economie van China). Lees erover in aflevering 4-6 en verder in de Inleiding bij 4eco in aflevering 3 met vooral de twee figuren daar (de grote acceleratie); en in aflevering 2 van de inleiding bij de rubriek Complexiteit ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’. Zie over deze logistische curve ook aflevering 9 van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie en aflevering 1 van het artikel ‘Het Seneca-model’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook bevolkingsgroei en rentenierseconomie. Zie verder aflevering 4 van het artikel ‘Piekolie’ en aflevering 7 van het nog te verschijnen artikel ‘Wereld-systeem in crisis’: Het wereldkapitaal groeide na de Tweede Wereldoorlog exponentieel.

Samengestelde economische groei als een vorm van positieve terugkoppeling komt aan de orde aflevering 11 en volgende van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. In het klimaatonderzoek is de term acceleratie ineens gemeengoed geworden. Zie in het (nog te verschijnen) artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting, ‘Bewijsstuk 2’ in aflevering 9 en ook aflevering 17.

Externalisering2019-09-24T14:13:31+02:00

De natuur houdt er een bijzonder stringent belastingstelsel op na. Elke materie-energie-transactie gaat in de natuur met een aanslag gepaard die de waarde van de transactie zelf ruimschoots overstijgt. Zo belast de natuur de conversie van steenkool naar elektriciteit met een tarief van maar liefst een paar honderd procent. Die belasting wordt echter meestal aan het oog onttrokken en zelden onmiddellijk geïnd. Anders geformuleerd, sommigen plukken de vruchten van de transactie en slagen erin de kosten op anderen af te wentelen: andere klassen, generaties, soorten en plekken draaien voor de belasting op. Zie ook commons.

F

Factormarkten2019-10-01T12:52:23+02:00

De arbeidsmarkt, de financiële markt, en de grond- en (onroerendgoed)markt noemt Bas van Bavel tezamen de factormarkten. Elk van de drie kan voor zich tot ontwikkeling komen, maar in de gang van economische ontplooiing voegen deze markten zich gewoonlijk alle drie bij de al bestaande goederen- en dienstenmarkt, zij het niet alle tegelijk en niet overal. Samen met de goederenmarkt heet zo’n economie dan een markteconomie.

Fatale kapitalistische contradictie2019-10-05T22:44:46+02:00

In zijn boek Seventeen contradictions and the end of capitalism wijdt David Harvey een apart artikel aan het begrip contradictie. Een korte samenvatting hiervan vindt u in het inleidende artikel ‘Drie contradicties van het kapitalisme’. Deze drie contradicties komen aan de orde in de drie artikelen van Harvey op 4eco. De geldcontradictie acht Harvey niet fataal. Anders ligt het met de natuur en de groei. Bij de eerste niet direct zoals we zouden denken. (Zie behalve milieuverontreiniging voor ons commentaar ook waardestroom.)

Het is niet omdat de veranderende metabolische relatie tussen kapitaal en natuur een groot deel van de mensheid diepe armoede en honger kan brengen, want dat betekent niet het einde van het kapitaal. Het zijn twee andere mechanismen.

Het eerste betreft de toenemende macht van de renteniersklasse om zich, zonder oog te hebben voor de productie, al het inkomen en alle rijkdom toe te eigenen. Het bezit en de commodificatie van grond en haar ‘natuurlijke’ schaarste stelt een onproductieve klasse van ‘landheren’ in staat om een monopolierente te rekenen die ten koste gaat van productief kapitaal, waardoor de winstmarges (en dus de prikkel om te herinvesteren) na verloop van tijd zullen verschrompelen. Dit past in het bredere concept van de rentenier, dat de rol van traditionele grootgrondbezitter intussen koppelt aan alle vormen van eigendomsrechten die op zichzelf genomen onproductief zijn. Deze toe-eigening van natuurlijke krachten en het bezetten van de sleutelpunten in het ecosysteem van het kapitaal zouden weleens een tot een verstikking van het productief kapitaal kunnen leiden. Vergelijk dit met het heersende gebrek aan kapitaalaccumulatie dat Wallerstein behandeld in het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting. Zie onder accumulatie.

De tweede reden dat deze contradictie mogelijk fataal uitpakt, is van een heel andere orde. Die stoelt op de menselijke vervreemding in reactie op het type ecologisch systeem dat door het kapitaal geconstrueerd wordt. Dit ecosysteem is functionalistisch, technocratisch en van A tot Z ontworpen. Het is geprivatiseerd, gecommercialiseerd en gemonetariseerd, en richt zich op de maximalisatie van de productie van ruilwaarden (in het bijzonder dus als huur, pacht, royalty’s) via de toe-eigening en productie van gebruikswaarden. Net als alle aspecten van het kapitaal is dit ecosysteem in toenemende mate geautomatiseerd. Het is kapitaal- en energie-intensief, en laat weinig ruimte voor menselijke arbeid. Deze kolonisatie van onze leefwereld door het kapitaal verloopt almaar sneller. De eindeloze en steeds zinlozere exponentiële kapitaalaccumulatie gaat vergezeld van een eindeloze en steeds zinlozere expansie van de ecologie van het kapitaal in onze leefwereld.

Over deze kolonisatie van onze leefwereld door het kapitaal schrijft Harvey in aflevering 19 en 20 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting. In feite is dit (na natuur en eindeloze groei) de derde mogelijk fatale kapitalistische contradictie waaraan hij in zijn boek Seventeen contradictions and the end of capitalism een apart artikel wijdt, dat op 4eco niet is opgenomen. (Zie het inleidende artikel ‘Drie contradicties van het kapitalisme’.)

Wat betreft ‘eindeloze exponentiële groei’ schrijft Harvey dat deze dynamiek, die in de reproductie van het kapitaal besloten ligt, momenteel een buitengewoon gevaarlijke contradictie vormt die niet of nauwelijks onderkend of geanalyseerd wordt. We worden geconfronteerd met de noodzaak tot eeuwigdurende exponentiële groei zonder dat er een duidelijk aanwijsbare materiële basis is om die groei te ondersteunen. Uiteraard kan het kapitaal een economie construeren (en heeft dat in beperkte mate al gedaan) die gebaseerd is op een fetisjwereld van fantasie en verbeelding, die weer gegrondvest is op een opeenstapeling van Ponzi-achtige ficties die geen stand kunnen houden. Een laatste piramidespel dat al andere in de schaduw stelt behoort zeker tot de mogelijke scenario’s. Voordat duidelijk is hoe de definitieve ontknoping eruit ziet, zal een dergelijke economie geregeld onderhevig zijn aan extreme pieken en dalen, waarbij ontelbare zeepbellen in het ongelijkmatige geografische landschap van een verder lusteloze kapitaalaccumulatie uiteen zullen spatten. Deze ontwrichting zal vrijwel zeker gepaard gaan met een uitbraak van grootscheepse onvrede die in kapitalistische samenlevingen doorgaans toch al net onder het oppervlak borrelt. Die onvrede, zo dient opgemerkt, richt zich minder tegen de technische tekortkomingen van het kapitaal om zijn beloften van een consumptieparadijs en volledige werkgelegenheid in te lossen, dan op de verwerping van de vernederende consequenties voor een ieder die zich te onderwerpen heeft aan de ontmenselijkende sociale voorschriften en codes die door het kapitaal en een almaar autocratischer kapitalistische staat worden opgelegd. Waarmee we terug zijn bij de vervreemding.

Fenotype2019-11-27T22:40:22+01:00

Het fenotype is het totaal van alle waarneembare eigenschappen (kenmerken) van een organisme. Het is het resultaat van de genetische aanleg (het genotype) van een individu en de invloed daarop van zijn omgeving (de milieufactoren).

Fetisj2018-10-22T21:50:59+02:00

Marx bespreekt onder de noemer warenfetisjisme de ‘mysterieuze’ eigenschappen die de producten van menselijke arbeid onder het kapitalisme krijgen. Dit is bij Marx het verschijnsel dat, in een markteconomie, relaties tussen mensen onderling zich voordoen als relaties tussen mensen en dingen, namelijk tussen mensen en koopwaar. De sociale relaties zitten achter de verkochte waar en de prijs daarvan verborgen.

Voor Marx’ negentiende-eeuwse publiek had fetisjisme nog niet de seksuele connotatie die het sinds Freud heeft. Het riep veeleer het beeld op van de fetisjen, de afgodsbeelden en andere magische voorwerpen die bekend waren van beschavingen buiten West-Europa: net als het ‘primitieve’ fetisjisme is de markt voor Marx een sociaal construct, dat macht krijgt over mensen. Door de marktsamenleving te vergelijken met dergelijke ‘primitieve’ religieuze gebruiken, wees Marx zijn lezers op de beperkingen van hun begrip van de eigen maatschappij, en op het historisch gebonden karakter daarvan.

Naast de warenfetisj wijst Marx in Het Kapitaal nog andere fetisjen aan, zoals de geldfetisj: de focus van kapitaalbezitters op het vermeerderen van hun geldbezit, dat de harde concurrentiestrijd verbergt waaraan zij onderworpen zijn; en de kapitaalfetisj: het idee dat winst voortkomt uit kapitaal, in plaats van de arbeid die op dit kapitaal werkzaam is.

Latere auteurs hebben het fetisjbegrip gebruikt om de rol van marketing in de hedendaagse economie te duiden, zoals de manier waarop de sweatshoparbeid die in sportkleding steekt verborgen wordt door de reputatie van succesvolle sporters op de kleding te projecteren. Ook Naomi Kleins boek NO Logo is in dit licht te lezen, als analyse van het beeldmerk als fetisj. Dit is echter niet het fetisjismebegrip zoals Marx het hanteerde: achter het vereren van een merk als een fetisj zit geen economische noodzaak.

Fictief kapitaal2019-10-06T08:55:05+02:00

De kloof tussen geld en de (sociale) waarde die het representeert, vormt – volgens David Harvey in zijn artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie – een van de fundamentele contradicties van het kapitaal. (Zie fatale kapitalistische contradicties.) De representatie laat zich al te gemakkelijk verwarren met de realiteit die ze geacht wordt weer te geven. En voor zover een representatie een verkeerde voorstelling van zaken geeft (wat tot op zekere hoogte altijd het geval is) gaan we uiteindelijk geloven in en ons gedragen naar iets wat onjuist is. Zoals we de sociale arbeid in de waar niet terug kunnen zien, zo zijn we al helemaal blind voor de aard van de sociale arbeid in het geld dat die arbeid weerspiegelt. Geld, dat verondersteld wordt waarde te meten, wordt tenslotte zelf tot een vorm van waar – geldkapitaal. En bovenal representeren we iets inherent sociaals op zo’n manier dat het zich door privépersonen als een vorm van sociale macht laat toe-eigenen. Lees hierover meer in aflevering 4-11 van het genoemde artikel. Daar gaat het over de overgang van de stoffelijke vorm van goud, naar papiergeld, naar computercijfers als de weergave van geld.

Bovendien, zegt Harvey, is er zo niets wat me weerhoudt om overál een prijssticker op te plakken, of het nu om een product van sociale arbeid gaat of niet. Ik kan die sticker ook op een stuk grond plakken en pacht voor het gebruik ervan opstrijken. Ik kan als lobbyist rechtmatig invloed in de politiek kopen of de grens van het betamelijke overschrijden door mijn geweten, eer en reputatie aan de hoogste bieder te verkopen. Er is niet alleen sprake van een kwantitatieve divergentie tussen marktprijzen en sociale waarden, maar ook van een kwalitatieve. Ik kan ook een vermogen verdienen met de handel in drugs of vrouwen, of clandestien wapens verkopen (om drie van de lucratiefste bedrijfstakken in het hedendaagse kapitalisme te noemen). Erger nog (als dat al mogelijk is!), ik kan geld gebruiken om er meer van te maken, alsof het om kapitaal gaat, terwijl dat niet het geval is. Ik kan enorme bergen fictief kapitaal tot leven wekken – geldkapitaal dat ik uitleen voor activiteiten die geen enkele waarde creëren, maar die in financiële termen zeer lucratief zijn en rente in het laatje brengen.

Zo zitten we met de paradox opgescheept dat geld, dat geacht wordt de sociale waarde van creatieve arbeid te weerspiegelen, een vorm aanneemt – die van fictief kapitaal – die in omloop wordt gebracht om via de onttrekking van waarde aan vormen van niet-productieve (geen waarde producerende) activiteiten de zakken van financiers en obligatiehouders te spekken.

Fiduciair geld2019-10-02T09:34:38+02:00

Fiduciair geld is geld dat zijn waarde niet ontleent aan de materie waaruit het gemaakt is (intrinsieke waarde zoals bij gouden en zilveren munten), maar aan het vertrouwen dat er goederen en diensten mee gekocht kunnen worden.

Fiduciair geld komt aan de orde in aflevering 8 en volgende in het artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie. Of het scheppen van extra geld het probleem van het gebrek aan kapitaalaccumulatie kan oplossen komt aan de orde in aflevering 12 en 19-20 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Economie. Zie ook geld, geldcontradictie, @nder geld en het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting.

Financialisering2019-10-22T22:05:13+02:00

De financiële sector als alternatief voor de maaksector wordt behandeld door Wallerstein in het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ (aflevering 8 en 32), en door David Harvey in het artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie en in zijn artikel ‘Oneindige exponentiële groei’ (aflevering 12, 18, 21 en 25) in de rubriek Ontwrichting. Wallerstein wijst er op dat het voor kapitalisten een al zeer lang bestaande praktijk is om in alle Kondratieff B-fases in de financiële sector te stappen. Het basismechanisme is geld uitlenen dat met rente moet worden terugbetaald. De klanten die voor degenen die uitlenen het meeste opleveren, zijn de klanten die teveel lenen en daarom slechts de rente maar niet het kapitaal kunnen terugbetalen. Dit levert voor degene die uitleent almaar doorgaande en steeds toenemende inkomsten op, totdat degene met de schuld het niet meer aankan (en failliet gaat). Zo’n financieel schema van lenen-betalen schept geen nieuwe waarde, niet eens nieuw kapitaal. Feitelijk wordt bestaand kapitaal vanuit de productiesector overgeheveld. Om degenen die ten onder gaan te vervangen, moeten er wel steeds nieuwe kringen bijkomen van mensen die willen lenen. Anders droogt de stroom van uitlenen en verschuldigd zijn op. Deze financiële handelwijzen kunnen zeer winstgevend zijn voor degenen die aan de kant van de winnaars zitten. Zie ook fictief kapitaal, rijkste 1% en rentenierseconomie.

Financiële crisis2019-10-02T09:07:18+02:00

Het boek Geld en duurzaamheid uit de Paradigmaserie wijdt een deel van hoofdstuk 3 aan het vóórkomen van financiële rampen van de afgelopen halve eeuw. De auteurs maken onderscheid tussen banken-, staatsschulden- en monetaire crises. Ze komen ook aan de orde in aflevering 12-13 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. De financiële crisis van 2007/2008 wordt uitgebreid behandeld in het Paradigmaserieboek Einde aan de groei: ons aanpassen aan de nieuwe economische realiteit geschreven door Richard Heinberg.

Financiële sector2019-10-02T22:10:18+02:00

De financiële sector als alternatief voor de maaksector wordt behandeld door Wallerstein in het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ (aflevering 8 en 32), en door David Harvey in het artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie en in zijn artikel ‘Oneindige exponentiële groei’ (aflevering 12, 18, 21 en 25) in de rubriek Ontwrichting. Wallerstein wijst er op dat het voor kapitalisten een al zeer lang bestaande praktijk is om in alle Kondratieff B-fases in de financiële sector te stappen. Het basismechanisme is geld uitlenen dat met rente moet worden terugbetaald. De klanten die voor degenen die uitlenen het meeste opleveren, zijn de klanten die teveel lenen en daarom slechts de rente maar niet het kapitaal kunnen terugbetalen. Dit levert voor degene die uitleent almaar doorgaande en steeds toenemende inkomsten op, totdat degene met de schuld het niet meer aankan (en failliet gaat). Zo’n financieel schema van lenen-betalen schept geen nieuwe waarde, niet eens nieuw kapitaal. Feitelijk wordt bestaand kapitaal vanuit de productiesector overgeheveld. Om degenen die ten onder gaan te vervangen, moeten er wel steeds nieuwe kringen bijkomen van mensen die willen lenen. Anders droogt de stroom van uitlenen en verschuldigd zijn op. Deze financiële handelwijzen kunnen zeer winstgevend zijn voor degenen die aan de kant van de winnaars zitten. Zie ook fictief kapitaal, rijkste 1% en rentenierseconomie.

Fitste2019-10-08T22:57:00+02:00

De betekenis van het ‘overleven van de best aangepaste’ (survival of the fittest) komt aan de orde in aflevering 28 van het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit. Volgens Jane Jacobs heeft overleven door natuurlijke selectie twee gezichten die elk even belangrijk zijn. Eén daarvan is succes in de concurrentie om voedsel en partners. Hieruit vloeit het principe van natuurlijke selectie door het overleven van de best aangepaste voort dat we kennen van de oorspronkelijke evolutietheorie. Het leefmilieu in stand houden is de andere kant van de medaille. In aflevering 30 van dit artikel bekijkt zij welke menselijke eigenschappen het leefmilieu (kunnen) sparen. Zie voor het geheel ook aflevering 29 en 31. Zie verder concurrentie en concurrentie in de natuur. Zie vooral ook in het artikel ‘De aarde leeft!’ over het symbiotisch wereldbeeld en homeostase en de visie van Lynn Margulis.

Het begrip wordt als ‘fitste’ aangehaald onderin aflevering 14 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting in tegenstelling tot ‘vetste’.

Fonds2019-10-05T22:48:43+02:00

Systemen kennen fondsen, dat wil zeggen voorraden waaruit geput kan worden. Deze vullen zichzelf al of niet aan. Het fonds staat tegenover de stroom. Het begrip fonds komt aan de orde in aflevering 12 en volgende (over natuurlijke rijkdom als fonds) van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Elk fonds is een vertraging. Zie daarover aflevering 20 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. De uitputting van eindige fondsen en exploitatie van hernieuwbare eindige fondsen komt aan de orde in aflevering 8 en volgende van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’. In de ecologie is er de kringloop van de stof (een fonds van materie). Zie hierover aflevering 58 en 84-86 van ‘Wat is ecologie’. Zie ook het verschil tussen fondsen en stromen.

Fondsen en stromen, verschil tussen2019-10-05T22:49:18+02:00

De meeste mensen ontvangen iedere maand geld op hun rekening, in de vorm van loon, uitkering of aow. Je hebt elke maand een bepaald bedrag te besteden. Dat moet je verdelen over de huur of de hypotheekrente, je eten en drinken, gas en elektra, kleding, enz. Houd je geen rekening met je budget, dan kom je aan het eind van de maand waarschijnlijk tekort.

Nu win je de hoofdprijs in de staatloterij, en je houdt op met werken. Dan denk je misschien dat budgetteren, zoals bij het maandgeld, niet meer nodig is. Er is immers genoeg. Toch blijft verdelen nodig. Je moet het nu alleen verdelen over alle uitgaven die je de rest van je leven wilt (kunnen) maken. Je moet net zo goed prioriteiten stellen als toen je nog maandgeld had. Zo krijg je net als bij maandgeld een budget voor je bestedingen.

Je kunt maandgeld zien als een stroom, en de hoofdprijs in de staatsloterij als een fonds (een voorraad). Bij een stroom is de omvang ervan de beperkende factor. Het is bijvoorbeeld tweeduizend euro per maand. Dat is je limiet. Maar het is wel een stroom. Je weet dat volgende maand er weer tweeduizend euro komen.

Bij een fonds is zo’n beperking geen constante factor. De verleiding is groot om helemaal geen prioriteiten te stellen. Geniet er maar liever van! Bij een fonds ga je je pas druk maken als het bijna op is. Dat zal misschien niet snel gebeuren, maar àls het zover is, heb je een megaprobleem.

Als je je houdt aan je budget, hoeft leven van een fonds geen moeilijkheden op te leveren. Bij die methode is het aan het eind van je leven precies op.

Als je (tenminste een deel van) het fonds investeert en gaat leven van de opbrengst daarvan, houd je je fonds in stand. Het fonds is dan het fundament waarop je je financiële leven bouwt. Aan het eind van je leven heb je het nog steeds achter de hand.

…U voelt wel, hier is meer over te vertellen. Dat zal hopelijk nog eens gebeuren bij een artikel bij de rubriek Complexiteit.

Forrester, J. Wright2019-09-26T14:00:34+02:00

Het rapport aan de Club van Rome Grenzen aan de groei, met als auteurs Denis en Donella Meadows (zie onder), Jorgen Randers en William W. Behrens III, was in 1972 een eye-opener. Het rapport komt op 4eco uitgebreid aan de orde in aflevering 30-35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting, en ook in aflevering 4 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie, in de eerste noot bij aflevering 6 van het artikel ‘De werking van systemen’ en (als belangrijke verduidelijking) in aflevering 1 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Naderhand verschenen nog updates in 1992 (Beyond the Limits) en 2004 (The 30-Year Update). Veertig jaar na 1972, in 2012, schreef Jorgen Randers dan nog het boek 2052 – A Global Forecast for the Next Forty Years (Chelsea Green, 2012) waarvoor hij een groot aantal auteurs om een bijdrage vroeg. Het rapport komt uitgebreid aan de orde in aflevering 30-35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Donella Meadows is de auteur van (het grootste deel van) de artikelen ‘De werking van systemen’ en ‘Ingrijpen in systemen’. Zij wordt met name genoemd in aflevering 5 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Fossiele brandstoffen2019-10-02T22:18:01+02:00

Het verstoken van fossiele brandstoffen is de belangrijkste oorzaak van de CO2-toename en die is weer de oorzaak van het opwarmen van de aarde. Wat in aflevering 2 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting in samenvatting wordt gezegd, krijgt bewijsvoering in de afleveringen 8-11. De nu ruim een halve eeuw durende scherpe stijging van het kooldioxideniveau in de atmosfeer aan het einde van een periode van 400.000 jaar is bewijsstuk nummer 1 van Jeremy Grantham in (aflevering 8). Dit komt ook aan de orde in aflevering ? van het artikel ‘Kroniek van een aangekondige zelfmoord’, ook in de rubriek Ontwrichting. Zie ook opwarming, olie, energie, energiedichtheid, primaire energiebron en kringlopen.

Fotosynthese2019-10-08T22:57:56+02:00

Groene planten vangen stralingsenergie op van de zon en zetten deze om in (opgeslagen) chemische energie. Dit gebeurt met het proces van de fotosynthese. Deze energie wordt gebruikt om een immense variëteit aan organismen, inclusief onszelf, in stand te houden. Lees erover in aflevering 12 van de eerste serie ‘Wat is ecologie?’ en in aflevering 59 van de derde serie. Je zou kunnen zeggen dat de kringlopen in de natuur beginnen bij de fotosynthese. Het ‘rendement’ in de natuur is laag.

De fotosynthese komt ook aan de orde in aflevering 9 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie: Planten ontlenen hun groene kleur aan ontelbare ‘nanoloepjes’, reactoren op moleculair niveau die in staat zijn zoveel licht te bundelen dat die geconcentreerd op één enkel watermolecuul deze uit elkaar doet spatten in waterstof en zuurstof. Planten dumpen de zuurstof direct in het milieu en leggen de waterstof vast in organische stof. Dat levert biomassa op.

De mens wil momenteel ingrijpen in dit proces. Een Volkskrantartikel van 9 maart 2019 bezigt hierbij termen als ‘superfotosynthese’ en ‘opgevoerd graan’; daarbij geen woord over of dat gesleutel ook tot onvermoede gevolgen kan leiden. Een interessant Engelstalig boek over plantenfysiologie is Teaming with Nutrients geschreven door Jeff Lowenfels. Zie ook planten, en verder landbouw en netto-primaire productie.

Framen2019-09-28T10:56:12+02:00

Framen, ergens een ‘verhelderend’ etiket opplakken, zie je overal om je heen. Gekke-koeien-ziekte klinkt heel wat pakkender dan ‘bovine spongiform encephalitis’ (BSE) of Creutzfeldt-Jacob-ziekte. Framen kan op een positieve manier (het papierloze kantoor) of op een negatieve manier (de illegale immigrant). Het gat in de ozonlaag werkte heel goed als frame.

Als we de instructie krijgen: ‘denk niet aan een olifant’ kunnen we de neiging om toch aan een olifant te denken amper weerstaan. Of we denken heel hard aan iets anders, een leeuw bijvoorbeeld. Deze cognitieve boodschap pakt ons in. De sociale situatie is veranderd door de eenvoudige woorden van de instructie. Framen is dus iets waaraan we ons niet kunnen onttrekken.

Hoe zit het met de invloed van framen op het klimaatdebat? Dat begint al bij de benaming. Eerst was het broeikaseffect; dat werd klimaatverandering; maar realistischer is eigenlijk klimaatontwrichting. Uit onderzoek blijkt dat dit uitmaakt. Broeikaseffect schept negatieve gevoelens en doet ons snelle systeem naar de heersende temperatuur kijken. We verwachten bij broeikaseffect dat het elk jaar warmer zal zijn dan het jaar ervoor. Alleen met ons langzame denken weten we dat het zo niet werkt. Met het veel neutralere ‘klimaatverandering’ werd het gevoel van urgentie juist uit het debat gehaald.

Zie eerder bij cognitieve psychologie en bij snel en langzaam denken.

Zie verder in het toekomstige artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ bij de rubriek ethiek.

Functies van geld2019-10-02T22:22:04+02:00

De bekende functies van ons kapitalistische geld zijn: (1) een middel of medium van circulatie, oftewel een rekeneenheid; (2) één enkele maatstaf voor de economische waarden van alle uiteenlopende marktgoederen, oftewel een betaal- of ruilmiddel; (3) oppotmiddel van waarde, oftewel een spaarmiddel.

Als spaarmiddel verlamt geld de functie van betaalmiddel, want waar de betaalfunctie de economie smeert, kan de oppotfunctie de economie juist verlammen (vooral tijdens crises).

David Harvey benoemt in zijn artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie de eerste twee functies van geld zo: (1) als circulatiemiddel faciliteert het de ruil op zo’n manier dat het het probleem oplost van het ‘niet-samenvallen van wensen en belangen’, dat probleem dat zulke harde grenzen stelt aan de directe ruilhandel); (2) als maatstaf omvat het de economische waarden van alle uiteenlopende marktgoederen. Vervolgens zet hij in dit artikel allerlei vraagtekens bij deze combinatie van functies.

Henk van Arkel voegt daar in dit paradigmaboek (p. 62 e.v.) nog twee functies aan toe: (4) een middel om rijker te worden, vooral door speculatie, en als gevolg daarvan (5) een verdedigingsmiddel tegen speculatie.

Verder kunnen we geld ook onderscheiden in: warengeld (dat zijn waarde ontleent aan de materie waaruit het gemaakt is: goud en zilver), papier- en muntgeld, fiduciair geld (dat zijn waarde ontleent het vertrouwen dat er goederen en diensten mee gekocht kunnen worden, in het algemeen: door de staat uitgegeven bankbiljetten, maar ook bitcoins), elektronisch geld, rekenmunten (om een eindsaldo mee te berekenen), kredietgeld en smeltend geld (dat geen rente draagt maar juist waarde verliest).

Met @nder geld – dat wil zeggen met de software ‘Cyclos’ van de Social Trade Organisation – kunnen de eigenschappen van geld naar believen zelf bepaald worden, waarmee er dus aan de functies gesleuteld kan worden. Het kan bijvoorbeeld rentevrij gemaakt worden of zelfs in de tijd in waarde verminderend (‘smeltend geld’; dit noemt Harvey ook in aflevering 14), het kan lokaal gebonden worden (waarbij het pas na een zeker aantal transacties naar ‘buiten’ mag, of omgewisseld mag worden in de gangbare munt), of het kan nog een of andere specifieke functie krijgen om een bepaald doel te bereiken (bijvoorbeeld als bedrijfskrediet, of toegepast basisloon).

Het thema geld komt op 4eco aan de orde in de artikelen Vriendelijk geld werkt aan welvaart en De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld in de rubriek Economie, en in Ons geldsysteem als een netwerk van complexe stromen in de rubriek Ontwrichting.

Verder zijn bij de paradigmaboeken Over een @nder soort geld en Eigen geld maken onderaan nog twee figuren en het artikel Met @nder geld naar een betere toekomst te vinden.

Zie over de Cyclos software de website van Social Trade Organisation. Zie rente, rente verdisconteren en negatieve rente.

Rushkoff behandelt het middeleeuwse lokale geld onder de titel ‘brakteaten’ in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘Vriendelijk geld werkt aan welvaart’ in de rubriek Economie. Dit soort geld spoorde mensen aan om andere manieren te bedenken om op de lange termijn waarde te creëren. Gemiddeld genomen werd zeker tien procent van de bruto inkomsten rechtstreeks in het onderhoud van gereedschappen en in collectieve projecten geïnvesteerd – een percentage dat sindsdien nooit meer gehaald is.

Fysiocraten2019-10-05T22:52:09+02:00

De technocraten waren een beweging die in de jaren dertig in de Verenigde Staten een zekere populariteit genoot. Voor hen is energie de basis van elk economisch handelen en rijkdom in economische zin is geen functie van de circulatie van geld, maar van de hoeveelheid energie die door de economie stroomt. De technocraten formuleerden daarom een eigen waardetheorie gebaseerd op energie. Dit sloot aan op de beweging van de eerste helft van de 18e eeuw die zich de fysiocraten noemde (met onder andere François Quesnay (1694-1774), een natuurkundige die aan het hof de (symbolische) functie van lijfarts van Lodewijk XV vervulde, en Jacques Turgot (1727-1781). Zíj hanteerden als uitgangspunt dat de bodem en de landbouw in samenspel met de energie van de zon de basis vormen van alle economische waarde. De meerwaarde die in de landbouw gecreëerd wordt, zagen zij als de drijvende kracht achter het proces van economische groei. Zie aflevering 1 en 2 en ook 6 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie.

Zie ook energie in systemen, stroom, aflevering 63, 72-73 en 78 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ in de rubriek Ecologie, en tenslotte aflevering 27 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

G

Gaia2019-10-08T22:59:12+02:00

James Lovelock (die ook het ozongat aan het licht bracht) muntte de naam Gaia om aan te geven dat onze planeet zich gedraagt als een superorganisme. In de loop van miljarden jaren zouden talloze globale regelmechanismen zijn ontstaan die de (in het algemeen) voor het leven gunstige omstandigheden in stand houden. James Lovelock is van mening dat het principe van homeostase ook op het systeem aarde van toepassing is en dat de werkzaamheid ervan vooral tot uiting komt op geologische tijdschalen. Dat betekent dat we, als we zelf ons klimaat veranderen, op de tijdschaal van onze cultuur niet door Gaia gered zullen worden. Sterker nog, Lovelock zegt: ‘Tegen de woekering van zoveel mensen als er nu zijn is de aarde niet opgewassen.’ Dat wil zeggen: Gaia zal zich van de mensenplaag ontdoen en een nieuw evenwicht vinden.

De aarde kan zijn complexe samenhang alleen in stand houden door, op heel grote schaal, de wanorde om zich heen te verspreiden in de ruimte. (Zie de wetten van de thermodynamica.) De planeet neemt hoogwaardige energie op uit de omgeving, gebruikt die om zich staande te kunnen houden en straalt diezelfde hoeveelheid ten slotte als laagwaardige energie, als warmte naar de ruimte. Ordening kan alleen plaatselijk opduiken als daarmee de algehele verspreiding van chaos wordt bevorderd.

Earth Systems Science heeft behoefte aan een overkoepelende theorie. Westbroek stelt zich in aflevering 10, 11 en 15 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie de vraag: Is de Gaia-hypothese die nieuwe theorie? Het is een vraag die hij (nog) niet kan beantwoorden, maar er is wel een aanwijzing: de wet van Kooijman. Want laat homeostase daar nu net de kern van vormen. Zonder homeostase geen leven, geen emergentie van eenvoud en geen fysiologische wetmatigheid. Wat voor de aarde (nog) niet te bewijzen zou zijn, is in de biologie overtuigend aangetoond.

Gebruikswaarde2019-10-02T22:35:27+02:00

Karl Marx vatte arbeid op als het proces aan de hand waarvan grondstoffen worden omgevormd tot goederen met een gebruikswaarde, en arbeidskracht vatte hij op als het vermogen om arbeid te verrichten. Op de arbeidsmarkt, zo stelde hij, wordt geen arbeid verhandeld maar arbeidskracht. Marx maakte een onderscheid tussen de geldwaarde van de arbeidskracht (het loon) en de gebruikswaarde van de arbeidskracht (het aantal uren dat arbeid wordt verricht en daarmee wat die arbeid oplevert). Voor de fabriekseigenaar is het alleen zinvol arbeidskracht in te huren wanneer haar gebruikswaarde groter is dan haar geldwaarde. Het gevolg is dat de werknemer slechts een deel van de dag bezig is de waarde van de verkochte arbeidskracht voor de fabriekseigenaar terug te verdienen. De rest van de dag levert hij of zij meerarbeid (ten gunste van de fabriekseigenaar), die de bron is van de meerwaarde (ook wel integrale winst genoemd of, in het jargon van het CBS, het exploitatiesaldo). Arbeid voegt dus waarde toe aan het product, die voor de eigenaar meerwaarde oplevert (en dus verdere kapitaalaccumulatie), en voor de economie als geheel, groei.

Deze passage is afkomstig uit aflevering 6 van het artikel ‘Energieslaven’ in de rubriek Economie. Dit thema wordt daar verder uitgewerkt met betrekking tot energie, waarbij blijkt dat (goedkoop gewonnen) energie in potentie beschikt over een groter vermogen om meerwaarde voort te brengen dan mensen. David Graeber wijst er (in de Tegenlichtuitzending van 24 maart 2019) op dat het onderhoud van een product (neem het afwassen van een kopje) vele malen meer arbeid en tijd vergt dan het maken ervan. Zie zijn boek Bullhitjobs (Business Contact, 2018).

In de drie artikelen van David Harvey is het begrip gebruikswaarde (tegenover ruilwaarde) steeds centraal aanwezig. De ruilwaarde is wat een product op de markt opbrengt. Hier nog een alinea uit Wikipedia:

In de klassieke en vooral marxistische economie is de gebruikswaarde het nut dat een consument ontleent aan de consumptie van een goed. In Marx’ kritiek op de politieke economie heeft elk product, waar arbeid in zit, een waarde en een gebruikswaarde en, als het goed als een waar op markten wordt verhandeld, daarbovenop ook nog een ruilwaarde, die meestal als een geld-prijs wordt uitgedrukt. Marx erkent dat waren die worden verhandeld ook een algemeen nut hebben, wat wordt geïmpliceerd door het feit dat mensen deze waren willen hebben, maar hij beargumenteert dat dit ons op zichzelf niets zegt over het specifieke karakter van de economie, waarin deze waren worden geproduceerd en verkocht.

De planetaire kosten en baten van de gebruikswaarde komen aan de orde in aflevering 15 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook accumulatie, economische groei, kapitaal zonder waardegrondslag, monopolie en zeepbel.

Geld bij Vico2019-10-01T12:15:15+02:00

Giambattista Vico (1668-1744) beschreef in het driedelige boek Nieuwe wetenschap de ontwikkelingsgang die landen volgens hem afleggen van barbarij tot beschaving om uiteindelijk weer in barbarij te vervallen. Zie aflevering 3-9 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. John Michael Greer laat daar aan de hand van het verschijnsel geld zien hoe Vico’s visie actuele waarde heeft.

Geld(functies)2019-10-02T22:30:06+02:00

De bekende functies van ons kapitalistische geld zijn: (1) een middel of medium van circulatie, oftewel een rekeneenheid; (2) één enkele maatstaf voor de economische waarden van alle uiteenlopende marktgoederen, oftewel een betaal- of ruilmiddel; (3) oppotmiddel van waarde, oftewel een spaarmiddel.

Als spaarmiddel verlamt geld de functie van betaalmiddel, want waar de betaalfunctie de economie smeert, kan de oppotfunctie de economie juist verlammen (vooral tijdens crises).

David Harvey benoemt in zijn artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie de eerste twee functies van geld zo: (1) als circulatiemiddel faciliteert het de ruil op zo’n manier dat het het probleem oplost van het ‘niet-samenvallen van wensen en belangen’, dat probleem dat zulke harde grenzen stelt aan de directe ruilhandel); (2) als maatstaf omvat het de economische waarden van alle uiteenlopende marktgoederen. Vervolgens zet hij in dit artikel allerlei vraagtekens bij deze combinatie van functies.

Henk van Arkel voegt daar in dit paradigmaboek (p. 62 e.v.) nog twee functies aan toe: (4) een middel om rijker te worden, vooral door speculatie, en als gevolg daarvan (5) een verdedigingsmiddel tegen speculatie.

Verder kunnen we geld ook onderscheiden in: warengeld (dat zijn waarde ontleent aan de materie waaruit het gemaakt is: goud en zilver), papier- en muntgeld, fiduciair geld (dat zijn waarde ontleent het vertrouwen dat er goederen en diensten mee gekocht kunnen worden, in het algemeen: door de staat uitgegeven bankbiljetten, maar ook bitcoins), elektronisch geld, rekenmunten (om een eindsaldo mee te berekenen), kredietgeld en smeltend geld (dat geen rente draagt maar juist waarde verliest).

Met @nder geld – dat wil zeggen met de software ‘Cyclos’ van de Social Trade Organisation – kunnen de eigenschappen van geld naar believen zelf bepaald worden, waarmee er dus aan de functies gesleuteld kan worden. Het kan bijvoorbeeld rentevrij gemaakt worden of zelfs in de tijd in waarde verminderend (‘smeltend geld’; dit noemt Harvey ook in aflevering 14), het kan lokaal gebonden worden (waarbij het pas na een zeker aantal transacties naar ‘buiten’ mag, of omgewisseld mag worden in de gangbare munt), of het kan nog een of andere specifieke functie krijgen om een bepaald doel te bereiken (bijvoorbeeld als bedrijfskrediet, of toegepast basisloon).

Het thema geld komt op 4eco aan de orde in de artikelen Vriendelijk geld werkt aan welvaart en De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld in de rubriek Economie, en in Ons geldsysteem als een netwerk van complexe stromen in de rubriek Ontwrichting.

Verder zijn bij de paradigmaboeken Over een @nder soort geld en Eigen geld maken onderaan nog twee figuren en het artikel Met @nder geld naar een betere toekomst te vinden.

Zie over de Cyclos software de website van Social Trade Organisation. Zie rente, rente verdisconteren en negatieve rente.

Rushkoff behandelt het middeleeuwse lokale geld onder de titel ‘brakteaten’ in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘Vriendelijk geld werkt aan welvaart’ in de rubriek Economie. Dit soort geld spoorde mensen aan om andere manieren te bedenken om op de lange termijn waarde te creëren. Gemiddeld genomen werd zeker tien procent van de bruto inkomsten rechtstreeks in het onderhoud van gereedschappen en in collectieve projecten geïnvesteerd – een percentage dat sindsdien nooit meer gehaald is.

Geldcontradictie2019-10-06T09:00:25+02:00

De kloof tussen geld en de (sociale) waarde die het representeert, vormt – volgens David Harvey in zijn artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie – een van de fundamentele contradicties van het kapitaal. (Zie fatale kapitalistische contradicties.) De representatie laat zich al te gemakkelijk verwarren met de realiteit die ze geacht wordt weer te geven. En voor zover een representatie een verkeerde voorstelling van zaken geeft (wat tot op zekere hoogte altijd het geval is) gaan we uiteindelijk geloven in en ons gedragen naar iets wat onjuist is. Zoals we de sociale arbeid in de waar niet terug kunnen zien, zo zijn we al helemaal blind voor de aard van de sociale arbeid in het geld dat die arbeid weerspiegelt. Geld, dat verondersteld wordt waarde te meten, wordt tenslotte zelf tot een vorm van waar – geldkapitaal. En bovenal representeren we iets inherent sociaals op zo’n manier dat het zich door privépersonen als een vorm van sociale macht laat toe-eigenen. Lees hierover meer in aflevering 4-11 van het genoemde artikel. Daar gaat het over de overgang van de stoffelijke vorm van goud, naar papiergeld, naar computercijfers als de weergave van geld.

Bovendien, zegt Harvey, is er zo niets wat me weerhoudt om overál een prijssticker op te plakken, of het nu om een product van sociale arbeid gaat of niet. Ik kan die sticker ook op een stuk grond plakken en pacht voor het gebruik ervan opstrijken. Ik kan als lobbyist rechtmatig invloed in de politiek kopen of de grens van het betamelijke overschrijden door mijn geweten, eer en reputatie aan de hoogste bieder te verkopen. Er is niet alleen sprake van een kwantitatieve divergentie tussen marktprijzen en sociale waarden, maar ook van een kwalitatieve. Ik kan ook een vermogen verdienen met de handel in drugs of vrouwen, of clandestien wapens verkopen (om drie van de lucratiefste bedrijfstakken in het hedendaagse kapitalisme te noemen). Erger nog (als dat al mogelijk is!), ik kan geld gebruiken om er meer van te maken, alsof het om kapitaal gaat, terwijl dat niet het geval is. Ik kan enorme bergen fictief kapitaal tot leven wekken – geldkapitaal dat ik uitleen voor activiteiten die geen enkele waarde creëren, maar die in financiële termen zeer lucratief zijn en rente in het laatje brengen.

Zo zitten we met de paradox opgescheept dat geld, dat geacht wordt de sociale waarde van creatieve arbeid te weerspiegelen, een vorm aanneemt – die van fictief kapitaal – die in omloop wordt gebracht om via de onttrekking van waarde aan vormen van niet-productieve (geen waarde producerende) activiteiten de zakken van financiers en obligatiehouders te spekken.

Geldcreatie2019-10-02T09:35:38+02:00

Fiduciair geld is geld dat zijn waarde niet ontleent aan de materie waaruit het gemaakt is (intrinsieke waarde zoals bij gouden en zilveren munten), maar aan het vertrouwen dat er goederen en diensten mee gekocht kunnen worden.

Fiduciair geld komt aan de orde in aflevering 8 en volgende in het artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie. Of het scheppen van extra geld het probleem van het gebrek aan kapitaalaccumulatie kan oplossen komt aan de orde in aflevering 12 en 19-20 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Economie. Zie ook geld, geldcontradictie, @nder geld en het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting.

Geldsysteem2019-10-02T22:47:38+02:00

Het ontwerp van ons geldsysteem is het onderwerp van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Het kritiseert (in aflevering 2-5) de gangbare economie omdat deze wetenschap de economie als een gesloten systeem behandelt, als een systeem dat (min of meer) los staat van de biosfeer en het sociale, in plaats van als een open systeem met ‘complex flow networks’. Een ander ontwerp wordt besproken in aflevering 15-16. Zie ook kapitalisme, financiële crisis, schuldencrisis en @nder geld. De doorstroming van materie, energie en informatie komt ook aan de orde in aflevering 5 en volgende van hetzelfde artikel. De efficiëntie wordt hierbij ook wel doorvoerefficiëntie (through-put efficiency) genoemd en tegenover veerkracht gezet.

Geologisch tijdvak2019-10-05T22:55:28+02:00

De geologie heeft de geschiedenis van de aarde ingedeeld in eonen, die verdeeld zijn in era’s. De era’s worden op hun beurt onderverdeeld in periodes (die tientallen miljoenen jaren kunnen beslaan). Deze periodes verdeeld men dan weer in tijdvakken, en die in tijdsnedes en soms zelfs nog kleinere eenheden. We zitten nu in de periode van het Kwartair en daarvan het tijdvak het Holoceen. De International Commission on Stratography is het internationale orgaan dat gaat over deze indeling. (Zie verder tijdschaal bij Wikipedia.)

In 1999 riep Paul Crutzen op een earth-systems-science-conferentie ineens uit: ‘Stop toch eens met het gebruiken van het woord Holoceen. We zitten nu in … het … het Antropoceen’. Hiermee was een naam gegeven aan wat misschien een nieuw tijdvak is, een tijdvak waarin de geologische impact van de mens valt af te lezen en die daarom de naam van de mens krijgt. Nu is Crutzen geen geoloog, en het is de bovengenoemde geologie commissie die over de namen gaat en die is er nog niet helemaal uit. Maar het woord Antropceen heeft zich intussen vastgezet in allerlei discussies op vele terreinen. (Hierover handelt bijvoorbeeld het boek The Birth of the Anthropocene van Jeremy Davis, University of California Press, 2016. En zie voor de opmerkelijke constandheid van het Holoceen figuur ? in aflevering ? van het nog te verschijnen artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting.) Zie ook zelfmoord in het antropoceen en aanpak van het klimaatprobleem.

Het woord Antropoceen is als naam gemeengoed geworden. Het is ook het onderwerp van het boek Dwalen in het antropoceen van René ten Bos (Boom, 2017), dat aangehaald wordt in aflevering 1 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. In het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ maak ik ook gebruik van het boek Facing the Anthropocene: Fossil Capitalism and the Crisis of the Earth System van Ian Angus (Monthly Review Press, 2016).

Geopolitiek van de olie2019-10-05T22:55:58+02:00

Zie over geopolitiek, oliepolitiek en oliestaat/petrostaat de afleveringen 816 van het artikel ‘Olie’ in de rubriek Energie.

Geslachts- en soortnaam2019-10-03T21:58:47+02:00

De wetenschap heeft aan alle soorten een naam gegeven die uit twee delen bestaat, de geslachtsnaam en de soortnaam. Zo zijn er verschillende soorten vlinders, die allemaal een overeenkomstige structuur hebben, die in het geslacht Pieris worden ingedeeld. We noemen ze witjes. De verschillende soorten witjes planten zich echter onderling niet voort. Daarom zijn het verschillende soorten: klein koolwitje (Pieris rapae), groot koolwitje (Pieris brassicae) en klein geaderd witje (Pieris napi). Zie verder aflevering 32 van ´Wat is ecologie?’ (serie 2).

Geweten2019-09-27T22:45:09+02:00

Hamming stelt dat ons geweten ontstond bij ons mensworden. Hij behandelt hoe dit geweten zich volgens hem vervolgens ontwikkelde is aflevering 2 van het artikel ‘Het Sumerisch Testament’ in de rubriek Ethiek. Zie ook JHWH en culturen.

Gif2019-10-05T22:56:56+02:00

We maken momenteel de zesde grote periode van massa-extinctie door. De eerste vijf waren het gevolg van meteorieten en grootscheepse klimaatveranderingen als gevolg van de zon. Het zesde uitsterven veroorzaken we zelf. Zie daarover onder andere de cursieve stukje bij aflevering 24, 28, 31, 32 en 33 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting, waar aflevering 31 er specifiek over gaat.

En daar komt nog het een en ander bij: in de ontwikkelde landen is de kwaliteit van het sperma met ruim 50 procent gedaald. In China, dat bezig is met een inhaalrace, is het aantal spermacellen de afgelopen 15 jaar met een kwart gedaald. Toxiciteit, en de chemicaliën die die toxiciteit veroorzaken, kan weleens een heter hangijzer blijken te zijn dan klimaatverandering, schrijft Jeremy Grantham in aflevering 32 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Het kan híermee te maken hebben dat het aantal auto-immuunziekten hand over hand toeneemt. Chemicaliën zouden dan de hormoonhuishouding verstoren, met name bij blootstelling tijdens de zwangerschap. Ook nemen verschillende soorten kanker snel toe, waarvoor geen andere duidelijke verklaring voor handen is. Zie hierover bewijsstuk 30 en 31. Zie ook milieuverontreiniging. Meadows noemt het laten uitsterven van soorten een systeemmisdaad (aflevering 16 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit). Zie ook aflevering ? in het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook zelfmoord in het antropoceen.

Global Change2019-10-08T23:01:45+02:00

De afkorting IPCC staat voor het Intergovernmental Panel on Climate Change. Het valt onder de Verenigde Naties. We kennen het van de klimaatrapporten. Het is de computermodelaanpak om proberen wijs te worden uit een wereld van chaos. Westbroek noemt het ‘spaghetti-modellering’ in aflevering 1 en 15 van zijn artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie. IPCC vormt een onderdeel van de grootscheepse internationale onderzoeksprogramma’s die zijn opgezet onder de verzamelnaam Global Change. Zie daarover nog aflevering 19. In het gewriemel van miljoenen factoren en invloeden, ontgaat ons hierbij de emergentie, de eenvoud van de lange termijn, die de Earth Systems Science benadering juist nastreeft.

Glubb, Sir John Bagot2019-10-01T12:27:59+02:00

Sir John Bagot Glubb (1897-1986) meende dat de geschiedenis van wereldrijken steeds een boog volgt die bestaat uit een vast aantal fases of tijdperken. Twee onverbiddelijke krachten drijven volgens Glubb deze beweging voort. Ten eerste creëert – analoog aan ecologische successie – elk tijdperk socio-economische condities die bevorderlijk zijn voor de opkomst (emergentie) van het volgende tijdperk. Ten tweede groeit daardoor elke nieuwe generatie op in gewijzigde omstandigheden, wat een gewijzigde manier van denken en handelen cultiveert. De uitkomst is een positieve terugkoppelingslus waarin veranderde materiële omstandigheden mentale veranderingen voortbrengen, die weer meer verandering in materiële zin meebrengen, wat weer mentaal doorwerkt, enzovoort. Totdat de beschaving in decadentie terecht komt en ineenstort. Zie hierover aflevering 10-13 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Gordon, Robert2019-11-07T10:56:08+01:00

Robert Gordon stelt in 2016 verschenen boek boek The Rise and Fall of American Growth stelt dat de enorme technologische sprong die de westerse wereld tussen 1870 en 1970 gemaakt heeft, niet meer herhaald zal worden en dat de informatierevolutie van de jaren tachtig en negentig zich nauwelijks in een tastbare productiviteitsstijging heeft vertaald. Dit komt aan de orde in aflevering 5 van het artikel ‘Olie’ in de rubriek Energie. Eerder schreef hij een artikel dat David Harvey gebruikt in zijn artikel ‘Oneindige exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting ‘Is the US Economic Growth Over? Faltering Innovation Confronts the Six Headwinds’, Working Paper 18315 (Cambridge, MA: National Bureau of Economic Research, 2012). Het is te vinden op: http://www.nber.org/papers/w18315.pdf. Harvey schrijft: ‘De inherente zwakte van de laatste golf van innovaties wordt in het geval van de Verenigde Staten nog eens versterkt door een reeks ‘tegenwinden’, waaronder toenemende sociale ongelijkheid, problemen die samenhangen met de oplopende kosten en teruglopende kwaliteit van het onderwijs, de gevolgen van de globalisering, milieuvoorschriften, demografische ontwikkelingen (een verouderende bevolking), een stijgende belastingdruk en de gevolgen van een toenemende schuldenlast van consumenten en overheden.’

Goud2019-10-02T22:51:29+02:00

Goud als stoffelijke waardestandaard wordt besproken in aflevering 4 en volgende in het artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie. De kosten van goudwinning staan grafisch weergegeven in aflevering 3 van het artikel Grondstoffen in de rubriek Energie. De val van het Romeinse Rijk wordt door Ugo Bardi geweten aan een gebrek aan goud en zilver. Zie aflevering 14 van het artikel Catastrofologie in de rubriek Ontwrichting.

Goudlokje2019-10-08T23:02:26+02:00

De pap van Goudlokje mocht niet te warm zijn en ook niet te koud; hij moest precies goed zijn. Evenzo moet de vrijheid die een systeem krijgt om te opereren precies goed zijn. Alleen dan gaat dat opereren op de meest open, dynamische en adaptieve manier. In systeemjargon heet dit ‘op de rand van de chaos’, oftewel op de scheidslijn tussen een systeem dat te star is, met te weinig armslag om nieuwe gedragsregels uit te proberen, en een systeem dat zoveel vrijheid heeft dat zo’n beetje alles mogelijk is en het feitelijk chaotisch is. Dit principe komt aan de orde in aflevering 19 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie over het goudlokje-syndroom aflevering 23-24 van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie. Westbroek stelt in aflevering 7 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie de vraag: hoe kan het dat er maar een spoortje koolzuurgas (CO2) in de atmosfeer zit, precies genoeg om het klimaat te reguleren? De aarde is ver verwijderd van het thermodynamisch evenwicht en houdt zijn toestand al drie of zelfs vier miljard jaar in stand.

Graanproductie2019-10-01T15:19:28+02:00

Bij een vergelijking van de graanproductiviteit met de bevolkingsgroei blijkt dat er binnenkort geen veiligheidsmarge meer is (op basis van de opbrengst van de drie belangrijkste voedingsgewassen: tarwe, rijst en maïs). Zie bewijsstuk 21 van aflevering 21 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Niet alleen zwakt de groei van graanproductie af (aflevering 22) en is de groene revolutie uitgewerkt (bewijsstuk 23), het effect van erosie door stortregens en het enorme verlies aan humus zal desastreus zijn (en dit wordt nog niet goed onderkend). Zie bewijsstuk 25 en 26. Tellen we daar het effect van klimaatverandering nog bij, dan kan in 2040 de graanproductiviteit terug zijn op het niveau van 1980 (toen er zo’n 4 miljard mensen waren). Dit wordt weergegeven in bewijsstuk 27. Bewijsstuk 28 toont het gecombineerde effect van klimaatverandering en bodemerosie in de VS, met de historische en de geraamde graanopbrengsten voor de tarwe-, soja- en rijstproductie. En dan is de wedren tussen supergraan en superonkruid nog ongewis. En is het mogelijke gebrek aan fosfaat (of kalium) niet meegenomen (aflevering 29). En evenmin mogelijke klimaatvluchtelingen, oprakend water, dalende bodems, en wat niet al (aflevering 30). Zie ook hoosbuien, concurrentie, levensgemeenschap, fotosynthese, permacultuur, voedselketen en zelfmoord in het antropoceen.

Gramsci, Antonio2019-10-02T11:32:34+02:00

Antonio Gramsci wordt genoemd in aflevering 11 van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ en in aflevering 17 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting.

Gratis Lunch2019-09-29T22:25:15+02:00

 

Om de voordelen van aanpassing en overleving in een hoogst onzekere omgeving binnen te halen (veerkracht), moet een prijs betaald worden in de vorm van minder efficiëntie. Je krijgt je overlevingskansen niet voor niets. Er is geen gratis lunch, zoals de Amerikanen zeggen. Daar is geen ontkomen aan. Zie aflevering 17 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Grenzen aan de groei2019-09-26T13:57:49+02:00

Het rapport aan de Club van Rome Grenzen aan de groei, met als auteurs Denis en Donella Meadows (zie onder), Jorgen Randers en William W. Behrens III, was in 1972 een eye-opener. Het rapport komt op 4eco uitgebreid aan de orde in aflevering 30-35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting, en ook in aflevering 4 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie, in de eerste noot bij aflevering 6 van het artikel ‘De werking van systemen’ en (als belangrijke verduidelijking) in aflevering 1 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Naderhand verschenen nog updates in 1992 (Beyond the Limits) en 2004 (The 30-Year Update). Veertig jaar na 1972, in 2012, schreef Jorgen Randers dan nog het boek 2052 – A Global Forecast for the Next Forty Years (Chelsea Green, 2012) waarvoor hij een groot aantal auteurs om een bijdrage vroeg. Het rapport komt uitgebreid aan de orde in aflevering 30-35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Donella Meadows is de auteur van (het grootste deel van) de artikelen ‘De werking van systemen’ en ‘Ingrijpen in systemen’. Zij wordt met name genoemd in aflevering 5 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Grenzen van systemen2019-09-28T23:12:35+02:00

Een systeem is een eenheid, maar grenzen zijn bij systemen nooit echt hard. Dit komt kort aan de orde in aflevering 10 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Over grenzen die er wel en niet zijn in systemen gaat het ook in de afleveringen 17-19 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Als we ons niet op de dingen maar op de processen concentreren vervagen de grenzen tussen natuur en economie. Dat houdt in dat de economie gehoorzaam is aan natuurlijke principes (dat wil zeggen zich daarnaar moet gedragen op straffe van problemen). Hierover gaat het artikel ‘De natuur van de economie’.

Het systeem aarde is voor de helft gesloten: energie kan erin en eruit, maar de hoeveelheid materie die het met de ruimte uitwisselt, is verwaarloosbaar klein. De grens van dit systeem is scherp.

Groei, exponentieel2019-10-05T23:03:06+02:00

Het verschijnsel ‘exponentiële groei’ komt op heel wat plaatsen op deze website aan de orde, vooral in de inleiding bij de rubriek Economie: ‘Biofysische grenzen: exponentiële groei’. Ik geef hier eerst als de belangrijkste vormen: de groei als fatale contradictie en als ecologische functie met een korte omschrijving, en dan nog een aantal specifieke plaatsen.

Kapitaal gaat altijd over groei en die groei is noodzakelijkerwijs exponentieel. Harvey verdedigt in het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ (in de rubriek Economie) de stelling dat deze dynamiek, die in de reproductie van het kapitaal besloten ligt, momenteel een buitengewoon gevaarlijke kapitalistische contradictie vormt die niet of nauwelijks onderkend of geanalyseerd wordt. Hij beschrijft het bedrieglijke karakter van samengestelde rente in aflevering 3, de historische groei van het wereldkapitaal in aflevering 5 en rekent in aflevering 6 aan de groei die de komende generatie (normaal gesproken) te verstouwen krijgt. Kijk in de inhoudsopgave van dit artikel om te zien wat er vervolgens nog aan de orde komt (zoals geldcreatie, commons, enzovoort). Zie ook groei.

Wie de bank vertrouwt en zijn geld daarheen brengt, krijgt er rente over (al is dat op het ogenblik niet veel). Laat je dat geld inclusief de rente op de bank staan, dan groeit het spaartegoed elk volgend jaar méér dan het jaar ervoor. Dan spreken we over exponentiële, of samengestelde groei. Als bijvoorbeeld het groeitempo 7 procent per jaar bedraagt, verdubbelt een populatie, een saldo, of wat dan ook in slechts 10 jaar (in de figuur bij aflevering 4 van de eerste serie ‘Wat is ecologie?’ staan de cijfers voor de groei van de economie van China). Lees erover in aflevering 4-6 en verder in de Inleiding bij 4eco in aflevering 3 met vooral de twee figuren daar (de grote acceleratie); en in aflevering 2 van de inleiding bij de rubriek Complexiteit ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’. Zie over deze logistische curve ook aflevering 9 van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie en aflevering 1 van het artikel ‘Het Seneca-model’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook bevolkingsgroei en rentenierseconomie. Zie verder aflevering 4 van het artikel ‘Piekolie’ en aflevering 7 van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’: Het wereldkapitaal groeide na de Tweede Wereldoorlog exponentieel.

Samengestelde economische groei als een vorm van positieve terugkoppeling komt aan de orde aflevering 11 en volgende van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. In het klimaatonderzoek is de term acceleratie ineens gemeengoed geworden. Zie in het (nog te verschijnen) artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting, ‘Bewijsstuk 2’ in aflevering 9 en ook aflevering 17.

Groei, lineair2019-09-24T14:56:08+02:00

Wie geld wil sparen en de bank niet vertrouwt, kan elk jaar honderd euro in een oude kous stoppen. Ieder jaar groeit dat bedrag dan met een constante hoeveelheid van honderd euro. We noemen dat lineaire groei. Lees erover in aflevering 4 van de eerste serie ‘Wat is ecologie?’ en in aflevering 3 van het artikel ‘Eindeloze samengestelde groei’ in de rubriek Complexiteit. Zie verder ook exponentiële groei. Het begrip groei komt verder in de meeste artikelen van 4eco wel voor.

Groene revolutie2019-10-01T15:20:01+02:00

Bij een vergelijking van de graanproductiviteit met de bevolkingsgroei blijkt dat er binnenkort geen veiligheidsmarge meer is (op basis van de opbrengst van de drie belangrijkste voedingsgewassen: tarwe, rijst en maïs). Zie bewijsstuk 21 van aflevering 21 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Niet alleen zwakt de groei van graanproductie af (aflevering 22) en is de groene revolutie uitgewerkt (bewijsstuk 23), het effect van erosie door stortregens en het enorme verlies aan humus zal desastreus zijn (en dit wordt nog niet goed onderkend). Zie bewijsstuk 25 en 26. Tellen we daar het effect van klimaatverandering nog bij, dan kan in 2040 de graanproductiviteit terug zijn op het niveau van 1980 (toen er zo’n 4 miljard mensen waren). Dit wordt weergegeven in bewijsstuk 27. Bewijsstuk 28 toont het gecombineerde effect van klimaatverandering en bodemerosie in de VS, met de historische en de geraamde graanopbrengsten voor de tarwe-, soja- en rijstproductie. En dan is de wedren tussen supergraan en superonkruid nog ongewis. En is het mogelijke gebrek aan fosfaat (of kalium) niet meegenomen (aflevering 29). En evenmin mogelijke klimaatvluchtelingen, oprakend water, dalende bodems, en wat niet al (aflevering 30). Zie ook hoosbuien, concurrentie, levensgemeenschap, fotosynthese, permacultuur, voedselketen en zelfmoord in het antropoceen.

Grondstoffen2019-10-02T22:58:53+02:00

Grondstoffen, zoals op 4eco besproken in het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie, zijn stoffen die in de natuur gevonden worden, zoals vruchtbare aarde, olie, mineralen, hout en andere gewassen, waar we op de een of andere manier gebruik van kunnen maken. Ze vormen het natuurlijk kapitaal van de primaire economie. Zie ook aflevering 35 over het ‘Het Seneca-model’ in het artikel Catastrofologie de rubriek Complexiteit.

Een mineraal is volgens Wikipedia dan weer een samengestelde of enkelvoudige stof, die als vaste stof in de vrije natuur voorkomt en gevormd is door geologische processen. Maar het is handiger hierbij bijvoorbeeld te denken aan nutriënten die de landbouw nodig heeft (NPK, oftewel stikstof, fosfaat en kalium), of ertsen waaruit metalen gewonnen kunnen worden. En dan gaat het eigenlijk over groepen elementen met een specifieke plaats in het periodiek systeem (waarin alle elementen in schema staan). Het boek Global Resource Depletion, Managed Austerity and the Elements of Hope van André Diederen (Eburon, 2010) behandelt dit in het licht van de huidige crisis.

Grondstoffenimport2019-10-01T12:22:50+02:00

Het onderscheid in primaire, secundaire en tertiaire economie (of goederen), dat de econoom E.F. Schumacher (van het boek Hou het klein) maakt, wijkt fundamenteel af van wat gangbare economen aan soorten economie onderscheiden. De term primaire goederen omvat bij Schumacher alle zaken die voor het menselijk bestaan en de economische activiteit noodzakelijk zijn en niet door mensen, maar door de natuur worden geproduceerd. De term secundaire goederen omvat de goederen en diensten die het product zijn van menselijke arbeid en die mensen met elkaar uitwisselen. De financiële markt, die een wereld van abstracties is, vormt de tertiaire economie. Hierover handelt aflevering 6 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Zie in dit verband ook ‘natuurlijke grondstoffen als import’ (aflevering 12) en het begrip bijtanken (aflevering 17) in het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook economie van de natuur, ecologisch economen en kapitalisme.

Grondstoffenvloek2019-10-02T23:01:26+02:00

Met de grondstoffenvloek of Dutch Disease wordt bedoeld dat landen met veel natuurlijke hulpbronnen vaak minder economische groei kennen, minder democratisch geregeerd worden en ook in andere opzichten in hun ontwikkeling achterblijven.

De term Dutch Disease of Hollandse ziekte verwijst naar de gevolgen van de grote buitenlandse vraag naar Nederlands gas in de jaren zeventig. Daardoor steeg de gulden sterk in waarde, prijsden Nederlandse bedrijven zich uit de markt en daalde de economische activiteit. Met als gevolg dat de extra inkomsten opgingen aan ww-uitkeringen.

Lees hierover meer in aflevering 15-17 van het artikel Olie in de rubriek Energie.

 

H

Haldane, Andrew2019-10-02T09:16:54+02:00

Prof. Robert May wordt genoemd in de noot aan het einde van aflevering 25 van ‘Wat is ecologie’ serie 1 en in aflevering 14 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Ook beveelt hij het boek van Fred Pearce De laatste generatie uit de Paradigmaserie van harte aan. Centrale-bankdirecteur Andrew Haldane wordt eveneens genoemd in aflevering 14 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Hij komt ook uitgebreid aan bod in het boek Uit de olie uit de Paradigmaserie.

Hall, Charles2019-10-05T23:05:42+02:00

EROEI staat voor energierendement op energie-investering. Het concept is ontwikkeld door de Amerikaanse ecoloog Charles Hall en geeft de verhouding weer tussen een energieopbrengst en de hoeveelheid energie die nodig is om die opbrengst te verkrijgen. Breder geformuleerd is het de verhouding tussen de energieopbrengst waarop de samenleving draait en de energie die nodig is om die opbrengst te verkrijgen, op haar bestemming te krijgen en te benutten.

Zie aflevering 6 van hert artikel ‘De economie van piekolie’ en aflevering 5 van het artikel ‘Biofysische grenzen: opgevoerde entropie’. EROEI komt ook aan de orde in aflevering 11 en volgende van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit, in aflevering 14 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting en in aflevering 14 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook energiekwaliteit, energiestaat en energieklif. Zie over het werk van Hall verder aflevering 6 en volgende van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie en aflevering 8 voor de EROI van de diverse energiebronnen. Hij is met Kent Klitgaard de auteur van het handboek voor biofysische economie Energy and the Wealth of Nations: Understanding the Biophysical Economy (Springer, 2012) en zelf ook nog van Energy Return and Investment (Springer, 2017, genoemd in aflevering 9). Zijn rechterhand is David Murphy.

Uit het begrip EROI vloeit het begrip energiesurplus voort. Bij een EROI van 100:1 staat 99 procent van de gewonnen energie de samenleving ten dienste (omdat slechts 1 eenheid nodig is voor de winning van de volgende portie energie) . Bij een EROI van 2:1 is dat slechts de helft. Een moderne beschaving kan niet toe met een EROI onder de 7:1, maar het dubbele is waarschijnlijk nodig voor een verzorgingsmaatschappij als de onze. Zie daarover aflevering 9 en 10.

De kracht van Halls EROI-concept schuilt erin dat het een methode biedt om het energiesurplus te kwantificeren, dat het een instrument verschaft om de kwaliteit van uiteenlopende energiebronnen langs één meetlat te leggen en dat het een mogelijkheid biedt om de economische gevolgen van de stijgende kosten van de energiewinning in kaart te brengen. De levenscyclusanalyse, terugverdientijd en net energy analysis zijn conceptuele zusjes van het EROI-begrip. Kritiek op de EROI-functie vindt u in aflevering 13-14 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. In aflevering 14 komt het artikel ‘Order from Chaos: A Preliminary Protocol for Determining the EROI of Fuels’ van Murphy, Hall, Dale en Cleveland ter sprake, waarin ze een protocol formuleren voor EROI-onderzoek. Het gaat daarbij om validiteit en betrouwbaarheid.

Het idee van een noodzakelijk energiesurplus voor een rijke beschaving, heeft ook iets deterministisch. Met een beetje goede wil kun je nog stellen dat er een eenduidige relatie bestaat tussen de energetische basis van een economie, haar energiesurplus en haar culturele en morele ontwikkeling. Maar je kunt lastig volhouden dat het energiesurplus ook iets zegt over esthetische waarden, intellectuele ontwikkeling en de richting van de technische vooruitgang. Vooral op detailniveau schiet deze benadering tekort. Die verklaart bijvoorbeeld niet hoe het kan dat de ‘boerenbevolking’ in het West-Europa van de elfde tot de dertiende eeuw een ongekende hoeveelheid vrije tijd aan een opmerkelijk hoge levensstandaard wist te paren. Of dat landen die over enorme energieoverschotten beschikken het economisch niet noodzakelijk beter doen dan landen die voor dat surplus op import zijn aangewezen. Of dat de Grote Depressie van de jaren dertig samenviel met historisch hoge EROI’s voor olie, gas en steenkool. Meer hierover in aflevering 11 en 12. Zie ook aflevering 17-18 over het effect van het energiesurplus van de oliewinning op de economie.

Handel en bestuur2019-09-26T12:24:29+02:00

Jane Jacobs maakt onderscheid tussen twee morele stelsels waarin onze samenleving kan worden opgedeeld: handel en bestuur. Hierover komt later een apart artikel. Het schema ervan is al te vinden in aflevering 24 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Harvey, David2019-10-02T09:58:43+02:00

David Harvey (1935), hoogleraar aan de City University of New York, is een van de meest geciteerde geografen ter wereld en ook buiten de kring van geografen is zijn invloed groot, met name in het sociale en politieke debat over de ontwikkeling van steden. In 1969 vertrok hij uit Engeland naar Amerika om hoogleraar te worden aan de Johns Hopkins University in Baltimore. Geconfronteerd met de slechte leefomstandigheden in delen van de stad zag hij dat de geografie een nieuwe, revolutionaire theorie nodig had. Het theoretisch kader voor deze theorie vond hij in het marxisme. Zijn vroege Society, the City and the Space-Economy of Urbanism uit 1972 verscheen in 1975 onder de titel Uitbuiting en de stad als mijn allereerste boek als uitgever. Dat was dus voor de opkomst van het neoliberalisme. Veertig jaar en vele boeken later schreef Harvey in 2013 het boek Seventeen contradictions and the end of capitalism waarvan we drie contradicties in vertaling plaatsen op 4eco. Dat zijn de contradicties rond geld, rond eindeloze groei en rond de verhouding van het kapitalisme tot de natuur.

Hayek, Friedrich2019-10-02T09:21:08+02:00

De econoom van de Oostenrijkse Economische School Friedrich Hayek wordt in verband met de VrijGeld-beweging geciteerd in aflevering 15 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting.

Hefboom2019-09-30T23:02:27+02:00

In aflevering 2 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit zet Donella Meadows twaalf hefbomen op een rij in volgorde van effectiviteit. In de rest van het artikel worden ze behandeld. Hier een kleine greep uit deze middelen: subsidies als stromende kranen, buffers als stabiliserende fondsen, fysieke systemen als loodgieterswerk, vertragingen en de haalbaarheid van aanpassingen, de relatieve kracht van negatieve en positieve terugkoppelingen en de stap van materie naar informatie met informatiestromen en wie er over kan beschikken, de meent (commons), beloningen, straffen en belemmeringen, vervolgens zelf-organisatie, oftewel de macht om de systeemstructuur uit te breiden, te veranderen, te doen evolueren, en doelen, oftewel de macht om het oogmerk of de functie van het systeem aan te passen. Tenslotte komt Meadows uit bij het paradigma dat kan veranderen, al gebeurt dat natuurlijk niet zomaar. Het is niet voor niets het op één na hoogste niveau van ingrijpen. Zie verder bij paradigma. Meadows eindigt met de hefboom van het ongebonden zijn aan enig paradigma. Het heeft iets verlichts, maar het is meesterschap.

Hegemonische cycli2019-10-02T17:17:48+02:00

De zogenaamde Kondratieff-cycli, vernoemd naar Nikolaj Kondratjev (1892-1938), zijn lange economische cycli die een fase van groei kennen (de A-fase) en een fase van recessie (de B-fase). Ze worden ook wel (lange) golven genoemd. De looptijd van de eerste cyclus (van eind 18e, begin 19e eeuw) was ruim 60 jaar, die van de vierde (en voorlaatste) was ruim 40 jaar, die van de laatste kan nog korter worden. In twee noten wordt in aflevering 5 en 6 van het artikel artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting hierop een nadere toelichting gegeven. Wallerstein bespreekt behalve Kondratieff-cycli ook hegemonische cycli (vanaf aflevering 10). De twee cycli lopen niet gelijk op. De looptijd van een hegemonische cyclus is gewoonlijk beduidend langer. Geen van beide zijn perfecte cycli: ze komen niet terug bij hun beginpunt, maar ‘erboven’. Zie ook creatieve vernietiging.

Wikipedia zegt er dan nog het volgende over:

De Kondratieffgolven of lange (conjunctuur)golven vormen een conjunctuurbeweging in de moderne wereldeconomie, die op de zeer lange termijn opereert: deze golven hebben een periode van vijftig tot zestig jaar, waarin prijspeil, productieniveau en handelsvolume eerst toenemen, dan stagneren en dan weer afnemen. Kondratieffgolven werden begin twintigste eeuw ontdekt door de Russische econoom Nikolaj Kondratjev (en ongeveer gelijktijdig door diverse andere economen). Ze werden naar Kondratjev vernoemd door de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter, die Kondratjevs werk uitbouwde tot een theorie van innovatiecycli. De geldigheid van Kondratjevs ontdekking is tot op heden controversieel.

Onder het kopje Kritiek volgt in Wikipedia dan nog:

De langegolftheorie wordt niet aanvaard door de meeste neoklassieke economen, die technische veranderingen en innovaties meer als exogeen dan als endogeen fenomeen beschouwen in relatie tot economie. Het is echter een van de steunpilaren van innovatiegebaseerde, ontwikkelings- en evolutionaire economie – met andere woorden: een van de grote heterodoxe stromingen in de economie.

Onder de economen die de theorie aanvaarden, bestaat geen duidelijke overeenstemming over de begin- en eindjaren van de afzonderlijke cycli. Dit is een ander punt van kritiek op de theorie: het komt neer op patronen zien in een massa van statistieken die veel ruimte voor subjectiviteit openlaat. Tevens is er gebrek aan overeenstemming over de achterliggende oorzaken van dit fenomeen. Ook is men het oneens over de invloed van externe factoren zoals natuurrampen.

Ik voeg hieraan nog toe:

Een gangbare econoom als Jaap van Duin zweert ook bij de Kondratieff-cycli. Hij spreekt echter van elkaar afwisselende perioden van versnelling en vertraging van de groei vanwege nieuwe groeisectoren die ontstaan door de vorming van clusters van technologische innovatie. Naast innovatie vormen infrastructurele investeringen een tweede factor die de opkomst van de nieuwe sectoren mogelijk maken. “Zo was de petrochemie (plastics) de meest kenmerkende groeisector van de vierde Kondratieff Cyclus, die van na de Tweede Wereldoorlog. De bijbehorende infrastructuur die deze groei moest mogelijk maken is in Nederland onder andere zichtbaar in de aanleg van Europoort…” (Jaap van Duin, De groei voorbij. (Amsterdam, De Bezige Bij, 2007) 96).

Heinberg, Richard2019-10-02T09:12:19+02:00

Richard Heinberg werkt voor het Post Carbon Institute en is de auteur van elf boeken. Twee daarvan verschenen in vertaling in de Paradigmaserie: Einde aan de groei: ons aanpassen aan de nieuwe economische realiteit en Schaliegas, piekolie en onze toekomst. Daarna schreef hij met David Fridley nog (het onvertaalde) boek Our Renewable Future – Laying the Path for Onze Hundred Percent Clean Energy (Island Press, 2016). Hij komt ter sprake in aflevering 1 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie en is een bron bij het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Heliocentrisch wereldbeeld2019-10-08T23:03:55+02:00

De analytische methode van Descartes leidde in het heliocentrisch-modernistische wereldbeeld tot een versnippering van ons beeld van de werkelijkheid.We staan nu met één been in het symbiotisch wereldbeeld, dat dit heliocentrisch wereldbeeld opvolgt (dat eerder weer het geocentrisme verdrong). Hierover lezen we in aflevering 3-6 van het artkel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie. Het heliocentrische wereldbeeld plaatste de mensen al in een marginale positie, compleet met hun planeet. Men werd zich bewust van de natuur als een onafhankelijke, onverschillige wereld die zich niets van ons aantrok. Er ontstond een wetenschap die distantie tot uitgangspunt koos. En nu blijkt ineens de zon slechts een marginale ster te zijn in één van de honderden miljarden sterrenstelsels van het uitdijende heelal. De hele modernistische ontwikkeling van het heliocentrisme werd aldus recent verdrongen door een visie op de werkelijkheid waaruit elk centrum is verdwenen.

Met het wetenschappelijk werk van Lynn Margulis (1938-2011) komt symbiose centraal te staan in het nieuwe wereldbeeld. Uiteindelijk is de aarde volgens haar een symbiose op wereldschaal, waar alle organismen met elkaar in aanraking komen omdat ze dezelfde lucht, hetzelfde water, hetzelfde voedsel en dezelfde energie aan elkaar doorgeven. Westbroek zegt: ‘Gedurende de eeuwen die achter ons liggen, zijn de aarde en de mensen zozeer van elkaar vervreemd geraakt, dat het voortbestaan van de mens wordt bedreigd en de aarde geteisterd achterblijft. Wij voelen ons heersers, maar zijn parasieten van de planeet. Alleen door symbiose, door in de aarde op te gaan, zullen we kunnen overleven.’ Zie ook aflevering 10 over haar ‘seriële endosymbiotische theorie’.

De wetenschap van het symbiotische wereldbeeld plaatst de dingen weer terug in hun natuurlijke verband (synthese). Zie daarover bij werkelijkheid.

Hernieuwbare eindige fondsen2019-09-30T22:47:18+02:00

Bij de exploitatie van hernieuwbare eindige fondsen als bossen gelden drie niet-lineaire verhoudingen: de prijs (van het hout – hoe schaarser hoe duurder), het herstel- of productietempo (een verwoest bos herstelt zich niet gemakkelijk, maar een rijp bos groeit ook niet gemakkelijk bij), de opbrengst per eenheid ingezet kapitaal (die hoger wordt bij gebruik van betere technologie en slimmer kappen). Dit wordt behandeld in aflevering 11 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook uitputting.

Herstellende landbouw2019-11-20T14:51:34+01:00

Wij worden gevoed door een systeem van eenjarige landbouw. Het is zaaien en oogsten, met perioden van blootliggende aarde. We moesten ecosystemen verwoesten om er tarwe te planten, of rijst, of maïs, of soja, of erwten. Deze eenjarige landbouw is kwetsbaar. De vruchtbare toplaag van de aarde gaat teloor. Dat zorgt voor een steeds slechtere kwaliteit voeding voor een bevolking die leeft in een steeds complexere maatschappij. Het leven op aarde moet beginnen aan de ommekeer. Eenjarige onkruiden, wat we nu gewassen noemen, maken dan plaats voor meerjarige grassen. Zij worden straks begraasd door een menigte aan levensvormen. Zonminnende struiken en noten- en fruitdragende bomen komen met miljoenen tegelijk op. Klimmende en rankende planten met trossen fruit hijsen zich aan de jonge boompjes omhoog om vrucht te dragen. Successie is niet te stoppen. Een kaal stuk grond wordt gekoloniseerd door snelgroeiende eenjarigen. Die maken stapsgewijs plaats voor tweejarige planten en meerjarige grassen. Die worden op hún beurt vervangen door stugge, houtige meerjarigen. En die weer door zonminnende pioniersoorten van bomen en heesters. Deze kunnen voor hun water en voedingsstoffen concurreren met wat er dan staat. Ook deze pioniers ruimen weer het veld. Ze worden vervangen door zonminnende spelers uit de ‘midden-successie’. Daarna volgt er een onderbegroeiing en vervanging met schaduwtolerante bomen en heesters. Herstellende landbouw volgt deze stappen. Het is permacultuur. De boer bouwt aan een ecosysteem van meerjarige planten, struiken en bomen die vrucht dragen, geschikt voor menselijke consumptie. Zaaien en oogsten wordt daarbij iets uit het verleden. Het is een samenspel dat een grote oogst kan geven, zij het met een ander menu. Tegen de productiviteit van de natuur kan geen gangbare boer op. Herstellende-landbouwsystemen produceren meer menselijk voedsel per hectare dan nu met eenjarige gewassen gebeurt. Permacultuur creëert de vruchtbare toplaag van de bodem, ze laat de biodiversiteit toenemen, ze zuivert het grondwater en het oppervlaktewater, ze voorkomt afstroming en erosie, ze kan bronnen doen terugkeren, ze biedt een habitat aan wilde bestuivers, ze kan het af met minder werk en middelen, ze haalt koolstof uit de atmosfeer, ze levert per hectare meer op dan het snel groeiende maïs (of wat dan ook) en je hoeft het geheel nooit meer opnieuw aan te planten. Het is permanente agricultuur.

Bovenstaande is ontleend aan Mark Shepard’s boek Herstellende landbouw. Heel informatief is ook het boek Zaaien met toekomst geschreven door Charles en Perrine Hervé-Gruyer. Permacultuur is ook populair in de moestuin. Zie de rubriek Andere boeken. Uitgeverij Jan van Arkel is gespecialiseerd in boeken over permacultuur. Zie ook www.janvanarkel.nl.

Hiërarchie2019-10-03T09:38:01+02:00

Een zelf-organiserend systeem komt vaak aanzetten met hiërarchie. Subsystemen maken deel uit van systemen die zelf weer als subsystemen een onderdeel vormen van nog grotere systemen. Subsystemen verminderen de hoeveelheid informatie die elk deel van het systeem nodig heeft. In hiërarchische systemen zijn de relaties bínnen elk subsysteem dichter en sterker dan de relaties tússen subsystemen. Het systeem werkt aldus efficiënt èn veerkrachtig.

Subsystemen kunnen soms teveel op eigen houtje functioneren. Als hiërarchieën kapot gaan, splitsen ze zich gewoonlijk langs de lijnen van hun subsystemen. Zie de afleveringen 16 en 17 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook componenten van een systeem en grenzen van systemen.

Hollandse ziekte2019-09-26T21:24:06+02:00

Met de grondstoffenvloek wordt bedoeld dat landen met veel natuurlijke hulpbronnen vaak minder economische groei kennen, minder democratisch geregeerd worden en ook in andere opzichten in hun ontwikkeling achterblijven.

De term  Hollandse ziekte of Dutch Disease verwijst specifiek naar de gevolgen van de grote buitenlandse vraag naar Nederlands gas in de jaren zeventig. Daardoor steeg de gulden sterk in waarde, prijsden Nederlandse bedrijven zich uit de markt en daalde de economische activiteit. Met als gevolg dat de extra inkomsten opgingen aan ww-uitkeringen.

Lees hierover meer in aflevering 15-17 van het artikel ‘Olie’ in de rubriek Energie.

Homeostase2019-10-08T23:04:44+02:00

Het systeem van ons lichaam is biologisch stabiel. Dat is het resultaat van actieve regulatie. Ontelbaar veel regelsystemen bieden weerstand aan inbreuken op de integriteit van ons lichaam. Die individuele regelsystemen vormen een gekoppeld netwerk, dat als één geheel functioneert. Op een verstoring volgt een gecoördineerde respons van het hele netwerk. Dat voorkomt dat één kleine storing zich door de hele organisatie kan voortplanten en zo een buitenproportionele schade kan veroorzaken. Die stabilisatie van het interne milieu van elk levend individu noemt men homeostase. Gaat dit ook op voor Gaia? Zie aflevering 10-13 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie. En laat homeostase nu net de kern van de wet van Kooijman vormen. Zonder homeostase geen leven, geen emergentie van eenvoud en geen fysiologische wetmatigheid.

Honger2019-10-01T15:21:20+02:00

Bij een vergelijking van de graanproductiviteit met de bevolkingsgroei blijkt dat er binnenkort geen veiligheidsmarge meer is (op basis van de opbrengst van de drie belangrijkste voedingsgewassen: tarwe, rijst en maïs). Zie bewijsstuk 21 van aflevering 21 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Niet alleen zwakt de groei van graanproductie af (aflevering 22) en is de groene revolutie uitgewerkt (bewijsstuk 23), het effect van erosie door stortregens en het enorme verlies aan humus zal desastreus zijn (en dit wordt nog niet goed onderkend). Zie bewijsstuk 25 en 26. Tellen we daar het effect van klimaatverandering nog bij, dan kan in 2040 de graanproductiviteit terug zijn op het niveau van 1980 (toen er zo’n 4 miljard mensen waren). Dit wordt weergegeven in bewijsstuk 27. Bewijsstuk 28 toont het gecombineerde effect van klimaatverandering en bodemerosie in de VS, met de historische en de geraamde graanopbrengsten voor de tarwe-, soja- en rijstproductie. En dan is de wedren tussen supergraan en superonkruid nog ongewis. En is het mogelijke gebrek aan fosfaat (of kalium) niet meegenomen (aflevering 29). En evenmin mogelijke klimaatvluchtelingen, oprakend water, dalende bodems, en wat niet al (aflevering 30). Zie ook hoosbuien, concurrentie, levensgemeenschap, fotosynthese, permacultuur, voedselketen en zelfmoord in het antropoceen.

Hoosbuien2019-10-05T23:12:19+02:00

IJs smelt steeds sneller. Hoosbuien die eens in de zoveel eeuwen horen voor te komen, volgen elkaar op. Het aantal overstromingen is sinds 1950 vervijftienvoudigd, het aantal bosbranden verzevenvoudigd en extreme temperaturen vertwintigvoudigd, terwijl het aantal doden als gevolg van droogten vertienvoudigd is. U leest hierover in aflevering 11 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook opwarming en concurrentie in de natuur. Waarom er méér extreem weer, en steeds extremer weer is (en komt), wordt behandeld in aflevering ? van het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting.

Hotelling-regel2019-10-03T09:41:16+02:00

Harold Hotelling formuleerde in 1931 een vergelijking voor een economisch verantwoord tempo van de winning van niet-hernieuwbare grondstoffen, de zogeheten Hotelling-regel. Deze luidt: ‘Het ontginnen van een vat olie morgen, zou evenveel moeten opleveren als een gewonnen vat olie vandaag waarvan de winst belegd wordt tegen de geldende marktrente.’ Zie over de betekenis verder in aflevering 5 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie.

Hubbert, M. King2019-10-03T09:43:21+02:00

Marion King Hubbert (1903-1989) was de Amerikaanse oliegeoloog die in 1936 en vervolgens in 1956 met de zogenaamde klokkromme het concept piekolie naar voren bracht (al heette dat toen nog niet zo). Zie bij klokkromme waar dit behandeld wordt. Zie over de man aflevering 23 en verder aflevering 4-6 en aflevering 12 en 16 van het artikel ‘Piekolie’ en ook aflevering 1 en 17 van het artikel ‘De economie van de piekolie’ in de rubriek Energie. In aflevering 11 van het artikel ‘Piekolie’ wordt het boek The Oracle of Oil over Hubbert behandeld, in aflevering 12 gaat het over Hubbertianen, in aflevering 13 en 16 en wordt Hubberts boek Resources and Man genoemd. Hubbert voelde zich aangetrokken tot de technocraten.

Hubs2019-11-06T22:41:30+01:00

In aflevering 2-4 van het artikel ‘De kwetsbaarheid van netwerken’ in de rubriek Ontwrichting behandelt Thomas Homer-Dixon na het begrip ontwrichting de verbondenheid en snelheid bij netwerken. Wanneer er in het hart van een ‘nauw-gekoppeld’ systeem iets fout gaat, kunnen de gevolgen zomaar catastrofaal uitpakken. Met knooppunten binnen het netwerk, of elementen binnen het systeem die dicht op elkaar gepakt zitten, met nauw gekoppelde schakels dus, kunnen problemen bij één knooppunt of element zich naar andere vertakken voordat er iemand kan ingrijpen. In dit verband moeten we onderscheid maken tussen willekeurige netwerken en schaalvrije netwerken, want die vertonen verschillende patronen voor de aaneenschakeling van hun knooppunten (aflevering 5 en volgende). Een willekeurig netwerk lijkt op het snelwegennet met de wegen als verbindingsschakels. De meeste knooppunten hebben een bescheiden aantal verbindingen met andere knooppunten. Slechts een klein aantal knooppunten beschikt over veel, maar nooit heel veel verbindingen. Een schaalvrij netwerk lijkt op het luchtverkeersnet. Daarbinnen beschikken een paar knooppunten, de zogenaamde hubs, over enorm veel verbindingen met andere knooppunten. Verrassend veel netwerken in de wereld zijn schaalvrije netwerken – dus netwerken met hubs. Als een schaalvrij netwerk een hub kwijtraakt kan dat rampzalige gevolgen hebben, omdat er zoveel andere knooppunten van die hub afhankelijk zijn. Zie ook terugkoppeling, geldsysteem, autokatalyse, levensvatbaarheidsvenster, kantelpunt en Seneca-effect.

Humanistische opstand2019-10-02T12:00:46+02:00

Het verzet in de hoedanigheid van diverse vormen van tegenbewegingen en de machtsstrijd van de laatste 50 jaar worden door Wallerstein behandeld in aflevering 26 en volgende van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook wereldrevolutie van 1968. Zie verder aflevering 22 en 26 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting en de rijkste 1%. En tenslotte aflevering 23 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ en aflevering 20 van het artikel ‘De verhouding van het kapitaal tot de natuur’.

Humusverlies2019-10-01T15:21:00+02:00

Bij een vergelijking van de graanproductiviteit met de bevolkingsgroei blijkt dat er binnenkort geen veiligheidsmarge meer is (op basis van de opbrengst van de drie belangrijkste voedingsgewassen: tarwe, rijst en maïs). Zie bewijsstuk 21 van aflevering 21 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Niet alleen zwakt de groei van graanproductie af (aflevering 22) en is de groene revolutie uitgewerkt (bewijsstuk 23), het effect van erosie door stortregens en het enorme verlies aan humus zal desastreus zijn (en dit wordt nog niet goed onderkend). Zie bewijsstuk 25 en 26. Tellen we daar het effect van klimaatverandering nog bij, dan kan in 2040 de graanproductiviteit terug zijn op het niveau van 1980 (toen er zo’n 4 miljard mensen waren). Dit wordt weergegeven in bewijsstuk 27. Bewijsstuk 28 toont het gecombineerde effect van klimaatverandering en bodemerosie in de VS, met de historische en de geraamde graanopbrengsten voor de tarwe-, soja- en rijstproductie. En dan is de wedren tussen supergraan en superonkruid nog ongewis. En is het mogelijke gebrek aan fosfaat (of kalium) niet meegenomen (aflevering 29). En evenmin mogelijke klimaatvluchtelingen, oprakend water, dalende bodems, en wat niet al (aflevering 30). Zie ook hoosbuien, concurrentie, levensgemeenschap, fotosynthese, permacultuur, voedselketen en zelfmoord in het antropoceen.

Hysteresis2019-09-06T21:27:35+02:00

Hysterese of hysteresis is het verschijnsel dat het verband tussen oorzaak en gevolg niet alleen afhangt van de grootte van de oorzaak, maar ook van de richting waarin de oorzaak verandert. Hysterese wordt veroorzaakt doordat een systeem bij dezelfde externe factoren twee verschillende stabiele toestanden heeft.

I

Identiteit2019-10-03T09:46:33+02:00

De psychologie van de identiteit gaat over het ‘ik’, het bevestigingsvooroordeel en psychotherapie. Het gaat over hoe we vasthouden aan meningen en posities en hoe dit cultureel ineens om kan slaan, als een aardverschuiving, een niet-lineaire verandering, die niet komt door een duidelijk oorzaak-gevolg-patroon of door individuele zeggingskracht. We worden wakker en merken, tot onze verrassing, dat ‘iedereen’ nu die kant op wil. Want genoeg is genoeg. Zie hierover aflevering 22-24 van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek. Zie ook paradigma en psychologie in soorten.

IEA2019-09-26T21:54:21+02:00

Het Internationaal Energieagentschap (IAE) gevestigd in Parijs is het onderzoeksbureau op energiegebied van de OESO. De in 1977 opgerichte Energy Information Administration (EIA) is de statistische tak van het Amerikaanse ministerie van Energie. Beide komen doorlopend voor in het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie. De IEA en de EIA stellen dat de piek in de mondiale conventionele oliewinning plaatsvond rond 2005-2006. Zie aflevering 13 van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie.

BP (British Petroleum) brengt jaarlijks haar BP Statistical Review of World Energy uit waarin de oliereserves keurig per land gerangschikt staan. Maar vaak wordt vergeten dat BP geen onafhankelijk onderzoek naar die reserves doet, maar noteert slechts de cijfers zoals die haar worden aangeleverd. De laatste jaren heeft het IAE geprobeerd wel met betrouwbare getallen te rekenen. Hun geruststellende berichten zijn daarmee omgeslagen in tamelijk schrille waarschuwingen. Soms klopten die niet, zoals de voorspelling van aflevering 24 van het artikel ‘Piekolie’.

IJssmelt2019-10-06T08:33:16+02:00

IJs smelt steeds sneller. Hoosbuien die eens in de zoveel eeuwen horen voor te komen, volgen elkaar op. Het aantal overstromingen is sinds 1950 vervijftienvoudigd, het aantal bosbranden verzevenvoudigd en extreme temperaturen vertwintigvoudigd, terwijl het aantal doden als gevolg van droogten vertienvoudigd is. U leest hierover in aflevering 11 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook opwarming en concurrentie in de natuur. Waarom er méér extreem weer, en steeds extremer weer is (en komt), wordt behandeld in aflevering ? van het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting.

IJzeren kooi2019-10-06T08:35:21+02:00

In het artikel ‘De ijzeren kooi van het consumentisme’ bekijkt Tim Jackson de structuur van de moderne kapitalistische economieën en in het bijzonder twee onderling verbonden kenmerken daarvan die van wezenlijk belang zijn voor de dynamiek van de groei. Aan de ene kant stimuleert het winstmotief tot nieuwe, betere en goedkopere producten en diensten in een voortdurend proces van innovatie en ‘creatieve destructie’ (aflevering 7). Zie ook bij concurrentie, rentenierseconomie, innovatie en Schumpeter. Tegelijkertijd wordt de groeiende consumentenvraag naar deze goederen opgestuwd door een ingewikkelde sociale logica. Die twee factoren drijven in hun combinatie de ‘groeimachine’ aan waarop de moderne economieën berusten. Ze sluiten ons op in een ‘ijzeren kooi’ van consumentisme. (De rol van de rente blijft bij Jackson buiten beschouwing.)

Jackson gaat vervolgens in op de definitie van het kapitalisme, op winst maken, bezuinigen op arbeid en/of kapitaal (en de arbeidsproductiviteit), het reboundeffect en innovatie. Hij concludeert dat economisch groeien niet alleen een vereiste is, maar dat ook de sociale logica van de stroom van nieuwigheden de consument het gevoel geeft dat het nooit genoeg is. (Zie ook het artikel  ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek.)

Het schept een diepe, niet aflatende verontrusting. Want materiële goederen lijken gebrekkige, maar op een of andere manier toch aannemelijke substituten zijn voor onze dromen en aspiraties. Maar de consumptiegoederen, die ons een tastbare brug naar onze hoogste idealen lijken te bieden, slagen er toch niet in echte toegang tot die idealen te verlenen. In hun falen laten ze de behoefte aan toekomstige bruggen open en stimuleren zo onze honger naar meer goederen. De consumptiecultuur bestendigt zich, precies omdat ze er zo goed in slaagt te mislukken! Zo hebben we een perfecte overeenstemming tussen de voortdurende consumptie van nieuwigheden door huishoudens en de ononderbroken productie van die nieuwigheden in bedrijven. De rusteloze zucht van het ‘lege zelf’ is een perfecte aanvulling op de rusteloze innovatie van de ondernemer. De productie van nieuwe dingen door creatieve destructie drijft (en wordt gedreven door) de honger naar nieuwe dingen bij de consument. Neem deze twee zichzelf versterkende processen samen en je hebt precies wat nodig is om de groei voort te drijven.

De ontkoppeling tussen energiegebruik en economische groei komt aan de orde in aflevering 12-13 van het artikel ‘Energie: wat is het eigenlijk?’ in de rubriek Energie. Bij Tim Jacksons boek Welvaart zonder groei in de Paradigmaserie is onderaan het complete hoofdstuk ‘De mythe van de ontkoppeling’ opgenomen. Samengestelde economische groei als een vorm van positieve terugkoppeling komt aan de orde in aflevering 11 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Een rem op de economische groei wordt gevormd door de topinkomens van de topmanagers, die Wallerstein noemt als een vorm van pacht, oftewel rente, in aflevering 22 van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting en door de toename van de rol van rente in het algemeen die Harvey behandeld in aflevering 6 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting en natuurlijk het hele artikel van Harvey met de titel ‘Eindeloze exponentiële groei’ en met name aflevering 22-24. Zie ook bij Marx, fictief kapitaal, spektakelmaatschappij, kapitalisme volgens Grantham, accumulatie, en zie primaire economie, economie van de natuur, ecologisch economen en kapitalisme.

Importverruiming2019-10-03T09:54:31+02:00

Expansie is de ontlading die volgt op een injectie van energie, vooral als energie in steeds meer stappen in een systeem blijft voordat het als ‘restwarmte’ verdwijnt. Dus: Expansie steunt op het opvangen en benutten van voorbijgaande energie. Hoe meer verschillende manieren een systeem bezit om energie opnieuw te vangen, te benutten en door te geven voordat deze energie door het systeem wordt afgegeven, des te groter is de optelsom van gevolgen van de ontvangen energie.

Het is een economisch multipliereffect. Expansie komt volgens Jane Jacobs niet van export (het uiteinde van het leidingstelsel), maar van import, van natuurlijke grondstoffen of andere gunstige omstandigheden die een gegeven zijn (dat wil zeggen: niet een product van menselijke inspanning). Al is zulke inspanning wel nodig om de grondstof te benutten! Veel importen, zelfs nadat ze aanvankelijk al getransformeerd of anderszins verruimd zijn, worden vervolgens verder doorgegeven, opgebroken, op een andere manier weer in elkaar gezet, hergebruikt, en verder verruimd. Het principe dat zowel ecologisch als economisch opgaat is dus: Een samenspel met verscheidenheid expandeert in een rijk milieu, een milieu dat op zijn beurt geschapen wordt door het verscheiden gebruik en hergebruik van ontvangen energie. Hierover gaat het in de afleveringen 8-14 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook importvervanging, stroom en energie in systemen.

Importvervanging2019-10-01T10:35:16+02:00

Bedrijven die importen vervangen met hun eigen producten veranderen de samenstelling van de importen van een nederzetting duchtig. En ze blijven deze veranderen door weer andere importgoederen te gaan vervangen. Soms heb je het nauwelijks in de gaten als een nederzetting uitgroeit tot een (kleine) stad, totdat deze een abrupte groeistuip heeft doorgemaakt waarbij de stad zich heeft opgevuld met tenminste al die goederen en diensten, die (kleine) steden (in dat tijdsgewricht) gewoonlijk zelf maken, maar die de nederzetting eerder importeerde. De economie van die nederzetting heeft alles wat zij tevoren al had, plus de nieuwe import waarvoor zij gekozen heeft. Een deel van de importverschuiving gaat naar vervangingswerk, een deel is puur extra. Het is dus een positieve terugkoppeling. Dit wordt behandeld in aflevering 11 van het artikel ‘De uitvinding van de stad (of van de landbouw)’ in de rubriek Economie en vooral in aflevering 17 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook onder bijtanken en importverruiming.

Industriesysteem2019-10-06T08:36:43+02:00

Het industriesysteem komt aan de orde in het te verschijnen artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting.

Ineenstorting2019-11-06T22:38:55+01:00

Het verschil tussen ontwrichting en ineenstorting wordt beschreven door Thomas Homer-Dixon in aflevering 1 van het artikel ‘De kwetsbaarheid van netwerken’ in de rubriek Ontwrichting. In aflevering 2-3 behandelt hij de twee kenmerken verbondenheid en snelheid bij netwerken. De hele rubriek Ontwrichting handelt natuurlijk over de verschillende manieren waarop ontwrichting en ineenstorting dreigt. Zie ook kantelpunt, uitsterven, Seneca-effect, marktfalen, Tainter en Glubb.

Ineenstorting van de visstand2019-10-03T09:57:27+02:00

De kabeljauwvisserij bij de Grand Banks voor Newfoundland kwam in 1992 aan zijn einde met de totale uitroeiing van de visstand, die zich later ook niet meer herstelde. Hoe ging dat in zijn werk?

Toen men begon met vissen, leek de voorraad vis in zee onuitputtelijk. Jaar na jaar bedroeg de vangst in de eerste helft van de vorige eeuw een half miljoen ton. Totdat aan het einde van de jaren 1960 de hoeveelheid gevangen vis drie keer zo hoog was geworden. Daarna liepen de vangsten terug en steeg de prijs van een kilo kabeljauw. Er werd geïnvesteerd in betere schepen en netten, vooral door de industriële types. De ouderwetse vissers met hun kleine boten sloegen alarm over het feit dat ze steeds kleinere vissen vingen, maar er werd niet naar ze geluisterd.

De Canadese overheid zag alleen de economische belangen van de grote vissers, en luisterde naar niemand anders. Aldus Jane Jacobs in aflevering 22 van het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Ontwrichting. In aflevering 16 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ rangschikt Donella Meadows dit gedrag als een ‘tragedie van de meent’ doordat de juiste informatie de Canadese overheid niet bereikte. Aldus subsidieerde de Canadese overheid, om de werkgelegenheid te behouden, de kabeljauwvissers die bezig waren hun eigen graf te graven. Was dat subsidiegeld in de prijs van de vis gestopt, dan was de vis duurder geworden dan vis van elders en had deze kabeljauw zich uit de markt geprijsd.

Dit is een voorbeeld van een vicieuze cirkel. Het ecosysteem was definitief ingestort na het bereiken van het kantelpunt. Zoals William Ophuls in aflevering 7 van het artikel ‘Biofysische grenzen: Tomeloze complexiteit’ stelt: de ontwrichting komt altijd onverwacht. Het het werkt, die exploitatie van hernieuwbare fondsen vertelt Meadows in aflevering 10 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Informatie (in systemen)2019-10-02T16:14:20+02:00

Informatie wordt gedefinieerd als ‘een verschil dat een verschil maakt’. Dit is een begrip afkomstig van Gregory Bateson. Informatie in systemen (altijd nodig naast energie en materie) wordt behandeld in de afleveringen 5 en volgende van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Het blijft terugkomen in de verdere afleveringen (zoals in data filteren), met name ook in aflevering 84-86 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ over het begrip ecosysteem; verder bij hefboom, hiërarchie, doorstroming en positieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting, net als negatieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting. De doorstroming van materie, energie en informatie komt ook aan de orde in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. De efficiëntie wordt hierbij ook wel doorvoerefficiëntie (through-put efficiency) genoemd.

Ingrijpen in systemen2019-09-30T23:02:05+02:00

In aflevering 2 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit zet Donella Meadows twaalf hefbomen op een rij in volgorde van effectiviteit. In de rest van het artikel worden ze behandeld. Hier een kleine greep uit deze middelen: subsidies als stromende kranen, buffers als stabiliserende fondsen, fysieke systemen als loodgieterswerk, vertragingen en de haalbaarheid van aanpassingen, de relatieve kracht van negatieve en positieve terugkoppelingen en de stap van materie naar informatie met informatiestromen en wie er over kan beschikken, de meent (commons), beloningen, straffen en belemmeringen, vervolgens zelf-organisatie, oftewel de macht om de systeemstructuur uit te breiden, te veranderen, te doen evolueren, en doelen, oftewel de macht om het oogmerk of de functie van het systeem aan te passen. Tenslotte komt Meadows uit bij het paradigma dat kan veranderen, al gebeurt dat natuurlijk niet zomaar. Het is niet voor niets het op één na hoogste niveau van ingrijpen. Zie verder bij paradigma. Meadows eindigt met de hefboom van het ongebonden zijn aan enig paradigma. Het heeft iets verlichts, maar het is meesterschap.

Inkomensverschillen2019-10-01T13:15:14+02:00

Hoe de armste 80 procent de zakken van de rijkste 20 procent spekt, en dan vooral van de allerrijksten, valt te lezen in aflevering 22 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook aflevering 36-37 over de overgang naar een nieuw wereld-systeem van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’. De parasitaire kapitaalvormen van de superrijken komen aan de orde in aflevering 25 (en eerdere) van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook het slot van rente.

Innovatie2019-11-07T10:54:42+01:00

Het Planck Principle of Increasing Effort voor de ‘opbrengst’ van wetenschappelijk onderzoek laat een afnemende meeropbrengst zien, want teneinde de stroom van publicaties, doorbraken en gadgets op hetzelfde niveau te houden, moeten de omvang en de kosten van wetenschap en technologie exponentieel stijgen. Dit wordt met betrekking tot olie behandeld in aflevering 4 en 5 van het artikel ‘Olie’ in de rubriek Energie (en dit aspect is bij het artikel van Tainter weggelaten).

Robert Gordon voorspelt een afname in innovaties. Dit wordt aangehaald door David Harvey in aflevering 1 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Vergelijk de ontwikkeling van de innovatie ook met de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. Dit komt aan de orde in aflevering 5 van het artikel ‘De ijzeren kooi van het consumentisme’ in de rubriek Economie. Zie ook nog Schumpeter en aflevering 7 van dit artikel. Ook Tainter vindt ons vertrouwen in innovatie niet terecht. Zie aflevering 13 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. Daar staat het volgende:

‘Tegenwoordig stellen we veel vertrouwen in innovatie. We veronderstellen dat elk energietekort opgelost zal worden door innovaties die de technische efficiëntie zal verbeteren, of nieuwe bronnen zal ontwikkelen. De wetenschappelijke inspanningen op dit gebied zijn groter en groter geworden, maar feitelijk neemt de productiviteit ervan af. Per uitvinder produceert de wetenschap steeds minder innovaties. Dit is zowel het geval voor alle innovaties in totaal als voor die in de energiesector – de productiviteit van innovaties daalt. Hij daalt niet alleen in de oude technologieën van fossiele brandstoffen, maar ook in de wind- en zonne-energietechnologieën waar velen hun hoop voor de toekomst op gevestigd hebben.’

Lees in dit verband ook De Jevons paradox.

Innovatierendement2019-10-03T09:59:51+02:00

Het Planck Principle of Increasing Effort voor de ‘opbrengst’ van wetenschappelijk onderzoek laat een afnemende meeropbrengst zien, want teneinde de stroom van publicaties, doorbraken en gadgets op hetzelfde niveau te houden, moeten de omvang en de kosten van wetenschap en technologie exponentieel stijgen. Dit wordt met betrekking tot olie behandeld in aflevering 4 en 5 van het artikel ‘Olie’ in de rubriek Energie (en dit aspect is bij het artikel van Tainter weggelaten).

Robert Gordon voorspelt een afname in innovaties. Dit wordt aangehaald door David Harvey in aflevering 1 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Vergelijk de ontwikkeling van de innovatie ook met de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. Dit komt aan de orde in aflevering 5 van het artikel ‘De ijzeren kooi van het consumentisme’ in de rubriek Economie. Zie ook nog Schumpeter en aflevering 7 van dit artikel. Ook Tainter vindt ons vertrouwen in innovatie niet terecht. Zie aflevering 13 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. Daar staat het volgende:

‘Tegenwoordig stellen we veel vertrouwen in innovatie. We veronderstellen dat elk energietekort opgelost zal worden door innovaties die de technische efficiëntie zal verbeteren, of nieuwe bronnen zal ontwikkelen. De wetenschappelijke inspanningen op dit gebied zijn groter en groter geworden, maar feitelijk neemt de productiviteit ervan af. Per uitvinder produceert de wetenschap steeds minder innovaties. Dit is zowel het geval voor alle innovaties in totaal als voor die in de energiesector – de productiviteit van innovaties daalt. Hij daalt niet alleen in de oude technologieën van fossiele brandstoffen, maar ook in de wind- en zonne-energietechnologieën waar velen hun hoop voor de toekomst op gevestigd hebben.’

Lees in dit verband ook De Jevons paradox.

Insectensterfte2019-10-06T08:38:57+02:00

We maken momenteel de zesde grote periode van massa-extinctie door. De eerste vijf waren het gevolg van meteorieten en grootscheepse klimaatveranderingen als gevolg van de zon. Het zesde uitsterven veroorzaken we zelf. Zie daarover onder andere de cursieve stukje bij aflevering 24, 28, 31, 32 en 33 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting, waar aflevering 31 er specifiek over gaat.

En daar komt nog het een en ander bij: in de ontwikkelde landen is de kwaliteit van het sperma met ruim 50 procent gedaald. In China, dat bezig is met een inhaalrace, is het aantal spermacellen de afgelopen 15 jaar met een kwart gedaald. Toxiciteit, en de chemicaliën die die toxiciteit veroorzaken, kan weleens een heter hangijzer blijken te zijn dan klimaatverandering, schrijft Jeremy Grantham in aflevering 32 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Het kan híermee te maken hebben dat het aantal auto-immuunziekten hand over hand toeneemt. Chemicaliën zouden dan de hormoonhuishouding verstoren, met name bij blootstelling tijdens de zwangerschap. Ook nemen verschillende soorten kanker snel toe, waarvoor geen andere duidelijke verklaring voor handen is. Zie hierover bewijsstuk 30 en 31. Zie ook milieuverontreiniging. Meadows noemt het laten uitsterven van soorten een systeemmisdaad (aflevering 16 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit). Zie ook aflevering ? in het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook zelfmoord in het antropoceen.

IPCC2019-10-08T23:06:19+02:00

De afkorting IPCC staat voor het Intergovernmental Panel on Climate Change. Het valt onder de Verenigde Naties. We kennen het van de klimaatrapporten. Het is de computermodelaanpak om proberen wijs te worden uit een wereld van chaos. Westbroek noemt het ‘spaghetti-modellering’ in aflevering 1 en 15 van zijn artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie. IPCC vormt een onderdeel van de grootscheepse internationale onderzoeksprogramma’s die zijn opgezet onder de verzamelnaam Global Change. Zie daarover nog aflevering 19. In het gewriemel van miljoenen factoren en invloeden, ontgaat ons hierbij de emergentie, de eenvoud van de lange termijn, die de Earth Systems Science benadering juist nastreeft.

J

Jacobs, Jane2019-10-01T13:20:44+02:00

Jane Jacobs (1916-2006) krijgt tenslotte vier artikelen op 4eco. In de rubriek Economie zijn het ‘De uitvinding van de stad (of van de landbouw)’en ‘Waar komt de economische groei vandaan?’ Het laatste artikel is er voorlopig nog niet. In de rubriek Ethiek zal het zijn ‘Handel en bestuur: twee stelsels’. Dit artikel is er voorlopig ook nog niet, maar het bijbehorende schema vindt u in aflevering 24 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting (met de toepassing ervan in aflevering 25). Al wel geplaatst is tenslotte het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit. Bij het begin daarvan vindt u ook een lijstje van welke boeken Jane Jacobs schreef. Zie in verband met het laatstgenoemde artikel ook model, expansie, multipliereffect, positieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting, negatieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting en overleven van de best aangepaste.

Japan, viervoudige ramp2019-10-02T09:02:15+02:00

Japan werd in 2018 getroffen door vier rampen. Deze worden kort genoemd in het cursieve deel van aflevering 11 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Er wordt naar verwezen in aflevering 9 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in dezelfde rubriek.

Jevons paradox (of het reboundeffect)2019-10-02T15:21:30+02:00

In het midden van de 19e eeuw was de Engelse econoom William Stanley Jevons bezorgd dat Engeland zijn vooraanstaande positie zou verliezen vanwege de uitputting van de steenkoolvoorraden. De conventionele kijk was dat verbeterde technische efficiëntie de levensduur van eindige grondstoffen zal verbeteren. Jevons liet zien dat het omgekeerde het geval is. Hij formuleerde wat vandaag de dag bekend staat als de Jevons Paradox, ook wel het Rebound Effect genoemd.

Dit zegt eenvoudig dat besparingen op een grondstof of verbeteringen in de efficiëntie van het verbruik, de behoefte eraan eerder zullen doen toenemen dan afnemen.

Jevons schreef: “…als de hoeveelheid verbruikte kolen… verminderd wordt vergeleken bij de opbrengst, zal de winst van de handel erin toenemen, zal nieuw kapitaal aangetrokken worden, en zal de prijs… dalen, maar de vraag ernaar zal stijgen; en uiteindelijk zal de grotere (productiecapaciteit) het lagere verbruik van elke (machine) meer dan goedmaken.”

Deze passage is afkomstig uit het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complixiteitsspiraal’ van Joseph Tainter in de rubriek Ontwrichting (aflevering 13). Lees in dit verband ook Innovatierendement.

JHWH2019-09-27T22:40:47+02:00

Het begrip JHWH (een vroeg godsbegrip dat niet gelijk is aan het latere begrip God) is kenmerkend voor een cultuurstrijd, een verschil in visie op de wereld, die ontstond in het Sumerië van de irrigatielandbouw. De partij die het onderspit zou delven zal het verkeerd aflopen; de ‘winnende’ partij was tenslotte de partij die haar bestaansbodem verloor. Dit meningsverschil werd opgevoerd als bij een wagenspel. De Genesisteksten zijn daar stukjes uit, die hun betekenis krijgen in de interpretatie van JHWH als ‘HET GEBEURT’ in de zin van HET LOOPT FOUT, oftewel de werkelijkheid van toen. Dit wordt uitgelegd in aflevering 3 en vooral 7 en volgende van het artikel ‘Het Sumerisch Testament’ in de rubriek Ethiek. Hamming plaatst het in de politieke context van die tijd, die van de verhouding tussen Sumer en Akkad (die dan weer verbeeld worden door Kaïn en Abel; zie ook schepping). Zie culturen.

Jong ecosysteem2019-10-06T08:42:03+02:00

Milieuverontreiniging wordt vaak voor van alles en nog wat gebruikt, maar op 4eco wordt het gedefinieerd als ‘natuurlijke ontwikkeling in zijn achteruit’. Daarbij gaat het om een energetische benadering van successie, om de manier waarop in ecosystemen met energie wordt omgesprongeneigenlijk om de toepassing van informatie. Het gaat daarbij enerzijds om de energie die gebruikt wordt voor de levensverrichtingen, die als verbruik dus een doorgaande stroom betekent, en anderzijds om de energie die in organische stof (als fonds) wordt vastgelegd, die dus een bouwsteen vormt voor het systeem in ontwikkeling; die organische stof maken planten via het proces van fotosynthese.

De manier waarop jonge respectievelijk rijpe ecosystemen hiermee omgaan verschilt zowel kwantitatief als kwalitatief. Bij een jong systeem heeft het kwantitatieve aspect de overhand. Dat wil zeggen: van alle ontvangen zonne-energie wordt zoveel mogelijk geïnvesteerd in de ontwikkeling, de groei van het systeem. Het wordt omgezet in biomassa. Als het systeem eenmaal ontwikkeld (rijp) is, wordt het zaak om dit in stand te houden. Het is dan de kunst om de ontvangen zonne-energie zodanig te reguleren (te verdelen) dat elk deel van het systeem aan zijn trekken komt. Bij een dergelijk systeem heeft het kwalitatieve aspect de overhand. Het gaat er dus om hoe ingenieus het systeem met zijn energie omspringt. In deze energetische benadering van successie zien we alweer een zelfde tendens, namelijk dat tijdens successie een systeem groeit van zeer simpel naar de grootst mogelijke verscheidenheid, met een teruggang aan het eind. (Dit wordt in aflevering 86 in serie 3 van het artikel “Wat is ecologie?’ weergegeven in een schema en is ook het onderwerp van het artikel ‘Panarchie’ in de rubriek Ontwrichting.)

Wat is er dus aan de hand is als door verontreiniging van het milieu een soort verdwijnt? Ecologisch gezien heeft dit zijn weerslag op het geheel waarin die soort paste. Het verdwijnen van een soort betekent vaak dat er iets mis is met de levensvoorwaarden in het systeem waarin deze (ene) soort functioneerde.

Ook al is de reactie op zoiets meestal: ‘Jammer, maar het leven gaat door’, het is wel degelijk zaak om stil te staan bij dit soort signalen. Wat we waarnemen is het topje van een ijsberg. Milieuverontreiniging is de natuurlijke ontwikkeling in zijn achteruit. Zie ook uitsterven en panarchie. Meadows noemt het laten uitsterven van soorten een systeemmisdaad (aflevering 16 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit).

Joule2019-09-26T14:47:01+02:00

De joule is de eenheid van energie. Een joule geeft de hoeveelheid energie weer die nodig is om een object te verplaatsen met een kracht van één newton (eenheid van mechanische kracht) over een afstand van één meter, wat weer gelijk staat aan één wattseconde. Andere gebruikte eenheden, zoals calorieën, worden dus omgerekend naar joules als de algemeen aanvaarde maatstaf.

K

Kabeljauwvisserij2019-10-03T10:04:25+02:00

De kabeljauwvisserij bij de Grand Banks voor Newfoundland kwam in 1992 aan zijn einde met de totale uitroeiing van de visstand, die zich later ook niet meer herstelde. Hoe ging dat in zijn werk?

Toen men begon met vissen, leek de voorraad vis in zee onuitputtelijk. Jaar na jaar bedroeg de vangst in de eerste helft van de vorige eeuw een half miljoen ton. Totdat aan het einde van de jaren 1960 de hoeveelheid gevangen vis drie keer zo hoog was geworden. Daarna liepen de vangsten terug en steeg de prijs van een kilo kabeljauw. Er werd geïnvesteerd in betere schepen en netten, vooral door de industriële types. De ouderwetse vissers met hun kleine boten sloegen alarm over het feit dat ze steeds kleinere vissen vingen, maar er werd niet naar ze geluisterd.

De Canadese overheid zag alleen de economische belangen van de grote vissers, en luisterde naar niemand anders. Aldus Jane Jacobs in aflevering 22 van het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Ontwrichting. In aflevering 16 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ rangschikt Donella Meadows dit gedrag als een ‘tragedie van de meent’ doordat de juiste informatie de Canadese overheid niet bereikte. Aldus subsidieerde de Canadese overheid, om de werkgelegenheid te behouden, de kabeljauwvissers die bezig waren hun eigen graf te graven. Was dat subsidiegeld in de prijs van de vis gestopt, dan was de vis duurder geworden dan vis van elders en had deze kabeljauw zich uit de markt geprijsd.

Dit is een voorbeeld van een vicieuze cirkel. Het ecosysteem was definitief ingestort na het bereiken van het kantelpunt. Zoals William Ophuls in aflevering 7 van het artikel ‘Biofysische grenzen: Tomeloze complexiteit’ stelt: de ontwrichting komt altijd onverwacht. Het het werkt, die exploitatie van hernieuwbare fondsen vertelt Meadows in aflevering 10 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Kanker2019-10-03T10:37:59+02:00

We maken momenteel de zesde grote periode van massa-extinctie door. De eerste vijf waren het gevolg van meteorieten en grootscheepse klimaatveranderingen als gevolg van de zon. Het zesde uitsterven veroorzaken we zelf. Zie daarover onder andere de cursieve stukje bij aflevering 24, 28, 31, 32 en 33 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting, waar aflevering 31 er specifiek over gaat.

En daar komt nog het een en ander bij: in de ontwikkelde landen is de kwaliteit van het sperma met ruim 50 procent gedaald. In China, dat bezig is met een inhaalrace, is het aantal spermacellen de afgelopen 15 jaar met een kwart gedaald. Toxiciteit, en de chemicaliën die die toxiciteit veroorzaken, kan weleens een heter hangijzer blijken te zijn dan klimaatverandering, schrijft Jeremy Grantham in aflevering 32 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Het kan híermee te maken hebben dat het aantal auto-immuunziekten hand over hand toeneemt. Chemicaliën zouden dan de hormoonhuishouding verstoren, met name bij blootstelling tijdens de zwangerschap. Ook nemen verschillende soorten kanker snel toe, waarvoor geen andere duidelijke verklaring voor handen is. Zie hierover bewijsstuk 30 en 31. Zie ook milieuverontreiniging. Meadows noemt het laten uitsterven van soorten een systeemmisdaad (aflevering 16 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit). Zie ook aflevering ? in het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook zelfmoord in het antropoceen.

Kantelpunt2019-10-03T21:26:14+02:00

Soms hebben kleine veranderingen in een complex systeem enorme gevolgen, terwijl grote veranderingen dan weer amper invloed hebben. Oorzaak en gevolg verhouden zich hier dus niet evenredig. Dit heet niet-lineair gedrag. We komen dit verschijnsel in het dagelijks leven voortdurend tegen, zelfs binnen relatief simpele systemen. Een licht duwtje tegen een lichtknop klikt het licht misschien nog niet aan, maar een iets harder duwtje schakelt het helemaal van uit naar aan.

Zie ook omslagpunt voor de aarde. Het verschijnsel kantel- of omslagpunt, ook wel niet-lineaire verandering genoemd, komt aan de orde in de ‘Inleiding bij 4eco’ (aflevering 4), in de inleiding bij Complexiteit ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’ (aflevering 5-7), en uitgebreid bij ‘De werking van systemen’ (aflevering 20-22). In psychologische zin (de psychologie van de identiteit) komen we het tegen in het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ (aflevering 22-24). In de vorm van de ‘exploitatie van hernieuwbare eindige fondsen’ worden niet-lineaire effecten behandeld in aflevering 11 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook aflevering 1 van het artikel ‘Het Seneca-model’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook niet-lineaire wereld, verrassende systemen, het vlindereffect, identiteit, catastrofologie, ontwrichting, autokatalyse en panarchie.

Kapitaal als evoluerend ecologisch systeem2019-10-02T10:11:36+02:00

Analoog aan het onderscheid tussen stromen en fondsen is bij Harvey in aflevering 2 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting sprake van de ‘doorstroom van voedingsstoffen’ door de economie, die dan tevens als een waardestroom kan worden opgevat. Harvey noemt de geldstroom hier een ‘ecologische variabele’. De alternatieve manier van denken die Harvey in aflevering 3 poneert, valt, zegt hij zelf, in eerste instantie niet zo makkelijk te doorgronden. Kapitaal ís een werkend en evoluerend ecologisch systeem waarbinnen zowel natuur als (geld)kapitaal voortdurend geproduceerd en gereproduceerd worden. Zie ook systeem van de economie.

En, als wij hier commentaar op mogen geven, geeft Harvey hier nou juist niet een interpretatie die haaks staat op de ‘kapitaal-natuur’-opvatting uit Die Grundrisse van Marx en een die ook nog eens ahistorisch is? Heeft Harvey het mis als hij (in navolging van neomarxisten Neil Smith, Noel Castree en Steven Vogel) uitgaat van een substantiedualisme met een enkelvoudige (substantie)eigenschap (waarbij kapitaal en natuur dus dezelfde substantie hebben), waar tal van filosofen (Kate Soper, bijvoorbeeld) overtuigend hebben aangetoond dat het om meervoudige (substantie)eigenschappen gaat? Ja, natuur en (menselijke) samenleving of kapitaal zijn hecht vervlochten, maar het zijn altijd nog afzonderlijke entiteiten met een afzonderlijke substantie, die afzonderlijk bestudeerd kunnen worden. En dus is er geen dualistische noodzaak om te veronderstellen dat de natuur of natuurlijke hulpbronnen door het kapitaal of de mens ‘geconstrueerd’ worden (zoals Smith en Vogel letterlijk stellen). Wat ook lastig zou zijn, want kapitaal was nog niet aanwezig toen (bijvoorbeeld) olie, steenkool en gas door de natuur geconstrueerd werden, wat ook meteen de reden is waarom Harvey’s theorie ahistorisch is.

Kapitaal zonder waardegrondslag2019-10-02T22:33:18+02:00

Met behulp van fictief kapitaal is kapitaalaccumulatie zonder waardegrondslag mogelijk. Maar dit leidt altijd tot zeepbellen zoals de financiële crash van 2008. Dit komt aan de orde in aflevering 19-22 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Economie. Zie ook aflevering 6 van de inleiding bij de rubriek Complexiteit ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’. Zie ook onstoffelijke consumptie, geldcontradictie en fatale kapitalistische contradictie.

Kapitaal, fictief2019-10-06T08:57:28+02:00

De kloof tussen geld en de (sociale) waarde die het representeert, vormt – volgens David Harvey in zijn artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie – een van de fundamentele contradicties van het kapitaal. (Zie fatale kapitalistische contradicties.) De representatie laat zich al te gemakkelijk verwarren met de realiteit die ze geacht wordt weer te geven. En voor zover een representatie een verkeerde voorstelling van zaken geeft (wat tot op zekere hoogte altijd het geval is) gaan we uiteindelijk geloven in en ons gedragen naar iets wat onjuist is. Zoals we de sociale arbeid in de waar niet terug kunnen zien, zo zijn we al helemaal blind voor de aard van de sociale arbeid in het geld dat die arbeid weerspiegelt. Geld, dat verondersteld wordt waarde te meten, wordt tenslotte zelf tot een vorm van waar – geldkapitaal. En bovenal representeren we iets inherent sociaals op zo’n manier dat het zich door privépersonen als een vorm van sociale macht laat toe-eigenen. Lees hierover meer in aflevering 4-11 van het genoemde artikel. Daar gaat het over de overgang van de stoffelijke vorm van goud, naar papiergeld, naar computercijfers als de weergave van geld.

Bovendien, zegt Harvey, is er zo niets wat me weerhoudt om overál een prijssticker op te plakken, of het nu om een product van sociale arbeid gaat of niet. Ik kan die sticker ook op een stuk grond plakken en pacht voor het gebruik ervan opstrijken. Ik kan als lobbyist rechtmatig invloed in de politiek kopen of de grens van het betamelijke overschrijden door mijn geweten, eer en reputatie aan de hoogste bieder te verkopen. Er is niet alleen sprake van een kwantitatieve divergentie tussen marktprijzen en sociale waarden, maar ook van een kwalitatieve. Ik kan ook een vermogen verdienen met de handel in drugs of vrouwen, of clandestien wapens verkopen (om drie van de lucratiefste bedrijfstakken in het hedendaagse kapitalisme te noemen). Erger nog (als dat al mogelijk is!), ik kan geld gebruiken om er meer van te maken, alsof het om kapitaal gaat, terwijl dat niet het geval is. Ik kan enorme bergen fictief kapitaal tot leven wekken – geldkapitaal dat ik uitleen voor activiteiten die geen enkele waarde creëren, maar die in financiële termen zeer lucratief zijn en rente in het laatje brengen.

Zo zitten we met de paradox opgescheept dat geld, dat geacht wordt de sociale waarde van creatieve arbeid te weerspiegelen, een vorm aanneemt – die van fictief kapitaal – die in omloop wordt gebracht om via de onttrekking van waarde aan vormen van niet-productieve (geen waarde producerende) activiteiten de zakken van financiers en obligatiehouders te spekken.

Kapitaalaccumulatie2019-10-02T21:44:46+02:00

Als accumulatie het wezenskenmerk van het kapitalisme is, zegt Wallerstein in aflevering 3 en volgende van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting, dan behoeven producenten wel een (quasi-)monopolie (dat wil zeggen het monopolie van een kleine groep bedrijven). Slechts met een quasi-monopolie kunnen zij hun producten verkopen tegen prijzen die ver boven de productiekosten liggen. In systemen die werkelijk concurrerend zijn, waar de productiefactoren overal even goed aan bod komen, kan elke intelligente koper verkopers vinden die de producten met een minieme winst aanbieden, of zelfs onder de kostprijs. In een perfect concurrerend systeem is winst maken amper mogelijk. Echte winst vereist grenzen aan de vrije markt, dat wil zeggen het vereist een quasi-monopolie. Quasi-monopolies komen echter slechts tot stand als aan twee voorwaarden wordt voldaan. 1) Het product is een innovatie waarvoor een behoorlijke groep gewillige kopers bestaat; of waarvoor vraag ernaar kan worden opgewekt. 2) Eén of meer machtige staten zijn bereid hun staatsmacht aan te wenden om te voorkomen, of tenminste zoveel mogelijk te belemmeren, dat andere producenten de markt opkomen. Kortom, quasi-monopolies bestaan bij de gratie van een markt die niet ‘vrij’ is van staatsbemoeienis. In aflevering 35 concludeert Wallerstein dat de kansen om te accumuleren dalen, wat het einde van het kapitalistisch systeem inluidt.

Rushkoff beschrijft in aflevering 2 van het artikel ‘Vriendelijk geld werkt aan welvaart’ in de rubriek Economie, hoe centraal gecreëerd en rentedragend geld concurrentie stimuleert. Er wordt minder geld gecreëerd dan terugbetaald moet worden, waaruit volgt dat er altijd een verliezer is die over de kop gaat. De enige mogelijkheid om dit te voorkomen, is dat de bank nog meer geld aan nog meer bedrijven en personen leent. Vervolgens zijn die meer rente verschuldigd over de grotere leningen die ze zijn aangegaan en moeten ze die ook nog eens sneller aflossen dan hun voorgangers. Dit proces kan alleen voortduren zolang de economie steeds sneller blijft groeien.

Zie ook toekomst van het wereld-systeem, kapitalisme, Marx, kapitaal zonder waardegrondslag en verder rentenierseconomie en fatale kapitalistische contradicties.

Kapitalisme2019-10-03T10:14:16+02:00

Zie behalve de uitleg hieronder ook (in willekeurige volgorde) kapitalisme volgens Grantham, fatale kapitalistische contradictie, economisch paradigma, kapitaal als evoluerend ecologisch systeem, financiële crisis, kapitaalaccumulatie, marktfalen, economische groei, primaire erconomie, rentenierseconomie.

Zowel Jackson, Rushkoff, Harvey als Wallerstein gebruiken de term kapitalisme om het huidige heersende systeem mee aan te duiden.

Voor Rushkoff is het het systeem dat alles in zijn klauwen neemt, ons leven gaandeweg in steeds meer opzichten beheerst. Dat blijkt ook uit de titel van zijn boek: Life Inc.

David Harvey heeft een marxistische benadering. Men leze het best zijn stukken om te zien wat het behelst. Maar het is goed hier te benadrukken dat op 4eco slechts een deel van de kenmerken van het kapitalistische systeem aan de orde komen, want Harvey onderscheidt 17 contradicties die eigen zijn aan het kapitalistische systeem. De tegenstelling rond groei en rond natuur beschouwt hij als gevaarlijke contradicties waaraan het kapitalisme zou kunnen bezwijken. (Wat mij betreft hoort die rond geld er ook bij.) Harvey gebruikt daarvoor niet de systeembenadering van Wallerstein. Want stelt hij: Je kunt je op allerlei aspecten van het kapitalisme richten, maar het is voor een scherper begrip beter om te focussen op de werking van kapitaal.

Wallerstein stelt de vraagt: ‘Wat zijn de eigenschappen – de noodzakelijke voorwaarden – die het kapitalisme als een systeem kenmerken?’ en vervolgt dan: Veel analisten focussen op een enkel punt dat ze wezenlijk achten: dat er loonarbeid is; of dat er productie is voor ruil en/of winst; of dat er klassenstrijd is tussen enerzijds de ondernemers/kapitalisten/bourgeoisie en anderzijds de loonarbeiders/bezitloze proletariërs; of dat er een ‘vrije’ markt is.

Geen van deze definities of wezenlijke kenmerken heeft volgens Wallerstein veel om het lijf. En wel om een simpele reden. Loonarbeid is er in de een of andere vorm al duizenden jaren; het is niet louter iets van de moderne wereld. Er bestaat in het moderne wereld-systeem bovendien veel arbeid die geen loonarbeid is. Er is wel al duizenden jaren, overal ter wereld, een zekere productie om de winst geweest, al was het nooit eerder de overheersende werkelijkheid van een of ander historisch systeem. Het moderne wereld-systeem hamert inderdaad op de ‘vrije markt’, maar de markten erin zijn nooit vrij geweest van overheidsbemoeienis of politieke overwegingen, noch zouden ze zonder kunnen. Er is in het moderne wereld-systeem inderdaad sprake van klassenstrijd, maar de strijdende klassen beschrijven als ‘bourgeois’ en ‘proletarisch’ doet de werkelijkheid ernstig tekort.

Volgens Wallerstein moet de hardnekkige zoektocht om eindeloos kapitaal te accumuleren het overheersende of beslissende kenmerk zijn, wil een historisch systeem als een kapitalistisch systeem beschouwd kunnen worden.

Wil het kenmerk van eindeloze accumulatie overheersend blijven, dan moeten er mechanismen bestaan die eenieder bestraft die op basis van andere waarden of doelen wil opereren, en wel zo dat deze actoren, die zich niet aan de regels willen houden, vroeger of later uitgebannen worden, of dat het hen tenminste zo moeilijk wordt gemaakt dat het hen niet lukt significante hoeveelheden kapitaal te vergaren. (Tot zover Wallerstein)

Jackson is veel klassieker en citeert, om daarop kritiek te kunnen geven, uitgebreid de gangbare kijk van William Baumol en zijn collega’s (Good Capitalism, Bad Capitalism). Deze verdelen de economieën van kapitalistische landen in vier verschillende categorieën: door de staat geleid kapitalisme, oligarchisch kapitalisme, grootbedrijvenkapitalisme en ondernemerskapitalisme. ‘Zowat het enige wat deze systemen gemeen hebben, is dat zij het recht erkennen op het privé-eigendom van bezit,’ schrijven deze auteurs. ‘Verder zijn ze zeer verschillend.’

Jackson citeert Baumol verder:

Een economie is ‘kapitalistisch’ wanneer ‘het merendeel of minstens een wezenlijk deel van haar productiemiddelen in privéhanden [is], eerder dan eigendom te zijn en geleid te worden door de regering.’ Niet bepaald een definitie met scherpe grenzen, stelt Jackson. Zelfs de meest kapitalistische staten zijn immers bereid om in sommige sectoren eigendom te nemen. De financiële crisis heeft deze grens natuurlijk nog meer vertroebeld, toen nationale overheden een fiks belang namen in financiële instellingen.

Baumol c.s. vinden niet alle types van kapitalisme even goed. Sommige ervan leiden tot groei, andere leiden tot ‘stagnatie’ – om precies te zijn: de goede leiden tot groei, de slechte tot stagnatie! Dit morele oordeel vindt Jackson op zichzelf al fascinerend. Ook interessant vindt hij de suggestie dat een kapitalistische economie niet onvermijdelijk op groei hoeft te zijn gebaseerd.

Dan is er nog Bas van Bavel die het begrip kapitalisme in historische zin afwijst. Tenminste…:

De huidige generatie historici, zegt Van Bavel, vindt het bezwaarlijk de term kapitalisme als ideologische geladen of vaag containerbegrip te gebruiken, en vanwege de tanende belangstelling voor het klassieke ‘transitiedebat’ over de zogenaamde overgang van feodalisme naar kapitalisme is de term in de geschiedeniswetenschap zelfs helemaal verdwenen. Maar schrijft Van Bavel:

“Dit alles hoeft ons echter niet te nopen om voorgoed afscheid te nemen van het begrip ‘kapitalisme’, want een goede historische analyse heeft meer baat bij een duidelijk concept met een strakke definitie dan bij het gebruik van vage begrippen als ‘modernisering’ of ‘vooruitgang’.

Wat kunnen we nu (dat wil zeggen naar aanleiding van de analyse van De onzichtbare hand) concluderen over de bruikbaarheid van het begrip ‘kapitalisme’?

We zouden kapitalisme om te beginnen kunnen definiëren als de dominantie van markten in de uitwisseling en toewijzing van grond, arbeid en kapitaal. Vooral de opkomst van de loonarbeid is hierin een opvallend element, dat zich voordoet aan het begin van elke cyclus die in dit boek wordt geanalyseerd. In alle gevallen leidde de dominantie van factormarkten vervolgens tot accumulatie van grond en kapitaalgoederen en opsplitsing van de samenleving tussen bezitloze loonarbeiders en ondernemers-investeerders die de productiemiddelen in particulier bezit hadden. In deze verhoudingen, gekenmerkt door het verlies van het bezit van de productiemiddelen door een groot deel van de bevolking en de daarmee samenhangende dominantie van de loonarbeid, werd iedereen (zowel loonarbeiders als ondernemers en vermogensbezitters) afhankelijk van goederen-, diensten- en factormarkten.

Deze fase vertoont veel overeenkomsten met de definitie van kapitalisme die Fernand Braudel hanteerde. Deze maakt een onderscheid tussen kapitalisme en markteconomie. Die markteconomie, beschreven als doodgewoon en robuust, wordt in zijn beeld gekenmerkt door transparantie en een dagelijkse uitwisseling op de markt, met producenten en detailhandelaren als voornaamste actoren, zonder veel tussenliggende raderen.

Bij het kapitalisme ligt dat anders. Daar ontbreekt volgens Braudel die transparantie. Het kapitalisme wordt gekenmerkt door speculatie en door lange, complexe ketens van uitwisseling, een fundamentele ongelijkheid tussen handelende partijen, kolossale winsten, accumulatie van kapitaal, met als gevolg dat de grote omvang van hun vermogens de kapitaalbezitters in staat stelt een bevoorrechte positie te verwerven en een monopoliepositie in te nemen. Dit is het stadium dat we hebben waargenomen aan het einde van de cyclus.”

Van Bavel geeft hierop als commentaar dat het Braudel lijkt te zijn ontgaan dat de opkomst van de factormarkten hierbij zo’n cruciale rol speelt. “Door deze waarneming toe te voegen kunnen we alle elementen combineren in een gezamenlijke benadering van het begrip ‘kapitalisme’, als een fase in de cyclus van marktontwikkeling. In deze cyclus volgt op de eerste fase – die vanwege de dominantie van factormarkten ook ‘markteconomie’ genoemd kan worden – een tweede fase, die in het teken staat van accumulatie en toenemende ongelijkheid, en daarna een derde fase, die gekenmerkt wordt door speculatie, monopolievorming, steeds nauwere banden tussen kapitaal en staat. Dit derde stadium kan dan kapitalisme genoemd worden, want het volgde onontkoombaar op het tweede en eindigde steevast in achteruitgang van de markteconomie.”

Kapitalisme volgens Grantham2019-10-03T10:12:05+02:00

We zitten, zegt Robert Jeremy Goltho Grantham, hoofdstrateeg investeringen van Grantham, Mayo, & van Otterloo (GMO) – een kapitalist pur sang dus – in aflevering 2 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting, opgescheept met een vorm van kapitalisme die gekenmerkt wordt door een almaar rigidere focus op kortetermijnwinsten met weinig of geen oog voor het algemeen belang, net nu de macht van dit kapitalisme om overheden en het eigen lot te sturen zo sterk is toegenomen dat alleen de allergrootste bedrijven en allerrijkste mensen nog daadwerkelijk iets in de melk te brokkelen hebben. De problemen met het kapitalisme worden verder samengevat in aflevering 6 en 7.

Zie ook gewoon onder kapitalisme, fatale kapitalistische contradictie en aflevering 20 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Kernmerken van een systeem2019-10-03T10:18:08+02:00

In het artikel ‘De samenstelling van systemen’ wordt in aflevering 1 vastgesteld dat alle systemen de volgende kenmerken delen:

  • Inputs in de vorm van energie, materie en informatie.
  • Outputs zoals diverse soorten werk en afval, ook weer in de vorm van energie, materie en informatie, waarbij het verschil in tempo tussen inputs en outputs een vertraging kan geven.
  • Grenzen en afbakening, waarbij systemen zelf steeds onderdeel zijn van grotere systemen en ook kleinere omvatten, en waarbij de scheidslijnen tussen wat tot het systeem behoort en wat erbuiten valt soms onduidelijk zijn en altijd poreus.
  • Terugkoppelingen, positief en negatief, die ook wel versterkend en beperkend (of balancerend) genoemd worden.
  • Stromen vanuit en naar de omgeving (het milieu).
  • Fondsen/voorraden van voedingsstoffen en grondstoffen in allerlei vormen, die al dan niet weer aangevuld worden (door natuurlijke processen).
  • En dan is er nog emergentie, het verschijnsel van het tevoorschijn komen van systeemeigenschappen die niet zijn toe te schrijven aan een van de onderdelen van het systeem.

Het artikel ‘De samenstelling van systemen’ loopt ze stuk voort stuk langs. En in het artikel ‘De werking van systemen’ komt de wisselwerking ertussen aan de orde, met ook grafische voorstellingen daarvan. In beide artikelen komen nog verschillende andere systeemkenmerken aan de orde. Zie nu verder bij systeem en ontwikkeling.

Khaldun, Ibn2019-10-01T12:11:44+02:00

Ibn Khaldun (1332-1406) was een van de eersten met een theorie over de opkomst en neergang van (wereld)rijken. Zie aflevering 2 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Kinetische energie2019-10-03T10:18:48+02:00

Kinetische energie of bewegingsenergie is recht evenredig aan de massa plus het kwadraat van de snelheid (E = 1/2MV2). Deze vergelijking betekent simpelweg dat hoe harder je op je fiets zwoegt, hoe groter de klap is wanneer je op een paaltje knalt. Kinetische energie is er in de vorm van stralingsenergie, thermische energie, elektrische energie en geluid. Kinetische energie kan in potentiële energie worden omgezet en andersom, al gaat dat altijd gepaard met een verlies aan energie, zoals de tweede wet van de thermodynamica voorschrijft.

Klimaat, ecologisch2019-10-03T10:24:28+02:00

Behalve van dichtheidsafhankelijke factoren is sterfte, en dus de schommeling in de omvang van populaties, ook afhankelijk van het klimaat. De gedachte is dan dat het klimaat de omvang van de populaties zo beperkt houdt dat voedselgebrek voor dit beperkte aantal individuen niet voorkomt. Zie verder aflevering 30 van ´Wat is ecologie?’ (serie 1). Klimaatverandering door de mens is het onderwerp van het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook opwarming, model, definitie klimaatverandering, verkwanselde tijd bij de klimaatverandering, landbouw en klimaatverandering en het wereldvoedselvraagstuk en uitsterven. Het hele artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek is gewijd aan de psychologische kant van de klimaatverandering.

Klimaataanpak, de enorme inspanning die ons wacht: het geval Woerden2019-11-20T14:39:18+01:00

Politiek commentator Tom-Jan Meeuw van de NRC schreef in de krant van 14 juli 2018 een stuk met de titel ‘Het stadje ging héél ver voor een beter klimaat. Niemand voorzag wat volgde’:

Woerden heeft al jaren een zéér vooruitstrevend klimaatbeleid – maar dat weet, hoe typerend, bijna geen burger. In 2014, ruim voor ‘Parijs’, sprak de gemeenteraad van Woerden af dat het stadje in 2030 ‘CO2-neutraal’ zou worden. Het Parijse doel is 2050. Het was een combinatie van progressieve partijen en gemeentelijke fracties die dit lokale Klimaatakkoord sloot, al hadden de politici geen idéé waaraan ze begonnen. Vervoerseconoom Tymon de Weger, namens CU-SGP wethouder Duurzaamheid, trad kort na het besluit aan.

‘Niemand overzag wat het betekende’, vertelde hij me deze week. Pas nu, vier jaar later, ‘begrijpen we welke enorme inspanning ons wacht.’

De Weger was vanaf 2016 betrokken bij de opzet van een eerste proef in het Schilderskwartier met 39 woningen. Deze proef werd in juni 2018 afgerond: de gasfornuizen en cv-ketels zijn uit de huizen gesloopt, de warmtepompen staan in metershoge metalen hokken naast de voordeuren. Corporatie GroenWest nam het initiatief en betaalde. De gemeente droeg een fractie van de kosten bij.

Een indicatie voor de latere problemen: Woerden heeft wel enorme klimaatambities – maar geen geld.

Het stadje leerde wel dingen van de proef. De corporatie zei tegen bewoners: wij vangen alle extra kosten op. Maar mensen bleven twijfelen. ‘Heel leerzaam is dat: praten met burgers die nooit over duurzaamheid nadenken’, zei toenmalig wethouder Hans Haring (D66), die Tymon de Weger tijdelijk opvolgde.

De Weger zelf bedacht al in 2016, toen de proef nog niet liep, dat de gemeente ‘parallel’ hieraan een groter project moest voorbereiden: 900 gasvrije woningen in het Schilderskwartier-West. Als de gemeente héél Woerden CO2-neutraal in 2030 wilde hebben, dacht hij, moest ze opschieten.

Het vergrootte de onzekerheid in de wijk. Het gevolg: terwijl de VVD landelijk ambitieus klimaatbeleid steunt, stond de VVD-lijsttrekker bij de raadsverkiezingen dit voorjaar, Reem Bakker, op de rem inzake gasvrij wonen. ‘Onbetaalbaar’, zei hij.

Intussen zagen bewoners met eigen ogen dat óók de autoriteiten vaak niet weten hoe de steeds herhaalde CO2-normen gehaald moeten worden.

Zo kwam dit voorjaar een delegatie ambtenaren van Binnenlandse en Economische Zaken naar Woerden voor een bezoek aan onder meer de proef. Frans Drilling (79) was erbij namens de wijkbewoners. Hij vuurde allerlei praktische vragen op de ambtenaren af. Over warmtepompen, geld, etc. ‘Maar zij zeiden steeds: ja, dat vragen wij ons óók af.’

Meer raadsleden gingen aarzelen, zoals routinier Hendrie van Assem van het lokale Inwonersbelangen. ‘Niemand weet nog hoe dit uitpakt: de gemeente doet maar wat.’ En uitgerekend de laatste weken, tegen de achtergrond van alle halleluja uit Den Haag, werd dit beeld pijnlijk bevestigd. Pleitbezorgers van gasvrij wonen zeggen allemaal: je kunt de investering (woningisolatie, warmtepomp, etc.) terugverdienen dankzij lagere energiekosten voor bewoners. Maar in Woerden bleek: dat is veel te optimistisch. De gemeente voorziet, mede op basis van de proef, dat een gasvrije woning in het nieuwe project 60.000 euro per stuk kost, zegt De Weger. Maar met de lagere energierekening verdient een bewoner slechts 40.000 euro terug, anders gezegd: hier gaapt een gat van 20.000 euro per woning.

Wie betaalt dat? Woerden dacht: het Rijk. Dus deed het een subsidieaanvraag van 20 miljoen euro. Maar helaas: het Rijk heeft een potje van 90 miljoen voor twintig gemeenten, dus vorige week kreeg De Weger te horen: je kunt maximaal 5 miljoen krijgen.

Hierop werd de wethouder geïnterviewd door Woerden TV, waarbij hij opperde dat bewoners ‘een lening’ afsluiten om dit op te lossen. De Wever zei me later dat zijn uitspraken zijn verknipt: hij wil dit soort onzekerheden juist voorkomen.

Maar in mijn gesprekken in de wijk deze week merkte ik dat het verzet tegen het plan sterk toeneemt. Vooral oudere woningbezitters zijn nu zéér sceptisch.

‘Ze hebben hun hypotheek eindelijk afbetaald, ze kúnnen niet eens meer een lening krijgen’, zei Hendrie van Assem, de routinier uit de raad. ‘En ze denken allemaal: 2030? Dan kan ik wel dood zijn.’

Het leerde me ook hoezeer de klimaatkwestie spanningen tussen leeftijdsgroepen kan aanwakkeren. Waar vooral jongeren bezorgd zijn over de opwarming van de aarde, vrezen ouderen de extra kosten voor het gasvrij maken van hun afbetaalde woning.

En zo zijn er, vier jaar nadat Woerden zichzelf CO2-neutraal in 2030 verklaarde, nog maar 39 klimaatneutrale woningen opgeleverd, en blijft er, in de week van het nationale Klimaatakkoord, grote onzekerheid over de volgende 900 huizen.

En dan te bedenken dat Woerden over twaalf jaar al zijn 21.000 woningen gasvrij wil hebben. Over de haalbaarheid van dit streven bestaat nu vanzelfsprekend in brede kring twijfel.

Maar wethouder De Weger houdt vol. ‘Dit gaat niet om haalbaar. Dit moet. Dit kan.’

Maar er komt alleen versnelling, zei hij, als het Rijk bijspringt. ‘Den Haag moet dit gat dichten, anders valt alles stil.’ Tegelijk blijft het tekenend hoe sceptisch de lokale VVD-afdeling dit hele verhaal benadert.

Ingrijpen voor klimaatverbetering is onvermijdelijk, zei VVD-fractievoorzitter Florian van Hout me, ‘maar we zijn erg bezorgd over de kosten van het gasvrije project.’

En Reem Bakker, die na een intern conflict onlangs uit de afdeling stapte maar landelijk nog VVD-lid is, zei dat zijn partij maar het beste op zijn schreden kan terugkeren: omarm ‘het klimaatrealisme’, en accepteer dat gasvrij wonen onbetaalbaar is. ‘Anders draait dit uit op ramp voor de VVD.’ En op een droom voor Baudet? ‘En op een droom voor Baudet’, zei hij.

Klimaataanpak: een nieuwe kustlijn2019-11-20T14:33:26+01:00

Wouter van Dieren schreef in de NRC van 28 september 2017 het artikel ‘De hoogste tijd voor een nieuwe kustlijn’. Zijn pleidooi gaat als volgt:

Orkanen, slagregen en hittegolven staan niet op het netvlies van de overheid bij de aanpak van het klimaatprobleem. De extra risico/analyses die daarbij horen, worden niet gemaakt. Maar alleen al de problemen met onze kust zullen immens zijn als de zeespiegel steeds verder gaat stijgen. Een stormvloed zoals die van 1953 zit er aan te komen, maar we sluiten daarvoor onze ogen. Van Dieren:

‘Daarop is maar één antwoord mogelijk: nieuwe Deltawerken, een nieuwe kustlijn, integraal en veelomvattend, een manier van doen en denken die de decennia overstijgt, met ingrepen die eerder voor eeuwen gelden. Dit is het idee achter Emergo, een reeks eilanden voor de kust van Noord- en Zuid-Holland.

De natuurlijke kustvorming laat langs de Noordzeekust geen eilanden ontstaan zoals de Waddeneilanden, die lossloegen van de Friese en Groningse kust ná de grote vloeden in de Middeleeuwen. Die eilanden beschermen de dijken in het noorden, terwijl de ondiepe Wadden de golfslag dempen en de zandplaten als buffers blijven aangroeien.

De Emergo-eilanden kunnen een veelheid aan problemen oplossen. Allereerst zorgen ze voor kustverdediging. De tussenliggende lagune wordt door aanslibbing ondiep en beschermt daardoor de oude kust. De eilanden zijn ook golfbrekers. Door klimaatverandering zal de wind gemiddeld toenemen. De oude kust kan die veelheid aan windkracht 10 en méér niet aan. De eilanden kunnen ook de biodiversiteit vergroten. De Noordzee heeft zwaar geleden onder de boomkorvisserij, waardoor het substraat van de bodem is vernield. In de lagune zal een kraamkamerfunctie als die in de Wadden ontstaan.

Daarnaast kunnen de eilanden zorgen voor overslag, waarmee de logistiek van de grote havens wordt verlicht. De Noordzee zal nog vele decennia een verkeersrotonde blijven voor energie, scheepvaart en visserij; vanaf de eilanden is de logistiek vele malen efficiënter. Als locatie voor windturbines kunnen ze bovendien het ‘not in my backyard‘-probleem van windmolens op land deels wegnemen en zorgen voor een versnelling van de wind-op-zee-doelstellingen.

Maar het belangrijkste probleem op de lange termijn vormen de grote rivieren. Op een dag kunnen die niet meer hun water uitslaan op een te hoge zeespiegel. De retentiecapaciteit (‘ruimte voor de rivier’) houdt een keer op.

Dan resteert de lagune, waarvan tegen die tijd de zeegaten, eerst nog nodig om de lagune te doen verzanden, kunnen worden afgesloten. Er ontstaat een opslagcapaciteit die voldoende moet zijn om de pieken op te vangen en vervolgens in zee te pompen bij lage waterstanden. Een oplossing voor de eeuwigheid, wie weet.

Technisch is het haalbaar. De Tweede Maasvlakte werd ook verrassend snel opgespoten; baggerbedrijven gebruiken nu ook geotubes, enorme ‘worsten’, gevuld met zand. Aanpassing aan klimaatverandering behoort nog niet tot het vanzelfsprekende repertoire van de duurzamen. Velen achten adaptatie aan het onvermijdelijke strijdig met de actuele groene droom. Die gaat echter vooral over lifestyle. Dat is misschien essentiële feel-good. Maar het is niet genoeg om het klimaatdrama in volle omvang onder ogen te zien.’

Wouter van Dieren is systeemanalist, zorgde als lid van de Club van Rome voor de Nederlandse uitgave van Grenzen aan de groei, en zette in tien jaar het duurzaamheidsforum Springtij op de kaart.

Klimaatontwrichting2019-10-03T10:39:35+02:00

Het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting is gewijd aan de klimaatverandering, maar ook in het begin van het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ in de rubriek Ethiek gaat het over de definitie van klimaatverandering: Ooit hadden we het over het ‘broeikaseffect’. Toen kwam de term ‘klimaatverandering’ in zwang, wat minder beladen klinkt. Verandering vinden we in het algemeen goed, want stilstand is achteruitgang. Ook duidt ‘verandering’ niet op een richting; het kan ook verandering ten goede zijn.

Maar als je het klimaat opvat als een ‘vals beest dat wij jennen door het met stokken te prikken’ is de term klimaatontwrichting eigenlijk passender. De gebruikelijke definitie is ‘het gemiddelde weer van de afgelopen 30 jaar’. Wie dan het klimaat van 1950-1980 vergelijkt met dat van 1980-2010 ziet opmerkelijke verschillen. Dit komt aan de orde in het genoemde artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’. Zie verder beslist ook de afleveringen 8-11 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook onder verkwanselde tijd bij de klimaatverandering en verder ontkenning, landbouw en klimaatverandering, acceleratie, klimaat, ecologisch, het wereldvoedselvraagstuk, ijssmelt en uitsterven.

Klimaatverandering2019-10-03T10:41:03+02:00

Wat we de laatste veertig jaar te weten zijn gekomen over (de aanstaande) klimaatverandering wordt behandeld in de eerste helft van het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ in de rubriek Ontwrichting. Ook onze menselijke reactie hierop wordt daar behandeld (in de tweede helft). We hebben die veertig jaar, sinds de basale feiten rond antropogene klimaatverandering bekend zijn geworden, verkwanseld. De stappen die we nemen zijn zo klein dat tegen de tijd dat we onze economie volkomen verduurzaamd hebben, de wereld 2,5 tot 3 graden warmer zal zijn en er al heel veel schade is aangericht. En als gevolg van de traagheid van het milieusysteem staat ons op een veel langere termijn nog meer naars te wachten: ook al stoten we vanaf nu niet één CO2-molecuul meer uit, dan nog zullen er, om eens wat te noemen, de komende eeuwen ijskappen smelten en zal de zeespiegel met een meter of meer stijgen. Zie hierover ook aflevering 4 en 8-11 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook onder definitie klimaatverandering en verder ontkenning, landbouw en klimaatverandering, acceleratie, klimaat/ecologisch, het wereldvoedselvraagstuk, permacultuur, ijssmelt en uitsterven.

Klokkromme2019-10-03T10:27:02+02:00

De klokkromme is een grafiek met de vorm van een kerkklok die weergeeft hoe de winning van een grondstof eerst een louter stijgende lijn vertoont, totdat de winning niet groter meer kan worden, waarna deze onherroepelijk zal inzakken totdat er tenslotte geen winning meer mogelijk of haalbaar is. Dit verschijnsel wordt bij de aardoliewinning piekolie genoemd. U vindt een afbeelding van een klokkromme in aflevering 5 (en de Bentley curve in aflevering 7 en de logistische curve in aflevering 9) van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie. De klokkromme is beroemd geworden door M. King Hubbert. Zie hierover aflevering 2 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie, aflevering 3 van het artikel ‘Olie’ en vanaf aflevering 2 van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie. Concrete bronnen en cijfers vinden we in aflevering 16 van het artikel ‘De economie van piekolie’. En in aflevering 17 wordt het groeimodel bij een dalend energiesurplus besproken. Merk nog op dat voor het ineenstorten van systemen eerder het Seneca-effect geldt, waarbij de opgaande lijn wel wat wegheeft van die van de klokkromme, maar de val aan de rechterkant veel steiler naar omlaag is. De relatie tussen deze twee wordt behandeld in aflevering 28-37 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Kloof tussen arm en rijk2019-10-01T13:15:30+02:00

Hoe de armste 80 procent de zakken van de rijkste 20 procent spekt, en dan vooral van de allerrijksten, valt te lezen in aflevering 22 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook aflevering 36-37 over de overgang naar een nieuw wereld-systeem van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’. De parasitaire kapitaalvormen van de superrijken komen aan de orde in aflevering 25 (en eerdere) van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook het slot van rente.

Knooppunt2019-10-18T21:33:16+02:00

In aflevering 2-4 van het artikel ‘De kwetsbaarheid van netwerken’ in de rubriek Complexiteit behandelt Thomas Homer-Dixon na het begrip ontwrichting de verbondenheid en snelheid bij netwerken. Wanneer er in het hart van een ‘nauw-gekoppeld’ systeem iets fout gaat, kunnen de gevolgen zomaar catastrofaal uitpakken. Met knooppunten binnen het netwerk, of elementen binnen het systeem die dicht op elkaar gepakt zitten, met nauw gekoppelde schakels dus, kunnen problemen bij één knooppunt of element zich naar andere vertakken voordat er iemand kan ingrijpen. In dit verband moeten we onderscheid maken tussen willekeurige netwerken en schaalvrije netwerken, want die vertonen verschillende patronen voor de aaneenschakeling van hun knooppunten (aflevering 5 en volgende). Een willekeurig netwerk lijkt op het snelwegennet met de wegen als verbindingsschakels. De meeste knooppunten hebben een bescheiden aantal verbindingen met andere knooppunten. Slechts een klein aantal knooppunten beschikt over veel, maar nooit heel veel verbindingen. Een schaalvrij netwerk lijkt op het luchtverkeersnet. Daarbinnen beschikken een paar knooppunten, de zogenaamde hubs, over enorm veel verbindingen met andere knooppunten. Verrassend veel netwerken in de wereld zijn schaalvrije netwerken – dus netwerken met hubs. Als een schaalvrij netwerk een hub kwijtraakt kan dat rampzalige gevolgen hebben, omdat er zoveel andere knooppunten van die hub afhankelijk zijn. Zie ook terugkoppeling, geldsysteem, autokatalyse, levensvatbaarheidsvenster, kantelpunt en Seneca-effect.

Kondratieff-cycli2019-10-02T17:16:08+02:00

De zogenaamde Kondratieff-cycli, vernoemd naar Nikolaj Kondratjev (1892-1938), zijn lange economische cycli die een fase van groei kennen (de A-fase) en een fase van recessie (de B-fase). Ze worden ook wel (lange) golven genoemd. De looptijd van de eerste cyclus (van eind 18e, begin 19e eeuw) was ruim 60 jaar, die van de vierde (en voorlaatste) was ruim 40 jaar, die van de laatste kan nog korter worden. In twee noten wordt in aflevering 5 en 6 van het artikel artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting hierop een nadere toelichting gegeven. Wallerstein bespreekt behalve Kondratieff-cycli ook hegemonische cycli (vanaf aflevering 10). De twee cycli lopen niet gelijk op. De looptijd van een hegemonische cyclus is gewoonlijk beduidend langer. Geen van beide zijn perfecte cycli: ze komen niet terug bij hun beginpunt, maar ‘erboven’. Zie ook creatieve vernietiging.

Wikipedia zegt er dan nog het volgende over:

De Kondratieffgolven of lange (conjunctuur)golven vormen een conjunctuurbeweging in de moderne wereldeconomie, die op de zeer lange termijn opereert: deze golven hebben een periode van vijftig tot zestig jaar, waarin prijspeil, productieniveau en handelsvolume eerst toenemen, dan stagneren en dan weer afnemen. Kondratieffgolven werden begin twintigste eeuw ontdekt door de Russische econoom Nikolaj Kondratjev (en ongeveer gelijktijdig door diverse andere economen). Ze werden naar Kondratjev vernoemd door de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter, die Kondratjevs werk uitbouwde tot een theorie van innovatiecycli. De geldigheid van Kondratjevs ontdekking is tot op heden controversieel.

Onder het kopje Kritiek volgt in Wikipedia dan nog:

De langegolftheorie wordt niet aanvaard door de meeste neoklassieke economen, die technische veranderingen en innovaties meer als exogeen dan als endogeen fenomeen beschouwen in relatie tot economie. Het is echter een van de steunpilaren van innovatiegebaseerde, ontwikkelings- en evolutionaire economie – met andere woorden: een van de grote heterodoxe stromingen in de economie.

Onder de economen die de theorie aanvaarden, bestaat geen duidelijke overeenstemming over de begin- en eindjaren van de afzonderlijke cycli. Dit is een ander punt van kritiek op de theorie: het komt neer op patronen zien in een massa van statistieken die veel ruimte voor subjectiviteit openlaat. Tevens is er gebrek aan overeenstemming over de achterliggende oorzaken van dit fenomeen. Ook is men het oneens over de invloed van externe factoren zoals natuurrampen.

Ik voeg hieraan nog toe:

Een gangbare econoom als Jaap van Duin zweert ook bij de Kondratieff-cycli. Hij spreekt echter van elkaar afwisselende perioden van versnelling en vertraging van de groei vanwege nieuwe groeisectoren die ontstaan door de vorming van clusters van technologische innovatie. Naast innovatie vormen infrastructurele investeringen een tweede factor die de opkomst van de nieuwe sectoren mogelijk maken. “Zo was de petrochemie (plastics) de meest kenmerkende groeisector van de vierde Kondratieff Cyclus, die van na de Tweede Wereldoorlog. De bijbehorende infrastructuur die deze groei moest mogelijk maken is in Nederland onder andere zichtbaar in de aanleg van Europoort…” (Jaap van Duin, De groei voorbij. (Amsterdam, De Bezige Bij, 2007) 96).

Kooijman, wet van2019-10-08T23:07:42+02:00

De wet van Kooijman geeft de regels die horen bij het basisoverzicht van de processen die er in levende organismen toe doen, dat we vinden in de figuur in aflevering 13-16 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie. De kern van de zaak is dat de reservoirs en stromen van energie in ons lichaam precies op elkaar zijn afgestemd. Als een reservoir of energiestroom van grootte verandert, dan moet de hele rest van het model zich aanpassen, en wel precies volgens de regels die Kooijman heeft ontdekt. Inmiddels, schrijft Westbroek, is de theorie voor honderden soorten getest en is Kooijman ervan overtuigd dat zijn theorie universeel is en van toepassing op alle organismen op aarde.

Je kunt het model beschouwen als een rekensom met een onveranderlijke uitkomst. Houdt een organisme zich niet aan de regels, dan gaat het dood. Blijkbaar is bewegingsvrijheid aan hele nauwe begrenzingen gebonden. Praktisch gezien levert dit de mogelijkheid om allerlei voorspellingen te doen, waarna experimenteel kan worden bepaald of het klopt.

Kooldioxide2019-10-03T10:32:25+02:00

Het verstoken van fossiele brandstoffen is de belangrijkste oorzaak van de CO2-toename en die is weer de oorzaak van het opwarmen van de aarde. Wat in aflevering 2 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting in samenvatting wordt gezegd, krijgt bewijsvoering in de afleveringen 8-11. De nu ruim een halve eeuw durende scherpe stijging van het kooldioxideniveau in de atmosfeer aan het einde van een periode van 400.000 jaar is bewijsstuk nummer 1 van Jeremy Grantham in (aflevering 8). Dit komt ook aan de orde in aflevering ? van het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’, ook in de rubriek Ontwrichting. Zie ook opwarming, olie, energie, energiedichtheid, primaire energiebron en kringlopen.

Kooldioxide-niveau2019-10-03T10:31:58+02:00

Het verstoken van fossiele brandstoffen is de belangrijkste oorzaak van de CO2-toename en die is weer de oorzaak van het opwarmen van de aarde. Wat in aflevering 2 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting in samenvatting wordt gezegd, krijgt bewijsvoering in de afleveringen 8-11. De nu ruim een halve eeuw durende scherpe stijging van het kooldioxideniveau in de atmosfeer aan het einde van een periode van 400.000 jaar is bewijsstuk nummer 1 van Jeremy Grantham in (aflevering 8). Dit komt ook aan de orde in aflevering ? van het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’, ook in de rubriek Ontwrichting. Zie ook opwarming, olie, energie, energiedichtheid, primaire energiebron en kringlopen.

Koolstofkringloop2019-09-25T22:28:22+02:00

Alle ongeveer veertig chemische elementen die in organismen aanwezig zijn, komen in verschillende mate in het niet-levende deel van de aardkorst voor. Ze zijn onontbeerlijk voor het leven. Organismen bevatten relatief meer zuurstof, koolstof, waterstof en stikstof dan de dode (anorganische) aardkorst, maar minder kalium, natrium, ijzer en silicium. Al deze elementen volgen geologische kringlopen èn kringlopen door de ecosystemen; sommige als element, andere in de vorm van een chemische verbinding. In de afleveringen 79-82 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ worden drie kringlopen behandeld: die van water (waterstof gebonden aan zuurstof) in aflevering 80, die van kooldioxide (koolstof gebonden aan zuurstof) in aflevering 81, en die van stikstof in aflevering 82. Bij de activiteiten van de mens is er vaak geen sprake van een kringloop. Wij verspreiden stoffen na gebruik vaak op zo’n manier, dat herwinning binnen ons tijdsperspectief praktisch onmogelijk is. Denk hierbij aan het plastic in de oceanen (en straks van nanodeeltjes). Dit aspect komt ook aan de orde in aflevering 4 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’. Zie ook fotosynthese, die je kunt opvatten als een motor van de kringlopen.

Kosten van duurzame energiebronnen2019-10-01T15:08:29+02:00

Zonder subsidie en mèt opslag zullen de nieuwe wind- en zonneprojecten het komende decennium goedkoper zijn dan de operationele kosten van steenkool en kernenergie. Dat gaat de bedrijfstak totaal op zijn kop zetten. Dit zegt James Robo, elektriciteitsbaas van Florida, in aflevering 12-13 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Giga-windturbines komen aan de orde in aflevering 14 en de prijs van accu’s in aflevering 15. Zie ook duurzaamheid, energiestaat en energietransitie. Lees verder de serie over energietransitie als deze (in 2020) geplaatst wordt.

De EROI van windenergie (volgens Hall zonder opslag, 18-20:1) en van zonne-energie (zonnepanelen zonder opslag, 6-12:1) is (vooralsnog) lager dan van olie en gas (nu grofweg 20:1). De ruime marge voor het EROI van zonne-energie is een weerspiegeling van de grote mate van onenigheid over deze energiebron. Zie hierover aflevering 8 en verder van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. Dit onderwerp komt terug in de serie over transitie (verwacht in 2020).

Koude Oorlog2019-10-02T11:50:03+02:00

Wallerstein stelt in aflevering 15-18 en 29 van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting dat er na de Tweede Wereldoorlog een stilzwijgende ‘afspraak’ kwam tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, die we hebben leren kennen onder de naam Yalta. De drie delen van die afspraak waren: De wereld was verdeeld in twee invloedssferen; elk had het recht aan hun kant hun eigen zaken te regelen. Er werd een economische scheidslijn geëerbiedigd tussen de twee zones; dus alleen Marshallhulp voor de goede klanten èn trouwe politieke satellieten van Amerika. Ten derde werd ontkend dat er een afspraak was, al waren ze zogenaamd in een totale ideologische krachtmeting gewikkeld. We zijn dit de ‘Koude Oorlog’ gaan noemen, die tot het eind een ‘koude’ oorlog bleef.

Kringlopen (in de natuur)2019-09-25T22:27:41+02:00

Alle ongeveer veertig chemische elementen die in organismen aanwezig zijn, komen in verschillende mate in het niet-levende deel van de aardkorst voor. Ze zijn onontbeerlijk voor het leven. Organismen bevatten relatief meer zuurstof, koolstof, waterstof en stikstof dan de dode (anorganische) aardkorst, maar minder kalium, natrium, ijzer en silicium. Al deze elementen volgen geologische kringlopen èn kringlopen door de ecosystemen; sommige als element, andere in de vorm van een chemische verbinding. In de afleveringen 79-82 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ worden drie kringlopen behandeld: die van water (waterstof gebonden aan zuurstof) in aflevering 80, die van kooldioxide (koolstof gebonden aan zuurstof) in aflevering 81, en die van stikstof in aflevering 82. Bij de activiteiten van de mens is er vaak geen sprake van een kringloop. Wij verspreiden stoffen na gebruik vaak op zo’n manier, dat herwinning binnen ons tijdsperspectief praktisch onmogelijk is. Denk hierbij aan het plastic in de oceanen (en straks van nanodeeltjes). Dit aspect komt ook aan de orde in aflevering 4 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’. Zie ook fotosynthese, die je kunt opvatten als een motor van de kringlopen.

Kuhn, Thomas2019-09-30T23:01:25+02:00

Een paradigma wordt gevormd door de denkrichting van waaruit het systeem opkomt, dus zijn doelen, structuur, regels, vertragingen, parameters. Dat waar men het in de geest van de samenleving allemaal over eens is, de grote maar niet uitgesproken aannames – omdat het niet nodig is ze uit te spreken; iedereen weet immers hoe het zit – vormen het paradigma van de samenleving, oftewel de ten diepste gedeelde set ideeën over hoe de wereld in elkaar zit. Paradigma’s zijn misschien moeilijker te veranderen dan wat dan ook aan een systeem, maar er is niets fysieks of duurs, of zelfs langzaam aan het proces van paradigmaverandering. Het kan in een los individu in een milliseconde plaatsvinden. Het vergt een gedachtesprong, zodat je de schellen van de ogen vallen, en dan heb je een nieuwe kijk op de dingen. Met complete samenlevingen is het een andere zaak – zij verzetten zich feller tegen veranderingen in hun paradigma dan tegen wat dan ook. Thomas Kuhn, die hèt boek over paradigmaveranderingen in de wetenschap schreef, zegt: In de kern gaat het zo: je wijst steeds maar weer op dingen die niet kloppen en dingen die fout gaan in het gevestigde (oude) paradigma. Je blijft erop hameren, luid en duidelijk vanuit de overtuiging die het nieuwe paradigma jou geeft. Je plaatst mensen die het nieuwe paradigma al omarmen in machtsposities en op plekken waar ze (publicitair) opvallen. Je vermorst geen energie aan de reactionairen; in plaats daarvan werk je met actieve tussenpersonen die de verandering aankaarten bij de grote middenmoot die er (misschien) voor openstaat. Systeemmensen zouden het zo zeggen: je verandert paradigma’s door een systeem te modelleren, wat jou buiten het systeem plaatst en wat jou dwingt het geheel te overzien. Dat zeggen ze omdat hun eigen paradigma’s zo veranderd zijn. Zie ook ingrijpen in systemen, attitudes en psychologische barrières voor klimaatactie.

Kümmel, Reiner2019-09-27T21:19:31+02:00

Toen de natuurkundige Reiner Kümmel zich voor economie begon te interesseren, viel het hem op dat energie en de wetten van de thermodynamica geen enkele rol speelden in het gevestigde economische denken. Daarom voegde hij de factor energie als zelfstandige eenheid toe aan de factoren arbeid en kapitaal in het model van Solow. Hij ontwikkelde een eigen productievergelijking die hij LinEx noemde. Het resultaat paste nagenoeg perfect. Het residu van Solow verdween als sneeuw voor de zon. Zijn belangrijkste bevinding was dat een toename van het energieverbruik zich in een economische groei vertaalt die grofweg 10 keer zo groot is als op grond van Solows methodiek verwacht mocht worden. Zie aflevering 4 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. Kümmel is de auteur van het boek The Second Law of Economics: Energy, Entropy, and the Origins of Wealth (Springer, 2011).

Kunstmatige veroudering2019-10-02T11:30:54+02:00

Creatieve vernietiging is een proces van voortdurende innovatie, waarbij succesvolle toepassingen van nieuwe technieken de oude vernietigen. Dit was de visie van Joseph Schumpeter. In een nooit eindigend proces van opkomst en ondergang worden oude bedrijven vernietigd door nieuwe. Lees over Schumpeter op Wikipedia. Waardevernietiging à la Schumpeter komt ook aan de orde in aflevering 13 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook innovatie en aflevering 7 van het artikel het artikel ‘De ijzeren kooi van het consumentisme’ in de rubriek Economie. Kunstmatige veroudering voor een snellere omloop van producten komt aan de orde in aflevering 15 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Economie.

Kunstmatige welvaart2019-10-05T23:19:21+02:00

Er heeft ‘marktfalen’ plaats als de ‘prijzen’ de fysieke realiteit niet goed weergeven. Hoe hoger het niveau van economische ontwikkeling, hoe sterker de tendens om geld als een abstractie op te vatten in plaats van als een maatstaf van iets concreets. Op deze manier kan een economie een hoge vlucht nemen terwijl ondertussen de ecologie aftakelt. Dat geldt met name wanneer een samenleving haar toevlucht neemt tot geldontwaarding of overvloedige kredietverlening teneinde de oprukkende fysische grenzen te omzeilen en een kunstmatige welvaart te bevorderen, want in dat geval raakt de economie volledig losgezongen van de concrete ecologische realiteit. Met overbelasting en ineenstorting als het onvermijdelijke gevolg. Tot zover ‘Biofysische grenzen: ecologische uitputting’, inleiding bij de rubriek Ecologie. In het artikel ´Wereld-systeem in crisis´ wordt geconcludeerd dat het kapitalistisch systeem op zijn einde loopt. Er zal steeds meer sprake zijn van marktfalen; de economische wetenschap kan de gang van zaken onvoldoende verklaren. Verder komt deze thematiek aan de orde in de drie contradictie-artikelen: zie ‘Drie contradicties van het kapitalisme’. Zie ook functies van geld, geldcontradictie, geldcreatie en geldsysteem. En tevens economische groei, expansie en economisch paradigma. Plus nog economische crisis en schuldencrisis.

L

Laaghangend-fruit-principe2019-10-03T22:14:26+02:00

Bij de grondstoffenwinning geldt het principe van het ‘laag hangend fruit eerst’: de makkelijkst winbare en beste grondstoffen worden als eerste gewonnen. Dit is zeker geldig voor olie. Meadows behandelt dit in aflevering 8 en 9 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie voor oliegrafieken aflevering 3 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie. (Figuur 4 daar toont dat de winning van goud met steeds hogere (energie)kosten gepaard gaat.) Dit verschijnsel komt nog op diverse andere plaatsen terug, zoals in aflevering 3 van het artikel ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’ en bij het Planck-principe en feitelijk ook in de figuur van de klokkromme in aflevering 5 van het artikel ‘Olie’ in de rubriek Energie. Zie ook de ‘wet van de afnemende substitutie-elasticiteit’ in aflevering 9 van het artikel ‘Energie, wat is dat eigenlijk?’ en aflevering 35 van het artikel ‘Castrofologie’ in de rubriek Ontwrichting. Wat betreft het begrip uitputting, zie het artikel ‘Biofysische grenzen: ecologische uitputting’ en de begrippen machtsfunctie, piekolie en fonds. Zie ook exploitatie van hernieuwbare eindige fondsen.

Lachgasuitstoot2019-11-27T19:06:20+01:00

Een saillant detail van de Nederlandse boekhouding van de lachgasuitstoot is dat er al jarenlang een enorme hoeveelheid lachgas ongemerkt de lucht in gaat. Dit berichtte de NRC op 22 mei 2019. Het Limburgse chemiebedrijf Anqore op het Limburgse chemische complex Chemelot heeft nooit gemeld dat het (omgerekend) 0,4 megaton aan CO2-equivalent (CO2e) uitstoot. Ze beweren zelfs dat ze het zelf niet door hadden.

Chemelot is het totale bedrijventerrein (het vroegere DSM-complex). Het heeft één enkele milieuvergunning voor alle zestig bedrijven tegelijk. Daarom hoeft het de uitstoot niet per fabriek te rapporteren. Omdat het uitstoten van lachgas wettelijk niet verboden is, gebeurt er voorlopig waarschijnlijk niets. (Hoewel het met het stikstofbesluit van de Raad van State – zie de volgende aflevering – misschien geld waard is om er wel wat aan te doen: er kunnen nog slechts vergunningen worden gegeven, als er elders bespaard wordt.)

De Nederlandse lachgasuitstoot zit zo in elkaar: landbouw 6,4 Mton CO2e, de industrie 1,5 Mton CO2e, overig 0,8 MtonCO2e. Van die 1,5 Mton industriële uitstoot komt 1,1 Mton van Chemelot. De lachgasuitstoot vormt dan weer 4 procent van de totale Nederlandse broeikasuitstoot.

Het hele verhaal wordt dus uit de doeken gedaan in de NRC. Anqore is een acrylonitrilfabriek (een grondstof voor legokunststof en koolstofvezels) die waarschijnlijk (al sinds 1969) de op een na grootste uitstoter van lachgas in Nederland is. Het bedrijf is sinds vier jaar in handen van DSM (dat zichzelf zo groen vindt) en het private equitybedrijf CVC Capital Partners. De vakliteratuur vertelt dat zo’n fabriek lachgas uitstoot, maar dat ‘hadden we niet in beeld’, zegt de eigenaar. Pas in 2017 werd een meting gedaan en de uitstoot ‘ontdekt’.

Met een bedrag van 90 à 120 miljoen euro is de uitstoot van Anqore te verhelpen. Dat is omgerekend 10 euro per bespaarde ton. Omdat de emissierechten voor CO2 op 25 euro per ton staan, zou de uitstoot al lang zijn opgeheven als lachgas maar op de lijst van broeikasgassen was gezet!

Chemelot herbergt ook nog een salpeterzuurfabriek (voor kunstmest) en een caprolactamfabriek (nylongrondstof), die beide ook uitstoters van lachgas zijn. Zij hebben tussen 2006 en 2008 hun uitstoot teruggebracht van 7 tot 2 miljoen ton CO2e. De caprolactamfabriek blijft sindsdien ook een grote uitstoter. Deze is in Chinese handen.

Landbouw2019-10-03T10:58:00+02:00

Er is op 4eco geen artikel dat de huidige landbouwproblematiek beschrijft. Landbouw komt natuurlijk wel aan de orde in het artikel ‘De uitvinding van de stad (of van de landbouw)’ in de rubriek Economie. Verder komen we landbouw tegen in een aantal cursieve stukjes in het (nog te plaatsen) artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting en in aflevering 21 en volgende in datzelfde artikel, waar aan de orde komt of de mensheid straks nog wel gevoed kan worden. Zie ook wereldvoedselvraagstuk, landbouw en klimaatverandering en permacultuur.

Landbouw en klimaatverandering2019-10-03T10:46:57+02:00

Eén of twee extreme hoosbuien per paar jaar doen ons wereldwijd zo’n 1 procent van de humuslaag kwijtraken. En er zijn meer problemen. Afhankelijk van waar we ons bevinden, kunnen we op de huidige weg nog zo’n dertig tot zeventig oogsten tegemoet zien die ons voldoende voeden; daarna niet meer. Hierover schrijft Grantham in aflevering 5 en 18-30 van het artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook onder verkwanselde tijd bij de klimaatverandering, definitie klimaatverandering en verder ontkenning, acceleratie, klimaat/ecologisch, het wereldvoedselvraagstuk, ijssmelt en uitsterven.

Lenen-betalen2019-10-02T22:45:51+02:00

De financiële sector als alternatief voor de maaksector wordt behandeld door Wallerstein in het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ (aflevering 8 en 32), en door David Harvey in het artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie en in zijn artikel ‘Oneindige exponentiële groei’ (aflevering 12, 18, 21 en 25) in de rubriek Ontwrichting. Wallerstein wijst er op dat het voor kapitalisten een al zeer lang bestaande praktijk is om in alle Kondratieff B-fases in de financiële sector te stappen. Het basismechanisme is geld uitlenen dat met rente moet worden terugbetaald. De klanten die voor degenen die uitlenen het meeste opleveren, zijn de klanten die teveel lenen en daarom slechts de rente maar niet het kapitaal kunnen terugbetalen. Dit levert voor degene die uitleent almaar doorgaande en steeds toenemende inkomsten op, totdat degene met de schuld het niet meer aankan (en failliet gaat). Zo’n financieel schema van lenen-betalen schept geen nieuwe waarde, niet eens nieuw kapitaal. Feitelijk wordt bestaand kapitaal vanuit de productiesector overgeheveld. Om degenen die ten onder gaan te vervangen, moeten er wel steeds nieuwe kringen bijkomen van mensen die willen lenen. Anders droogt de stroom van uitlenen en verschuldigd zijn op. Deze financiële handelwijzen kunnen zeer winstgevend zijn voor degenen die aan de kant van de winnaars zitten. Zie ook fictief kapitaal, rijkste 1% en rentenierseconomie.

Levensgemeenschap2019-10-03T10:48:15+02:00

Het begrip levensgemeenschap komt doorlopend aan de orde is de tweede serie van het artikel ‘Wat is ecologie?’ (aflevering 31-57). Een verzameling samenlevende planten en dieren (in de tuin, of waar dan ook) wordt een levensgemeenschapgenoemd. (De combinatie van een levensgemeenschap en zijn niet-levende milieu wordt een ecosysteem genoemd.) Levensgemeenschappen bestaan dus uit een verscheidenheid aan soorten. In een levensgemeenschap vinden veel wisselwerkingen plaats, juist ook wisselwerkingen tussen individuen van verschillende soorten. De vraag is: “Wie eet wie, en wie planten zich met elkaar voort?” Groene planten zijn onmisbaar voor alle levensgemeenschappen, want ze leveren het voedsel, waar alle andere organismen tenslotte van afhankelijk zijn. In een levensgemeenschap vallen de planten het meeste op. Daarna ziet men de dieren die de planten eten en dan pas de roofdieren en dergelijke. Zie in dit verband ook voedselniveaus.

Al met al kunnen we ons een levensgemeenschap dus voorstellen als een verzameling van planten- en diersoorten, waarvan de verscheidenheid en aantallen afhangen van de fysische kenmerken en het klimaat van het gebied waarin de levensgemeenschap is gevestigd. Elk individu en elke soort is tot op zekere hoogte afhankelijk van de grondstoffen waarvan andere soorten hem voorzien. De zaak wordt samengevat in aflevering 57.

Levensvatbaarheidsvenster van netwerken2019-10-01T23:01:20+02:00

Netwerken worden behandeld in het artikel ‘De kwetsbaarheid van netwerken’ in de rubriek Complexiteit. Daar wordt het onderscheid gemaakt tussen willekeurige en schaalvrije netwerken. Bij Lietaer et al. gaat het er om dat alle netwerken die overeenkomen met natuurlijke ecosystemen binnen een bepaald bereik werken van het optimale punt. Dat gebied wordt het ‘levensvatbaarheidsvenster’ genoemd; het ligt aan weerszijden van dit optimum. Het levensvatbaarheidsventer komt aan de orde in aflevering 7 en volgende van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Dit is het gebied van Goudlokje: duurzaamheid vereist net genoeg, en niet te veel, van zowel efficiëntie als veerkracht. Zie ook vlindereffect.

Liebig, de wet van2019-09-25T11:47:30+02:00

Natuurlijke processen zijn onderhevig aan een basaal ecologische principe dat de wet van het minimum wordt genoemd. De factor die het geringst aanwezig is bepaalt de uitkomst. Wil je bijvoorbeeld graan verbouwen, dan heb je daar onder meer grond, zaad, meststoffen, water en arbeid voor nodig. Niet alleen moeten al deze productiefactoren aanwezig zijn om welk gewas ook te verbouwen, ze moeten ook nog eens van de juiste kwaliteit of in de juiste verhouding aanwezig zijn. Een dunne toplaag of een slechte kwaliteit zaad zal de groei van het gewas beknotten, zelfs als alle andere factoren in overvloed voorhanden zijn. Zodoende zijn sommige grondstoffen voor beschavingen van groter belang dan andere.

Uit de wet van het minimum vloeit ook dit voort: in goede tijden bij de consumptie de uiterste grenzen opzoeken, verhoogt de kwetsbaarheid van een beschaving zodra de natuurlijke hulpbronnen aan kwaliteit of kwantiteit inboeten. Omdat de neerslag bijvoorbeeld van jaar tot jaar varieert, fluctueert dus ook de beschikbare watervoorraad. Dit betekent dat het gebruikelijke productieniveau van de landbouw niet altijd haalbaar is, wat een beschaving aan voedseltekorten en zelfs hongersnoden kan blootstellen. Nemen we ons dit ‘voortvloeisel’ ter harte, dan kunnen we stellen dat het stelselmatig oprekken van ecologische grenzen zo riskant is dat het tegen suïcidaal gedrag aanschurkt.

Dit is natuurlijk het dezelfde als de wet van Von Liebig. Deze landbouwkundige vestigde er in 1840 de aandacht op dat de opbrengst van een gewas wordt bepaald door de voedingsstof die relatief het minste aanwezig is. Het ging bij hem om de zouten, als bouwstof van de planten. Als bijv. de bouwstof fosfaat (PO43–) grotendeels, of stikstof (NO3) ontbreekt, dan kan de plant slechts zo snel groeien als die bouwstof toelaat.

Von Liebig werd beroemd als de ‘vader van de kunstmest’. Dat hij zich over kunstmest ook kritisch heeft uitgelaten is minder bekend. Hij zag in het ongebreideld gebruik ervan een groot gevaar voor een gezond bodemleven.  Hierover kunt u meer lezen in het boekje ‘Justus von Liebig – de zoektocht naar kringlooplandbouw’ uitgegeven door Mulder Agro BV in Kollumerzwaag (info@mulderagro.nl).

Het principe wordt vaak verbeeld met een vat waarvan de huigen van verschillende lengte zijn. Bij de kortste huig loopt het vat over; beter vullen gaat niet. Een plaatje ervan (met de chemische elementen op de huigen) is te zien op: http://www.avc-vivaria.nl/?Verzorging_Waterplanten___Buur-plant_detectie___Wet_van_Liebig

Owen gebruikt in aflevering 61 (serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’) het begrip ‘beperkende factor’. Ook dat is feitelijk hetzelfde als wat Von Liebig stelt.

In het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie wordt in aflevering 11 en 12 de wet van het minimum in verband gebracht met het energiesurplus, oftewel waarom de hoogte van het EROI niet allesbepalend hoeft te zijn.

Lineaire groei2019-09-24T14:54:58+02:00

Wie geld wil sparen en de bank niet vertrouwt, kan elk jaar honderd euro in een oude kous stoppen. Ieder jaar groeit dat bedrag dan met een constante hoeveelheid van honderd euro. We noemen dat lineaire groei. Lees erover in aflevering 4 van de eerste serie ‘Wat is ecologie?’ en in aflevering 3 van het artikel ‘Eindeloze samengestelde groei’ in de rubriek Complexiteit. Zie verder ook exponentiële groei. Het begrip groei komt verder in de meeste artikelen van 4eco wel voor.

LinEx2019-09-27T21:20:40+02:00

Toen de natuurkundige Reiner Kümmel zich voor economie begon te interesseren, viel het hem op dat energie en de wetten van de thermodynamica geen enkele rol speelden in het gevestigde economische denken. Daarom voegde hij de factor energie als zelfstandige eenheid toe aan de factoren arbeid en kapitaal in het model van Solow. Hij ontwikkelde een eigen productievergelijking die hij LinEx noemde. Het resultaat paste nagenoeg perfect. Het residu van Solow verdween als sneeuw voor de zon. Zijn belangrijkste bevinding was dat een toename van het energieverbruik zich in een economische groei vertaalt die grofweg 10 keer zo groot is als op grond van Solows methodiek verwacht mocht worden. Zie aflevering 4 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. Kümmel is de auteur van het boek The Second Law of Economics: Energy, Entropy, and the Origins of Wealth (Springer, 2011).

Logistische curve2019-10-06T09:06:35+02:00

Het verschijnsel ‘exponentiële groei’ komt op heel wat plaatsen op deze website aan de orde, vooral in de inleiding bij de rubriek Economie: ‘Biofysische grenzen: exponentiële groei’. Ik geef hier eerst als de belangrijkste vormen: de groei als fatale contradictie en als ecologische functie met een korte omschrijving, en dan nog een aantal specifieke plaatsen.

Kapitaal gaat altijd over groei en die groei is noodzakelijkerwijs exponentieel. Harvey verdedigt in het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ (in de rubriek Economie) de stelling dat deze dynamiek, die in de reproductie van het kapitaal besloten ligt, momenteel een buitengewoon gevaarlijke kapitalistische contradictie vormt die niet of nauwelijks onderkend of geanalyseerd wordt. Hij beschrijft het bedrieglijke karakter van samengestelde rente in aflevering 3, de historische groei van het wereldkapitaal in aflevering 5 en rekent in aflevering 6 aan de groei die de komende generatie (normaal gesproken) te verstouwen krijgt. Kijk in de inhoudsopgave van dit artikel om te zien wat er vervolgens nog aan de orde komt (zoals geldcreatie, commons, enzovoort). Zie ook groei.

Wie de bank vertrouwt en zijn geld daarheen brengt, krijgt er rente over (al is dat op het ogenblik niet veel). Laat je dat geld inclusief de rente op de bank staan, dan groeit het spaartegoed elk volgend jaar méér dan het jaar ervoor. Dan spreken we over exponentiële, of samengestelde groei. Als bijvoorbeeld het groeitempo 7 procent per jaar bedraagt, verdubbelt een populatie, een saldo, of wat dan ook in slechts 10 jaar (in de figuur bij aflevering 4 van de eerste serie ‘Wat is ecologie?’ staan de cijfers voor de groei van de economie van China). Lees erover in aflevering 4-6 en verder in de Inleiding bij 4eco in aflevering 3 met vooral de twee figuren daar (de grote acceleratie); en in aflevering 2 van de inleiding bij de rubriek Complexiteit ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’. Zie over deze logistische curve ook aflevering 9 van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie en aflevering 1 van het artikel ‘Het Seneca-model’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook bevolkingsgroei en rentenierseconomie. Zie verder aflevering 4 van het artikel ‘Piekolie’ en aflevering 7 van ‘Wereld-systeem in crisis’: Het wereldkapitaal groeide na de Tweede Wereldoorlog exponentieel.

Samengestelde economische groei als een vorm van positieve terugkoppeling komt aan de orde aflevering 11 en volgende van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. In het klimaatonderzoek is de term acceleratie ineens gemeengoed geworden. Zie in het (nog te verschijnen) artikel ‘De race van ons leven’ in de rubriek Ontwrichting, ‘Bewijsstuk 2’ in aflevering 9 en ook aflevering 17.

Lokaal geld2019-10-03T10:56:07+02:00

De bekende functies van ons kapitalistische geld zijn: (1) een middel of medium van circulatie, oftewel een rekeneenheid; (2) één enkele maatstaf voor de economische waarden van alle uiteenlopende marktgoederen, oftewel een betaal- of ruilmiddel; (3) oppotmiddel van waarde, oftewel een spaarmiddel.

Als spaarmiddel verlamt geld de functie van betaalmiddel, want waar de betaalfunctie de economie smeert, kan de oppotfunctie de economie juist verlammen (vooral tijdens crises).

David Harvey benoemt in zijn artikel ‘De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld’ in de rubriek Economie de eerste twee functies van geld zo: (1) als circulatiemiddel faciliteert het de ruil op zo’n manier dat het het probleem oplost van het ‘niet-samenvallen van wensen en belangen’, dat probleem dat zulke harde grenzen stelt aan de directe ruilhandel); (2) als maatstaf omvat het de economische waarden van alle uiteenlopende marktgoederen. Vervolgens zet hij in dit artikel allerlei vraagtekens bij deze combinatie van functies.

Henk van Arkel voegt daar in dit paradigmaboek (p. 62 e.v.) nog twee functies aan toe: (4) een middel om rijker te worden, vooral door speculatie, en als gevolg daarvan (5) een verdedigingsmiddel tegen speculatie.

Verder kunnen we geld ook onderscheiden in: warengeld (dat zijn waarde ontleent aan de materie waaruit het gemaakt is: goud en zilver), papier- en muntgeld, fiduciair geld (dat zijn waarde ontleent het vertrouwen dat er goederen en diensten mee gekocht kunnen worden, in het algemeen: door de staat uitgegeven bankbiljetten, maar ook bitcoins), elektronisch geld, rekenmunten (om een eindsaldo mee te berekenen), kredietgeld en smeltend geld (dat geen rente draagt maar juist waarde verliest).

Met @nder geld – dat wil zeggen met de software ‘Cyclos’ van de Social Trade Organisation – kunnen de eigenschappen van geld naar believen zelf bepaald worden, waarmee er dus aan de functies gesleuteld kan worden. Het kan bijvoorbeeld rentevrij gemaakt worden of zelfs in de tijd in waarde verminderend (‘smeltend geld’; dit noemt Harvey ook in aflevering 14), het kan lokaal gebonden worden (waarbij het pas na een zeker aantal transacties naar ‘buiten’ mag, of omgewisseld mag worden in de gangbare munt), of het kan nog een of andere specifieke functie krijgen om een bepaald doel te bereiken (bijvoorbeeld als bedrijfskrediet, of toegepast basisloon).

Het thema geld komt op 4eco aan de orde in de artikelen Vriendelijk geld werkt aan welvaart en De sociale waarde van arbeid en haar representatie door geld in de rubriek Economie, en in Ons geldsysteem als een netwerk van complexe stromen in de rubriek Ontwrichting.

Verder zijn bij de paradigmaboeken Over een @nder soort geld en Eigen geld maken onderaan nog twee figuren en het artikel Met @nder geld naar een betere toekomst te vinden.

Zie over de Cyclos software de website van Social Trade Organisation. Zie rente, rente verdisconteren en negatieve rente.

Rushkoff behandelt het middeleeuwse lokale geld onder de titel ‘brakteaten’ in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘Vriendelijk geld werkt aan welvaart’ in de rubriek Economie. Dit soort geld spoorde mensen aan om andere manieren te bedenken om op de lange termijn waarde te creëren. Gemiddeld genomen werd zeker tien procent van de bruto inkomsten rechtstreeks in het onderhoud van gereedschappen en in collectieve projecten geïnvesteerd – een percentage dat sindsdien nooit meer gehaald is.

Lokale klimaataanpak2019-12-13T09:50:34+01:00

Politiek commentator Tom-Jan Meeuw van de NRC schreef in de krant van 14 juli 2018 een stuk met de titel ‘Het stadje ging héél ver voor een beter klimaat. Niemand voorzag wat volgde’:

Woerden heeft al jaren een zéér vooruitstrevend klimaatbeleid – maar dat weet, hoe typerend, bijna geen burger. In 2014, ruim voor ‘Parijs’, sprak de gemeenteraad van Woerden af dat het stadje in 2030 ‘CO2-neutraal’ zou worden. Het Parijse doel is 2050. Het was een combinatie van progressieve partijen en gemeentelijke fracties die dit lokale Klimaatakkoord sloot, al hadden de politici geen idéé waaraan ze begonnen. Vervoerseconoom Tymon de Weger, namens CU-SGP wethouder Duurzaamheid, trad kort na het besluit aan.

‘Niemand overzag wat het betekende’, vertelde hij me deze week. Pas nu, vier jaar later, ‘begrijpen we welke enorme inspanning ons wacht.’

De Weger was vanaf 2016 betrokken bij de opzet van een eerste proef in het Schilderskwartier met 39 woningen. Deze proef werd in juni 2018 afgerond: de gasfornuizen en cv-ketels zijn uit de huizen gesloopt, de warmtepompen staan in metershoge metalen hokken naast de voordeuren. Corporatie GroenWest nam het initiatief en betaalde. De gemeente droeg een fractie van de kosten bij.

Een indicatie voor de latere problemen: Woerden heeft wel enorme klimaatambities – maar geen geld.

Het stadje leerde wel dingen van de proef. De corporatie zei tegen bewoners: wij vangen alle extra kosten op. Maar mensen bleven twijfelen. ‘Heel leerzaam is dat: praten met burgers die nooit over duurzaamheid nadenken’, zei toenmalig wethouder Hans Haring (D66), die Tymon de Weger tijdelijk opvolgde.

De Weger zelf bedacht al in 2016, toen de proef nog niet liep, dat de gemeente ‘parallel’ hieraan een groter project moest voorbereiden: 900 gasvrije woningen in het Schilderskwartier-West. Als de gemeente héél Woerden CO2-neutraal in 2030 wilde hebben, dacht hij, moest ze opschieten.

Het vergrootte de onzekerheid in de wijk. Het gevolg: terwijl de VVD landelijk ambitieus klimaatbeleid steunt, stond de VVD-lijsttrekker bij de raadsverkiezingen dit voorjaar, Reem Bakker, op de rem inzake gasvrij wonen. ‘Onbetaalbaar’, zei hij.

Intussen zagen bewoners met eigen ogen dat óók de autoriteiten vaak niet weten hoe de steeds herhaalde CO2-normen gehaald moeten worden.

Zo kwam dit voorjaar een delegatie ambtenaren van Binnenlandse en Economische Zaken naar Woerden voor een bezoek aan onder meer de proef. Frans Drilling (79) was erbij namens de wijkbewoners. Hij vuurde allerlei praktische vragen op de ambtenaren af. Over warmtepompen, geld, etc. ‘Maar zij zeiden steeds: ja, dat vragen wij ons óók af.’

Meer raadsleden gingen aarzelen, zoals routinier Hendrie van Assem van het lokale Inwonersbelangen. ‘Niemand weet nog hoe dit uitpakt: de gemeente doet maar wat.’ En uitgerekend de laatste weken, tegen de achtergrond van alle halleluja uit Den Haag, werd dit beeld pijnlijk bevestigd. Pleitbezorgers van gasvrij wonen zeggen allemaal: je kunt de investering (woningisolatie, warmtepomp, etc.) terugverdienen dankzij lagere energiekosten voor bewoners. Maar in Woerden bleek: dat is veel te optimistisch. De gemeente voorziet, mede op basis van de proef, dat een gasvrije woning in het nieuwe project 60.000 euro per stuk kost, zegt De Weger. Maar met de lagere energierekening verdient een bewoner slechts 40.000 euro terug, anders gezegd: hier gaapt een gat van 20.000 euro per woning.

Wie betaalt dat? Woerden dacht: het Rijk. Dus deed het een subsidieaanvraag van 20 miljoen euro. Maar helaas: het Rijk heeft een potje van 90 miljoen voor twintig gemeenten, dus vorige week kreeg De Weger te horen: je kunt maximaal 5 miljoen krijgen.

Hierop werd de wethouder geïnterviewd door Woerden TV, waarbij hij opperde dat bewoners ‘een lening’ afsluiten om dit op te lossen. De Wever zei me later dat zijn uitspraken zijn verknipt: hij wil dit soort onzekerheden juist voorkomen.

Maar in mijn gesprekken in de wijk deze week merkte ik dat het verzet tegen het plan sterk toeneemt. Vooral oudere woningbezitters zijn nu zéér sceptisch.

‘Ze hebben hun hypotheek eindelijk afbetaald, ze kúnnen niet eens meer een lening krijgen’, zei Hendrie van Assem, de routinier uit de raad. ‘En ze denken allemaal: 2030? Dan kan ik wel dood zijn.’

Het leerde me ook hoezeer de klimaatkwestie spanningen tussen leeftijdsgroepen kan aanwakkeren. Waar vooral jongeren bezorgd zijn over de opwarming van de aarde, vrezen ouderen de extra kosten voor het gasvrij maken van hun afbetaalde woning.

En zo zijn er, vier jaar nadat Woerden zichzelf CO2-neutraal in 2030 verklaarde, nog maar 39 klimaatneutrale woningen opgeleverd, en blijft er, in de week van het nationale Klimaatakkoord, grote onzekerheid over de volgende 900 huizen.

En dan te bedenken dat Woerden over twaalf jaar al zijn 21.000 woningen gasvrij wil hebben. Over de haalbaarheid van dit streven bestaat nu vanzelfsprekend in brede kring twijfel.

Maar wethouder De Weger houdt vol. ‘Dit gaat niet om haalbaar. Dit moet. Dit kan.’

Maar er komt alleen versnelling, zei hij, als het Rijk bijspringt. ‘Den Haag moet dit gat dichten, anders valt alles stil.’ Tegelijk blijft het tekenend hoe sceptisch de lokale VVD-afdeling dit hele verhaal benadert.

Ingrijpen voor klimaatverbetering is onvermijdelijk, zei VVD-fractievoorzitter Florian van Hout me, ‘maar we zijn erg bezorgd over de kosten van het gasvrije project.’

En Reem Bakker, die na een intern conflict onlangs uit de afdeling stapte maar landelijk nog VVD-lid is, zei dat zijn partij maar het beste op zijn schreden kan terugkeren: omarm ‘het klimaatrealisme’, en accepteer dat gasvrij wonen onbetaalbaar is. ‘Anders draait dit uit op ramp voor de VVD.’ En op een droom voor Baudet? ‘En op een droom voor Baudet’, zei hij.

Lovelock, James2019-10-08T23:09:36+02:00

James Lovelock (die ook het ozongat aan het licht bracht) muntte de naam Gaia om aan te geven dat onze planeet zich gedraagt als een superorganisme. In de loop van miljarden jaren zouden talloze globale regelmechanismen zijn ontstaan die de (in het algemeen) voor het leven gunstige omstandigheden in stand houden. James Lovelock is van mening dat het principe van homeostase ook op het systeem aarde van toepassing is en dat de werkzaamheid ervan vooral tot uiting komt op geologische tijdschalen. Dat betekent dat we, als we zelf ons klimaat veranderen, op de tijdschaal van onze cultuur niet door Gaia gered zullen worden. Sterker nog, Lovelock zegt: ‘Tegen de woekering van zoveel mensen als er nu zijn is de aarde niet opgewassen.’ Dat wil zeggen: Gaia zal zich van de mensenplaag ontdoen en een nieuw evenwicht vinden.

De aarde kan zijn complexe samenhang alleen in stand houden door, op heel grote schaal, de wanorde om zich heen te verspreiden in de ruimte. (Zie de wetten van de thermodynamica.) De planeet neemt hoogwaardige energie op uit de omgeving, gebruikt die om zich staande te kunnen houden en straalt diezelfde hoeveelheid ten slotte als laagwaardige energie, als warmte naar de ruimte. Ordening kan alleen plaatselijk opduiken als daarmee de algehele verspreiding van chaos wordt bevorderd.

Earth Systems Science heeft behoefte aan een overkoepelende theorie. Westbroek stelt zich in aflevering 10, 11 en 15 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie de vraag: Is de Gaia-hypothese die nieuwe theorie? Het is een vraag die hij (nog) niet kan beantwoorden, maar er is wel een aanwijzing: de wet van Kooijman. Want laat homeostase daar nu net de kern van vormen. Zonder homeostase geen leven, geen emergentie van eenvoud en geen fysiologische wetmatigheid. Wat voor de aarde (nog) niet te bewijzen zou zijn, is in de biologie overtuigend aangetoond.

M

Machtsfunctie2019-09-29T21:46:31+02:00

De machtsfunctie luidt: ‘Dat wat tien keer zo groot is, of tien keer zo geconcentreerd, komt ook min of meer tien keer zo weinig voor.’ Dit komt aan de orde in aflevering 14 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook laaghangend-fruit-principe.

Machtsstrijd2019-10-02T12:01:15+02:00

Het verzet in de hoedanigheid van diverse vormen van tegenbewegingen en de machtsstrijd van de laatste 50 jaar worden door Wallerstein behandeld in aflevering 26 en volgende van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook wereldrevolutie van 1968. Zie verder aflevering 22 en 26 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting en de rijkste 1%. En tenslotte aflevering 23 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ en aflevering 20 van het artikel ‘De verhouding van het kapitaal tot de natuur’.

MacKay, David2019-10-01T22:41:59+02:00

Het het in aflevering 14 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal’ genoemde boek van David MacKay, Renewable Energy – without the hot air,  kunt u hier downloaden: https://www.withouthotair.com/download.html. (David MacKay overleed in 2016.)

Maddison, Angus2019-10-01T13:20:16+02:00

Angus Maddison (1926-2010, hoogleraar aan de Universiteit van Groningen) heeft een nauwgezette poging gedaan om het groeitempo van de totale mondiale economische productie over de afgelopen eeuwen te becijferen. Zie aflevering 5 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Van Bavel gebruikt in aflevering 23 van het artikel ‘Catastrofologie’ Maddisons cijfers voor de wereldwijde economische groei in de periode 1950-1973 (2,9 procent per jaar) en in het ‘neoliberale tijdperk’ (1,3 procent).

Malthus, Thomas Robert2019-10-02T09:29:32+02:00

De wereld is zeer verdeeld over het werk van ‘Bob’ Malthus’ Over bevolking (uit 1798, Nederlandse vertaling 2010). Zie bijvoorbeeld van Peter van Druenen het boek De klimaatparadox (Cossee, 2018). Natuurlijk is Malthus ook een centrale figuur in het boek Volksbeving:  van babyboom naar bevolkingscrash uit de Paradigmaserie geschreven door Fred Pearce. Zie verder bevolkingsgroei (en -krimp). Op 4eco wordt Malthus in verband gebracht met exponentiële kapitaalaccumulatie in aflevering 7 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook aflevering 18 van het artikel ‘De race van ons leven’. En zie het begrip overshoot in aflevering 31-32 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Complexiteit.

Margulis, Lynn2019-11-20T14:56:12+01:00

De analytische methode van Descartes leidde in het heliocentrisch-modernistische wereldbeeld tot een versnippering van ons beeld van de werkelijkheid.We staan nu met één been in het symbiotisch wereldbeeld, dat dit heliocentrisch wereldbeeld opvolgt (dat eerder weer het geocentrisme verdrong). Hierover lezen we in aflevering 3-6 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie. Het heliocentrische wereldbeeld plaatste de mensen al in een marginale positie, compleet met hun planeet. Men werd zich bewust van de natuur als een onafhankelijke, onverschillige wereld die zich niets van ons aantrok. Er ontstond een wetenschap die distantie tot uitgangspunt koos. En nu blijkt ineens de zon slechts een marginale ster te zijn in één van de honderden miljarden sterrenstelsels van het uitdijende heelal. De hele modernistische ontwikkeling van het heliocentrisme werd aldus recent verdrongen door een visie op de werkelijkheid waaruit elk centrum is verdwenen.

Met het wetenschappelijk werk van Lynn Margulis (1938-2011) komt symbiose centraal te staan in het nieuwe wereldbeeld. Uiteindelijk is de aarde volgens haar een symbiose op wereldschaal, waar alle organismen met elkaar in aanraking komen omdat ze dezelfde lucht, hetzelfde water, hetzelfde voedsel en dezelfde energie aan elkaar doorgeven. Westbroek zegt: ‘Gedurende de eeuwen die achter ons liggen, zijn de aarde en de mensen zozeer van elkaar vervreemd geraakt, dat het voortbestaan van de mens wordt bedreigd en de aarde geteisterd achterblijft. Wij voelen ons heersers, maar zijn parasieten van de planeet. Alleen door symbiose, door in de aarde op te gaan, zullen we kunnen overleven.’ Zie ook aflevering 10 over haar ‘seriële endosymbiotische theorie’.

De wetenschap van het symbiotische wereldbeeld plaatst de dingen weer terug in hun natuurlijke verband (synthese). Zie daarover bij werkelijkheid.

Marktfalen2019-10-05T23:16:14+02:00

Er heeft ‘marktfalen’ plaats als de ‘prijzen’ de fysieke realiteit niet goed weergeven. Hoe hoger het niveau van economische ontwikkeling, hoe sterker de tendens om geld als een abstractie op te vatten in plaats van als een maatstaf van iets concreets. Op deze manier kan een economie een hoge vlucht nemen terwijl ondertussen de ecologie aftakelt. Dat geldt met name wanneer een samenleving haar toevlucht neemt tot geldontwaarding of overvloedige kredietverlening teneinde de oprukkende fysische grenzen te omzeilen en een kunstmatige welvaart te bevorderen, want in dat geval raakt de economie volledig losgezongen van de concrete ecologische realiteit. Met overbelasting en ineenstorting als het onvermijdelijke gevolg. Tot zover ‘Biofysische grenzen: ecologische uitputting’, inleiding bij de rubriek Ecologie. In het artikel ´Wereld-systeem in crisis´ wordt geconcludeerd dat het kapitalistisch systeem op zijn einde loopt. Er zal steeds meer sprake zijn van marktfalen; de economische wetenschap kan de gang van zaken onvoldoende verklaren. Verder komt deze thematiek aan de orde in de drie contradictie-artikelen: zie ‘Drie contradicties van het kapitalisme’. Zie ook functies van geld, geldcontradictie, geldcreatie en geldsysteem. En tevens economische groei, expansie en economisch paradigma. Plus nog economische crisis en schuldencrisis.

Marx, Karl2019-10-03T11:18:03+02:00

Karl Marx vatte arbeid op als het proces aan de hand waarvan grondstoffen worden omgevormd tot goederen met een gebruikswaarde, en arbeidskracht vatte hij op als het vermogen om arbeid te verrichten. Op de arbeidsmarkt, zo stelde hij, wordt geen arbeid verhandeld maar arbeidskracht. Marx maakte een onderscheid tussen de geldwaarde van de arbeidskracht (het loon) en de gebruikswaarde van de arbeidskracht (het aantal uren dat arbeid wordt verricht en daarmee wat die arbeid oplevert). Voor de fabriekseigenaar is het alleen zinvol arbeidskracht in te huren wanneer haar gebruikswaarde groter is dan haar geldwaarde. Het gevolg is dat de werknemer slechts een deel van de dag bezig is de waarde van de verkochte arbeidskracht voor de fabriekseigenaar terug te verdienen. De rest van de dag levert hij of zij meerarbeid (ten gunste van de fabriekseigenaar), die de bron is van de meerwaarde (ook wel integrale winst genoemd of, in het jargon van het CBS, het exploitatiesaldo). Arbeid voegt dus waarde toe aan het product, die voor de eigenaar meerwaarde oplevert (en dus verdere kapitaalaccumulatie), en voor de economie als geheel, groei.

Deze passage is afkomstig uit aflevering 6 van het artikel ‘Energieslaven’ in de rubriek Economie. Dit thema wordt daar verder uitgewerkt met betrekking tot energie, waarbij blijkt dat (goedkoop gewonnen) energie in potentie beschikt over een groter vermogen om meerwaarde voort te brengen dan mensen. David Graeber wijst er (in de Tegenlichtuitzending van 24 maart 2019) op dat het onderhoud van een product (neem het afwassen van een kopje) vele malen meer arbeid en tijd vergt dan het maken ervan. Zie zijn boek Bullhitjobs (Business Contact, 2018).

In de drie artikelen van David Harvey is het begrip gebruikswaarde (tegenover ruilwaarde) steeds centraal aanwezig. De ruilwaarde is wat een product op de markt opbrengt. Hier nog een alinea uit Wikipedia:

In de klassieke en vooral marxistische economie is de gebruikswaarde het nut dat een consument ontleent aan de consumptie van een goed. In Marx’ kritiek op de politieke economie heeft elk product, waar arbeid in zit, een waarde en een gebruikswaarde en, als het goed als een waar op markten wordt verhandeld, daarbovenop ook nog een ruilwaarde, die meestal als een geld-prijs wordt uitgedrukt. Marx erkent dat waren die worden verhandeld ook een algemeen nut hebben, wat wordt geïmpliceerd door het feit dat mensen deze waren willen hebben, maar hij beargumenteert dat dit ons op zichzelf niets zegt over het specifieke karakter van de economie, waarin deze waren worden geproduceerd en verkocht.

De planetaire kosten en baten van de gebruikswaarde komen aan de orde in aflevering 15 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook accumulatie, economische groei, kapitaal zonder waardegrondslag, monopolie en zeepbel.

Materie (in systemen)2019-10-02T22:15:09+02:00

Materie in systemen (altijd circulerend, wat maakt dat je het niet kwijtraakt) wordt behandeld in aflevering 4 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Het blijft terugkomen in de verdere afleveringen, met name bij ecosysteem, hefboom en doorstroming. De doorstroming van materie, energie en informatie komt ook aan de orde in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. De efficiëntie wordt hierbij ook wel doorvoerefficiëntie (through-put efficiency) genoemd. Bij het begrip ecosysteem lezen we: Alle stoffen die nodig zijn om het leven vol te houden – zoals water, anorganische verbindingen en elementen – blijven binnen het systeem en circuleren daar.

Maximaal vermogen2019-10-05T09:19:38+02:00

Het principe van maximaal vermogen is een ecologisch principe dat ook wel de vierde wet van de thermodynamica wordt genoemd. Het stelt dat de ontwikkeling van een ecosysteem berust op een uitruil (of compromis) tussen efficiëntie en snelheid, en dat die uitruil de basis vormt van het maximaal vermogen per eenheid tijd. Die uitruil kom je niet alleen in tal van ecologische processen tegen, maar bijvoorbeeld ook in een elektriciteitscentrale. In theorie kan een kolengestookte centrale een efficiëntie van een kleine 80 procent halen (het Carnot-rendement), zij het dat het proces dan wel bijna oneindig traag verloopt. Dus vindt er een uitruil plaats tussen efficiëntie en snelheid en strandt het rendement van zo’n centrale doorgaans rond de 45 procent. Het principe van maximum vermogen schrijft dus eigenlijk voor dat we onze eindige energiebronnen er zo snel mogelijk doorheen jassen. Als levend organisme gedraagt de mens zich naar de wetten van de ecologie. Maar zo’n positieve terugkoppeling ontmoet tenslotte altijd een negatieve terugkoppeling. Dat gaat hier in de vorm van de energie-complexiteitsspiraal. Zie verder in aflevering 6 en 7 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie.

May, Robert2019-10-02T09:19:49+02:00

Prof. Robert May wordt genoemd in de noot aan het einde van aflevering 25 van ‘Wat is ecologie’ serie 1 en in aflevering 14 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Ook beveelt hij het boek van Fred Pearce De laatste generatie uit de Paradigmaserie van harte aan. Centrale-bankdirecteur Andrew Haldane wordt eveneens genoemd in aflevering 14 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Hij komt ook uitgebreid aan bod in het boek Uit de olie uit de Paradigmaserie.

Meadows, Dennis2019-10-03T11:15:37+02:00

Het rapport aan de Club van Rome Grenzen aan de groei, met als auteurs Denis en Donella Meadows (zie onder), Jorgen Randers en William W. Behrens III, was in 1972 een eye-opener. Het rapport komt op 4eco uitgebreid aan de orde in aflevering 30-35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting, en ook in aflevering 4 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie, in de eerste noot bij aflevering 6 van het artikel ‘De werking van systemen’ en (als belangrijke verduidelijking) in aflevering 1 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Naderhand verschenen nog updates in 1992 (Beyond the Limits) en 2004 (The 30-Year Update). Veertig jaar na 1972, in 2012, schreef Jorgen Randers dan nog het boek 2052 – A Global Forecast for the Next Forty Years (Chelsea Green, 2012) waarvoor hij een groot aantal auteurs om een bijdrage vroeg. Het rapport komt uitgebreid aan de orde in aflevering 30-35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Donella Meadows is de auteur van (het grootste deel van) de artikelen ‘De werking van systemen’ en ‘Ingrijpen in systemen’. Zij wordt met name genoemd in aflevering 5 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Meadows, Donella2019-10-03T11:16:09+02:00

Het rapport aan de Club van Rome Grenzen aan de groei, met als auteurs Denis en Donella Meadows (zie onder), Jorgen Randers en William W. Behrens III, was in 1972 een eye-opener. Het rapport komt op 4eco uitgebreid aan de orde in aflevering 30-35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting, en ook in aflevering 4 van het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie, in de eerste noot bij aflevering 6 van het artikel ‘De werking van systemen’ en (als belangrijke verduidelijking) in aflevering 1 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Naderhand verschenen nog updates in 1992 (Beyond the Limits) en 2004 (The 30-Year Update). Veertig jaar na 1972, in 2012, schreef Jorgen Randers dan nog het boek 2052 – A Global Forecast for the Next Forty Years (Chelsea Green, 2012) waarvoor hij een groot aantal auteurs om een bijdrage vroeg. Het rapport komt uitgebreid aan de orde in aflevering 30-35 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting.

Donella Meadows is de auteur van (het grootste deel van) de artikelen ‘De werking van systemen’ en ‘Ingrijpen in systemen’. Zij wordt met name genoemd in aflevering 5 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Meent2019-10-05T23:15:12+02:00

Het omheinen (enclosure), dat wil zeggen in particulier bezit nemen van wat eerder publiek bezit (gemeengoed) was (dus de privatisering van de commons), komt aan de orde in aflevering 6 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ en in aflevering 14 van het artikel ‘Eindeloze exponentiële groei’ in de rubriek Ontwrichting. Aflevering 16 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ legt in systeemtermen uit wat de tragedie van de meent voor visstanden inhoudt. Deze tragedie van de meent is de vertaalde titel van het beroemde Science-artikel (162, 1968, p. 1243-1248) ‘The ‘Tragedy of the Commons’ van Garrett Hardin. Dit artikel heeft nogal eens tot verwarring en felle kritiek geleid. Zie Tragedie van de meent bij Wikipedia.  Zie ook externalisering. Zie over de privatisering van de commons en het teloorgaan van de meent ook het Paradigmaserieboek De mythe van de groene economie.

Wikipedia meldt nog het volgende:

De commons (van het Engelse commons, meent) zijn hulpbronnen die toegankelijk zijn voor alle leden van een groep of samenleving. Dit kunnen natuurlijke hulpbronnen zijn, zoals (schoon) water en (schone) lucht, maar ook bronnen van informatie, kennis en cultuur, zoals teksten en illustraties. De hulpbronnen kunnen weliswaar in privé-eigendom zijn, maar de eigenaar geeft bepaalde vormen van gebruik vrij, zoals een weidegrond voor begrazing door vee. Onderdeel van de commons kunnen natuurlijke hulpbronnen zijn die door groepen (gemeenschappen, gebruikersgroepen) worden beheerd voor individueel en collectief nut.

Het gebruik van commons voor natuurlijke hulpbronnen stamt uit de Europese intellectuele geschiedenis. Het betrof gedeelde landbouwgronden, weilanden en bossen, die over een periode van meerdere eeuwen langzaam maar zeker werden afgegrensd en geclaimd als privé-eigendom voor privégebruik. In het Nederlands waren benamingen als meent en gemene grond hiervoor gebruikelijk.

Er is een subtiel maar belangrijk verschil tussen de commons en het publieke domein. Waar publiek domein verwijst naar een algemeen gedeeld eigendomsrecht én gebruiksrecht (niemand wordt van toegang uitgesloten, niet zelden omdat dit praktisch onuitvoerbaar is, zoals bij lucht), is er bij commons niet noodzakelijk sprake van gedeeld eigenaarschap. Essentieel is het onderscheid tussen eigendomsrechten en gebruiksrechten. De eigenaar van een hulpbron (bijvoorbeeld een landeigenaar of een auteursrechthebbende) kan aan anderen (specifieke personen of iedereen) vormen van gebruiksrecht toestaan. De personen aan wie gebruiksrechten zijn toegekend, worden ‘commoners’ genoemd. In auteursrechtelijk beschermde werken wordt dit verschil duidelijk aan de terminologie “sommige rechten voorbehouden” (commons) versus “geen rechten voorbehouden” (publiek domein), terwijl “alle rechten voorbehouden” wordt gebruikt wanneer de eigenaar (rechthebbende) geen gebruiksrechten heeft vrijgegeven.

Bron: Wikipedia

Meerwaarde2019-10-06T09:09:47+02:00

Karl Marx vatte arbeid op als het proces aan de hand waarvan grondstoffen worden omgevormd tot goederen met een gebruikswaarde, en arbeidskracht vatte hij op als het vermogen om arbeid te verrichten. Op de arbeidsmarkt, zo stelde hij, wordt geen arbeid verhandeld maar arbeidskracht. Marx maakte een onderscheid tussen de geldwaarde van de arbeidskracht (het loon) en de gebruikswaarde van de arbeidskracht (het aantal uren dat arbeid wordt verricht en daarmee wat die arbeid oplevert). Voor de fabriekseigenaar is het alleen zinvol arbeidskracht in te huren wanneer haar gebruikswaarde groter is dan haar geldwaarde. Het gevolg is dat de werknemer slechts een deel van de dag bezig is de waarde van de verkochte arbeidskracht voor de fabriekseigenaar terug te verdienen. De rest van de dag levert hij of zij meerarbeid (ten gunste van de fabriekseigenaar), die de bron is van de meerwaarde (ook wel integrale winst genoemd of, in het jargon van het CBS, het exploitatiesaldo). Arbeid voegt dus waarde toe aan het product, die voor de eigenaar meerwaarde oplevert (en dus verdere kapitaalaccumulatie), en voor de economie als geheel, groei.

Deze passage is afkomstig uit aflevering 6 van het artikel ‘Energieslaven’ in de rubriek Economie. Dit thema wordt daar verder uitgewerkt met betrekking tot energie, waarbij blijkt dat (goedkoop gewonnen) energie in potentie beschikt over een groter vermogen om meerwaarde voort te brengen dan mensen. David Graeber wijst er (in de Tegenlichtuitzending van 24 maart 2019) op dat het onderhoud van een product (neem het afwassen van een kopje) vele malen meer arbeid en tijd vergt dan het maken ervan. Zie zijn boek Bullhitjobs (Business Contact, 2018).

In de drie artikelen van David Harvey is het begrip gebruikswaarde (tegenover ruilwaarde) steeds centraal aanwezig. De ruilwaarde is wat een product op de markt opbrengt. Hier nog een alinea uit Wikipedia:

In de klassieke en vooral marxistische economie is de gebruikswaarde het nut dat een consument ontleent aan de consumptie van een goed. In Marx’ kritiek op de politieke economie heeft elk product, waar arbeid in zit, een waarde en een gebruikswaarde en, als het goed als een waar op markten wordt verhandeld, daarbovenop ook nog een ruilwaarde, die meestal als een geld-prijs wordt uitgedrukt. Marx erkent dat waren die worden verhandeld ook een algemeen nut hebben, wat wordt geïmpliceerd door het feit dat mensen deze waren willen hebben, maar hij beargumenteert dat dit ons op zichzelf niets zegt over het specifieke karakter van de economie, waarin deze waren worden geproduceerd en verkocht.

De planetaire kosten en baten van de gebruikswaarde komen aan de orde in aflevering 15 van het artikel ‘De verhouding van het kapitalisme tot de natuur’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook accumulatie, economische groei, kapitaal zonder waardegrondslag, monopolie en zeepbel.

Meritocratie2019-10-02T09:56:04+02:00

Bij een oligarchie is de macht in handen van een kleine groep van mensen die behoren tot een bevoorrechte klasse of stand. Zie verder onder Oligarchie bij Wikipedia:

Meritocratie, zegt Wikipedia, is een maatschappijmodel waarin de sociaal-economische positie van elk individu is gebaseerd op zijn of haar verdiensten (merites). Hierbij gaat het dus niet direct om de aanleg die men heeft, maar wat men met die aanleg doet. Andere factoren, zoals afkomst, grond- of geldbezit, ras en geslacht mogen er (in principe) geen rol bij spelen. Naast deze veelgebruikte sociale betekenis heeft meritocratie ook een politieke inslag. Deze wordt gebruikt door Rushkoff in aflevering 6 van het artikel ‘Corporatisme zuigt welvaart weg’ in de rubriek Economie. Zo’n meritocratie als bestuursvorm impliceert een politieke elite die aan de macht is op basis van de som van individuele verdiensten. Deze verdiensten worden veelal ontleed in indicatoren als capaciteiten, politieke ervaring en diploma’s.

Middelen om ontwrichting te voorkomen2019-10-01T12:08:32+02:00

Alle dynamische systemen gaan tenslotte ten onder, maar het mooie is dat ze het vaak zo lang uithouden. Ze hebben vier middelen om ontwrichting te voorkomen. Dat zijn bifurcaties, positieve terugkoppeling, negatieve terugkoppeling en noodmaatregelen. Je kunt tal van verschijnselen in allerlei variaties waarnemen, maar ze zijn steeds terug te brengen tot een van deze vier methoden. De vierde categorie van maatregelen is een echte categorie, niet een verzameling van reacties die onderzoekers elders niet kwijt kunnen. Zij dient voor gevallen van instabiliteit die weliswaar tijdelijk zijn maar niettemin fataal kunnen worden. De evolutie heeft deze maatregelen in allerlei vormen voortgebracht: denk aan de winterslaap, cocons en bladverlies als middelen om te ontsnappen aan de gevolgen van de winter. Zie voor noodmaatregelen aflevering 27 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit. Zie nu verder positieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting en negatieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting.

Milieu2019-10-03T11:19:50+02:00

Wikipedia omschrijft het milieu (omgeving) als het geheel van voorwaarden en invloeden die voor het leven van organismen (zoals mens, dier, plant) en voor levensgemeenschappen van essentieel belang zijn. Het is de omgeving waarin de organismen leven. Het begrip milieu verwijst onder andere naar de fysieke omgeving, het natuurlijke milieu. De relaties tussen organismen, populaties of levensgemeenschappen en hun omgeving is het centrale thema van de ecologie. Zie ook draagkracht van het milieu en milieuverontreiniging.

Milieubeweging en klimaat2019-12-13T09:38:51+01:00

In het artikel ‘Klimaatcrisis: grote woorden, kleine daden’, in de NRC van 26 juli 2019 doet Paul Luttikhuis, klimaatcorrespondent van de NRC, verslag van de manier waarop het ecomodernisme over de oplossing van het klimaatprobleem denkt. Hij haalt hiervoor een ‘fascinerend’ essay aan van Ted Nordhaus The Empty Radicalism of the Climate Apocalypse. Ted Nordhaus is directeur van het Amerikaanse Breakthrough Institute. Verwar hem niet met nobelprijswinnaar William Nordhaus. Ik geef hier een ingekorte weergave van het oorspronkelijke artikel van Luttikhuis.

Voor het oplossen van het klimaatprobleem is er eigenlijk een maatschappelijke mobilisatie nodig vergelijkbaar met die van de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten. President Roosevelt liet toen de productie van auto’s volledig stilleggen om drie jaar lang alleen nog vliegtuigen, jeeps, tanks en ander oorlogsmaterieel te maken.

Ted Nordhaus – medebedenker van het ‘ecomodernisme’, een stroming die zorgen over klimaatverandering relativeert in het vertrouwen dat technologische innovatie ons op tijd zal redden – schreef zijn essay als een fictief verhaal, over een Amerikaanse president die wordt gekozen nadat het land in korte tijd is geteisterd door een aantal grote klimaatrampen. De president roept de noodtoestand uit en neemt meteen een hele reeks drastische maatregelen.

Iedere burger krijgt maximaal één tank benzine per maand. De president nationaliseert de elektriciteitssector. Hij roept een National Renewable Energy Corporation in het leven om binnen tien jaar 60 procent van de energievoorziening te verduurzamen, en een National Nuclear Energy Corporation die ervoor moet zorgen dat de overige 40 procent tegen die tijd met kernenergie wordt opgewekt. De auto-industrie wordt genationaliseerd en krijgt de opdracht binnen drie jaar alleen nog elektrische auto’s te produceren.

Internationaal eist Nordhaus’ fictieve klimaatpresident ook belangrijke maatregelen. In overleg met zijn Europese partners wil hij de NAVO ombouwen tot een organisatie voor wereldwijde klimaataanpassing. Een Marshall-plan moet arme landen helpen hun energievoorziening te vergroenen en die landen tegelijk minder kwetsbaar maken voor de gevolgen van klimaatverandering.

Je kunt hier lacherig over doen, schrijft Luttikhuis, maar als er werkelijk sprake is van een noodtoestand en de wereld nog maar enkele decennia heeft om het tij te keren (volgens sommigen zelfs minder dan tien jaar), dan zijn zulke maatregelen heel logisch.

Ted Nordhaus denkt echter dat het niet zal komen tot een ‘oorlogsmobilisatie’ van de economie om het klimaat te redden. En dat ligt volgens hem zeker niet alleen aan de tegenstanders van klimaatbeleid. Zelfs radicale klimaatactivisten hoor je zelden pleiten voor zo’n ingrijpende, door de overheid gestuurde aanpak. Dat heeft volgens Nordhaus te maken met de geschiedenis van de milieubeweging. Die is in de jaren ’60 en ’70 ontstaan uit verzet tegen consumentisme en toenemende industrialisering, tegen grootschalige infrastructuur en technologie. Milieuactivisten geloofden in lokale oplossingen, in biologische landbouw. Ze hebben zich steeds verzet tegen genetisch gemanipuleerde gewassen en ze moesten niets hebben van kernenergie. Heel dom van ze, vindt Nordhaus.

Terzijde: Nordhaus refereert volgens mij aan de typisch Amerikaanse geschiedenis rond het blad Co-evolution en dergelijke, iets wat de jeugd van tegenwoordig allang niet meer weet. Paul Luttikhuis vult dit als volgt aan: ‘In Nederland zag je de hang naar een kleinschalige economie bijvoorbeeld bij het wittefietsenplan van Provo in Amsterdam in de jaren 60, bij De Kleine Aarde in Brabant, een in 1972 opgericht centrum dat een alternatief wilde bieden voor de consumptiemaatschappij, en nog later in de massale demonstraties tegen kernenergie.’

Vergelijkt Luttikhuis hier niet appels met peren (en doet Nordhaus dat dan ook)?

Provo hoorde absoluut niet tot de milieubeweging. Die werd pas in 1970 geboren. Provo had nauwelijks een samenhangend plan, geen echte theoretici. Het kreeg misschien veel publiciteit, het maakte veel los, maar was een wegbereider, politiek vooralsnog volstrekt marginaal.

(Even een anekdote: Grappig genoeg was wat technologie betreft het omgekeerde het geval. Ik huurde jarenlang bedrijfsruimte samen met de gewezen provo Rob Stolk, die een drukkerij had. Scholieren vroegen hem vaak of hij voor kleinschaligheid was. Dan wees hij steevast op zijn indrukwekkende Roland-drukpers. ‘Zonder degelijke Duitse technologie kun je niet,’ zei hij dan.)

Aktie Strohalm, Milieudefensie, Natuur en Milieu en Greenpeace waren toen meer dé milieubeweging dan het typische geval van De Kleine Aarde. De Kleine Aarde – geleid door de (gewezen) wetenschapsredacteur van het (Algemeen) Handelsblad (!) – wilde inderdaad de technologie van Schumacher tonen, maar met een koppeling aan de kernenergietechnologie verbind je hier wel twee uitersten.

De kritische techniekfilosofie uit die jaren is trouwens in rook op gegaan. Ik gaf daarover nog de boeken uit: De risico’s van het denken – het treffen tussen Indiaanse spiritualiteit en techniek van Jaap Breeveld (1992) en Kritiek van de technische rede – een onderzoek naar de invloed van de techniek op ons denken van Marc Van den Bossche (1995). Maar naar zulke boeken over o.a. Ellul en Bateson taalt niemand meer, lijkt het wel.

De hang naar een kleinschalige economie is volgens Nordhaus dus ongeschikt om klimaatverandering te bestrijden. Veel klimaatactivisten leggen de schuld van de opwarming van de aarde bij falend kapitalisme, dat niet bereid is milieukosten in de prijs mee te nemen, en bij een uit de hand gelopen neoliberalisme, dat bedrijven veel te veel vrijheid geeft. Juist die afkeer van het neoliberale kapitalisme maakt het voor hen – volgens Nordhaus – bijna onmogelijk te geloven in grootschalig, gecentraliseerd en technocratisch ingrijpen dat past bij een serieuze crisis die (misschien) alleen nog kan worden voorkomen door op zeer korte termijn drastisch op te treden.

Welke discussie voeren we hier? Is het die van ‘technofix tegenover milieubeweging’? Lees daar verder.

Milieubeweging en technofix2019-12-13T09:40:59+01:00

Zie hieraan voorafgaand het stuk Ecomodernisme tegenover milieubeweging. Ecomodernist Ted Nordhaus verwijt daar de milieubeweging een gebrek aan geloof in grootschalig, gecentraliseerd en technocratisch ingrijpen dat volgens hem nodig is bij een ernstige crisis als die van het klimaat. Het resultaat van de milieubeweging, citeert Luttikhuis Nordhaus, is een radicalisme dat een technologische oplossing aanvalt, maar tegelijkertijd honderd procent duurzame energie eist, dat technocratie afwijst maar wel met ongekende snelheid en op ongekende schaal technocratische oplossingen eist. Het benadrukt dat kapitalisme en technologie het probleem vormen en niet de oplossing voor onze hachelijke situatie, maar ontdaan van de slogans en de retoriek eisen de meeste milieuactivisten in principe een kapitalisme met CO2-regulering en heel veel windmolens.

Terzijde: Klopt dit beeld?

Bekijk in dit verband eens het ‘CO2-reductieplan: 25% in 2020’ van Urgenda eens. Is dat geen technische benadering dan? Urgenda presenteert het als ‘een pakket maatregelen als handreiking aan het kabinet’ (en constateert later dat het kabinet er al verschillende van heeft overgenomen). Dit omdat de overheid nog ‘veel mogelijkheden heeft’ om het rechterlijk bevel te halen, als er maar vaart gemaakt wordt. Alle maatregelen samen zijn goed voor een reductie van 10 tot 15 Mton CO2-equivalent. Zie Urgenda’s 40-puntenplan. Het zijn stuk voor stuk maatregelen die geen fundamentele systeemverandering vergen.

Ook wil ik Maurits Groen noemen, die op zijn eentje bijna een milieubeweging is. Hij gaf in het najaar van 2018 het boek ‘Drawdown, het meest veelomvattende plan ooit om klimaatontwrichting te keren’ uit, samengesteld door Paul Hawken. ‘Een krachtige internationale coalitie van eminente onderzoekers, professionals en wetenschappers’ brengt daarin ‘100 realistische en stoutmoedige oplossingen tegen klimaatverandering.’ Alle 100 zijn grondig doorgerekend, niet alleen wat hun bijdrage aan de koolstofreductie betreft, maar ook welke investeringen ze vergen en wat hun financiële rendement is. Het boek is bovendien rijk geïllustreerd. Het bleef qua publiciteit nogal onder de radar, maar werd opgepikt door bedrijven.

De Nederlandse milieubeweging is helemaal niet zo antikapitalistisch of zweverig.

Nu weer verder met Nordhaus.

Nordhaus vindt dat met die door hem geschetste houding van de milieubeweging niets mis is, maar met een passende reactie op een serieuze noodtoestand heeft het volgens hem weinig te maken.

Als ik hier commentaar op mag geven: Nordhaus past dezelfde debatingtruc toe die ecomodernisten bij herhaling toepassen: de tegenstander verwijten maken om de eigen oplossing in een mooier daglicht te plaatsen. Maar hoe hún oplossing werkelijkheid moet worden, wordt net zo min duidelijk. Wat dat betreft verwijt de pot de ketel dat hij zwart ziet.

De milieubeweging is voor ecomodernisten gewoon de tegenstander. Die wordt verweten dat ze tegen genetisch gemanipuleerde gewassen is, alsof dat volgens het IPCC-rapport over de landbouw van 9 augustus 2019 dan wel dé oplossing voor het klimaatprobleem zou zijn. Dat is niet zo. Het IPCC vraagt drastische maatregelen, maar niet per se deze.

De milieubeweging is ook heel dom tégen kernenergie, dé ecomodernistische oplossing voor het energieprobleem. Het is waar dat de milieubeweging de discussie uit de weg gaat of we niet veel eenvoudiger móeten gaan leven (helemaal niet meer vliegen bijvoorbeeld) en daarmee het energieprobleem nogal ‘laat hangen’. Maar het is evenzeer waar dat Engeland graag een kerncentrale wilde en dat dat mislukt is, ondanks een heel grote portemonnee. Mijn eigen voldoende bezwaar tegen kernenergie is dat het met de handhaving van de veiligheid van de centrales gedaan is, mocht de wereld tot klimaatchaos vervallen. [voldoende link naar voldoende voorwaarden] Kernsplitsing is juist níet een technologie van deze tijd. De milieubeweging is trouwens vóór moderne windmolens en hoopt op nieuwe technieken voor hogere rendementen bij zonnepanelen en accu’s.

Het ecomodernisme gaat zelf juist de discussie uit de weg die ik in het artikel ‘Te laat’ in de rubriek Complexiteit aanga over alle barrières die een effectieve aanpak van het klimaatprobleem in de weg staan. Het is wel héél eenvoudig om dit samen te vatten als ‘het manco van het kapitalisme is het afwentelen van milieukosten’. Het is veel meer dan dat. En als je zelf stelt dat het neoliberalisme uit de hand gelopen is, wat doe je als ecomodernist dáár dan aan?

Juist als het tot een grootschalig, gecentraliseerd en technocratisch ingrijpen in het huidige systeem komt, moet het wel verkeerd aflopen. (Terzijde: Deze ecomodernistische droom is weer wat anders dan wat Martin Sommer totalitair noemt als hij zegt ‘Zij willen een heel andere samenleving’. Het ecomodernisme is mijns inziens zonder vooruitziende blik, de milieubeweging is met een beetje ervan.) Niet alleen doordat eigenbelang dan het algemeen belang overschaduwd, ook omdat we bij de complexiteit geleerd hebben dat dan zeker de verkeerde keuzes worden gemaakt.

Net als bij het boek De tovenaar en de profeet hebben we hier te maken met twee wereldbeelden. En net als bij de auteur Charles Mann is het ook in een zekere mate een schijntegenstelling. Er worden twee visies tegenover elkaar geplaatst die niet helemaal tegengesteld zijn.

Milieuverontreiniging2019-10-03T11:22:51+02:00

Milieuverontreiniging wordt vaak voor van alles en nog wat gebruikt, maar op 4eco wordt het gedefinieerd als ‘natuurlijke ontwikkeling in zijn achteruit’. Daarbij gaat het om een energetische benadering van successie, om de manier waarop in ecosystemen met energie wordt omgesprongeneigenlijk om de toepassing van informatie. Het gaat daarbij enerzijds om de energie die gebruikt wordt voor de levensverrichtingen, die als verbruik dus een doorgaande stroom betekent, en anderzijds om de energie die in organische stof (als fonds) wordt vastgelegd, die dus een bouwsteen vormt voor het systeem in ontwikkeling; die organische stof maken planten via het proces van fotosynthese.

De manier waarop jonge respectievelijk rijpe ecosystemen hiermee omgaan verschilt zowel kwantitatief als kwalitatief. Bij een jong systeem heeft het kwantitatieve aspect de overhand. Dat wil zeggen: van alle ontvangen zonne-energie wordt zoveel mogelijk geïnvesteerd in de ontwikkeling, de groei van het systeem. Het wordt omgezet in biomassa. Als het systeem eenmaal ontwikkeld (rijp) is, wordt het zaak om dit in stand te houden. Het is dan de kunst om de ontvangen zonne-energie zodanig te reguleren (te verdelen) dat elk deel van het systeem aan zijn trekken komt. Bij een dergelijk systeem heeft het kwalitatieve aspect de overhand. Het gaat er dus om hoe ingenieus het systeem met zijn energie omspringt. In deze energetische benadering van successie zien we alweer een zelfde tendens, namelijk dat tijdens successie een systeem groeit van zeer simpel naar de grootst mogelijke verscheidenheid, met een teruggang aan het eind. (Dit wordt in aflevering 86 in serie 3 van het artikel “Wat is ecologie?’ weergegeven in een schema en is ook het onderwerp van het artikel ‘Panarchie’ in de rubriek Ontwrichting.)

Wat is er dus aan de hand is als door verontreiniging van het milieu een soort verdwijnt? Ecologisch gezien heeft dit zijn weerslag op het geheel waarin die soort paste. Het verdwijnen van een soort betekent vaak dat er iets mis is met de levensvoorwaarden in het systeem waarin deze (ene) soort functioneerde.

Ook al is de reactie op zoiets meestal: ‘Jammer, maar het leven gaat door’, het is wel degelijk zaak om stil te staan bij dit soort signalen. Wat we waarnemen is het topje van een ijsberg. Milieuverontreiniging is de natuurlijke ontwikkeling in zijn achteruit. Zie ook uitsterven en panarchie. Meadows noemt het laten uitsterven van soorten een systeemmisdaad (aflevering 16 van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’ in de rubriek Complexiteit).

Mineralen2019-10-03T11:23:50+02:00

Grondstoffen, zoals op 4eco besproken in het artikel ‘Grondstoffen’ in de rubriek Energie, zijn stoffen die in de natuur gevonden worden, zoals vruchtbare aarde, olie, mineralen, hout en andere gewassen, waar we op de een of andere manier gebruik van kunnen maken. Ze vormen het natuurlijk kapitaal van de primaire economie. Zie ook aflevering 35 over het ‘Het Seneca-model’ in het artikel Catastrofologie de rubriek Complexiteit.

Een mineraal is volgens Wikipedia dan weer een samengestelde of enkelvoudige stof, die als vaste stof in de vrije natuur voorkomt en gevormd is door geologische processen. Maar het is handiger hierbij bijvoorbeeld te denken aan nutriënten die de landbouw nodig heeft (NPK, oftewel stikstof, fosfaat en kalium), of ertsen waaruit metalen gewonnen kunnen worden. En dan gaat het eigenlijk over groepen elementen met een specifieke plaats in het periodiek systeem (waarin alle elementen in schema staan). Het boek Global Resource Depletion, Managed Austerity and the Elements of Hope van André Diederen (Eburon, 2010) behandelt dit in het licht van de huidige crisis.

Minimum, de wet van het2019-10-03T11:26:45+02:00

Natuurlijke processen zijn onderhevig aan een basaal ecologische principe dat de wet van het minimum wordt genoemd. De factor die het geringst aanwezig is bepaalt de uitkomst. Wil je bijvoorbeeld graan verbouwen, dan heb je daar onder meer grond, zaad, meststoffen, water en arbeid voor nodig. Niet alleen moeten al deze productiefactoren aanwezig zijn om welk gewas ook te verbouwen, ze moeten ook nog eens van de juiste kwaliteit of in de juiste verhouding aanwezig zijn. Een dunne toplaag of een slechte kwaliteit zaad zal de groei van het gewas beknotten, zelfs als alle andere factoren in overvloed voorhanden zijn. Zodoende zijn sommige grondstoffen voor beschavingen van groter belang dan andere.

Uit de wet van het minimum vloeit ook dit voort: in goede tijden bij de consumptie de uiterste grenzen opzoeken, verhoogt de kwetsbaarheid van een beschaving zodra de natuurlijke hulpbronnen aan kwaliteit of kwantiteit inboeten. Omdat de neerslag bijvoorbeeld van jaar tot jaar varieert, fluctueert dus ook de beschikbare watervoorraad. Dit betekent dat het gebruikelijke productieniveau van de landbouw niet altijd haalbaar is, wat een beschaving aan voedseltekorten en zelfs hongersnoden kan blootstellen. Nemen we ons dit ‘voortvloeisel’ ter harte, dan kunnen we stellen dat het stelselmatig oprekken van ecologische grenzen zo riskant is dat het tegen suïcidaal gedrag aanschurkt.

Dit is natuurlijk het dezelfde als de wet van Von Liebig. Deze landbouwkundige vestigde er in 1840 de aandacht op dat de opbrengst van een gewas wordt bepaald door de voedingsstof die relatief het minste aanwezig is. Het ging bij hem om de zouten, als bouwstof van de planten. Als bijv. de bouwstof fosfaat (PO43–) grotendeels, of stikstof (NO3) ontbreekt, dan kan de plant slechts zo snel groeien als die bouwstof toelaat.

Von Liebig werd beroemd als de ‘vader van de kunstmest’. Dat hij zich over kunstmest ook kritisch heeft uitgelaten is minder bekend. Hij zag in het ongebreideld gebruik ervan een groot gevaar voor een gezond bodemleven.  Hierover kunt u meer lezen in het boekje ‘Justus von Liebig – de zoektocht naar kringlooplandbouw’ uitgegeven door Mulder Agro BV in Kollumerzwaag (info@mulderagro.nl).

Het principe wordt vaak verbeeld met een vat waarvan de huigen van verschillende lengte zijn. Bij de kortste huig loopt het vat over; beter vullen gaat niet. Een plaatje ervan (met de chemische elementen op de huigen) is te zien op: Verzorging Waterplanten.

Owen gebruikt in aflevering 61 (serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’) het begrip ‘beperkende factor’. Ook dat is feitelijk hetzelfde als wat Von Liebig stelt.

In het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie wordt in aflevering 11 en 12 de wet van het minimum in verband gebracht met het energiesurplus, oftewel waarom de hoogte van het EROI niet allesbepalend hoeft te zijn.

Model2019-10-09T22:20:08+02:00

Een model is een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid. Meestal worden in een model feiten en veronderstellingen door elkaar gebruikt. Een model stelt ons in de gelegenheid de werking van iets te doorzien, ook al missen we bepaalde essentiële gegevens. Men moet een model dus slechts zien als een hulpmiddel om de werking van een proces te verduidelijken en niet als feitelijke verklaring van het proces. Modellen worden in de ecologie gebruikt (zie aflevering 72 in serie 3 van het artikel ‘Wat is ecologie?’). Bij het voorspellen van het weer en vooral van veranderingen in het klimaat spelen modellen een essentiële rol. We komen het tegen in het artikel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’. Ook in de artikelen van de rubriek Complexiteit komen we het modelbegrip uitgebreid tegen, want de figuren van het artikel ‘De werking van systemen’ zijn evenzovele modellen. (Zie met name ook de drie vragen in aflevering 6.) Het kantelpunt van Roopnarine (aflevering 22 aldaar) is voor ons het model dat van ultiem belang is.

De visie van Jane Jacobs op de economie van de stad is een model. In feite zijn zelfs de fasen van ontwikkeling van een samenleving van respectievelijk Ibn Khaldun, Giambattista Vico en John Bagot Glubb in aflevering 2-13 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting modellen.

Een eigenschap van modellen is dat ze getoetst kunnen worden. Stop je, als je die hebt, de gegevens van de variabelen van een ver verleden in een klimaatmodel dat we nu in de computer hebben zitten, dan moet dat model de verandering van dat historische klimaat juist voorspellen, anders deugt het niet. Het probleem zal vaak zijn dat we niet over de precieze informatie bij alle variabelen in dat verleden beschikken. Maar hoe beter die zijn, hoe beter je je model ook weer kunt maken. Zodat we kunnen hopen dat het de huidige manier waarop de klimaatverandering zich ontwikkelt, ook juist voorspelt.

In aflevering 24 van het artikel ‘Piekolie’ in de rubriek Energie is sprake van een vraag- dan wel aanbodgestuurd prijsmodel van olie. En in aflevering 17-18 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie is sprake van een model van olie-aanbod in tijden van piekolie. Solow stelde een model op dat economen greep gaf op het verschijnsel van economische groei. Ook de groeivergelijking met twee variabelen, arbeid en kapitaal, die Robert Solow opstelde om greep te krijgen op het verschijnsel van economische groei, is een model. Zie aflevering 3 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie.

Zie ook Zwarte zwaan en Onbekende onbekenden.

Modernistisch wereldbeeld2019-10-09T11:49:21+02:00

De analytische methode van Descartes leidde in het heliocentrisch-modernistische wereldbeeld tot een versnippering van ons beeld van de werkelijkheid.We staan nu met één been in het symbiotisch wereldbeeld, dat dit heliocentrisch wereldbeeld opvolgt (dat eerder weer het geocentrisme verdrong). Hierover lezen we in aflevering 3-6 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie. Het heliocentrische wereldbeeld plaatste de mensen al in een marginale positie, compleet met hun planeet. Men werd zich bewust van de natuur als een onafhankelijke, onverschillige wereld die zich niets van ons aantrok. Er ontstond een wetenschap die distantie tot uitgangspunt koos. En nu blijkt ineens de zon slechts een marginale ster te zijn in één van de honderden miljarden sterrenstelsels van het uitdijende heelal. De hele modernistische ontwikkeling van het heliocentrisme werd aldus recent verdrongen door een visie op de werkelijkheid waaruit elk centrum is verdwenen.

Met het wetenschappelijk werk van Lynn Margulis (1938-2011) komt symbiose centraal te staan in het nieuwe wereldbeeld. Uiteindelijk is de aarde volgens haar een symbiose op wereldschaal, waar alle organismen met elkaar in aanraking komen omdat ze dezelfde lucht, hetzelfde water, hetzelfde voedsel en dezelfde energie aan elkaar doorgeven. Westbroek zegt: ‘Gedurende de eeuwen die achter ons liggen, zijn de aarde en de mensen zozeer van elkaar vervreemd geraakt, dat het voortbestaan van de mens wordt bedreigd en de aarde geteisterd achterblijft. Wij voelen ons heersers, maar zijn parasieten van de planeet. Alleen door symbiose, door in de aarde op te gaan, zullen we kunnen overleven.’ Zie ook aflevering 10 over haar ‘seriële endosymbiotische theorie’.

De wetenschap van het symbiotische wereldbeeld plaatst de dingen weer terug in hun natuurlijke verband (synthese). Zie daarover bij werkelijkheid.

Monetair systeemontwerp2019-10-03T11:30:21+02:00

Het ontwerp van ons geldsysteem is het onderwerp van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. Het kritiseert (in aflevering 2-5) de gangbare economie omdat deze wetenschap de economie als een gesloten systeem behandelt, als een systeem dat (min of meer) los staat van de biosfeer en het sociale, in plaats van als een open systeem met ‘complex flow networks’. Een ander ontwerp wordt besproken in aflevering 15-16. Zie ook kapitalisme, financiële crisis, schuldencrisis en @nder geld. De doorstroming van materie, energie en informatie komt ook aan de orde in aflevering 5 en volgende van hetzelfde artikel. De efficiëntie wordt hierbij ook wel doorvoerefficiëntie (through-put efficiency) genoemd en tegenover veerkracht gezet.

Monetaire crashes2019-10-02T09:07:57+02:00

Het boek Geld en duurzaamheid uit de Paradigmaserie wijdt een deel van hoofdstuk 3 aan het vóórkomen van financiële rampen van de afgelopen halve eeuw. De auteurs maken onderscheid tussen banken-, staatsschulden- en monetaire crises. Ze komen ook aan de orde in aflevering 12-13 van het artikel ‘Ons geldsysteem als netwerk van complexe stromen’ in de rubriek Ontwrichting. De financiële crisis van 2007/2008 wordt uitgebreid behandeld in het Paradigmaserieboek Einde aan de groei: ons aanpassen aan de nieuwe economische realiteit geschreven door Richard Heinberg.

Monopolie2019-10-02T22:34:49+02:00

Als accumulatie het wezenskenmerk van het kapitalisme is, zegt Wallerstein in aflevering 3 en volgende van het artikel ‘Wereld-systeem in crisis’ in de rubriek Ontwrichting, dan behoeven producenten wel een (quasi-)monopolie (dat wil zeggen het monopolie van een kleine groep bedrijven). Slechts met een quasi-monopolie kunnen zij hun producten verkopen tegen prijzen die ver boven de productiekosten liggen. In systemen die werkelijk concurrerend zijn, waar de productiefactoren overal even goed aan bod komen, kan elke intelligente koper verkopers vinden die de producten met een minieme winst aanbieden, of zelfs onder de kostprijs. In een perfect concurrerend systeem is winst maken amper mogelijk. Echte winst vereist grenzen aan de vrije markt, dat wil zeggen het vereist een quasi-monopolie. Quasi-monopolies komen echter slechts tot stand als aan twee voorwaarden wordt voldaan. 1) Het product is een innovatie waarvoor een behoorlijke groep gewillige kopers bestaat; of waarvoor vraag ernaar kan worden opgewekt. 2) Eén of meer machtige staten zijn bereid hun staatsmacht aan te wenden om te voorkomen, of tenminste zoveel mogelijk te belemmeren, dat andere producenten de markt opkomen. Kortom, quasi-monopolies bestaan bij de gratie van een markt die niet ‘vrij’ is van staatsbemoeienis. In aflevering 35 concludeert Wallerstein dat de kansen om te accumuleren dalen, wat het einde van het kapitalistisch systeem inluidt.

Rushkoff beschrijft in aflevering 2 van het artikel ‘Vriendelijk geld werkt aan welvaart’ in de rubriek Economie, hoe centraal gecreëerd en rentedragend geld concurrentie stimuleert. Er wordt minder geld gecreëerd dan terugbetaald moet worden, waaruit volgt dat er altijd een verliezer is die over de kop gaat. De enige mogelijkheid om dit te voorkomen, is dat de bank nog meer geld aan nog meer bedrijven en personen leent. Vervolgens zijn die meer rente verschuldigd over de grotere leningen die ze zijn aangegaan en moeten ze die ook nog eens sneller aflossen dan hun voorgangers. Dit proces kan alleen voortduren zolang de economie steeds sneller blijft groeien.

Zie ook toekomst van het wereld-systeem, kapitalisme, Marx, kapitaal zonder waardegrondslag en verder renteniersseconomie en fatale kapitalistische contradicties.

Multipliereffect2019-10-03T11:31:56+02:00

De basis van wat gangbare economen het multipliereffect noemen is de export. De verdiensten van de export vermenigvuldigen zich in een nationale (of bij Jane Jacobs liever: stedelijke) economie. Bij natuurlijke expansie ligt het volgens Jane Jacobs andersom. Zie het begrip expansie.

N

Naamloze vennootschap2019-10-03T11:35:27+02:00

Florence was de geboorteplaats van de eerste commanditaire vennootschap (CV) als een middel om discreet en anoniem, en met beperkte aansprakelijkheid, passieve participatie en weinig of geen expertise, in een onderneming te kunnen investeren. Als voorgangers van de volwaardige corporatie maakte de CV onderscheid tussen de aansprakelijkheid van de directie en van hen die louter kapitaal inbrachten. Die laatsten waren slechts aansprakelijk voor het bedrag dat ze ingebracht hadden. Bovendien werden deze geldschieters niet als zakenpartner vermeld, waardoor edelen, koningen zelfs, hun zakelijke belangen aan het oog konden onttrekken. De commanditaire vennootschap verspreidde zich snel door Europa en financierde tal van gedurfde ondernemingen, van mijnen tot plantages tot koloniale avonturen. Dit schrijft Rushkoff in aflevering 5 van het artikel ‘Corporatisme zuigt welvaart weg’ in de rubriek Economie. Voor de adel was dit een uitweg uit de dwangbuis van  bestuur tegenover handel.

Toen de bestuurders van deze immense projecten nog meer kapitaal uit een nog bredere verscheidenheid aan regio’s en sociale klassen wilden aantrekken, creëerden ze een geavanceerde versie van de commanditaire vennootschap, de naamloze vennootschap (NV), een onderneming met vrij verhandelbare aandelen. De ontwikkeling van de factormarkten was daarvoor wel een voorwaarde. De  onzichtbare hand deed zijn intrede.

Hiermee (zie aflevering 6) brak het tijdperk van het corporatisme aan. De koningshuizen gebruikten hun centrale juridische gezag om handelswetten op te stellen en octrooien – monopolies – toe te wijzen. De zakelijke deelnemers – de geoctrooieerde compagnieën in de vorm van naamloze vennootschappen – genoten dan het exclusieve recht deze monopolies te exploiteren. De corporatie die dat opleverde, was geen zakelijke entiteit en ook geen overheidsinstantie, maar een combinatie van beide. Via de uitgifte van koninklijke octrooien konden koningen de loyaalste bedrijven het recht geven een permanente heerschappij over hun koloniale gebiedsdelen of industrieën uit te oefenen. En in ruil ontving de koning financiële ondersteuning en winstdeelnemingen die vele malen groter waren dan hij met welke investering ook had kunnen verdienen.

Door de uitvinding van de geoctrooieerde corporatie raakten de aristocratie en de bourgeoisie zozeer van elkaar afhankelijk dat het karakter van beide veranderde (aflevering 7). En (zie aflevering 8) hoe meer dergelijke corporaties het zakenleven en de financiële wereld begonnen te domineren, hoe meer juridische en sociale systemen tot ontwikkeling kwamen om ze ten dienste te zijn. Naarmate ondernemingen en staten de wereld steeds meer vanuit een corporatistisch oogpunt begonnen te bekijken, veranderden gebieden in wingewesten, mensen in arbeiders, geld in kapitaal en wetten in spelregels (aflevering 9). Want dit was de tendens die in het octrooi, het monopolie, besloten lag: het handhaven van het centraal gezag van de staat tezamen met de toekenning van monopolieposities aan corporaties. Kortom, corporatisme.

Natuur versus economie2019-10-03T11:36:27+02:00

Als we ons niet op de dingen maar op de processen concentreren vervagen de grenzen tussen natuur en economie. Dat houdt in dat de economie gehoorzaam is aan natuurlijke principes. Hierover gaat het artikel ‘De natuur van de economie’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook economie van de natuur, systeem van de economie, primaire economie, economie van de natuur, ecologisch economen en kapitalisme.

Natuurlijk kapitaal2019-10-03T11:37:09+02:00

Hierover leest u meer in het boek van John Michael Greer Het natuurlijk kapitaal, dat verscheen in de paradigmaserie. Greer baseert zich deels op de econoom Schumacher (van het boek Hou het klein).

Schumacher maakt onderscheid tussen primaire goederen en secundaire goederen. De eerste putten we uit ons natuurlijk kapitaal. De secundaire goederen zijn waar het in het conventionele economische denken om draait: de goederen en diensten die het product zijn van menselijke arbeid en die mensen met elkaar uitwisselen.

De term primaire goederen omvat alle zaken die voor het menselijk bestaan en de economische activiteit noodzakelijk zijn en niet door mensen, maar door de natuur worden geproduceerd. In elke economische analyse, zo stelde Schumacher, moeten primaire goederen op de eerste plaats komen, omdat zij de voorwaarde vormen voor de productie van secundaire goederen. De primaire economie is, kortom, essentieel voor het overleven.

In de primaire economie vormen hernieuwbare hulpbronnen hierbij het equivalent van inkomen, terwijl niet-hernieuwbare hulpbronnen het equivalent zijn van kapitaal. (Zie ook het zoekwoord Fonds in Ecopedia.)

Zie verder de uitgebreidere uitleg in aflevering 6 van het artikel ‘Catastrofologie’ bij de rubriek Ontwrichting.

Later komt het natuurlijk kapitaal ook nog ter sprake in aflevering 70 in de derde serie van ‘Wat is ecologie’. Hier wordt gekeken naar het boek  Supply Shock van Brian Czech dat in dit verband zeker interessant is.

Zie ook Economie van de natuur.

Natuurlijke rijkdom2019-10-03T11:38:13+02:00

Systemen kennen fondsen, dat wil zeggen voorraden waaruit geput kan worden. Deze vullen zichzelf al of niet aan. Het fonds staat tegenover de stroom. Het begrip fonds komt aan de orde in aflevering 12 en volgende (over natuurlijke rijkdom als fonds) van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Elk fonds is een vertraging. Zie daarover aflevering 20 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. De uitputting van eindige fondsen en de exploitatie van hernieuwbare eindige fondsen komt aan de orde in aflevering 8 en volgende van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’. In de ecologie is er de kringloop van de stof (een fonds van materie). Zie hierover aflevering 58 en 84-86 van ‘Wat is ecologie’. Zie ook het verschil tussen fondsen en stromen.

Nederlandse staat gedaagd door Urgenda2019-12-13T09:47:29+01:00

Er is bij de kwaliteitskranten recent iets verschoven. Zo bracht de NRC op 19 december 2018 een regelrechte aanval op het kabinetsbeleid betreffende het Urgenda-proces. Anders dan een aanval kun je dit niet noemen.

In juni 2015 deed de rechter in deze zaak tegen de staat uitspraak inzake het Nederlandse voornemen zich (misschien) niet te zullen houden aan de belofte om in 2020 een besparing op de CO2-uitstoot gerealiseerd te hebben van 20 procent ten opzichte van de uitstoot van 1990. De rechter stelde dat de ernst van de klimaatverandering zodanig is, dat het Nederlandse volk er recht op heeft dat dit politieke voornemen ook werkelijk gehaald wordt. Een kwestie van zorgplicht van de overheid.

Ook al ging de staat in hoger beroep, het kabinet beloofde het vonnis te zullen uitvoeren.

In september 2015 vroeg de Tweede Kamer al om aanvullende maatregelen, mede omdat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) ervoor waarschuwde dat het halen van die reductie nog niet zo gemakkelijk zou gaan als het kabinet het voorstelde.

Uit de ‘reconstructie van de NRC’ (de eigen woorden van de krant) blijkt dat ‘het kabinet sinds die uitspraak geen specifieke maatregelen heeft genomen om de CO2-uitstoot verder te beperken.’

In de herfst van 2016 schatte het PBL dat het kabinet 4 miljoen ton CO2 te weinig ging besparen, maar dat dat in het slechtste geval ook 12 miljoen ton zou kunnen zijn.

Het kabinet stelde dat met de uitvoering van het zogenaamde Energieakkoord uit 2013 alles goed zou komen. Die 4 miljoen ton extra verwachtte men te halen. De NRC heeft uitgevonden dat er geen enkele grond was voor die laatste bewering. Het PBL heeft het nooit onderbouwd. (Hierover schrijft de krant nog meer, maar interessanter is hoe het met hoger beroep ging.)

In 2018 hadden twee opeenvolgende kabinetten beloofd het vonnis te zullen uitvoeren, maar in werkelijkheid deden ze niets. ‘Er kwam geen nieuw klimaatbeleid, er zijn geen kolencentrales gesloten vanwege de uitspraak. De CO2-uitstoot daalde nauwelijks.’ Het doel raakte dus steeds verder uit zicht, want 2020 was nog maar twee jaar weg.

Op 9 oktober 2018 ‘gebeurde wat weinig ambtenaren en politici hadden verwacht: het gerechtshof bekrachtigde in hoger beroep de Urgenda-uitspraak. Meteen erna reageerde minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) dat het Urgenda-doel ‘binnen bereik’ was. Maar in werkelijkheid ligt er een levensgroot probleem voor het kabinet. Nu de deadline nadert kan de staat alleen met zeer ingrijpende maatregelen nog aan de rechterlijke eis voldoen.’

De NRC constateert dat deze uitspraak niet verwacht werd en haalt Jan Vos (PvdA) aan dat ‘de VVD natuurlijk lang niet in het klimaatprobleem heeft geloofd’. Ik constateer dat heel Den Haag stilletjes heeft zitten hopen dat het probleem vanzelf zou verdwijnen, als je er maar geen aandacht aan besteedde.

Negatieve rente (demurrage)2019-10-06T09:12:55+02:00

Dit is het vervolg op: Rente verdisconteren.

In het verleden waren er samenlevingen die in plaats van rente juist een ‘circulatievergoeding’ oplegden om het hamsteren van een munt te ontmoedigen. Dat was een beetje zoals bibliotheken een ‘telaat-vergoeding’ vragen voor boeken die niet op tijd weer uitgeleend kunnen worden. Een dergelijke tijdgebonden belasting op het vasthouden van geld wordt technisch een ‘(over)liggeld’-vergoeding genoemd (of op zijn Frans ‘demurrage’).

Gezien vanuit het perspectief van een investeerder veranderen valuta met liggeld (of anderszins negatieve rentedragende valuta) de relaties met de toekomst duidelijk. Als de valuta in onze bomenaanplanting bijvoorbeeld 5% liggeldvergoeding kostte, zou de den plotseling €167 en de eik maar liefst meer dan €168.000 waard zijn als hij vandaag werd gedisconteerd.

Als die valuta gebruikt werden om te investeren zou het planten van eiken de voor de hand liggende keuze worden. Kortom, bij met liggeld geladen valuta’s zouden investeringen op de langere termijn in waarde stijgen.

Negatieve rol van de pers: Martin Sommer2019-12-11T12:57:05+01:00

Martin Sommer, politiek commentator van de Volkskrant, stapelt in zijn column ‘Wat minder de aarde redden vanuit Den Haag, en wat meer de politiek’ (de Volkskrant van 5 juli 2019) frame op frame.

Ik vat het hier samen. Sommer is tevreden dat het kabinet met ouderwetse coalitiepolitiek de scherpe kantjes van de transitie heeft gehaald. Hij stelt dat de honderd deelnemende organisaties aan het klimaatakkoord belanghebbenden zijn – en dus verdacht. Want de echte klanten van het kabinet zijn immers de kiezers. Impliciet verwijt hij het kabinet dat het niet had moeten beginnen met die klimaattafels. Maar ook negeert hij dat zo’n beetje alle politiek meelevende kiezers wel lid zijn van een van die organisaties.

Vervolgens krijgen experts die hun ontevredenheid over de brief van Wiebes uitspraken, er van langs. Zij vinden dat Nederland veel meer moet doen. Zij willen een heel andere samenleving en dan dreigt de totalitaire staat, volgens Sommer. ‘Klimaatgeleerden weten veel van het klimaat, maar van politiek hebben ze minder benul.’ Sommer noemt in dit verband met name Klaas van Egmond en Jan Rotmans. Hij weet vast wel dat ze geen pure klimatologen zijn en doet dus aan framen.

Klaas van Egmond was onder andere oud-directeur van (de voorloper van) het Planbureau voor de Leefomgeving en hoogleraar Milieukunde en Duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht. Hij weet dus alles van doorrekenen. Jan Rotmans was hoogleraar transitiemanagement aan de Erasmus Universiteit. Hij weet alles van hoe je verandering initieert. Dat gaat juist níet van bovenaf, zoals Sommer stelt, (maar in een arena). Ze hebben samen decennia lang overheden geadviseerd, maar ‘van politiek hebben ze minder benul’.

Sommer zet beide weg als totalitaire fantasten, èn hij verwijt ze provincialisme. Zij geloven volgens hem dat er maar één oplossing is. Dat politiek pluralisme is, snappen zulke experts niet.

Sommer draait hier de zaak dubbel om.

Klimaatexperts geloven, volgens mij, dat er één existentieel probléém is, niet één oplossing. Én Sommer misbruikt de term pluralisme voor zijn keuze om vrijwel niets te doen. Pluralisme is immers de kunst van het mogelijke, zegt hij zelf. Maar ‘het mogelijke’, denk ik dan, kàn juist radicale keuzes behelzen.

Sommer doet vervolgens zelf wat hij de experts verwijt: het beter weten wat het klimaat betreft. Het zal daarmee namelijk heus zo’n vaart niet lopen: overmorgen optreden is ook goed.

Bovendien gebruikt hij dezelfde truc op juridisch gebied. Ook daar is deze politiek commentator ineens zelf de deskundige: die twee rechtsniveaus die het Urgendavonnis uitspraken en bekrachtigden zitten juridisch fout. Die rechters zijn op de stoel van de politiek gaan zitten. Hun juridische onderbouwing daarvoor kan niet deugen. De Hoge Raad zal dit vonnis in cassatie (waarschijnlijk nog dit jaar) vast verwerpen.

Ik ben benieuwd of dat ook gaat gebeuren (denkende aan de stikstofbesluit). Het advies is alvast: bekrachtigen dat vonnis.

Nog twee opmerkingen:

Sommer noemt een Vroege-Vogels-interview dat Klaas van Egmond vraagt: ‘Wat als het kalf verdronken is?’ Waarop hij antwoordde: ‘Dan is het dood.’ Sommer gelooft dit dus niet. Dit geeft aardig de spanning tussen de twee hier behandelde standpunten weer.

En (uit mijn hoofd): Kennelijk klaagden er lezers over deze column, want de hoofdredacteur gaf er een paar dagen later zijn mening over in de krant. Het kwam neer op iets van: Sommer is een verstandige, zelfstandig denkende man. Het framen dat ik hier bekritiseer kwam in zijn antwoord niet aan de orde.

Negatieve terugkoppeling2019-10-09T11:50:55+02:00

Is de negatieve terugkoppelingslus zelf-corrigerend, een positieve terugkoppelingslus is zelf-versterkend. Hoe meer een positieve terugkoppeling werkt, hoe krachtiger hij wordt om er nog een schepje bovenop te doen. Hoe meer mensen griep krijgen, hoe meer mensen worden aangestoken. Hoe meer baby’s er geboren worden, hoe meer vrouwen opgroeien om baby’s te krijgen (en vice versa bij een negatieve terugkoppeling).

Terugkoppeling in systemen wordt behandeld in aflevering 10 van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Het blijft terugkomen in de verdere afleveringen. Terugkoppelingen van instroom en uitstroom in systemen, weergegeven in figuren, komen aan de orde in aflevering 5 en volgende van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit, bijvoorbeeld in de vorm van het systeem van de economie in aflevering 7. In deze figuren worden de terugkoppelingen aangegeven met een P voor positief en N voor negatief.

De wereld zit vol met niet-lineaire verhoudingen, en daarmee vol verrassingen voor mensen die lineair denken. Niet-lineaire verhoudingen zijn belangrijk omdat ze de relatieve kracht van terugkoppelingen veranderen. Ze kunnen een systeem van het ene soort gedrag in een ander soort gedrag doen overspringen. Zie daarover aflevering 20 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Over ingrijpen in terugkoppelingen handelen de afleveringen 10-12 (voor de negatieve) en 13-14 (voor de positieve terugkoppeling) van het artikel ‘Ingrijpen in systemen’. In het artikel ‘De natuur van de economie’ gaat ook een deel over ingrijpen:  positieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting in aflevering 21-23 en negatieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting in aflevering 24-26. Zie verder ook aflevering 27-28 van het artikel ‘Catastrofologie’. Zie ook vertragingen.

Negatieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting2019-10-01T12:05:09+02:00

Je kunt je niet voorstellen, zegt Jane Jacobs in aflevering 21 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit, hoe ecosystemen of economieën ontwrichting zouden kunnen afweren, als er geen goedgunstige terugkoppelingen zouden bestaan. De terugkoppelingsboodschappen die in ecosystemen binnen planten en dieren, en tussen planten en dieren heen en weer schieten, en de antwoorden op die boodschappen, voeden het ecosysteem met terugkoppelingsinformatie. Wat een vluchtigheid, wat een warboel, wat een zelf-organisatie vind je daar. Welk een dynamische orde legt een ecosysteem zichzelf op. En welk een dynamische orde legt een ingewikkelde economie zichzelf op. Het helpt het systeem in stand te houden en ontwrichting te voorkomen. De controle van negatieve terugkoppelingen is op zijn betrouwbaarst wanneer de data die gerapporteerd worden, de strekking van de data, en de corrigerende reactie functioneel geïntegreerd zijn, zodat er geen kans is op misverstanden aangaande de data, of dat een verkeerde respons wordt uitgelokt. Ook hier draait het dus weer om informatie, het bepalen van het verschil dat een verschil uitmaakt. Dit wordt behandeld in aflevering 24-26 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook bij bifurcaties. Terugkoppelingen van instroom en uitstroom in systemen komt aan de orde in aflevering 5 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit.

Netto-energie-aanbod2019-10-09T11:53:18+02:00

EROEI staat voor energierendement op energie-investering. Het concept is ontwikkeld door de Amerikaanse ecoloog Charles Hall en geeft de verhouding weer tussen een energieopbrengst en de hoeveelheid energie die nodig is om die opbrengst te verkrijgen. Breder geformuleerd is het de verhouding tussen de energieopbrengst waarop de samenleving draait en de energie die nodig is om die opbrengst te verkrijgen, op haar bestemming te krijgen en te benutten.

Zie aflevering 6 van hert artikel ‘De economie van piekolie’ en aflevering 5 van het artikel ‘Biofysische grenzen: opgevoerde entropie’. EROEI komt ook aan de orde in aflevering 11 en volgende van het artikel ‘De samenstelling van systemen’ in de rubriek Complexiteit, in aflevering 14 van het artikel ‘Catastrofologie’ in de rubriek Ontwrichting en in aflevering 14 van het artikel ‘Kunnen we ontsnappen aan de energie-complexiteitsspiraal?’ in de rubriek Ontwrichting. Zie ook energiekwaliteit, energiestaat en energieklif. Zie over het werk van Hall verder aflevering 6 en volgende van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie en aflevering 8 voor de EROI van de diverse energiebronnen. Hij is met Kent Klitgaard de auteur van het handboek voor biofysische economie Energy and the Wealth of Nations: Understanding the Biophysical Economy (Springer, 2012) en zelf ook nog van Energy Return and Investment (Springer, 2017, genoemd in aflevering 9). Zijn rechterhand is David Murphy.

Uit het begrip EROI vloeit het begrip energiesurplus voort. Bij een EROI van 100:1 staat 99 procent van de gewonnen energie de samenleving ten dienste (omdat slechts 1 eenheid nodig is voor de winning van de volgende portie energie) . Bij een EROI van 2:1 is dat slechts de helft. Een moderne beschaving kan niet toe met een EROI onder de 7:1, maar het dubbele is waarschijnlijk nodig voor een verzorgingsmaatschappij als de onze. Zie daarover aflevering 9 en 10.

De kracht van Halls EROI-concept schuilt erin dat het een methode biedt om het energiesurplus te kwantificeren, dat het een instrument verschaft om de kwaliteit van uiteenlopende energiebronnen langs één meetlat te leggen en dat het een mogelijkheid biedt om de economische gevolgen van de stijgende kosten van de energiewinning in kaart te brengen. De levenscyclusanalyse, terugverdientijd en net energy analysis zijn conceptuele zusjes van het EROI-begrip. Kritiek op de EROI-functie vindt u in aflevering 13-14 van het artikel ‘De economie van piekolie’ in de rubriek Energie. In aflevering 14 komt het artikel ‘Order from Chaos: A Preliminary Protocol for Determining the EROI of Fuels’ van Murphy, Hall, Dale en Cleveland ter sprake, waarin ze een protocol formuleren voor EROI-onderzoek. Het gaat daarbij om validiteit en betrouwbaarheid.

Het idee van een noodzakelijk energiesurplus voor een rijke beschaving, heeft ook iets deterministisch. Met een beetje goede wil kun je nog stellen dat er een eenduidige relatie bestaat tussen de energetische basis van een economie, haar energiesurplus en haar culturele en morele ontwikkeling. Maar je kunt lastig volhouden dat het energiesurplus ook iets zegt over esthetische waarden, intellectuele ontwikkeling en de richting van de technische vooruitgang. Vooral op detailniveau schiet deze benadering tekort. Die verklaart bijvoorbeeld niet hoe het kan dat de ‘boerenbevolking’ in het West-Europa van de elfde tot de dertiende eeuw een ongekende hoeveelheid vrije tijd aan een opmerkelijk hoge levensstandaard wist te paren. Of dat landen die over enorme energieoverschotten beschikken het economisch niet noodzakelijk beter doen dan landen die voor dat surplus op import zijn aangewezen. Of dat de Grote Depressie van de jaren dertig samenviel met historisch hoge EROI’s voor olie, gas en steenkool. Meer hierover in aflevering 11 en 12. Zie ook aflevering 17-18 over het effect van het energiesurplus van de oliewinning op de economie.

Netto-primaire productie2019-10-09T11:53:56+02:00

De snelheid waarmee een ecosysteem chemische energie uit zonlicht kan maken noemt men de productiviteit van het ecosysteem. Daarnaast verstaan we onder primaire productie de totale hoeveelheid energie die door planten in een bepaalde tijd wordt opgeslagen. Om te leven moet de plant zelf over energie kunnen beschikken. Ze gebruikt daarvoor een deel van haar eigen organisch materiaal. Een plant maakt meer energie in de vorm van organisch materiaal dan voor haar eigen levensprocessen nodig is. De hoeveelheid energie die na het gebruik voor haar eigen levensprocessen overblijft, heet de netto-primaire-productie. Alleen deze komt als voedsel ter beschikking van de dieren.

In aflevering 62 van het artikel ‘Wat is ecologie?’ (serie 3) gaat het over de omvang van de netto-primaire-productiviteit van de land- en waterecosystemen (tabel 6). Hoe het stofwisselingsnetwerk georganiseerd is volgens een handvol simpele regels wordt besproken in aflevering 13 van het artikel ‘De aarde leeft!’ in de rubriek Ecologie. Zie ook biomassa en fotosynthese.

Netwerk2019-11-06T22:40:11+01:00

In aflevering 2-4 van het artikel ‘De kwetsbaarheid van netwerken’ in de rubriek Ontwrichting behandelt Thomas Homer-Dixon na het begrip ontwrichting de verbondenheid en snelheid bij netwerken. Wanneer er in het hart van een ‘nauw-gekoppeld’ systeem iets fout gaat, kunnen de gevolgen zomaar catastrofaal uitpakken. Met knooppunten binnen het netwerk, of elementen binnen het systeem die dicht op elkaar gepakt zitten, met nauw gekoppelde schakels dus, kunnen problemen bij één knooppunt of element zich naar andere vertakken voordat er iemand kan ingrijpen. In dit verband moeten we onderscheid maken tussen willekeurige netwerken en schaalvrije netwerken, want die vertonen verschillende patronen voor de aaneenschakeling van hun knooppunten (aflevering 5 en volgende). Een willekeurig netwerk lijkt op het snelwegennet met de wegen als verbindingsschakels. De meeste knooppunten hebben een bescheiden aantal verbindingen met andere knooppunten. Slechts een klein aantal knooppunten beschikt over veel, maar nooit heel veel verbindingen. Een schaalvrij netwerk lijkt op het luchtverkeersnet. Daarbinnen beschikken een paar knooppunten, de zogenaamde hubs, over enorm veel verbindingen met andere knooppunten. Verrassend veel netwerken in de wereld zijn schaalvrije netwerken – dus netwerken met hubs. Als een schaalvrij netwerk een hub kwijtraakt kan dat rampzalige gevolgen hebben, omdat er zoveel andere knooppunten van die hub afhankelijk zijn. Zie ook terugkoppeling, geldsysteem, autokatalyse, levensvatbaarheidsvenster, kantelpunt en Seneca-effect.

Niet-lineaire verandering2019-10-03T11:44:05+02:00

Soms hebben kleine veranderingen in een complex systeem enorme gevolgen, terwijl grote veranderingen dan weer amper invloed hebben. Oorzaak en gevolg verhouden zich hier dus niet evenredig. Dit heet niet-lineair gedrag. We komen dit verschijnsel in het dagelijks leven voortdurend tegen, zelfs binnen relatief simpele systemen. Een licht duwtje tegen een lichtknop klikt het licht misschien nog niet aan, maar een iets harder duwtje schakelt het helemaal van uit naar aan.

Zie ook omslagpunt voor de aarde. Het verschijnsel kantel- of omslagpunt, ook wel niet-lineaire verandering genoemd, komt aan de orde in de ‘Inleiding bij 4eco’ (aflevering 4), in de inleiding bij Complexiteit ‘Biofysische grenzen: tomeloze complexiteit’ (aflevering 5-7), en uitgebreid bij ‘De werking van systemen’ (aflevering 20-22). In psychologische zin (de psychologie van de identiteit) komen we het tegen in het artikel ‘Dit is niet de toekomst die we besteld hebben’ (aflevering 22-24). In de vorm van de ‘exploitatie van hernieuwbare eindige fondsen’ worden niet-lineaire effecten behandeld in aflevering 11 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook aflevering 1 van het artikel ‘Het Seneca-model’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook niet-lineaire wereld, verrassende systemen, het vlindereffect, identiteit, catastrofologie, ontwrichting, autokatalyse en panarchie.

Niet-lineaire wereld2019-10-03T11:47:09+02:00

De wereld zit vol met niet-lineaire verhoudingen, en daarmee vol verrassingen voor mensen die lineair denken. Niet-lineaire verhoudingen zijn belangrijk omdat ze de relatieve kracht van terugkoppelingen veranderen. Ze kunnen een systeem van het ene soort gedrag in een ander soort gedrag doen overspringen. Zie aflevering 20 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit en aflevering 28 van het artikel Catastrofologie. Zie ook omslagpunt, vooruitziende blik, identiteit, terugkoppelingen, en hernieuwbare eindige fondsen.

Niet-lineaire wereld2019-10-17T18:22:04+02:00

De wereld zit vol met niet-lineaire verhoudingen, en daarmee vol verrassingen voor mensen die lineair denken. Niet-lineaire verhoudingen zijn belangrijk omdat ze de relatieve kracht van terugkoppelingen veranderen. Ze kunnen een systeem van het ene soort gedrag in een ander soort gedrag doen overspringen. Zie aflevering 20 van het artikel ‘De werking van systemen’ in de rubriek Complexiteit en aflevering 28 van het artikel Catastrofologie. Zie ook omslagpunt, vooruitziende blik, identiteit, terugkoppelingen, en hernieuwbare eindige fondsen.

Nominale waarde2019-10-06T18:35:15+02:00

De nominale waarde is de waarde die vermeld staat op een munt of op een verhandelbaar waardepapier zoals een aandeel of obligatie. De nominale waarde van aandelen is hetzelfde als de waarde van de aandelen die in de statuten van een NV staat vermeld. Deze waarde wijkt gewoonlijk af van de handelswaarde of koers.

Noodmaatregelen2019-10-01T12:08:47+02:00

Alle dynamische systemen gaan tenslotte ten onder, maar het mooie is dat ze het vaak zo lang uithouden. Ze hebben vier middelen om ontwrichting te voorkomen. Dat zijn bifurcaties, positieve terugkoppeling, negatieve terugkoppeling en noodmaatregelen. Je kunt tal van verschijnselen in allerlei variaties waarnemen, maar ze zijn steeds terug te brengen tot een van deze vier methoden. De vierde categorie van maatregelen is een echte categorie, niet een verzameling van reacties die onderzoekers elders niet kwijt kunnen. Zij dient voor gevallen van instabiliteit die weliswaar tijdelijk zijn maar niettemin fataal kunnen worden. De evolutie heeft deze maatregelen in allerlei vormen voortgebracht: denk aan de winterslaap, cocons en bladverlies als middelen om te ontsnappen aan de gevolgen van de winter. Zie voor noodmaatregelen aflevering 27 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit. Zie nu verder positieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting en negatieve terugkoppeling als middel tegen ontwrichting.

Noodzakelijke en voldoende voorwaarde2019-10-16T22:02:53+02:00

Ik gebruik het in de introductie in verband met kennis, maar ‘noodzakelijk’ en ‘voldoende’ wordt normaal gebruikt in combinatie met het woord ‘voorwaarde’. Ik ontleen de uitleg hieronder aan Wikipedia.

Een noodzakelijke voorwaarde is een voorwaarde, zonder welke het relevante gevolg niet optreedt. Het is echter niet gezegd, dat deze voorwaarde op zich al genoeg is om tot het relevante gevolg te leiden: wellicht zijn nog andere voorwaarden nodig.

Voorbeeld:  ‘Alleen als de student hard studeert, kan hij het tentamen halen.’ De student haalt het tentamen in elk geval niet, als hij niet hard studeert. Maar er zijn wellicht nog andere noodzakelijke voorwaarden, zoals dat hij zich ook goed moet concentreren tijdens het tentamen.

Een voldoende voorwaarde is een voorwaarde, die zonder andere voorwaarden op zich al leidt tot het relevante gevolg. Er kunnen niet nog andere voorwaarden bestaan die noodzakelijk zijn voor dit gevolg. Het is wel mogelijk dat er nog andere voorwaarden bestaan, die elk of tezamen al voldoende voorwaarde zijn.

Voorbeeld: ‘Als het vloed wordt, stijgt het water aan de kust.’ Hier is de vloed op zich genoeg om de stijging van het water te veroorzaken: het is onmogelijk dat het gevolg niet optreedt, wanneer de voorwaarde van kracht is. Dat wil niet zeggen dat er niet ook andere voldoende oorzaken kunnen zijn: wellicht is een zuidwesterstorm ook genoeg om op eigen kracht het water te doen stijgen.

Een noodzakelijke en voldoende voorwaarde (in combinatie) bezit beide eigenschappen. Altijd als aan deze voorwaarde voldaan wordt treedt het effect op; er zijn geen andere voorwaarden relevant voor het gevolg. Het is onmogelijk dat het dan niet optreedt; ook is het onmogelijk dat een andere voorwaarde het gevolg veroorzaakt.

Voorbeeld: ‘Als je een volwassen, toerekeningsvatbare Nederlander bent, mag je voor de Tweede Kamer stemmen bij verkiezingen.’

Nordhaus, Ted2019-12-13T09:39:37+01:00

In het artikel ‘Klimaatcrisis: grote woorden, kleine daden’, in de NRC van 26 juli 2019 doet Paul Luttikhuis, klimaatcorrespondent van de NRC, verslag van de manier waarop het ecomodernisme over de oplossing van het klimaatprobleem denkt. Hij haalt hiervoor een ‘fascinerend’ essay aan van Ted Nordhaus The Empty Radicalism of the Climate Apocalypse. Ted Nordhaus is directeur van het Amerikaanse Breakthrough Institute. Verwar hem niet met nobelprijswinnaar William Nordhaus. Ik geef hier een ingekorte weergave van het oorspronkelijke artikel van Luttikhuis.

Voor het oplossen van het klimaatprobleem is er eigenlijk een maatschappelijke mobilisatie nodig vergelijkbaar met die van de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten. President Roosevelt liet toen de productie van auto’s volledig stilleggen om drie jaar lang alleen nog vliegtuigen, jeeps, tanks en ander oorlogsmaterieel te maken.

Ted Nordhaus – medebedenker van het ‘ecomodernisme’, een stroming die zorgen over klimaatverandering relativeert in het vertrouwen dat technologische innovatie ons op tijd zal redden – schreef zijn essay als een fictief verhaal, over een Amerikaanse president die wordt gekozen nadat het land in korte tijd is geteisterd door een aantal grote klimaatrampen. De president roept de noodtoestand uit en neemt meteen een hele reeks drastische maatregelen.

Iedere burger krijgt maximaal één tank benzine per maand. De president nationaliseert de elektriciteitssector. Hij roept een National Renewable Energy Corporation in het leven om binnen tien jaar 60 procent van de energievoorziening te verduurzamen, en een National Nuclear Energy Corporation die ervoor moet zorgen dat de overige 40 procent tegen die tijd met kernenergie wordt opgewekt. De auto-industrie wordt genationaliseerd en krijgt de opdracht binnen drie jaar alleen nog elektrische auto’s te produceren.

Internationaal eist Nordhaus’ fictieve klimaatpresident ook belangrijke maatregelen. In overleg met zijn Europese partners wil hij de NAVO ombouwen tot een organisatie voor wereldwijde klimaataanpassing. Een Marshall-plan moet arme landen helpen hun energievoorziening te vergroenen en die landen tegelijk minder kwetsbaar maken voor de gevolgen van klimaatverandering.

Je kunt hier lacherig over doen, schrijft Luttikhuis, maar als er werkelijk sprake is van een noodtoestand en de wereld nog maar enkele decennia heeft om het tij te keren (volgens sommigen zelfs minder dan tien jaar), dan zijn zulke maatregelen heel logisch.

Ted Nordhaus denkt echter dat het niet zal komen tot een ‘oorlogsmobilisatie’ van de economie om het klimaat te redden. En dat ligt volgens hem zeker niet alleen aan de tegenstanders van klimaatbeleid. Zelfs radicale klimaatactivisten hoor je zelden pleiten voor zo’n ingrijpende, door de overheid gestuurde aanpak. Dat heeft volgens Nordhaus te maken met de geschiedenis van de milieubeweging. Die is in de jaren ’60 en ’70 ontstaan uit verzet tegen consumentisme en toenemende industrialisering, tegen grootschalige infrastructuur en technologie. Milieuactivisten geloofden in lokale oplossingen, in biologische landbouw. Ze hebben zich steeds verzet tegen genetisch gemanipuleerde gewassen en ze moesten niets hebben van kernenergie. Heel dom van ze, vindt Nordhaus.

Terzijde: Nordhaus refereert volgens mij aan de typisch Amerikaanse geschiedenis rond het blad Co-evolution en dergelijke, iets wat de jeugd van tegenwoordig allang niet meer weet. Paul Luttikhuis vult dit als volgt aan: ‘In Nederland zag je de hang naar een kleinschalige economie bijvoorbeeld bij het wittefietsenplan van Provo in Amsterdam in de jaren 60, bij De Kleine Aarde in Brabant, een in 1972 opgericht centrum dat een alternatief wilde bieden voor de consumptiemaatschappij, en nog later in de massale demonstraties tegen kernenergie.’

Vergelijkt Luttikhuis hier niet appels met peren (en doet Nordhaus dat dan ook)?

Provo hoorde absoluut niet tot de milieubeweging. Die werd pas in 1970 geboren. Provo had nauwelijks een samenhangend plan, geen echte theoretici. Het kreeg misschien veel publiciteit, het maakte veel los, maar was een wegbereider, politiek vooralsnog volstrekt marginaal.

(Even een anekdote: Grappig genoeg was wat technologie betreft het omgekeerde het geval. Ik huurde jarenlang bedrijfsruimte samen met de gewezen provo Rob Stolk, die een drukkerij had. Scholieren vroegen hem vaak of hij voor kleinschaligheid was. Dan wees hij steevast op zijn indrukwekkende Roland-drukpers. ‘Zonder degelijke Duitse technologie kun je niet,’ zei hij dan.)

Aktie Strohalm, Milieudefensie, Natuur en Milieu en Greenpeace waren toen meer dé milieubeweging dan het typische geval van De Kleine Aarde. De Kleine Aarde – geleid door de (gewezen) wetenschapsredacteur van het (Algemeen) Handelsblad (!) – wilde inderdaad de technologie van Schumacher tonen, maar met een koppeling aan de kernenergietechnologie verbind je hier wel twee uitersten.

De kritische techniekfilosofie uit die jaren is trouwens in rook op gegaan. Ik gaf daarover nog de boeken uit: De risico’s van het denken – het treffen tussen Indiaanse spiritualiteit en techniek van Jaap Breeveld (1992) en Kritiek van de technische rede – een onderzoek naar de invloed van de techniek op ons denken van Marc Van den Bossche (1995). Maar naar zulke boeken over o.a. Ellul en Bateson taalt niemand meer, lijkt het wel.

De hang naar een kleinschalige economie is volgens Nordhaus dus ongeschikt om klimaatverandering te bestrijden. Veel klimaatactivisten leggen de schuld van de opwarming van de aarde bij falend kapitalisme, dat niet bereid is milieukosten in de prijs mee te nemen, en bij een uit de hand gelopen neoliberalisme, dat bedrijven veel te veel vrijheid geeft. Juist die afkeer van het neoliberale kapitalisme maakt het voor hen – volgens Nordhaus – bijna onmogelijk te geloven in grootschalig, gecentraliseerd en technocratisch ingrijpen dat past bij een serieuze crisis die (misschien) alleen nog kan worden voorkomen door op zeer korte termijn drastisch op te treden.

Welke discussie voeren we hier? Is het die van ‘technofix tegenover milieubeweging’? Lees daar verder.

NRC over het Urgendavonnis2019-12-11T12:59:45+01:00