Expansie is de ontlading die volgt op een injectie van energie, vooral als energie in steeds meer stappen in een systeem blijft voordat het als ‘restwarmte’ verdwijnt. Dus: Expansie steunt op het opvangen en benutten van voorbijgaande energie. Hoe meer verschillende manieren een systeem bezit om energie opnieuw te vangen, te benutten en door te geven voordat deze energie door het systeem wordt afgegeven, des te groter is de optelsom van gevolgen van de ontvangen energie.

Het is een economisch multipliereffect. Expansie komt volgens Jane Jacobs niet van export (het uiteinde van het leidingstelsel), maar van import, van natuurlijke grondstoffen of andere gunstige omstandigheden die een gegeven zijn (dat wil zeggen: niet een product van menselijke inspanning). Al is zulke inspanning wel nodig om de grondstof te benutten! Veel importen, zelfs nadat ze aanvankelijk al getransformeerd of anderszins verruimd zijn, worden vervolgens verder doorgegeven, opgebroken, op een andere manier weer in elkaar gezet, hergebruikt, en verder verruimd. Het principe dat zowel ecologisch als economisch opgaat is dus: Een samenspel met verscheidenheid expandeert in een rijk milieu, een milieu dat op zijn beurt geschapen wordt door het verscheiden gebruik en hergebruik van ontvangen energie. Hierover gaat het in de afleveringen 8-14 van het artikel ‘De natuur van de econome’ in de rubriek Complexiteit. Zie ook importvervanging, stroom en energie in systemen.