Wereldwijd betaalt (zowat) iedereen belasting met een vorm van geld die rente draagt. Vrijwel niemand beseft dat rente een eigenschap van geld is die eraan is toegevoegd; dat wil zeggen, er kan ook geld ‘ontworpen’ worden zonder de eigenschap rente, @nder geld. Maakt dat wat uit? We bekijken respectievelijk de kant van de duurzaamheid, de verschillende redenen voor het bestaan van rente en de rol ervan in de verhouding arm-rijk.

Bernard Lietaer et al. stelt in een opsomming van de effecten van het huidige geldsysteem op de duurzaamheid in hoofdstuk 5 van het Paradigmaserieboek Geld en duurzaamheid als derde effect ‘de verplichte groei als gevolg van het mechanisme van samengestelde interest’. (Zie ook samengestelde economische groei.) Het wekt een gevaarlijke schuldentredmolen op. De monetaire sector dwingt alle instanties en personen met een schuld tot verplichte groei, ongeacht de milieu- en sociale kosten die dat met zich meebrengt. Dit uit zich ook in kortetermijndenken, wat het tweede effect is. Als, zegt Lietaer, een ander type valuta werd gebruikt – één waar sprake is van een negatieve rente – zouden samenleving en zakenwereld worden aangemoedigd om mogelijkheden en kosten op langere termijn te waarderen. Deze verandering zou van invloed zijn op de hele economische en milieuactiviteit, en zou duurzaamheid op lange termijn rechtstreeks bevorderen. Er zou meer aandacht uit voortvloeien voor duurzaam beleid ten opzichte van de exploitatie van hernieuwbare eindige fondsen en voor de relatie van de mensheid met de rest van de biosfeer.

We hebben nu eigenlijk twee problemen: Het feit dat we nooit duurzaam kunnen worden zolang het geld rente draagt, maar daarachter verscholen ook de hegemonie van het denken in één enkele munt.

Als we nu overstappen naar het Paradigmaserieboek Over een @nder soort geld, dan zegt Henk van Arkel daar op pagina 110 over rente het volgende.

Wat mij betreft, zegt hij, is rente niets anders dan de prijs van geld en die is het gevolg van vraag en aanbod. Maar vaak wordt de term rente gebruikt voor de vergoeding die de bank vraagt voor een lening en die is opgebouwd uit drie verschillende elementen. Dat versluiert de discussie. Om tot een beter organiserend principe voor onze samenleving te komen, moeten we eigenlijk die drie elementen uit elkaar halen.

Ten eerste is rente de marktprijs van geld. We hebben een markt die door de staat wordt gemonopoliseerd, ten gunste van de banken. Net als bij andere markten waar monopolies gelden, drijft dit de prijs van geld op zonder dat er meer waarde voor in de plaats komt. Ten tweede berekent de bank een compensatie voor het risico dat ze het geld misschien niet terugkrijgen, omdat degene die het leent het niet kan terugbetalen. Dat risico is er tot op zekere hoogte altijd en als kostenpost is dit dus onvermijdelijk en ook redelijk. Maar onder normale omstandigheden zijn deze risico’s (bij bijvoorbeeld een hypotheek met het huis als onderpand) maar een klein deel van de totale kosten die de bank vraagt. (Je betaalt nu via de rente in dertig jaar twee tot drie keer de prijs van je huis.) Met zo’n laag risico moeten er dus ook andere componenten in rente zitten.

Een derde post die vaak wordt aangevoerd om rente te rechtvaardigen is de compensatie voor de verwachte inflatie. Dit vind ik (zegt Henk van Arkel) een cirkelredenering. Rente is immers ook één van de oorzaken van inflatie. Als de geldhoeveelheid onder de heersende rentedruk wel móet groeien met de rente van vorig jaar, dwing je in wezen af dat de toename van de geldhoeveelheid die boven de productie uitstijgt zich in inflatie vertaalt. En dan houdt de rente de inflatie in stand, die de rente weer in stand houdt.

Een ingewikkelder verklaring voor rente is het belonen van mensen die afzien van het gebruik van hun geld nú. Veel economen denken dat mensen hun geld liever nu willen uitgeven, in plaats van de toekomst. Dit argument lijkt me feitelijk niet juist. Ik zie in elk geval heel veel mensen die hun geld niet nu willen uitgeven, maar het willen sparen voor hun oude dag.

Doordat het staatsmonopolie op geld is uitbesteed aan particuliere banken, wordt alles wat banken rente noemen op één hoop gegooid. Daardoor lijkt het alsof die banken daarmee alleen maar hun spaarders beschermen tegen inflatie en reële risicopremies vragen.

Economen hebben hele discussies gevoerd over het idee van rente als premie voor het tijdsvoordeel van geld waarover een lener onmiddellijk kan beschikken. Ooit schafte de Rooms-katholieke kerk het renteverbod gedeeltelijk af, omdat het redelijk werd geacht dat spaarders meeprofiteerden van de waarde die ondernemende burgers met behulp van hun geld wisten te creëren. Deze gedachte is echter nooit beschouwd tegen de achtergrond van een geldmarkt waarop vraag en aanbod met elkaar in evenwicht zijn en de rente dus op de nullijn ligt. In die situatie kun je namelijk niet verwachten dat ondernemers hun geldschieters een groter aandeel van de gemaakte winst geven dan de premie voor het risico dat hun bedrijf failliet gaat. Waarom meer weggeven dan wat je bij de bank moet betalen? Maar dat verandert doordat het monopolie op het scheppen van geld wel tot te hoge rentes en te hoge winsten móet leiden… (Tot zover Henk van Arkel. Wie hierin geïnteresseerd is leze verder in het genoemde boek.)

De machtsverhoudingen staan dus aan de kant van de geldschieters. Daardoor raakt geld ook steeds ongelijker verdeeld, met als gevolg dat de economie de capaciteiten van de armsten niet georganiseerd krijgt. Want hoe gaat dat? Als een rijke man of vrouw geld wil lenen, kan hij of zij dat doen (anno 2019) tegen 3 procent rente. Hij of zij heeft contacten, een ‘overtuigend plan’, wordt vertrouwd, heeft bezit als onderpand; dergelijke punten bepalen de hoogte van de rente. Bij iemand die heel arm is, geldt het tegenovergestelde. Hij of zij kan slechts lenen tegen 20 procent rente. Dezelfde economische logica van rente krijgt bij deze twee uitersten heel ongelijke uitkomsten. Het gevolg is dat de rijke kant van de samenleving doorklimt op de ladder omhoog, terwijl het de arme kant van de samenleving maar niet lukt om uit het dal te komen. Zie beslist ook lenen-betalen.