Zelf veranderen met klimaatbeterschap

JAN VAN ARKEL

Dit is een artikel over hoe mensen zelf een fundamentele verandering in hun leven teweeg brengen. Hoe doen ze dat toch? Dat onderzocht de Amerikaanse psycholoog James Prochaska in de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij schreef er het boek Changing for good (William Morrow, herdruk 2006) over. Op het boek staan drie auteursnamen: James O. Prochaska, John C. Norcross en Carlo C. Diclemente. Het hele boek is geschreven in de ik-vorm, waaruit blijkt dat Prochaska de hoofdauteur is. De mede-auteurs hielpen hem bij zijn onderzoek. Professor Prochaska was directeur van het Cancer Prevention Research Center aan de University of Rhode Island. Zijn bevindingen werden opgepikt door onder andere het National Cancer Institute in de VS en de National Health Service in het VK.

Prochaska gebruikt twee belangrijke begrippen: stadium en proces. Er zijn volgens hem zes stadia van verandering die je dus (als fasen) successievelijk door moet. En er zijn negen processen die al of niet in combinatie kunnen worden toegepast om die stadia door te komen. En die processen kun je dan weer toepassen met tal van technieken. Hoe de processen en stadia zich tot elkaar verhouden staat in figuur 1 in aflevering 12.

Omdat dit een lang artikel is, besluit ik deze eerste aflevering met een overzicht van de indeling ervan:

Ter inleiding: aflevering 2.

De negen processen van verandering in het kort en de technieken: aflevering 3-6

De zes stadia van verandering in het kort: aflevering 7-11

Orde scheppen, mythes en klimaatverandering: aflevering 12-14

Dan is het de beurt aan de toepassing van de combinatie van processen en stadia op zelf veranderen in het algemeen en alvast een beetje in verband met klimaatverandering.

Het stadium van vóor het overwegen: aflevering 15-18

Het stadium van overwegen: aflevering 19-23

Het stadium van voorbereiding: aflevering 24-25

Tussendoor gaan de afleveringen 26 en 27 over de principes van vooruitgang.

Het stadium van actie: aflevering 28-31

Het stadium van instandhouden en slot: aflevering 32-35.

Dit artikel eindigt met klimaatbeleving en de case-study van Jan: aflevering 37-43. Dat dit een man is komt doordat ik daar beter over kan schrijven. Ik ben er nu eenmaal zelf ook een.

Tot slot nog een paar opmerkingen over mijn werkwijze. Allereerst: dit artikel heeft slechts één bron, het boek Changing for good. Er zijn talloze zelfhulpboeken, maar ik heb die brei met rust gelaten. Ik ben ten slotte geen psycholoog. U zult vanzelf zien waarom dat bij dit boek niet hindert: de inhoud berust op de gegevens van de veranderaars zelf, niet op psychologische theorieën. En die inhoud is universeel geldig voor alle zelfverandering. Ik ben wel tamelijk vrij omgegaan met de oorspronkelijke inhoud, omdat ik die heb proberen om te zetten naar ‘afkicken van verkeerd klimaatgedrag’. Daarbij schrijf ik nooit iets wat tegen het boek ingaat. Het laatste blok (36-43) is geheel aan mijn eigen fantasie ontsproten.

In het kader van ‘Weten-doen-hopen’ is dit het eerste artikel op 4eco dat helemaal bij ‘wat kunnen we doen?’ hoort. Omdat het beoogt iets aan de klimaatontwrichting te doen, start het ook geheel uit hoop (niet als dwang, zoals in een reactie op een hongersnood bijvoorbeeld). Die fundamentele kijk uit aflevering 30 van het vijfde artikel van de ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ is natuurlijk wat we hier in dit artikel zelf gaan veranderen.

Het zelf uit de titel slaat er dus op dat je het zelf moet doen én dat je daarbij je ‘zelf’, je eigen ik, verandert. En dan nu over naar het eigenlijke artikel.

Heel veel mensen hebben kans gezien om zelf, op eigen houtje, te stoppen met roken, drinken of om af te vallen. Dat zijn veel meer mensen dan wie het onder begeleiding van artsen, hulpverleners en coaches gelukt is. En als er in het laatste geval al werkelijk hulp werd verleend, bleek dat slechts een steuntje in de rug, of het aangeven van de juiste richting. Veranderen is een prestatie die je zelf levert.

Hoe doen mensen dat eigenlijk? Dat onderzocht de Amerikaanse psycholoog James Prochaska in de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij ontdekte een onderliggende structuur in de manier waarop mensen zichzelf, dus zonder deskundige begeleiding, veranderen. Er bestaat dus een ‘model’ waar iedereen wat aan heeft. Daarvan ga ik in dit artikel een samenvatting geven. Maar voordat ik daarmee begin, stel ik de vraag: waarom op deze website zo nodig schrijven over hoe je van zoiets als je rookverslaving af kan komen? Ik doe dat, omdat ik denk dat die kennis ook geldt voor de velen die hun manier van leven zullen willen gaan veranderen om de klimaatverandering te voorkomen of te trotseren. Of die eenvoudiger willen leven met meer voldoening dan nu. Of om nog een andere sociale reden. Degenen die op dit moment met dit soort gedachten rondlopen, zijn volgens mij een voorhoede van nog veel meer mensen die over een tijdje hun leven zullen willen veranderen. Voor hen kan dit artikel een grote steun zijn.

In het vijfde artikel van de serie ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’ gaat een gedeelte over ‘Deep adaptation’. Deze diepe aanpassing is enerzijds gebaseerd op de stelling dat de klimaatcrisis over tien jaar al een feit zal zijn. Maar ook staat daar een opsomming van allerlei soorten reacties die mensen nu al vertonen (aflevering 23 en 24).* Het idee is dat mensen dit terrein gaan verkennen door middel van klimaatgesprekken, wat mij in het verband van dit artikel doet denken aan AA-praatgroepen, waar alcoholisten die van hun verslaving af willen, elkaar moreel steunen.

Ik zie meteen wel een probleem. De hier besproken ‘zelf-veranderen-benadering’ betreft ‘enkelvoudige’ kwesties: alcoholisme, rookverslaving, obesitas. Terwijl ik dus hoop dat de benadering ook kan helpen om van onze ‘ingewikkelde’ moderne leefwijze af te komen. Ook al kun je bij roken allerlei sociale aspecten aandragen, het is een overzichtelijk vraagstuk. Het is ja of nee, roken of niet roken. Maar wat is het bij ‘klimaatvriendelijk leven’, bij een filosofie van de eenvoud, of bij een animistische natuurbeleving? Hoe richt je je leven dan in?

Je kunt, denk ik, drie groepen onderscheiden met elk hun eigen ‘therapie’. Dat zijn allereerst de mensen die nu nog niet goed beseffen wat het klimaatprobleem inhoudt, hoe het hun leven op zijn kop gaat zetten – dat wil zeggen: de meesten van ons. Hier is het doel het onder ogen zien van de klimaatcrisis, eraan wennen dat hij bestaat, leren wat hij betekent. Wie dit bedenkt, stapt het eerste stadium binnen, dat van vóór het overwegen.

De tweede groep betreft degenen die zich al bekennen tot ‘Deep adaptation’. Zij zijn reeds door het stadium van de eerste groep heen. Zij zijn misschien al aanbeland in het stadium van voorbereiding of dat van actie.

En je hebt ten derde, ook nog de ‘criminelen’ die van de crisis profiteren en die op het ‘rechte pad’ gebracht moeten worden. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de accountants en belastingdeskundigen die met hun expertise de ultrarijken helpen het milieu verder te verstoren.* Dit zijn natuurlijk keurige burgers die zich misschien van geen kwaad bewust zijn.* Er zijn trouwens nog veel meer beroepen waarvoor geen toekomst is. Dit gaat sowieso een catharsis worden, iets waar we doorheen moeten. Dat kunnen we dan beter juist niet individueel doen, maar, zoals hierna zal blijken, we moeten het allemaal toch altijd zélf doen.*

We zijn in ons veranderingsproces zelf de sleutel en kunnen hooguit van buiten gesteund worden.

Ik wil de kwesties uit de inleiding laten rusten om eerst verslag te doen van het werk van Prochaska. Verandering, zo blijkt, komt niet plotseling. Er wordt geen magisch punt gepasseerd. Er is geen cursus of therapie waarna je van je drankprobleem, of van wat voor probleem dan ook, af bent.* Je moet het zelf doen en je moet vaste processen en stadia door. (De processen worden in aflevering 3-6 behandeld, de stadia in aflevering 7-11.) Het is dus zaak te leren waar je zit en de daarbij passende dingen te doen. Er is sprake van negen processen. In deze aflevering de eerste drie:

  1. Bewustwording

Zorgen dat je je ergens van bewust wordt, is het wijdst verbreide veranderingsproces dat er is. Freud zei al dat het oogmerk van de psycho-analyse was om ‘het onbewuste bewust te maken’. Vandaag de dag beginnen bijna alle therapieën ermee je te informeren. Dat moet de kans vergroten dat je intelligente besluiten gaat nemen over je probleem. Bewustmaking beperkt zich echter niet tot het blootleggen van verborgen gedachten of gevoelens. Elke aanvulling op je zelfkennis of je kennis van de aard van je probleem, verhoogt je bewustzijn.

Stel, je probeert af te vallen, maar je weet niet dat je lichaam zich snel aan je dieet kan aanpassen door de verbranding te verlagen – en je valt dus niet of nauwelijks af, terwijl je wel veel minder eet. Dan zal je niet snappen waarom je dieet niet onmiddellijk helpt. Maar als je weet dat dit zo werkt, helpt dat om een betere aanpak te kiezen.

  1. Sociale bevrijding

Alles wat je omgeving je kan bieden om je te helpen bij je pogingen te veranderen, valt onder sociale bevrijding. Voor wie van het roken probeerde af te komen, hielp een rookverbod in openbare ruimtes en cafés. Dat restaurants vegetarische maaltijden op het menu zetten, is een ander voorbeeld. Omdat sociale bevrijding niet vanuit je zelf komt, ervaar je het verschillend al naar gelang het stadium van verandering waarin je zit (verderop dus meer over de stadia). Sommigen probeerden een rookverbod in cafés te voorkomen, anderen zetten zich er juist voor in. Eenieder kan zich natuurlijk hard maken voor aanpassingen in de leefomgeving zodat het voor anderen gemakkelijker wordt om te veranderen. Sociale bevrijding kan ook het zelfvertrouwen van veranderaars steunen. Ze gaan in zichzelf en hun vermogen te veranderen geloven.

  1. Emotioneel wakker schudden

Tal van therapieën proberen je op te schudden, zodat je je bewust wordt van je eigen weerstand tegen verandering. Emotioneel wakker schudden overlapt met bewustwording, maar het werkt op een dieper gevoelsniveau, en het is even belangrijk in de eerste stadia van verandering. Als ‘dramatische ontlading’, of ‘catharsis’, is dit een betekenisvolle, vaak plotseling optredende, emotionele ervaring omtrent het probleem dat speelt. Het is een extreem krachtig proces.

Soms volgt het op een tragedie die iemand meemaakt. Wie bijvoorbeeld meemaakt dat een dronken familielid iemand heeft aangereden, kan daardoor besluiten om zelf te stoppen met drinken. Het is natuurlijk beter dat een doelbewuste therapeutische aanpak je wakker schudt dan zo’n ongeluk van een naaste. Psychodrama is zo’n techniek. Het probeert gebeurtenissen of verhoudingen in een dramatisch licht te stellen. Het doel van al zulke technieken is het bewustzijn te verhogen, diepere gevoelens op te wekken en mensen tot actie aan te zetten.

De meeste zelf-veranderaars zijn op eigen houtje steeds opnieuw het wiel aan het uitvinden.

We gaan verder met de processen van verandering.

4. Eens goed in de spiegel kijken

Dit proces vergt dat je je probleem nog eens goed en met gevoel onder ogen ziet. Dat je bedenkt wat voor iemand je zou kunnen worden als je het probleem overwint. Eens goed in de spiegel kijken laat je zien wanneer en hoe jouw probleem je persoonlijke waarden in de weg zit. Met als gevolg dat je niet alleen dénkt dat je leven flink zou verbeteren zonder je probleem, maar dat je dat echt zo voelt. Hoe zie je jezelf als een gokverslaafde, alcoholist, of iemand die veel te weinig beweegt? Hoe als iemand die teert op de toekomst van zijn of haar kinderen? Hoe denk je dat je wordt als je je gedrag verandert? Wat moet je ervoor opbrengen om die verandering te krijgen – aan tijd, energie, plezier, stress of imago? Wat zijn, alles bij elkaar, de voor- en nadelen van een poging je probleem te overwinnen? Dit zijn de vragen van gevoel en ratio die mensen zichzelf stellen als ze eens goed in de spiegel kijken.

5. Jezelf verplichten

Als je eenmaal besluit te veranderen, accepteer je daarvoor de verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid is de last van de verplichting die je jezelf oplegt. Soms wordt het ‘zelf-bevrijding’ genoemd. Het is de erkenning dat jij de enige bent die in staat is te reageren, voor jezelf te spreken en te handelen.* De eerste stap bij een verplichting is privé. Je vertelt jezelf dat je gaat veranderen. De tweede stap is ermee naar buiten komen. Je vertelt anderen dat je een stevig besluit hebt genomen om te veranderen. Het komt erop neer dat je jezelf op die manier onder druk zet om je aan je programma te houden, omdat, als het veranderen niet lukt, je je zult schamen of schuldig voelen tegenover degenen aan wie je je besluit verteld hebt. Je wilt misschien je besluit voor je houden, zodat anderen het niet merken als het mislukt. Al is dit minder gênant, het verzwakt ook je wilskracht; door ermee naar buiten te komen sta je sterker dan zonder dat te doen.

6. Tegengaan

In het Engels gebruikt men de term ‘countering’ voor het inwisselen van ongezonde reacties voor gezonde. In het Nederlands maak ik er ‘tegengaan’ van. Al ons gedrag is voorwaardelijk: we zijn in sommige omstandigheden meer geneigd ons te overeten dan in andere; om meer te roken dan in andere, om meer te shoppen dan in andere. Die omstandigheden kunnen we verbeteren. Zo is er steeds wel een gezonde activiteit beschikbaar als techniek om te ‘counteren’. Een drugsverslaafde kan gaan joggen als hij of zij de neiging voelt opkomen om high te worden. Iemand die gauw dik wordt kan beter het gezelschap van anderen zoeken dan thuis op de bank gaan hangen. De kunst is om de activiteit te bepalen die bij jouw gedrag past.

En nu de laatste drie veranderingsprocessen.

7. Controle over de omstandigheden verkrijgen

Net als bij tegengaan is het verkrijgen van controle over de omstandigheden actiegericht. Alleen richt je je hierbij niet op je innerlijk maar op de omgeving. Die probeer je aan te passen zodat je de oorzaak van de problemen, de trigger ervan, vermindert. (Technisch gesproken past tegengaan – proces 6 – de reacties van een individu op bepaalde stimuli aan, terwijl controle over de omstandigheden de stimuli beheersbaar maakt.) We kunnen hier denken aan: alcohol of sigaretten het huis uit doen, of een bordje NIET ROKEN op de deur van de koelkast hangen.

8. Beloningen

Straffen en belonen zijn twee kanten van de dezelfde medaille. Je kunt verkeerd gedrag bestraffen of goed gedrag belonen. Straffen zou dan een therapeut moeten doen, wat een kwalijke kant voor de onderlinge verhouding meebrengt. Het onderdrukt het problematisch gedrag wel (voor een tijdje), maar brengt geen verandering teweeg die beklijft. Straf werkt trouwens zelden bij mensen die zichzelf met succes weten te veranderen.

Beloningen daarentegen, zijn wel vaak met succes toegepast om gedragsverandering te bewerkstelligen. Jezelf een schouderklopje geven is er een simpel voorbeeld van. Een cadeautje kan ook. Je stelt jezelf een bepaald doel en als je dat bereikt, beloon je jezelf met iets leuks dat je koopt (met het geld dat je hebt uitgespaard) of met iets immaterieels. Je kunt er ook anderen bijhalen. Je familie kan je bedelven onder complimentjes als je een bepaald aantal kilo’s bent afgevallen; of je wint een weddenschap met een vriend als het je lukt te stoppen met roken. Als je heel erg calvinistisch bent, ben je misschien niet zo voor het belonen van het opgeven van slecht gedrag. Je vindt dan dat je zulk gedrag toch al niet zou moeten hebben. Zo’n houding is jammer, want je ontzegt je een aansporing om het goede pad op te gaan.

9. Helpende relaties

De term ‘jezelf veranderen’ slaat natuurlijk op jouw eigen pogingen om je gedrag te veranderen, zonder professionele begeleiding. Waar het niet op slaat is dat je zorg, steun of andere vormen van hulp weigert. Het ‘zelf doen’ is niet hetzelfde als het ‘alleen doen’. In de hele cyclus van verandering kun je anderen inschakelen om je te helpen. Ook al kunnen we niet precies bepalen hoe onze vrienden en familie zich tegenover ons gedragen, we kunnen hen zeker om steun vragen. Dat is wat Prochaska bedoelt met het ‘inschakelen’ of ‘ontlokken’ van helpende relaties.

Helpende relaties zijn voor veranderaars van levensbelang. Tot wie je je ook richt, de helpende relatie biedt steun, zorg, begrip en acceptatie. Helaas zijn veel mensen niet heel goed in het bieden van zelfs de eenvoudigste hulp, zoals luisteren en reflecteren. Helpen is niet altijd gemakkelijk. Velen van ons hebben er moeite mee als onze geliefde naasten in de emotionele stress zitten. Maar omdat helpende relaties van zulk groot belang zijn voor zelfveranderaars, zullen we er verderop nog flink wat aandacht aan besteden.

Hiermee is het overzicht van processen compleet. We moeten ze niet verwarren met technieken.

De hiervoor behandelde negen processen van verandering moeten we niet verwarren met technieken van verandering. Ieder proces omvat een brede strategie die tal van technieken kan benutten. Er bestaan tientallen, zelfs honderden technieken die geschikt zijn voor ieder proces. Zo telde Prochaska bij een groep zelfveranderaars die van het roken probeerden af te komen, het gebruik van meer dan 130 verschillende technieken.

De volgende anekdote maakt het verschil misschien duidelijk. Een groep bediscussieerde manieren om de neiging om teveel te eten te onderdrukken. Een oudere dame zei dat wanneer ze serieus piano ging spelen, ze de verleiding vergat. Een jonge man meldde dat hij ging rennen om zijn drang te onderdrukken. Daarop stond een vrouw van middelbare leeftijd op, die uitriep ‘En wat moet ìk dan doen? Ik kan geen piano spelen en ook niet joggen.’ Zij verwarde de twee technieken – piano spelen en joggen – met het erbij horende proces ‘tegengaan’. Nou is ‘tegengaan’ zo’n beetje het breedste veranderingsproces en daardoor hoort er een eindeloze rij van technieken bij: relaxen, studeren, tuinieren, wandelen, werken, zwemmen, enzovoort.

Het aantal veranderingsprocessen is daarentegen heel beperkt. Er zijn er misschien nog een paar, maar de negen die hier zijn besproken, zijn de meest voorkomende en krachtigste manieren om verandering aan te pakken die zowel door zelfveranderaars als therapeuten gebruikt worden. Om je als zelfveranderaar de beste kansen te geven is het goed als er per veranderingsproces meerdere technieken klaar staan die bij jou passen. Uit onderzoek blijkt dat mensen graag wat te kiezen hebben. In feite is het: hoe meer keuze in technieken, hoe groter de kans dat het veranderen lukt. Je motivatie om te veranderen wordt er groter van, je betrokkenheid ook, en je wordt beter in staat om jezelf van jouw probleem af te helpen.

Alle processen zijn terug te voeren op de heel verschillende systemen van de psychotherapie. Een zwakte van veel therapieën is dat ze berusten op de toepassing van slechts twee of drie technieken per proces en de cliënten geen adequate alternatieven bieden. Terwijl zoveel meer methoden op ieder veranderingsproces effectief blijken te kunnen worden toegepast en individuen die het gevoel hebben dat ze zelf, autonoom, hun leven veranderen dan veel meer kans op succes hebben, dan wanneer hen een beperkte keuze wordt aangeboden.

Zodra Prochaska dit voor zichzelf op een rijtje had, wilde hij weten hoe dat speelde in de inspanningen van de zelfveranderaars zonder professionele hulp. Deden zij dingen die helemaal los stonden van de processen die ontwikkeld waren door psychologen? Of gebruikten ze juist dezelfde processen?

Daarom ging hij op onderzoek uit en bepaalde tenslotte bij wel 30.000 mensen hoe hun veranderingsproces verliep. Het resultaat was verrassend.

Mijn onderzoek, schrijft Prochaska, richtte zich aanvankelijk op hóe mensen veranderen. Ik probeerde uit te vinden met welke hulpmiddelen ze hun beoogde verandering probeerden te bereiken. Maar tot mijn verwondering ontdekte ik dat succesvolle zelfveranderaars deze hulpmiddelen slechts op specifieke momenten gebruikten. Ze kozen al naar gelang de situatie steeds een ander, passend middel. En dat deden anderen ook op dezelfde specifieke momenten, steeds opnieuw, wat hun probleem ook was. Prochaska noemt deze momenten de ‘stadia van verandering’.

De veranderaars vinden vaak niet meteen de oplossing. Er komt uitzoekwerk aan te pas. En zo komen ze stap voor stap een stadium verder. Elke keer is er een voorspelbaar, duidelijk omschreven stadium dat gedurende een bepaalde tijd plaatsvindt en een serie taken vergt die uitgevoerd moeten worden, voordat de stap naar het volgende stadium gezet kan worden. Elk stadium hoeft niet onvermijdelijk naar het volgende leiden – je kunt ergens vast komen te zitten. Maar met het begrijpen van deze stadia en de processen die daarbinnen het meest bruikbaar zijn, kun je wel controle krijgen over de veranderingscyclus en er sneller en efficiënter doorheen gaan, met minder ellende. (Lees de laatste zin nog eens; hij is belangrijk.)

Er zijn zes, precies omschreven stadia van verandering:

  • Het stadium vóór het overwegen
  • Het stadium van het overwegen
  • Het stadium van de voorbereiding
  • Het stadium van de actie
  • Het stadium van het instandhouden
  • Het stadium van het afronden

Ook als dit artikel je door slechts één stadium weet te loodsen, zal dit je kans op het effectief aanpakken van je probleem al enorm verbeteren. Weten in welk stadium je zit is een sleutel tot succesvol veranderen. Steeds weer blijkt dat er mensen zijn die proberen verandering te bewerkstelligen waar ze nog niet aan toe zijn. Zij bezorgen zichzelf daarmee een mislukking. Maar net zo goed geldt dat je niet bezig moet blijven met een stadium dat je al overwonnen hebt – zoals inzien wat je probleem is. Dan krijg je misschien eeuwigdurend uitstelgedrag. Door het samenbrengen van je uitdagingen met het stadium waarin je zit, maak je je probleemoplossende inspanningen zo groot mogelijk.

Ook al begint bijna elke verandering met het stadium van vóór het overwegen, slechts de meest succesvolle veranderaar komt tot het stadium van het afronden. De meeste succesvolle zelfveranderaars volgen bij elk probleem dezelfde route. Als je verschillende problemen tegelijk hebt, kun je per probleem wel in verschillende stadia zitten. Maar steeds geldt: je kunt stadia niet overslaan.

We gaan nu over tot het kort beschrijven van de zes verschillende stadia. Daarna volgt een uitgebreide versie in combinatie met de negen processen.

De schrijver G.K. Chesterton had het misschien wel over de mensen in het stadium van vóór het overwegen toen hij schreef ‘Het is niet zozeer dat ze niet kunnen zien wat de oplossing is. Ze kunnen niet zien wat het probleem is.’ Mensen in dit stadium zijn gewoonlijk helemaal niet van plan om iets aan hun gedrag te doen. Ze kenmerken zich doordat ze ontkennen een probleem te hebben. Ook al ziet hun omgeving – familie, vrienden, buren, dokters of collega’s op het werk – het probleem maar al te goed, degene in het stadium van vóór het overwegen doet dat niet.

De meeste mensen in dit stadium willen zichzelf helemaal niet veranderen; dat willen de mensen om hen heen. Als ze al naar therapie gaan, doen ze dat onder druk van anderen – een partner die dreigt met scheiding, een baas die dreigt met ontslag, ouders die dreigen je te onterven, of rechters die dreigen met straf. Hun focus is dan ook van: hoe krijg ik het voor elkaar dat ze me niet meer lastig vallen? Zonder de druk van buiten vervallen ze snel weer in hun oude patroon.

Mensen in het stadium van vóór het overwegen weerstaan, kortom, verandering. Ze willen er niet over praten, sluiten zich af voor nieuwe informatie. Ze wentelen zich met genoegen in onwetendheid. Ze ontkennen het probleem of geven andere oorzaken er de schuld van: ‘hun genetische aanleg’; ‘ze zijn nu eenmaal verslaafd’; ‘het komt door de familie, de maatschappij of het ‘lot’’ – allemaal zaken waar zij niet over gaan.

Ze zijn ook vaak gedemoraliseerd. Ze willen niet over hun probleem nadenken, er niet over praten en er niet over lezen. Hun toestand is immers hopeloos. Er zit een zekere troost in het inzien dat gedemoraliseerd zijn een natuurlijk gevoel is dat hoort bij het stadium van vóór het overwegen – èn dat als je bedenkt dat, als je jezelf systematisch door de veranderingsstadia weet te krijgen, je jezelf kúnt veranderen. Veel professionele hulpverleners vertellen ons, zegt Prochaska, dat het helpen om de gevoelde demoralisatie tegen te gaan, een van de mooie kenmerken van ons programma is.

Het helpen van mensen die geen intentie hebben te veranderen blijft een paradox, waarbij de sleutel ligt in de benadering. Zelfs mensen in het stadium van vóór het overwegen schuiven op naar verandering als ze op de juiste momenten de juiste hulpmiddelen aangereikt krijgen.

Het zou best kunnen dat jij in het stadium van vóór het overwegen zit op tenminste één vorm van gedrag dat jou er onder houdt of je beschadigt.

‘Ik wou dat ik niet zo vast zat.’ Deze woorden zijn kenmerkend voor ‘overwegers’. In het stadium van overwegen erkennen mensen dat ze een probleem hebben en beginnen ze serieus na te denken over een oplossing. Overwegers worstelen ermee hun probleem te doorzien, de oorzaken te leren kennen, en hoe ze het zouden kunnen oplossen. Veel overwegers blíjven maar plannen maken over wat ze in het komende half jaar eraan gaan doen. Ze zijn echter vaak helemaal nog niet zo ver dat ze zich ergens toe willen verplichten.

Ze lijken op de voetganger die de weg vroeg en na uitleg de andere kant op liep. Op de opmerking ‘Hé, je loopt de verkeerde kant op’, kwam dan het antwoord: ‘Dat weet ik wel, maar ik ben er nog niet aan toe om de goede kant op te lopen’.

Zo gaat het vaak: je weet wat je wilt bereiken en kent zelfs de weg ernaartoe, maar je bent er nog niet klaar voor. Mensen kunnen heel lang in het stadium van overwegen blijven steken. Bij mensen die willen stoppen met roken kan het gerust twee jaar duren voor ze actie ondernemen.

Het is dus heel gewoon dat overwegers jarenlang tegen zichzelf blijven zeggen dat ze ooit aan verandering gaan beginnen. Angst voor mislukking kan ze bezig laten blijven om hun probleem nóg beter te leren begrijpen, of een nóg betere aanpak te vinden. Dit uitstelgedrag kan zelfs eeuwig doorgaan, zoals bij een 37-jarige gegevensanaliste bij een verzekeringsmaatschappij die erover dacht met roken te stoppen. In haar werk zag ze de gevolgen voor zware rokers, zoals zijzelf, voortdurend voorbij komen. Maar ze wist ook dat het de meerderheid van de rokers met de programma’s die ze volgden niet lukte om ervan af te komen. Ze blééf de nieuwste boeken en artikelen over dit onderwerp lezen, terwijl ze zichzelf voorhield dat ze zou beginnen zodra het perfecte programma was ontwikkeld. (Het kunnen trouwens ook behandelaars zijn die een cliënt niet verder helpen. Koppel een therapeut die van overwegen houdt aan een cliënt die dat ook doet, en de therapie kan eindeloos doorgaan.)

Mensen die almaar blijven denken in de plaats van actie ondernemen, noemen we chronische overwegers. Als overwegers de overgang naar het stadium van de voorbereiding maken, wordt hun denken door twee veranderingen gekenmerkt. Ten eerste beginnen ze zich op de oplossing te richten in plaats van op het probleem. En daarbij beginnen ze over de toekomst na te denken in plaats van over het verleden.

Het einde van het stadium van overwegen is vervuld van verwachting, activiteit, angst en opwinding.

De meeste mensen in het stadium van de voorbereiding zijn van plan ‘in de komende maand’ tot actie over te gaan. Ze treffen de laatste voorbereidingen om aan het veranderen van hun gedrag te beginnen. Een belangrijke stap hierbij is dit bekend te maken, bijvoorbeeld door te zeggen ‘Ik ga vanaf maandag afvallen’. Maar ook al hebben degenen in het stadium van de voorbereiding zich op deze manier verbonden aan actie, en kunnen ze er geheel klaar voor lijken, in werkelijkheid kunnen ze nog best in dubio zitten. Ze moeten zichzelf er nog steeds van overtuigen dat nú actie ondernemen echt het beste voor ze is.

Het is nodig en ter zake om op het laatst resoluut te zijn. Mensen in voorbereiding hebben waarschijnlijk al een aantal kleine stappen gezet, zoals wat minder sigaretten roken of hun ingenomen calorieën bijhouden. Het bewustzijn is hoog, de verwachting is voelbaar. Mensen die dit stadium inkorten en bijvoorbeeld op een goede morgen besluiten om in één klap met roken te stoppen, verlagen hun kans op uiteindelijk succes. Het is beter de tijd te nemen om zich goed voor te bereiden, een stevig en gedetailleerd actieplan op te stellen en je ervan te overtuigen dat je al hebt begrepen dat je nog door het stadium van actie en dat van in stand houden heen moet, om tenslotte bij afronden uit te komen.

Na de voorbereiding volgt het stadium van de actie. Daarin wordt openlijk veranderd: de sigaretten gaan het huis uit, net als de sterke drank, of angsten worden bestreden. Nu wordt er gedaan waar de voorbereiding toe diende. Actie vraagt veel tijd en energie. Anderen zien nu ook veel beter waar je mee bezig was. Het gevaar ligt op de loer dat actie wordt verward met verandering; ook begeleiders maken die fout. Niet alleen wordt het noodzakelijke werk dat je op de actie voorbereid genegeerd, ook de even belangrijke (en vaak nog uitdagender) inspanningen voor de verandering die de actie meebrengt, krijgen te weinig aandacht.

Soms heeft dat het verschrikkelijke gevolg dat het in de stadia voor de actie aan aanmoediging ontbreekt, maar ook erna. De steun brokkelt af in de fase dat de veranderaars die het hardst nodig hebben, bij het overwegen, de voorbereiding en na de actie. Begeleiders die verandering gelijkstellen aan actie zijn met hun programma’s dan ook vaak teleurgesteld door het gebrek aan succes en de grote uitval. Ze vergeten dat elk stadium waarin mensen zitten een heel verschillend programma vergt. Succesvolle programma’s voor mensen in het stadium van vóór het overwegen zijn heel anders dan die voor mensen in het actiestadium.

Bedenk dat het actiestadium niet de enige tijd is dat je vooruitgang boekt bij het overwinnen van je probleem. Al is het aanpassen van je gedrag de meest zichtbare vorm van verandering, het is zeker niet de enige. Je kunt behalve je gedrag ook je niveau van bewustzijn, je emoties, je zelfbeeld, je denken en nog meer veranderen. Dat gebeurt allemaal in de stadia van voor de actie.

Trouwens, elke overgang naar een volgend stadium van verandering vertegenwoordigt een aanzienlijke stap voorwaarts. Als je – na jaren je probleem te hebben ontlopen – bewust begint te erkennen dat je het hebt, en serieus begint te overwegen om het te veranderen, is de overgang van het stadium van vóór het overwegen naar overwegen niet minder belangrijk dan de overgang van het stadium van voorbereiding naar actie.

Actie, hoe belangrijk ook, is niet de eerste noch de laatste halte in de cyclus van verandering.

Elk stadium kent zijn eigen, grote uitdagingen, en het stadium van het in stand houden is daarop geen uitzondering. Want in dit stadium moet je ervoor zorgen dat je de winst van het actiestadium en van de stadia daarvoor vasthoudt, moet je vechten tegen momenten van zwakte en tegen terugval. Verandering eindigt nooit bij actie. De traditionele therapie mag dan ‘in stand houden’ als een statisch stadium zien, het is in werkelijkheid een essentiële voortzetting die tenminste zes maanden kan duren, maar ook de rest van je leven.

Wie zich niet stevig committeert aan in stand houden zal zeker een terugval meemaken, naar het stadium van het overwegen of zelfs naar het stadium dáárvoor. Zo was er een 39-jarige, alleenstaande moeder die na jaren van overdadig alcohol- en marihuanagebruik al een jaar zonder was. Ze wist dat ze zo weer terug kon vallen. Dus leidde ze zichzelf af als ze in de put zat en zin kreeg om te drinken. Haar instandhouden was actief en slim. Zij hield vol.

Een andere, pas afgekickte drinker echter bewaarde een fles in de la van zijn bureau om ‘hem eraan te herinneren’ zo zei hij, en om ‘zijn wilskracht te testen’. Het duurde natuurlijk niet lang voordat die wilskracht het begaf onder de verleiding.

Programma’s die gemakkelijke ‘verandering’ beloven – met een dieet-van-zoveel-dagen bijvoorbeeld – vergeten gewoonlijk dat in stand houden een lang, onophoudelijk proces is. Miljoenen mensen zijn door dieetprogramma’s in korte tijd vele kilo’s kwijtgeraakt, maar kwamen na een paar maanden alweer op hun oude gewicht terug. Hier geldt de mop: ‘Het is gemakkelijk om af te vallen. Ik begon op 80 kilo en ben in de afgelopen vier jaar 85 kilo afgevallen.’ Dat het niet lukt om de winst van het actiestadium vast te houden is typisch voor mensen die voor een snel programma kiezen waarin zij het stadium van het in stand houden negeren.

Na het stadium van het in stand houden volgt het stadium van het afronden. Dit is het ultieme doel voor alle veranderaars. Nu is je vroegere verslaving of probleem geen verleiding en bedreiging meer. Je oude gedrag zal niet terugkomen en je hebt er alle vertrouwen in dat dat zo blijft. Nu hoef je je niet meer in te spannen om angst te bezweren of terugval te voorkomen. Je hebt de cyclus van verandering doorlopen en bent als winnaar uit de strijd gekomen.

Experts voeren onderling een levendig debat over afronden. Sommige denken dat bepaalde problemen niet afgerond kúnnen worden, hooguit beheerst door een in stand houden dat langzaamaan minder inspanning vergt. Je kunt roken zeker beëindigen. Er zijn gewezen zware rokers die absoluut geen verleiding meer voelen. Maar er zijn ook mensen die vijftien jaar nadat ze stopten met roken nog steeds naar een sigaret snakken.

Het is in elk geval zo dat bijna niemand alle stadia in één keer doorloopt en dat daarmee de kous af is. Terugval is normaal. De meesten moeten diverse keren door de stadia heen. Dat hoeft dus niemand te ontmoedigen, want het is normaal. Zit er niet te erg over in. Het is gewoon voor iedereen hard werken en volhouden.

Het lijkt misschien dat je in kringetjes ronddraait, maar in werkelijkheid kom je steeds een stapje verder.

We hebben nu gezien dat er negen veranderingsprocessen zijn, met heel veel bijbehorende technieken, en zes stadia van verandering. James Prochaska onderscheidde zich van andere wetenschappers door zonder vooropgezet schema tienduizenden zelfveranderaars vragenlijsten te laten invullen om te kijken of er patronen te ontdekken waren. Hij vertelt hoe de verzamelde gegevens lange tijd een rommeltje leken. Er was geen verband te zien tussen de processen en de stadia. Totdat hij bedacht dat de gegevens van mensen die het gelukt was te veranderen en die dat niet gelukt was, hier dwars door elkaar zaten. Maar mislukken was niet het uitgangspunt van zijn onderzoek geweest. En toen hij de cijfers van alleen de succesvolle veranderaars analyseerde, kwam er wel een duidelijk patroon tevoorschijn.

Zoals hij zelf met de nodige voorzichtigheid zegt: empirici onder de wetenschappers zouden eraan vasthouden dat ik relaties ontdekte die inherent in de gegevens zaten; terwijl constructivisten zouden beweren dat ik de patronen zelf schiep en ze bovenop de gegevens heb gelegd. Maar Prochaska besloot dat het, of het nu ontdekt of geconstrueerd was, geen verschil maakte. Als het patroon in de praktijk stand houdt met betrekking tot een breed scala van gegevens over allerlei zelfveranderaars, en dat bleek hier het geval, dan kan het toch niet schelen waar het patroon vandaan komt? Het bewijst zijn nut in de praktijk; en daar gaat het om.

Zelfveranderaars hebben zich sowieso nooit wat aangetrokken van strikt theoretische of filosofische argumenten. Ze hebben de dingen gewoon uitgeprobeerd en zijn opmerkelijk effectief geweest om ze allemaal uit te vinden en toe te passen. Het blijkt dat de stadia en de processen van verandering in één schema te vangen zijn. Dat is weergegeven in figuur 1.

Figuur 1: Hoe de processen en stadia van verandering het beste combineren.

We zien dat voor-overwegers sterk leunen op bewustwording, net als op sociale bevrijding. Emotioneel wakker schudden en eens goed in de spiegel kijken begint pas in het stadium van overwegen en wordt heel belangrijk om de overgang naar het stadium van de voorbereiding te maken. Enzovoort. Het schema laat het zien. Zo wordt elk stadium het beste ondersteund door bepaalde processen. We hebben hiermee een veldgids voor iedereen die wil veranderen, met of zonder professionele hulp. Weet iemand eenmaal in welk stadium hij of zij verkeert, dan is het tijd om de bijbehorende processen van vooruitgang door te maken op weg naar het volgende stadium.

De eenvoud van dit model – het feit dat het van toepassing is voor allerlei verschillende vormen van verandering – werd aanvankelijk als een zwakte beschouwd. Dit kon bijna niet waar zijn. Maar het gebruik ervan in tal van omstandigheden heeft de werkzaamheid ervan bewezen. Zodat het officieel in gebruik genomen werd door uiteenlopende Amerikaanse nationale instellingen als tegen alcoholisme, voor ziektebeheersing (denk aan AIDS) en kankerbestrijding.*

Uit onderzoek blijkt dat het aanpakken van meerdere problemen tegelijk misschien een versterkend onderling effect heeft. Dat klinkt als een steun bij ons probleem dat we in het aanschijn van de klimaatcrisis zo ongeveer onze hele levenswijze moeten aanpassen.

Efficiënte zelfverandering berust er dus op om de juiste dingen te doen op de juiste ogenblikken. Dingen kunnen in het ene stadium perfect werken maar in een ander werken ze juist averechts.*

Zelfveranderaars zien vaak goed in welk stadium van verandering ze zitten, maar hebben, zonder begeleiding, soms moeite om te bepalen welke processen ze daarbij dienen te gebruiken. Zo kan een vaag idee over wilskracht je perspectief op zelfverandering overheersen.

Zelfverandering is een verstandige en krachtige investering van energie. Als we redelijke en positieve verwachtingen aan de veranderingscyclus weten te koppelen, nemen onze kansen op succes toe. Om te beginnen moeten we de mythes die er rond veranderen hangen maar eens uit de weg ruimen.

De eerste is de mythe dat zelfveranderen eenvoudig gaat. Zelfveranderen gaat níet eenvoudig. Was het maar een eitje, dan zouden we niet ontmoedigd raken door onze laatste mislukkingen. Die doen ons misschien geloven dat we onszelf gewoonweg niet kúnnen veranderen.* Maar bedenk dat, als je eenmaal overweegt om met roken of drinken te stoppen, af te vallen, of te bestrijden waar je maar bang voor bent, en eraan gaat werken, je opties vanzelf helder worden.

De tweede mythe is dat het een kwestie van wilskracht is. Vraag je succesvolle zelfveranderaars hoe het ze gelukt is, dan krijg je steevast als antwoord: ‘wilskracht’. Navraag maakt duidelijk dat men twee soorten wilskracht onderscheidt. De eerste is technisch: een geloof in onze capaciteiten om ons gedrag te veranderen en het besluit om op basis daarvan te handelen. De tweede definitie is dat alles onder de term wilskracht valt, elke techniek, elke inspanning die je maar kunt bedenken om verandering teweeg te brengen. Zo bezien is wilskracht zeker nodig, maar het is dan wel een klassiek geval van cirkelredenering. Zelfveranderaars gebruiken wel degelijk wilskracht, in de ware zin van het woord, maar het is slechts één van de negen veranderingsprocessen: het is het proces van ‘jezelf verplichten’.*

Mythe nummer drie luidt: ‘Ik heb alles geprobeerd en niets helpt’. Naarmate je meer te weten komt over de veranderingsprocessen – de activiteiten die ons helpen om de veranderingsprocessen te begrijpen – kun je zeggen: ‘oh, dat heb ik al geprobeerd’. Maar het gaat er niet om of je een bepaald proces al een keer gebruikt hebt, het gaat erom of je het vaak genoeg hebt gedaan en op de juiste momenten.*

De vierde mythe tenslotte stelt dat mensen nu eenmaal niet te veranderen zijn. Die mythe wordt eenvoudig ontkracht door ons onderzoek, zegt Prochaska. ‘We hebben duizenden succesvolle zelfveranderaars onderzocht.’ Ze zijn er gewoon.*

Het gaat er dus om te beginnen om te bepalen in welk stadium je zit. Misschien denk je dat je dat wel weet, maar wees daar niet te zeker van. Een grondige beoordeling van jezelf is van belang om precies goed te zitten. Hoe vroeger het stadium is waar je in zit, hoe langer het zal duren om uiteindelijk succes te hebben. Het is nu eenmaal zo dat je de verschillende stadia allemaal door moet en dat elk tijd kost.

Prochaska concludeert dat veel zelfveranderaars succes zullen hebben als ze zijn advies opvolgen, maar dat dat niet bij iedereen zal lukken. Zelfhulpteksten als dit artikel hebben hun beperkingen. Je kunt ook een gebrek hebben waar je zelf niets aan kunt doen.

In aflevering 17 van het vijfde klimaatartikel volgde ik de boodschap van het boek van Jaap Tielbeke: ‘Een beter milieu begint niet bij jezelf’: het moet wat betreft het klimaat in de eerste plaats van de overheid komen, louter de burger aanspreken helpt niet. Om meteen erna, in aflevering 18, Jem Bendell te volgen met de boodschap dat de klimaatcrisis er gewoon gaat komen zonder dat de overheid intussen daadkracht vertoont. Maar ook als de overheid nú het roer omgooit en vol aan het bestrijden van de klimaatcrisis gaat werken, blijven er twee feiten overeind. Ten eerste dat de klimaatcrisis al niet meer te voorkomen is – het wordt een kwestie van hoe erg het gaat worden. En ten tweede, dat we daarom sowieso onze eigen levenswijze drastisch zullen moeten aanpassen. We zullen ons allerlei dingen moeten gaan ontzeggen die we nu vanzelfsprekend vinden. Iedereen denkt daarbij natuurlijk aan vliegreizen die we misschien moeten minderen, aan meer thuiswerken, energiebesparingsmaatregelen, of aan zonne-energie. Ik stelde in aflevering 16 ook de vraag ‘Wat gebeurt er echt?’ Daar bleek dat we, mondiaal gezien, nog helemaal in de verkeerde mindset zitten.

Oftewel – om naar het thema van dit artikel terug te keren – de overheid moet veranderen èn wij moeten zelf veranderen. Het boek van Tielbeke snijdt de kwestie aan van allerlei pogingen om de overheid te laten veranderen, met een weinig hoopgevend beeld trouwens. Maar omdat het hier om zelf veranderen gaat, beperk ik me in dit artikel tot het individueel veranderen – al of niet in groepsverband (klimaatgesprekken) – want het valt dus niet te ontlopen, hoe wáár de boodschap dat ‘een beter milieu niet bij jezelf begint’ ook is. Of het nu bij de overheid begint of niet, we moeten hoe dan ook van levenswijze veranderen – om de crisis te verzachten of ten gevolge van de uitbarsting ervan. Dat is aan ons. En dan moeten we door de stadia en processen heen die Prochaska voor ons gevonden heeft.

Dat begint dus bij de fase van ‘vóór het overwegen’, direct al een moeilijk begin. Want de meesten van ons zien het probleem niet zo. En dat betekent dat er nog niets overwogen wordt. Het is waar dat je tegenwoordig zo nu en dan leest dat mensen hun ‘foute’ baan opzeggen om met betrekking tot de toekomst het ‘goede’ te gaan doen – maar het zijn er zeer weinig. Zíj zijn al in het stadium van actie en in stand houden. Ze kunnen anderen als voorbeeld dienen. Daarom is het niet alleen belangrijk dat ze er zijn om het door henzelf gestelde doel te bereiken, maar ook om anderen de stadia van het overwegen tot actie in te leiden.

Het is de meesten van ons ook al niet duidelijk wat dat veranderen dan moet inhouden. Ja, zonnepanelen op het dak is goed doorgedrongen, maar dat reisje naar de zon hebben we toch echt nodig en moeten we dat dan opgeven? De context ontbreekt. Laten we hier ter wille van dit onderzoek naar zelf veranderen in verband met de klimaatcrisis er nu eens in praktische zin voor kiezen: dat vliegen voortaan taboe is; dat je nooit meer auto rijdt als het fietsend ook kan en je je patroon van autorijden heel kritisch bekijkt; èn dat je ook op één ander vlak drastisch snijdt: in je vleesconsumptie, of in je shoppen, of in je energieverbruik in huis (en dat je zuinig wordt in het algemeen) of, tenslotte, dat je kritisch bekijkt of het werk dat je doet het klimaat niet schaadt (dat zal meestal op een indirecte manier gebeuren) en of je er wel vrede mee hebt om dat werk te blijven doen (in het licht van wat er over tien jaar aan expertise nodig is – misschien niet meer die van jou). Kunnen we onszelf op dit soort punten veranderen? En wat komt daar dan bij kijken? Dat zou ik graag willen weten. Maar kan ik die vraag ook beantwoorden? Ik wil een poging wagen met de hulp van Prochaska.

Houdt deze vragen voor jezelf in gedachten als het in het vervolg soms juist over roken of drinken gaat.

We volgen hierna nogmaals, uitgebreider, alle behandelde stadia zoals veranderaars ze doorworstelen, nu met behulp van de verschillende processen.

Wij zijn net als mensen die zich steeds verder in de schulden steken (alleen dan tegenover de nieuwste en volgende generaties). De aanmaningen laten we liever ongeopend op de mat liggen. Het maakt ons misschien ongedurig, maar we zijn niet geneigd ons leven te veranderen. Aan hulp van anderen hebben we geen behoefte. We ontkennen gewoon dat we een probleem hebben. Liever blijven we in het stadium van vóór het overwegen hangen. Dat voelt veilig aan. Het kost geen tijd, we hoeven ons niet schuldig te voelen. Èn we voelen geen druk vanuit onze omgeving. Je hoeft maar een paar keer weg te kijken en je bent er weer vanaf.

Zoals Prochaska zegt: De ironie is dat de meeste mensen zonder de hulp van anderen in het stadium van vóór het overwegen blijven steken. In elk stadium van verandering is de vraag niet óf er hulp moet worden aangeboden, maar welk type het beste is; behalve bij mensen in het stadium van vóór het overwegen. Daar is de vraag vaak of hulp eigenlijk wel mogelijk is.

Je kunt jezelf drie vragen stellen:

  1. Stel je je gedrag ter discussie? Zeg je: bemoei je met je eigen zaken, of waardeer je de bezorgdheid van anderen? Mensen in het stadium van (ver) vóór het overwegen worden niet gauw defensief, want ze zien bij hun omgeving eerder de bezorgdheid dan de bemoeizucht.
  2. Ben je goed op de hoogte van het effect van je gedrag? Hier is het allereerst de vraag of mensen überhaupt een idee van het probleem hebben, maar vervolgens ook of ze zich wel wíllen informeren, of dat ze gauw wegzappen als het over het klimaat gaat. (Wie dat niet doet is al bezig een overweger te worden.)
  3. Ben je bereid de verantwoordelijkheid op je te nemen voor de gevolgen van je gedrag? Mensen in het stadium van vóór het overwegen, die roken of drinken, zijn ongemakkelijk bij de gedachte wat de gevolgen ervan zijn, want ze hebben daar wel een idee bij. Maar bij het klimaat zijn die gevolgen minder helder. Wat zou er op kortere of langere termijn dan wel kunnen gebeuren? Zouden zíj daarvan het slachtoffer zijn? Wat nou, hongersnood of droogte – de schappen liggen toch vol? Mensen met deze gevoelens zijn echt nog niet toe aan het nemen van verantwoordelijkheid.

Wie deze vragen met nee beantwoordt, zit nog in het stadium van vóór het overwegen. Maar zodra we ons ervan bewust worden dat we met nee antwoorden, zetten we de eerste stap naar overwegen. Dan gaan we het probleem ontkennen en bagatelliseren.* ‘Die berichtgeving klopt niet.’ ‘Zo’n vaart loopt het niet met die klimaatverandering.’ En ‘Als ik er straks wat van merk, kan ik mijn leven altijd nog aanpassen.’ We gaan ook ons gedrag vergoelijken. Dan geven we er plausibele verklaringen voor. ‘Mijn rol is zo minimaal, dat wat ik doe niets uitmaakt.’ ‘Ik moet nu eenmaal mijn portie zon hebben in de winter.’ Of we gaan ergens anders in de aanval om onze eigen gevoelens te maskeren. Want aanval is de beste verdediging. ‘Het gedrag van de Amerikanen (of de Chinezen) is veel erger.’ Of ‘Het komt door de overbevolking.’ Tenslotte kun je ook juist jezelf de schuld geven. ‘Ik ben niets waard, ik kan gewoon niet veranderen.’

Valt hier nog wel iets aan te doen? Het vergt bewustwording, het eerste proces.