De vooruitziende blik

JAN VAN ARKEL
Inleiding bij de website

Caspar David Friedrich (1774-1840), Morning in the Mountains * 1822, Hermitage

mistige weg
.

Stel u voor, het is ’s avonds laat en u raast in uw auto in dichte mist over een stille weg.* Uw koplampen zijn wel sterk, toch kunt u niet veel zien, want de mist weerkaatst de lichtbundels. Er lijkt een muur van wit licht bewegingsloos voor uw voorruit te hangen.

De motor gromt. U wéét dat u hard rijdt, maar zo voelt het niet. Want hoe goed u ook door die witte muur probeert te kijken, er valt nauwelijks iets te ontwaren. Toch rijdt u vol zelfvertrouwen. Deze weg is immers recht en zonder zijwegen. En zo laat in de avond is er weinig kans op tegemoetkomend verkeer.
Is dit verstandig gedrag? De meeste mensen zouden zeggen van niet. Er kan van alles mis gaan – toch een scherpe bocht, een hert, of een auto met pech op de weg. Met grote snelheid door de mist scheuren is niet verstandig. Maar het is precies wat we vandaag de dag aan het doen zijn.

De weg is de lijn van de tijd die zich eindeloos voor ons uitstrekt, vanuit het verleden achter ons naar de toekomst voor ons. We vliegen vooruit, gevangen tussen wat geweest is en wat komen gaat. Om het verleden bekommeren we ons niet erg, ook al vangen we in onze achteruitkijkspiegel, half verborgen in de mist, af en toe iets op van vroegere ongelukken.

Het zijn vooral die jaren voor ons, die we maar niet goed in beeld krijgen. De koplampen zijn als onze beste deskundigen en als onze beste voorspellende technieken, maar zij dringen slechts een klein eindje in de nevelsluiers door.

Er zijn paniekzaaiers die rampen in het verschiet zien. Andere mensen geloven dat ze, ondanks de mist, juist een redelijk idee hebben wat ze aan het doen zijn. De meeste mensen zijn trouwens enkel bijrijders op deze riskante rit. Ze willen wel afremmen, maar ze zijn te bang om de chauffeurs te storen, want ze hebben geen idee wat daarvan de gevolgen zullen zijn. Ook al wordt die angst steeds minder en gooien steeds meer mensen de kont tegen de krib.

Helaas is de weg voor ons in werkelijkheid niet recht en zonder obstakels. We zullen zeker voor verrassingen komen te staan. De afgelopen tijd is er al heel wat op ons afgekomen: de globalisering, de crisis, ongelijkheid, aanslagen, miljoenen mensen die op drift geraakt zijn. We merken dat de mensheid meer verknoopt is dan ooit tevoren. De veranderingen hebben een omvang en snelheid die we nooit eerder hebben meegemaakt. Je bent je baan niet zeker, (des)informatie overspoelt ons, vervuiling ontwricht ons klimaat, een (atoom)oorlog kan zomaar beginnen.

Velen van ons hebben het gevoel dat de zaak uit de hand loopt.

Komt er een sociaal-ecologische aardbeving…?

.

In deze website gaan we op zoek naar de tektonische spanningen onder het oppervlak van onze samenleving. Zijn er waarschuwingssignalen die ons echt iets zeggen over breuklijnen in de wereld? Daarvoor moeten we meestal niet bij de gangbare media zijn. Als samensteller van 4eco ga ik u artikelen van denkers presenteren die ik overal vandaan haal. Het is de combinatie van hun visies die ons het grotere plaatje moet tonen. Samen vertellen de artikelen een completer verhaal (ook al schreven de auteurs ze niet met die bedoeling).

Om de toekomst met gezond verstand tegemoet te kunnen treden, hebben we eigenlijk antwoorden nodig op de drie vragen uit de titel van deze inleiding: Wat moeten we weten? Wat kunnen we doen? Wat mogen we hopen?* Deze website concentreert zich in eerste instantie vooral op de eerste vraag. Want pas als je weet wat je moet weten (om te begrijpen wat er speelt), kun je nadenken over wat je moet doen. Anders pak je het al gauw verkeerd aan.

Deze website biedt dus in de eerste plaats basiskennis. Het is wat iedereen eigenlijk zou moeten weten. Het is ook een persoonlijk project, wat de nodige beperkingen meebrengt.

Ten eerste beperkt de website zich tot de vakgebieden uit de titel 4eco:

  • Ecologie
  • Economie
  • Energie
  • Ethiek (en de psychologie van de verandering)
  • Complexe systeemkennis, en kijkt de website naar de O van
  • Ontwrichting (die op Ondergang of Opbloei kan uitlopen, naar een samenleving die in elk geval totaal verschilt van de huidige).

Deze zes rubrieken bevatten artikelen die bestaan uit afleveringen (elk met een foto). (Het zijn dus steeds deze termen: rubriek, artikel, aflevering.)

Ten tweede komen mijn persoonlijke voorkeuren aan bod, en kan ik niet presenteren wat ik niet weet of ken. Het is wel een scherpe selectie uit een heel leven van lezen, wars van de waan van de dag en noodgedwongen tamelijk abstract. Het gaat om de grote lijn. En ik zal op zoek gaan naar de puzzelstukjes die lijken te ontbreken. Het is een werk in ontwikkeling.

Ten derde is er een sterke hang naar wat ik maar ‘ontwrichtingsanalyses’ zal noemen. Ik meen dat door het naast elkaar zetten van artikelen die om verschillende redenen analyseren waarom het fout gaat, er een scherper beeld ontstaat van de situatie waarin we verzeild zijn geraakt. Die nadruk wil niet zeggen, dat artikelen met pure (bijna waardenvrije) basiskennis ontbreken. Van ecologie komt u in 87 afleveringen de essentie te weten. Dat is zoals het in de natuur nu eenmaal is. Ook passen de meeste artikelen niet strikt in hun E-hokje, maar gaan juíst over de overlap van de thema’s, dus bijvoorbeeld over ecologische economie, of over de relatie tussen complexiteit en energie.

In de transitiebeweging (en elders) hanteert men de driedeling hoofd, hart, handen. Deze website concentreert zich voorlopig op het hoofd. Bij de ethiek komt het hart om de hoek kijken. De handen van ‘Wat kunnen we doen?’ en het hart van ‘Wat mogen we hopen?’ zullen er eerst nog bekaaid vanaf afkomen, ook al zijn deze twee even belangrijk als de hoofdvraag ‘Wat moeten we weten?’

… dát moeten we weten …

.

De tragedie van onze industriële beschaving is dat deze glorieert in haar bekwaamheid de zogenaamde buitenwereld haar wil op te leggen. Onze cultuur wil heersen over de natuur. Maar dat gaat niet. Wie ecologisch leert denken, ziet dat dit doel onuitvoerbaar is, want in strijd met universele wetten.

Onze exploitatie van de natuur is in feite gekkenwerk want de brute middelen die we inzetten zullen ons tenslotte vernietigen. De prestaties van het moderne leven waarop we het meest trots zijn, zijn helemaal niet wat ze lijken. Zo blijken bijvoorbeeld onze buitengewone agrarisch productie, verbluffende technologie, of gewoon de rijkdom van de ontwikkelde economieën kastelen te zijn, gebouwd op ecologisch drijfzand. Ze zijn op de lange termijn niet levensvatbaar. Ecologie toont ons de grote illusie van de moderne beschaving, namelijk dat onze ogenschijnlijke overvloed eigenlijk vermomde schaarste is, en dat de heerschappij over de natuur uiteindelijk een leugen is.*

De bevrijding van de mens van de natuur is een heldhaftige verdienste van onze beschaving maar ook een tragisch gebrek ervan. De technologische mens heeft de natuurlijke schaarste niet afgeschaft, en de natuurlijke grenzen zijn niet verlegd. Hij heeft zijn zaakjes slechts zo georganiseerd, dat de gevolgen van zijn uitbuiting van de natuur door anderen gevoeld worden. Andere soorten, andere plekken, andere mensen, andere generaties lijden onder de consequenties van het ecologische imperialisme van deze tijd. Nu het zover komt dat ook wij zelf de milieu-effecten aan den lijve beginnen te voelen, is duidelijk dat deze strategie gefaald heeft.

Wetenschappers – die zich gewoonlijk niet bekommeren om de ongelijkheid tussen mensen en graag over ‘de’ mensheid spreken – hebben gelijk als ze dit de tijd van de Grote Versnelling noemen.* De laatste vijftig jaar hebben ‘wij’ de aardse ecosystemen sneller en sterker veranderd dan ooit. De aarde zit middenin het zesde grote uitsterven met een aftakeling van ecosystemen op het land èn in de zee en de aarde warmt snel op. Deze grote versnelling heeft een exponentieel karakter. Onze maatschappijvorm is helemaal gericht op kwantitatieve groei. Het is nu zo erg dat het voortbestaan van de mensheid erdoor bedreigd wordt.

socio economic trends

earth system trends

Gelukkig kunnen we dit ook omdraaien. Want voor wie de universele wetten wil accepteren, zit er in de ecologie een ethiek vervat die het mogelijk maakt om het beste te bewaren uit wat de beschaving bereikt heeft. Als de mens van een vijand van de natuur in een partner ervan kan veranderen, kunnen we nog vele generaties voort en bereiken we met een eenvoudiger leven bovendien een hogere levenskwaliteit.* Die ethiek vloeit rechtstreeks voort uit de ecologische feiten van het leven: natuurlijke grenzen, evenwicht en onderling verband vertalen zich nu eenmaal in menselijke bescheidenheid, matigheid en verbinding (wat uitstekend past bij onze menselijke natuur). Maar daarvoor moeten we om te beginnen leren denken in systemen. Daarvan treft u hier alvast een voorproefje.

Want méér dan één aarde hebben we niet.

Een ‘eenvoudig systeem’, zoals een klok, kunnen we begrijpen door het te ontleden. Een opwindbare klok kunnen we uit elkaar halen en door alle onderdelen te bestuderen, kunnen we uitdokteren hoe de klok werkt. Het gedrag van de klok is het directe resultaat van de eigenschappen van zijn samenstellende onderdelen. Als de klok het niet doet, of als hij raar doet – hij loopt bijvoorbeeld achteruit – dan kunnen we dit toeschrijven aan een storing in een van zijn onderdelen.
Maar waar we voor onze toekomst mee te maken hebben, zijn geen eenvoudige, maar ‘complexe’ systemen. Denk aan het financieel systeem, het elektriciteitsnetwerk, het klimaatsysteem of een regenwoud, of gewoon aan onze samenleving. Elk systeem bestaat uit onderdelen die met elkaar in wisselwerking staan en die over een langere periode als geheel opereren. Maar in tegenstelling tot die klok beschikken complexe systemen over eigenschappen en gedragingen die niet naar één bepaald onderdeel herleid kunnen worden, maar enkel naar het systeem als geheel. Je kunt ze dus niet begrijpen op basis van hun onderdelen, want ze zijn niet ‘eenvoudig’.

De mens is een complex systeem. Neem een doorsnee volwassen man – laten we hem Jan noemen. Hoe goed we al zijn afzonderlijk lichaamsdelen – zoals zijn milt, zijn grote rechterteen of zelfs zijn voorhoofdskwabben – ook kennen, er blijven aspecten in Jans fysiologie, persoonlijkheid en handelingen die we daar niet uit kunnen afleiden. Zoals alle complexe systemen heeft Jan zogenaamde emergente eigenschappen: hij is meer en anders dan de som van zijn delen. Voorbeelden zijn het vermogen van Jans lichaam om zijn temperatuur te regelen, of Jans fascinatie voor eco. Zodra al die lichaamsdelen met elkaar verbonden zijn en op de juiste plek op de juiste wijze functioneren, zien we kenmerken en gedragingen optreden, waarop we vooraf nooit hebben kunnen anticiperen, zelfs niet met een totale kennis van al zijn afzonderlijke delen.

Complexe systemen die goed omgaan met hobbels of spanningen, noemen we ‘complexe adaptieve systemen’. Soms hebben kleine veranderingen in een complex systeem enorme gevolgen, terwijl grote veranderingen dan weer amper invloed hebben. Oorzaak en gevolg verhouden zich hier dus niet evenredig. Dit heet niet-lineair gedrag. We komen dit verschijnsel in het dagelijks leven voortdurend tegen, zelfs binnen relatief simpele systemen. Een licht duwtje tegen een lichtknop klikt het licht misschien nog net niet aan, maar een iets harder duwtje schakelt het helemaal van uit naar aan.

Niet-lineair gedrag kan gaan optreden zodra zich verstoringen of veranderingen in het systeem ophopen, hoe gering ze op zichzelf genomen ook zijn. Van buitenaf ziet alles er normaal uit, het systeem levert geen verrassingen op. Maar op een zeker punt kantelt het gedrag van het hele systeem naar een radicaal nieuwe toestand. Zulk gedrag wordt meestal een drempeleffect genoemd, of kantelpunt, omdat de transformatie optreedt wanneer een kritieke drempel – doorgaans ongezien en onverwacht – overschreden wordt. Met de ‘druppel die de emmer doet overlopen’, beschrijven wij in feite zo’n drempeleffect.

Jan zegt: kijk uit naar de drempels.

Drempeleffecten zijn als verschijnsel neutraal. Dat wil zeggen ze kunnen goed of slecht voor ons uitpakken. Het einde van de apartheid in Zuid-Afrika en de ineenstorting van de kabeljauwvisserij bij de Grand Banks zijn beide uitstekende voorbeelden van drempeleffecten, maar de eerste was voor veel mensen een positieve ontwikkeling en de tweede niet. De kredietcrisis vernietigde een economische waarde ter grootte van het bruto jaarproduct van de hele wereldeconomie. Toch waren er daarbij behalve verliezers ook winnaars.

Kantelpunten hebben een ontwrichtend effect in de zin dat de normale gang van zaken verstoord wordt. Volgens ecologen kunnen sommige soorten complexe systemen zich aan hun veranderende omgeving aanpassen door een cyclus van vier stadia door te maken: (1) groei, (2) ontwrichting, (3) reorganisatie en (4) vernieuwing. Daar hebben we een plaatje van, dat besproken wordt bij het later te plaatsen artikel Panarchie.  Dit algemene idee van een vierfasige cyclus gaat echter niet altijd op. Er is een zekere mate van ontwrichting nodig voordat reorganisatie en vernieuwing kan plaatsvinden, maar deze mag niet te ingrijpend zijn. De ontwrichting moet met andere woorden beperkt blijven. Anders volgt op ontwrichting geen reorganisatie, maar verarming –  een eenvoudiger en dus kwetsbaarder systeem komt in plaats van het complexe adaptieve systeem.

Panarchie

Figuur: De panarchie-cyclus kent vier stadia: groei, ontwrichting, reorganisatie en vernieuwing, die een soort 3d-figuur volgen.

Als we dit op onze samenleving betrekken, kán een beperkte ontwrichting een bron van immense creativiteit zijn – een schok waarbij er politieke, sociale en psychologische ruimte vrijkomt voor originele ideeën, daden, instituties en technologieën, die daarvoor ondenkbaar waren.

Zo maakte de diepgaande schok van de Grote Depressie tijdens de jaren dertig van de vorige eeuw voor president Franklin D. Roosevelt de weg vrij om cruciale hervormingen in de Amerikaanse economie door te voeren. Maar de recente kredietcrisis deed dat niet. Wij modderen nog door op de oude weg.

Gaat de klimaatcrisis vernieuwing brengen? Het zou kunnen.

Ontwrichting kan ook een periode van grote gevaren inluiden – van onlusten, verwarring, frustratie en woede – een tijdvak waarin demagogen razendsnel in het electorale gat springen en groepen meedogenloos tegen elkaar opzetten. Het lijkt er op dat we op de drempel van zo’n periode te staan.

Wanneer zich een sociale ontwrichting voordoet, kunnen we ervan op aan dat de slechtsten vol hartstochtelijke intensiteit zullen zijn. Daarom moeten de besten zich met overtuiging, kennis en verstand teweerstellen.

Dan nog is het moeilijk vooraf te zeggen of het effectief zal zijn, want de systeemleer vertelt ons ook dit: Het gedrag van een complex systeem noemen we wel hoogst contingent – hoe het zich op een bepaald moment gedraagt en hoe het zich in de toekomst ontwikkelt, hangt van een hele reeks futiele en beduidende, kenbare en onkenbare factoren af. Je kunt dergelijke systemen beschouwen als een confrontatie met een hele reeks vertakkingen (bifurcaties) die zich door de tijd heen bewegen en waar steeds een keuze moet worden gemaakt welke richting in te slaan. Na elke keuze geldt: gedane zaken nemen geen keer.

Een eenmaal doordenderende klimaatontwrichting is niet meer te stoppen.

We staan op een splitsing en moeten een weg kiezen. De keuze is afhankelijk van de ontelbaar vele, subtiele, onvoorspelbare zaken die ons bij elke kruising doen besluiten de ene weg boven de andere te verkiezen. We mogen niet eens de hoop koesteren dat we weten of we echt baat hebben bij onze gekozen route. Zo gaat het bij elk complex systeem. Hoe verder we in de toekomst willen kijken, hoe verbijsterender onze taak om de route van het systeem te voorspellen.

Zodra een complex systeem een bepaald pad gaat volgen, kan het niet meer zomaar op een andere weg overspringen of op zijn schreden terugkeren om toch dat andere pad te proberen.

Waar het systeem zich op een bepaald moment bevindt, hangt af van het meanderende, kronkelende pad waarlangs het daar is gekomen. De geschiedenis van een complex systeem blijkt van cruciaal belang te zijn, omdat deze op diepgaande wijze de vorm bepaalt van wat het systeem zal zijn, en dat kan niet herschreven of herroepen worden.

Een keuze voor een pad, welke keuze dan ook, hoe onbelangrijk die ook lijkt, kan het dus onmogelijk maken om op je schreden terug te keren. Met de keuze voor het gebruik van plastic, hebben we het onvoorziene probleem van het microscopisch kleine plastic afval gekregen.

Wanneer kleine dingen veel kunnen uitmaken, en wanneer het onmogelijk is te weten welke kleine dingen iets uitmaken en welke niet, wordt het voorspellen van de toekomst een formidabel lastig karwei. Dit geldt in het bijzonder voor aangelegenheden die de mens betreffen. Meer nog dan bij het gedrag van andere complexe systemen, is het sociale, economische en politieke gedrag van de mens gevoelig voor serendipiteit, voor bevliegingen en de grillen van leiders, en voor plotselinge technologische, economische, politieke en milieugerelateerde ontwikkelingen. Ook kunnen we nooit precies weten wanneer en hoe een complex systeem dat een cruciale invloed op ons leven heeft, een kritieke drempel overschrijdt en naar een nieuwe gedragstoestand kantelt.

Wie kon dertig jaar geleden de alomtegenwoordigheid van de mobiele telefoon voorzien, of wie bedacht op 10 september 2001 dat terroristen een dag later twee vliegtuigen in de Twin Towers zouden boren?

Probeer het maar eens. Probeer maar eens een plausibel scenario te bedenken voor hoe de wereld er in, zeg, 2025 of zelfs over twee jaar uitziet. U zult tot het besef komen dat het scala aan mogelijkheden zo goed als oneindig is en dat er, gezien het razende tempo van veranderingen in de huidige wereld, iets ontegenzeggelijk onkenbaars aan de toekomst kleeft, zelfs aan een toekomst die niet verder dan vijf jaar voor ons ligt.

Omdat we bij het voorspellen van de toekomst van onze wereld geen zekerheden hebben om op terug te vallen, hebben we de neiging te denken dat de wereld eeuwig op hetzelfde pad voortschrijdt. Als het prestatievermogen van de microchip al jarenlang elke achttien maanden verdubbelt, zijn we geneigd te geloven dat deze trend zich steeds voort zal zetten. (En hebben velen van ons nog niet door, dat deze Wet van Moore intussen niet meer geldig is.)

De volgende financiële crisis staat misschien al voor de deur, we weten het niet.

Bij voorspellen vallen we al gauw terug op onze onderliggende persoonlijke instelling. Ons natuurlijke optimisme of pessimisme is sterk van invloed op de vraag of we geloven dat de technologische, sociale en milieugerelateerde trends ons vreugde of ellende zullen brengen. En in onze met informatie doordrenkte levens is het niet al te lastig de bewijzen te vinden die onze persoonlijke vooringenomenheid bevestigen.

Weinig mensen zien in hoe slecht we feitelijk zijn in het voorspellen van de toekomst. Wat we node missen is een vooruitziende blik.

Er is één ding wat we wel met zekerheid over de toekomst kunnen zeggen: dat verrassingen, onevenwichtigheden en buitengewone veranderingen een vast onderdeel van onze levens zullen uitmaken. Er zullen gebeurtenissen komen die de orde der dingen in de war zullen schoppen. Ze zullen misschien onze dagelijkse gebruiken en regelmaat – die ons een gevoel van veiligheid verschaffen, die ons vertellen wie we zijn en waar we naartoe onderweg zijn – aan flarden scheuren. Onze omgeving zal er dan nooit meer hetzelfde uitzien. De betrouwbare oriëntatiepunten van het leven zullen een vreemde en verwrongen indruk maken – herkenbaar en op een bizarre manier tegelijkertijd onherkenbaar.

Als we een goede weg door deze turbulente toekomst willen kiezen, zullen we onze gebruikelijke manieren van denken en spreken moeten aanpassen. Veel te vaak hebben we het tegenwoordig over onze wereld alsof het een machine is die we heel precies kunnen afstellen. We praten alsof we alles om ons heen kunnen begrijpen en beheersen, dat we kunnen behouden wat we willen en kunnen weggooien wat we niet langer nodig denken te hebben. In deze houding schuilt een diepgaand gevaar. De zekerste manier voor ons om in de dichte mist te pletter te slaan, is te denken dat we alles weten en kunnen beheersen, want dan missen we ons vermogen tot zelfkritiek en zelfreflectie. Dan herkennen we de tekenen rondom ons niet die aangeven dat de zaken verkeerd gaan en dat we onze koers moeten bijstellen.

In plaats daarvan zullen we een houding tegenover de wereld, en onszelf binnen die wereld, en tegenover onze toekomst moeten aannemen die gegrondvest is op de wetenschap dat verandering en verrassing onvermijdelijk zijn. Deze nieuwe houding – die een vooruitziende geesteshouding veronderstelt – zal agressief met deze nieuwe wereld van onzekerheid en risico in de slag moeten gaan. Een vooruitziende geesteshouding doorziet hoe weinig we begrijpen, en hoe we nog minder kunnen beheersen.

Er is hier geen ruimte voor bedrieglijk optimisme. De vooruitziende geest weet dat zich rond de planeet overal ernstige spanningsvelden ophopen.
Noch biedt dit gezichtspunt ruimte voor een permanent pessimisme. De komende tijd zal hachelijk zijn, maar dat is geen reden deze met angst en beven tegemoet te treden.

Er is geen tijd meer voor angstig toekijken, we moeten onze houding vinden.

De vooruitziende blik tracht op nadelige ontwikkelingen in de toekomst te anticiperen door een beter begrip te krijgen van de spanningen die op de wereld inwerken en hoe deze, op zichzelf staand of in samenwerking met andere, in staat zijn ontwrichting, of zelfs onze ondergang te bewerkstelligen. De vooruitziende geest weet tegelijk dat de toekomst ondoorgrondelijk is. We zijn nu eenmaal niet echt in staat om voorbij die witte muur te kijken. We stuiten als voorspellers immers op twee fundamentele obstakels: de niet-lineaire systemen die ons omringen en de vertekening als gevolg van onze persoonlijke aard.

Toch is het mogelijk een ruwe schets van de toekomst te maken. Niet echt zoiets als een voorspelling. Meer zoiets als een impressionistisch schilderij dat een betekenisvol beeld oplevert wanneer je het van een afstand als geheel bekijkt, ook al lijkt het van dichtbij gezien uit enkel losse penseelstroken en klodders kleur te bestaan. Ons beeld van de toekomst mag dan wazig zijn, het toekomstbeeld zelf kan nog steeds gebaseerd zijn op verstandige inschattingen over de dieperliggende trends en krachten die ons sturen en tussen wat plausibel en wat volstrekt onwaarschijnlijk is.

Een vooruitziende geesteshouding is op zoek naar manieren om een gruwelijke afloop voor te zijn of te voorkomen, niet enkel door de zaken te managen – dat is een aanpak die vaak weinig effectief en soms ronduit contraproductief is – maar vooral door radicalere en fundamentelere oplossingen te bedenken en in praktijk te brengen. De blik ziet in dat het onwaarschijnlijk is dat we alle vormen van ontwrichting zullen kunnen voorkomen en dat een beperkte ineenstorting soms nieuwe mogelijkheden schept voor een fundamentele en heilzame vooruitgang – voor reorganisatie en vernieuwing – als moedige en verstandige mensen bereid zijn om in actie te komen. Op het meest fundamentele niveau tracht een vooruitziende geesteshouding onze samenlevingen, en ieder van ons, weerbaarder te maken tegen schokken van buitenaf en ons soepeler met plotselinge veranderingen om te laten gaan.

We betreden een cruciaal tijdperk in onze geschiedenis. We staan voor een razendsnelle opeenvolging van hachelijke splitsingen. De keuzes die we maken en de wegen die we bij elke splitsing inslaan, zullen onomkeerbaar zijn. De inzet kan nauwelijks hoger. Maar terwijl we door de mist voorwaarts scheuren, zijn er maar weinigen onder ons die daadwerkelijk achter het stuur zitten. De meesten van ons zijn enkel bijrijders op de passagiersstoel. Soms staren we door de voorruit – met de ogen angstig wijd opengesperd – en soms laten we ons in een staat van ontkenning in onze stoel terugzakken – in ontkenning van onze snelheid, van de gevaren die voor ons liggen en van ons gebrek aan zeggenschap.

Het is hoog tijd dat wij bijrijders op de rem gaan staan.

 We moeten leren om te weten wat we kunnen doen.

Eén ding is direct duidelijk: onze waarden moeten verenigbaar zijn met de noodtoestand waarin de natuur zich bevindt, met de natuurlijke wereld waarin we leven en waarvan we afhankelijk zijn. Dat zijn ze nu meestal niet.

Peter Tom Jones en Vicky De Meyere benoemen in hun boek Terra Reversa (uit de paradigmaserie) specifiek de milieucrisis als ‘doorslaggevend’, juist vanwege haar ‘politiek niet-onderhandelbare karakter’. Wij mensen kunnen niet met de natuur onderhandelen over de precieze ligging van bepaalde drempelwaarden. Fysische processen voltrekken zich ongeacht wat mensen daar over mogen denken.

Thomas Homer-Dixon stelt daarom dat onze waarden een onvoorwaardelijke afspiegeling moeten vormen van het belang van de wetten van de thermodynamica; van de cruciale rol die energie bij ons overleven speelt; van de gevaren dat het ene het andere kan triggeren omdat alles samenhangt; en van het niet-lineaire gedrag dat natuurlijke systemen zoals het klimaat aan de dag leggen. Zo is het nu eenmaal. En daarmee basta. We moeten daarnaar gaan luisteren. Een eindeloze materiële groei van onze economieën is fundamenteel onverenigbaar met deze fysische feiten. En een waardesysteem waarbinnen die eindeloze groei de voornaamste bron vormt van onze sociale stabiliteit en ons spirituele welbevinden, zal uiteindelijk onze ondergang bewerkstelligen.

Ons huidige waardesysteem dient de belangen van de politieke en economische elites en wordt door deze elites dus op agressieve wijze verdedigd. Groei heiligt alle middelen, we lezen het dagelijks. En deze centrale waarde zal niet echt veranderen totdat hij door een of andere ingrijpende schok – wellicht in de vorm van een ontwrichting van het systeem – in twijfel wordt getrokken. Dan pas is de tijd misschien rijp voor alternatieve waarden, waarin het idee van veerkracht niet slechts als een marginaal verschijnsel wordt gezien, maar een centrale rol in het hart van onze samenlevingen opeist. Deze alternatieve waarden zouden bijvoorbeeld de voordelen kunnen benadrukken van een andere levensvervulling dan klakkeloos goederen consumeren, van een manier van leven die de natuur minder belast.

Basiskennis hebben lijkt daarbij cruciaal. Kennis van de ecologie, de energie, de economie, de ethiek, de complexe systemen is absoluut vereist om ons te wapenen tegen de ontwrichting. Analyses lezen waarin die ontwrichting het onontkoombaar gevolg is van ontwikkelingen die allang gaande zijn, is dat ook. Het grote plaatje proberen te zien door deze analyses naast elkaar te zetten, zal toch een tip van de sluier oplichten van wat de toekomst voor ons in petto heeft.

We moeten dit ook durven doen. Psychisch zijn we wel èn niet geschikt voor deze taak. Onze houding tegenover het verschijnsel klimaatverandering maakt dat duidelijk: Dit is niet de toekomst die we besteld hebben,* maar we reageren apathisch. Wij willen die toekomst eigenlijk niet onder ogen zien. Tegelijk zijn we sociale wezens die zich intens om elkaar kunnen bekommeren. Daar ligt dus vrees dat we te laat komen en hoop dat het toch gaat lukken.

Om al deze redenen daarom deze website. Alle zes rubrieken – ecologie, energie, economie, ethiek, complexe systeemkennis en ontwrichting – hebben behalve een zeer kort overzichtje boven de inhoudsopgave, een eigen inleiding die kort samenvat hoe het mis gaat en informatieve artikelen van allerlei aard. De inleiding bij de rubriek Ontwrichting is overigens niet kort, maar een overzicht van diverse invalshoeken van waaruit je tegen de opkomst en val van beschavingen aan kunt kijken. Elk artikel is verdeeld in afleveringen, zoals de negen van deze inleiding. U kunt zich gratis abonneren op ‘elke dag een aflevering’ in uw mailbox.

Ik wens u leesplezier (en misschien ook een beetje sterkte).

In een complex systeem zijn er ontelbare rollen te vervullen in de strijd voor een betere toekomst.