Kroniek van een aangekondigde zelfmoord: Inleiding

JAN VAN ARKEL*

.
Als het ijs smelt gaat de zeespiegel stijgen. Dat klinkt eenvoudig. Maar bedenk eens het volgende. De benodigde energie om ijs te laten smelten (of om water te laten verdampen) is enorm. Dit gebeurt dus niet zo maar even. Het vergt 80 calorieën per gram om ijs in water om te zetten en het kost het zesvoudige daarvan om van water waterdamp te maken. Omgekeerd geeft waterdamp in de lucht die tot sneeuw wordt en op aarde valt 675 calorieën per gram af aan de lucht.* Die lucht wordt warmer en zulke warmte raakt door vermenging en uitwisseling verspreid over de aarde.

Er bestaat dus een nauw verband tussen het warmtebudget van de aarde en de hoeveelheid ijs die gevormd wordt of smelt.

Het meeste ijs van de laatste ijstijd is de afgelopen 18.000 jaar gesmolten. Het restant aan de Noordpool is naar verhouding een klein beetje. Volgens een oude berekening van Sir John Mason van het Britse Meteorologisch Instituut is er in deze periode een doorsnee overschot aan zonnestraling geweest van tussen de 4,4 en 1,0 x 1024 calorieën (een tien met 24 nullen dus). En dat klopte aardig, maar niet genoeg, met het ‘Milankovitch-model’ dat de ijstijden en interglaciale perioden verklaart uit variaties in de aardbaan rond de zon, en de helling en het wiebelen van de aardas.*

Waar het hier om gaat, is dat dit soort berekeningen pure natuurkunde is. Het klimaat, en de verandering daarin, werd aanvankelijk benaderd alsof het louter een natuurkundige kwestie was. Deze benadering, die loopt tot in de jaren ’80, is het onderwerp van artikel 1 van deze serie ‘De aarde als natuurkundig verschijnsel’.

Intussen kijken we verder en nu zijn complexiteit en Gaia in beeld.

.
Als aan de Noordpool het zee-ijs smelt, komt er een donker wateroppervlak voor in de plaats. Dit donkere oppervlak absorbeert veel meer zonnewarmte dan het reflecterende zee-ijs. Die warmte vreet weer aan het ijs, zowel aan de randen en van onderen, als warm water, als van boven, als warmere lucht. Dat levert weer meer zee en minder ijs op. Er is sprake van een positieve terugkoppeling. En dan kan een omslagpunt volgen, waarin de hele situatie in een klap doorslaat.

Even leek het erop dat dit aan de Noordpool plaatsvond toen in de zomer van 2007 een enorme hap ijs verdween. (Zie figuur 6 in serie 2, aflevering 8.) Maar die extreme daling werd in de afgelopen jaren gelukkig nog geen complete ineenstorting, hoewel de afkalving almaar doorgaat en het ijs wel veel dunner, en dus kwetsbaarder, is geworden.

En de warmte aan de Noordpool heeft dan weer repercussies voor het smelten van het ijs op Groenland, het smelten van permafrost in Siberië en Canada en het opwarmen van het zeewater, drie effecten die elk weer hun eigen gevolgen kunnen hebben: methaanproductie en gevaar voor de Golfstroom (figuur 1).

Dit aspect van terugkoppelingen en niet-lineaire verandering in het klimaat kreeg aandacht vanaf de jaren ’80. Deze benadering is het onderwerp van artikel 2 van deze serie ‘De aarde als complex systeem’.

Figuur 1: De vicieuze cirkel van opwarming en afsmelten in de zee aan de Noordpool, met drie uitwaaierende effecten op de zee en het land.

Maar er is meer.

Als de oceaan warmer wordt, schuift de grens, waar het water warmer is dan 10 graden Celsius, op naar de polen. In water tot 10 graden floreren de algen, bij een hogere temperatuur gaan ze dood. De algen scheiden een stof af, dimethylsulfide, die een link vormt met de wolkenvorming – wolken die de aarde afschermen voor zonnestraling. Zo blijkt het wel en wee van de algen verbonden te zijn met de mate waarin de Aarde zonlicht kan weerkaatsen. Bovendien zuigt de groei van algen kooldioxide uit de atmosfeer. Als ze sterven zakken de algen naar de zeebodem, waardoor de levende oceaan een effectieve put is voor de kooldioxide die wij uitstoten.

James Lovelock ziet zulke processen als terugkoppelingen waarmee Gaia – de levende èn de dode natuur tesamen, als doelgericht geheel – de levensomstandigheden op Aarde in stand houdt. Maar dat doet Gaia niet speciaal voor ons mensen. Juist wij kunnen gemist worden als kiespijn als Gaia naar de noodtoestand doorslaat. Dit is het onderwerp van artikel 3 van deze serie ‘De Aarde als levend systeem: Gaia’.

Nu aflevering 3 en 4 over mijn geschiedenis met het klimaat en de betekenis van de titel ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’.

.
De titel van deze serie luidt ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’. Het woordenboek omschrijft ‘kroniek’ als: ‘verhaal van gedenkwaardige gebeurtenissen, in tijdsorde gerangschikt, maar zonder onderlinge samenhang’. Dat is wat ik doe in deze serie. Ik houd losjes een chronologische volgorde aan. Die volgorde ontleen ik in de eerste twee artikelen gedeeltelijk aan de klimaatboeken die ik (als Uitgeverij Jan van Arkel) vanaf 1983 uitgaf. In artikel 3 volg ik de chronologie die Lovelock zelf aanhoudt.

De conclusie is dat het vrijwel zeker zeer binnenkort totaal mis gaat. Het klimaat wordt dan ondraaglijk. Alleen drastisch en onmiddellijk ingrijpen helpt misschien nog, maar tot nu toe lukt dat maar niet. Er zijn barrières.

In artikel 4 gaat het over die al of niet onneembare hordes die we moeten slechten om het tij te keren. Daar komt het element ‘zelfmoord’ tevoorschijn, want ik denk niet dat we al de hordes die ik opsom, kunnen nemen.

Maar wie ben ik, in dit opzicht?

Laten we eerst nog even teruggaan in de tijd. Dan weet u beter wie ik ben. Om te beginnen schreef ik zelf het eerste klimaatboek:

Jan van Arkel, Wat is er mis met het weer? – Broeikaseffect of nieuwe ijstijd?, 1983, nr 21/22 in de serie Ekologie van de milieugroep Aktie Strohalm te Utrecht

En zo gaat het rijtje klimaatboeken verder:

Martijn van Calmthout, Het broeikaseffect, een uitgave samen met Milieudefensie uit 1990

Rolf Roos (red.), Opgewarmd Nederland, 2004 met dvd

In 2007 en 2008 verschenen vier 5-euro pockets (expres zo goedkoop mogelijk gemaakt), toen al losjes met de indeling weten, doen en hopen:

Fred Pearce, De laatste generatie – hoe de natuur wraak neemt voor het broeikaseffect (‘weten’, zo werkt het klimaat), in herdruk verschenen in de Paradigmaserie

George Monbiot, Hitte – hoe voorkomen we dat de planeet verbrandt? (‘doen’, zo besparen we 90%), uitverkocht, staat als pdf bij Andere boeken.

Mark Lynas, Zes graden – onze toekomst op een warmere planeet (‘hopen’: dat het zover niet komt), uitverkocht, staat als pdf bij Andere boeken.

David Fleming, Energieslank leven met klimaatdukaten – stapsgewijs minder energieverbruik voor allemaal (‘doen’, besparen met een voor iedereen gelijk fossiele-energiebudget), staat bij Andere boeken (zie aflevering 8).

Over het Antropoceen en de planetaire grenzen verscheen dan tenslotte in 2011:

Mark Lynas, De mens als god – hoe de aarde het Antropoceen kan doorstaan (dat een nogal ecomodernistische inslag heeft, met een optimisme dat ik persoonlijk niet deel, zoals zal blijken in artikel 4).

Tussendoor gaf ik ook nog van Marcel Kok & Wouter de Groot (red.) Een klimaat voor verandering uit en in het Engels een academisch boek over klimaatmodellen, en nog een over aanpassen in plaats van voorkomen.

En dan nu nog wat over mijn eigen boek, het eerste boek in het Nederlands dat klimaatverandering behandelt.

.
Het woord klimaatverandering zei in 1983 nog niemand iets. Vandaar dat ik het woord ‘weer’ gebruikte. Toen lag zelfs nog een nieuwe ijstijd in het verschiet: het kon letterlijk ‘vriezen of dooien’ worden. Vandaar dat ik het boek de ondertitel meegaf: Broeikaseffect of nieuwe ijstijd?

De contouren van een klimaatprobleem lieten zich in 1983 toch al heel duidelijk zien. Vandaar dat ik reken met 35 verloren jaren.

Ik zag toen ook al dat het klimaatprobleem niet een probleem is zoals het gat in de ozonlaag (dat vrij eenvoudig technisch aangepakt kon worden). De fossiele brandstoffen vormden toen evengoed al het hart van ons economisch systeem. Daarin snijden was snijden in een mooie toekomst. Dat was ondenkbaar.

Als tweede probleem zag ik de eigen dynamiek van het industriesysteem en het belang van de gevestigde orde om het klimaatprobleem te negeren; dat kon ten koste gaan van de winst. Dit punt komt uitgebreid terug in artikel 4.

Ik pleitte ervoor het voorzorgprincipe toe te passen en direct maatregelen te nemen. Beter voorkomen dan genezen. Want al was toen veel nog onzeker, het leek me gevaarlijk genoeg om er toch direct iets aan te doen.

Mijn boek viel dood; de boodschap kwam nooit aan. Waar had die vent het over? Ik gaf een interview aan de GPD-bladen. (Terzijde: als de Rolling Stones in die jaren naar Nederland kwamen, gaven ze één interview, niet aan de Telegraaf, maar aan die samenwerkende provinciale dagbladen (GPD), want dat was de grootste ‘krant’ van Nederland. In oplage kwamen ze boven het miljoen uit.) Dat interview besloeg (meen ik me te herinneren) een hele pagina. De journalist deed wat gekscherend over het onderwerp. Een broeikaseffect, dat kon ik toch niet serieus menen! Het interview bracht geen enkele verkoop teweeg. (Ja, zo meet je de publieke belangstelling voor milieuzaken.)

Ook de NRC recenseerde mijn boek, met als boodschap ‘laat het onderwerp klimaat liever aan de professionals van het KNMI over’.

Het bracht dan wel geen beweging op gang, zoals de anti-kernenergiebeweging van de jaren ’70 van de vorige eeuw. Maar het was een van de vele kleine beetjes die leidden tot de latere ommezwaai bij het Verdrag van Parijs.

Aktie Strohalm, waar ik bij zat, legde het verband tussen milieuproblemen en maatschappelijke structuren. Want net zoals het klimaatprobleem ligt ingebed in een baaierd van andere ecologische problemen, maakt het ook deel uit van een andere baaierd aan maatschappelijke machtsverhoudingen en groeimechanismes, die een bijna onontwarbare kluwen vormen.

Dat wordt ons al gauw te veel. Je verliest in die kluwen het zicht op de werkelijkheid. Een ander presentatie kan dan wel eens helpen. Die geeft Arjen Mulder met zijn boek Vanuit de plant gezien in de volgende aflevering.

De boodschap van deze aflevering is: iedereen kon het weten, maar misschien wilde niemand het weten.

.
We zitten midden in het zesde massa-uitsterven.* Nieuw aan deze is dat ook de chemische samenstelling van de bodem en het grondwater wereldwijd is veranderd, vervuild met miljarden kilo’s industriële uitstoot, kunstmest en landbouwgif dat, eenmaal in de voedselketens opgenomen, er nooit meer uit wegsijpelt.

Ook als herbi-, fungi- en insecticiden zich ophopen in het vet van toppredatoren en het lichaam van mens en arend tot stervens toe ontregelen, is het gif nog niet onschadelijk gemaakt. Bij de lijkverwerking voeren microben de kankerverwekkende stoffen terug in de cyclus van opbouw en verval die het leven jaar na jaar doorloopt. Landbouwgiffen zijn vergif omdat ze niet biologisch afbreekbaar zijn en dat ook nooit zullen worden. Het zijn synthetische, technische stoffen waarvoor in de evolutie geen organische cycli van hergebruik zijn ontwikkeld door bacterie, plant of dier. Dat is ook de bedoeling, hun unique-sellingpoint.

Biochemie is de lievelingswetenschap van de doodsadepten.* Als je snapt hoe een biologisch proces scheikundig werkt, kun je het kapotmaken. Je kunt ook stoffen vervaardigen waar geen levend organisme iets tegen uit kan richten, zoals plastics, en daarmee de oceanen volplempen tot alle dieren stikken. Daar zijn miljarden mee te verdienen, en geld is goed volgens het doodskamp: het is een abstract tekensysteem dat grotendeels uit getallen in computers bestaat en dus geen stank of nattigheid achterlaat.

Onderwijl verzuurt het zeewater en lossen de schelpdieren op, en verzilt het ook nog, wat de zeezoogdieren nekt, en wordt het tot op de bodem leeggevist en omgewoeld zodat restpopulaties instorten. De zeespiegel stijgt in een paar decennia vele meters. De verzilting van de landbouwgronden achter de nieuw ontstane kusten zal tot massale volksverhuizingen leiden. Als er uit de verziekte, zuurstofloze randzeeën zwavelgas opstijgt en het land opkruipt, sterven eerst de vogels met hun gevoelige longen als kanaries in de mijnschacht en daarna de overige wereldburgers.

Schimmel- en bacteriestammen reizen per boot mee naar een ander continent en doden daar alle kastanjes, alle essen of alle aardappels, bananen en andere kloonvruchten. Invasieve soorten als de wolhandkrab vreten bloeiende algenzones tot het gesteente kaal en vernietigen zo de habitat van de oorspronkelijke kunstbewoners en henzelf. Geurmoleculen van miljarden liters parfum en okselfris verspreiden zich door de onderste luchtlagen, wat het uiterste vergt van de reukzintuigen van honingbijen op zoek naar te bestuiven bloemen, die voor hen van verre onzichtbaar zijn.

Je moet er wel wat voor doen om een massa-extinctie te veroorzaken en het kamp van de dood laat geen middel onbeproefd en zet ze allemaal tegelijk in – aldus Arjen Mulder. (Ik roer de ecologie in deze serie verder niet meer aan, maar ik wilde het ook niet helemaal ongenoemd laten.)

Die massa-extinctie drijft de ecologen tot wanhoop, maar hoe zit het met de economen?

.
Voor het eerst spreken de ecologen in internationaal verband de economen direct aan op de gevolgen van hun focus op groei. Het intergouvernementeel panel voor biodiversiteit (IPBES) bracht op 6 mei 2019 hun Global Assessment Report uit, met als boodschap dat het voortbestaan van een miljoen soorten op het spel staat. Hun conclusie is dat het paradigma van de economische groei hieraan ten grondslag ligt. Er is een grote transformatie nodig. We moeten af van de eenzijdige focus op groei (het thema van serie 4).

Het is, aldus de NRC, bijzonder dat een door 132 landen gedragen rapport zo’n fundamentele koerswijziging voorstelt.*

‘De directe maatregelen die overbevissing, ontbossing en klimaatverandering zouden moeten afremmen, werken niet,’ citeert de krant Ingrid Visseren-Hamakers van de Radboud Universiteit Nijmegen en mede-auteur van het rapport. ‘Dan kom je automatisch uit op de onderliggende structuren: de wet- en regelgeving, de manier waarop onze economische structuren in elkaar zitten. Als je de transformatie waar we voor staan serieus neemt, moet je ook de economische groei ter discussie stellen.’

De NRC stelt dan zelf de vraag: Goed, maar hoe dan? Ik citeer:

‘Een rondje over het Haagse Binnenhof geeft een inkijkje in de dominantie van het huidige paradigma. Het Centraal Planbureau meldt dat er naar alternatieve scenario’s nog nooit gekeken is. Financiën komt met eenzelfde antwoord. Economische Zaken en Klimaat verwijst naar een recente uitspraak van minister Wiebes: “Om het klimaatbeleid te realiseren met behoud van uitstekende publieke voorzieningen en koopkracht, is extra welvaart nodig, is groei nodig.” “Allemaal leuk en aardig dat debat over alternatieven voor groei,” zegt een aantal topambtenaren, “maar we hebben wel een land te besturen.” Triodos-econoom Hans Stegman zegt hierover: “Ambtelijk is het een no-go, het kan niet, zeggen ze daar. (…) Economische groei zit diep verankerd in onze instituties. De belastinginkomsten zijn erop gebaseerd. Mensen gaan pas schulden aan als ze geloven later meer te verdienen dan nu. De overheid, de vrije markt – alles functioneert bij de gratie van de groei.”’

De NRC kijkt dan nog of er alternatieven zijn en noemt de ontgroeibeweging (degrowth), maar verzuimd te vermelden dat het enige boek daarover in de Paradigmaserie verscheen: Ontgroei.* Ook wordt ontgroei tegenover groei [linken ‘economische groei’ in Ecopedia] voorgesteld als krimp. En dat is het nu juist niet. Het gaat om het van de grond af opbouwen van een andere economie met andere wetten, waar bloei heerst in plaats van groei. Dat kan al gauw zweverig lijken, maar er wordt serieus over nagedacht door het internationale academische degrowth-netwerk en het levert belangrijke inzichten op – ook over hoe het niet moet. Ook de ontwikkeling van @nder geld is ‘degrowth’ (in tegenstelling tot bitcoins dat tot het groeiparadigma behoort). En dat is juist geen schrijftafelgebeuren, maar een puur praktische aanpak. Het is wel een combinatie van ‘ketters’ economisch nadenken en dit vormgeven in software.

‘…Een paradigma dat in tachtig jaar gegroeid is, breek je niet in een paar jaar weer af,’ oordeelt Hans Stegman van de Triodos-bank.*

.
‘Hoe ziet ons land eruit als we 90 procent besparen op de CO2-uitstoot?’ vroeg iemand uit de zaal.

‘Als een heel arm derdewereldland,’ antwoordde Mayer Hillman, de bejaarde milieuactivist die ook in de zaal zat.

Deze woordenwisseling, van vijftien jaar geleden, zette George Monbiot aan het denken over de gevolgen en de haalbaarheid van wat hij al steeds beweerde: dat er enorm bespaard moest worden op CO2-uitstoot, wilden we de wereld nog redden. Uit dit onderzoeksproces kwam het boek Hitte voort.

Monbiot gaat in Hitte na of de moderne economie van een industrieland van zijn koolstofhonger verlost kan worden zonder op te houden een moderne economie te zijn. Ik bespaar u hier de details uit het boek (het staat als pdf boven bij Andere boeken op 4eco). Laat het genoeg zijn te zeggen dat voor tal van sectoren – zoals ons woningbestand, onze huishoudens, ons verkeer – voldoende besparingen in principe realiseerbaar zijn. Het is dénkbaar, behalve in de luchtvaart. (Voor vliegen is er geen duurzame technologische oplossing.) Maar al is 90% besparen op fossiel in theorie technologisch uitvoerbaar, het zal wel een nooit vertoonde inspanning vergen. En vliegen moet dus grotendeels verboden worden.

U ziet direct het probleem van 2007: dat wilden we niet.

Figuur 2: Het verschil tussen voortvarend en treuzelend optreden: bij treuzelen is het gedeelte onder de streep tot de einddatum twee keer zo groot. Dat wil zeggen: de kooldioxide-uitstoot is bij voortvarend aanpakken slechts de helft van bij treuzelen.

Je kunt dat besparen op twee manieren aanpakken, met overgave of met tegenzin, in volle vaart of treuzelend. Het verschil hiertussen laat figuur 2 zien. De oppervlakken van de uitstoot onder de lijn van de twee grafieken tonen het verschil. Treuzel je dan is de uitstoot veel en veel groter. De grafiek laat zien dat je op het eind, waar de lijn steil omlaag loopt, nog extreme maatregelen móet gaan nemen om op het juiste moment (2050) uit te komen. Het ligt meer voor de hand dat het punt van 90 procent besparing van de grafiek van de voortvarendheid, bij treuzelen nooit op hetzelfde tijdstip gehaald zal worden.

De treuzelgrafiek is precies de situatie waarin we nu, 13 jaar later, zitten, maar dan nog helemaal aan het begin. We móeten nu wel voortvarend worden. Optreden gaat dan ook zeker offers kosten. Offers worden alleen gebracht als het eerlijk toegaat. De maatregelen moeten voor iedereen acceptabel zwaar zijn, anders is elk plan tot mislukken gedoemd.

‘Een dame in een Rolls Royce is schadelijker voor het moreel dan een luchtvloot van Goering’s bommenwerpers,’ zei George Orwell al in 1940.

.
Het kan niet via de belasting omdat dan de welgestelden gewoon extra betalen voor teveel brandstof en beter af zijn. Het plan moet bovendien eenvoudig zijn. Dat betekent dat ook geboden en verboden niet goed werken, want dan proberen teveel mensen er onderuit te komen.*

Er is maar één methode: Geef iedereen een gelijke portie van een koek die we geleidelijk aan kleiner maken; het is een persoonlijke energiebudget. (Hier presenteert Monbiot het plan van David Fleming dat het onderwerp is van de vierde pocket Energieslank leven met klimaatdukaten.)*

Om het eenvoudig te houden wordt het persoonlijke budget slechts verrekend bij de gas- en elektriciteitsmeter en aan de benzinepomp. (Je kunt er ook trein- en vliegreizen bij betrekken, maar Fleming deed dat nog niet.) Er ontstaat feitelijk een nieuwe munteenheid, die we klimaatdukaten noemen. Je kunt klimaatdukaten bijkopen, of juist verkopen, maar altijd binnen het gefixeerde totaal. Bij aankoop moet iemand anders er over hebben. Elk jaar wordt dit fossiele-energiebudget wat kleiner. Deze krimp wordt voor minstens vijf jaar vooruit vastgelegd door een onafhankelijke commissie, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is.

Dat iedere burger betrokken is, zal een nieuwe kijk geven op de dingen: a-sociaal gedrag komt als een boemerang terug; samenwerken loont. Het maakt de creativiteit los die er in ons allen huist. Wat we nu in onze huidige economie bezuinigen, gaat teniet door nieuwe en grotere apparatuur, zodat we een race lopen die we nooit kunnen winnen. Met het vastgestelde plafond is dat reboundeffect voorbij.

In dit systeem zit economische rechtvaardigheid ingebouwd. De hele maatschappij draait automatisch bij naar energiezuinigheid en duurzame energiewinning. Alleen groene stroom is vrij. De economie moet weliswaar diepgaand herstructureren maar krijgt ook enorme impulsen. De besparing zal zelfbeteugeling met zich meebrengen, maar we zitten allemaal in het zelfde schuitje en kunnen ieder voor zich onze eigen keuzes maken. Andere methoden van besparing zullen die vrijheid niet bieden.

Dit is de enige aflevering over doen. In de vijf artikelen die volgen houd ik het bij wat we moeten weten (voordat we kunnen bepalen wat we kunnen doen en mogen hopen).

.
Ik heb hiervoor besproken hoe we in een toestand van massa-extinctie zitten. En ook dat ‘de overheid, de vrije markt – alles functioneert bij de gratie van de groei’. En aangezien groei en energieverbruik gelijk opgaan, gaat economische groei gelijk op met verdere klimaatverandering en nog meer uitsterven. Dat zou alleen anders zijn als we het verbruik van fossiele brandstoffen kunnen vervangen door het gebruik van duurzame energie. Daar is momenteel nog geen sprake van. En er wordt veel te lichtvaardig gedacht over de transitie ernaartoe – maar dat is het onderwerp van een aparte serie (die ergens in 2020 verwacht wordt).

We zitten gevangen in een maatschappelijk systeem dat ons naar de afgrond leidt. Dat is het onderwerp van deel 4 uit deze serie ‘Kroniek van een aangekondigde zelfmoord’. De titel luidt ‘Te laat: de hinder van kolossale barrières’. Ik geef in aflevering 10 al een paar hints.

Maar eerst: er staat hierover feitelijk al een heleboel op 4eco. Ons eerste probleem is een sociaal-economische crisis die volgens een aantal auteurs, geheel los van het klimaatprobleem, toch al in de maak is. Het zijn typisch genoeg niet de economen die dit vaststellen, maar een historicus als Bas van Bavel, een socioloog als Immanuel Wallerstein, een sociaal-geograaf als David Harvey en een archeoloog als Joseph Tainter.

Bij veel economen staat het groeiparadigma nauwelijks ter discussie. Maar bij commentatoren sluipt de angst binnen. Is het instrumentarium van de centrale banken misschien uitgeput? En waarschuwde het IMF in 2018 niet dat het kompas van de wereldeconomie defect is, en in 2019 voor het gevaar van bedrijfsschulden? En neem Martin Wolf, de hoofdcommentator van de Financial Times. Hij waarschuwt (net als Harvey) dat het kapitalisme aan renteniers/monopolisten (zoals Facebook, Google en Amazon) ten onder kan gaan.*

Veel mensen vestigen hun hoop juist op de grote bedrijven. Ik heb daar minder vertrouwen in.* Veel grote bedrijven tonen schone schijn, maar weinig daadkracht. Neem nou Shell, dat zich almaar groener presenteert. Intussen blijkt Shell in de praktijk het tegenovergestelde te doen. Daarom stapte een grote belegger onlangs uit aandelen Shell.*

In aflevering 10 vervolg ik met een overzicht van wat er, behalve groei, in deel 4 en 5 van deze serie zoal aan bod komt.

Omdat de seinen op rood staan, spreek in van een aangekondigde zelfmoord. Wat niet wil zeggen dat we bij de pakken neer moeten zitten.

.
We leven in een tijd van overgang. Waarnaar? Dat weten we niet. Wij mensen worstelen met onze identiteit, onze overtuigingen en onze driften. We hebben onze verlangens ontketend en nemen er geen genoegen mee te leven ‘als een heel arm derdewereldland’ dat Hillman in aflevering 7 noemt.

Het systeem is bovendien verworden. Internetbedrijven hebben ons in de tang. Tel daarbij de idiote verschillen tussen arm en rijk en dat de macht van de rijken op elke willekeurige plaats op aarde kan worden uitgeoefend. De politiek kan hierop alleen nog greep kan krijgen als ze op wereldschaal eensgezind tegen deze rijken optreedt. Wat natuurlijk al net zo onvoorstelbaar is als dat de politiek het klimaatprobleem ‘op systeemniveau’ oplost. Tel dit allemaal op bij de groeidwang en de barrières lijken gewoon te groot.

In deel 5 van deze serie kom ik te spreken over het Nederlandse beleid. Daar gaat het over de onderhandelingen aan de zogenaamde klimaattafels (grotendeels in 2018), de discussie over de CO2-heffing voor bedrijven, het kabinetsbeleid en de kans dat dat mislukt. Ik probeer daar alleen een paar grote lijnen aan te geven en me niet te verliezen in de actualiteit.

Ik noem hier tenslotte ook nog een aantal thema’s waaraan in Ecopedia een stukje is gewijd: de negatieve rol van de pers bij het klimaat, de positieve rol van de pers daarbij, de tegenstelling tussen ecomodernisme en milieubeweging, de ‘technofix’ van het ecomodernisme, het Urgendavonnis, een nieuwe kustlijn als klimaataanpak en lokale maatregelen, zoals in het geval van Woerden.

Het lijkt wel of het nu van losse individuen en scholieren moet komen. Maar die staan tegenover een Bolsonaro die het Amazonewoud helemaal gaat omhakken, een Trump die uit Parijs stapt en een regering van Indonesië die Jakarta als hoofdstad niet eens kan redden en maar liever vlucht.

Bij al dit geweld is het heel begrijpelijk dat veel mensen zich op hun eigen situatie concentreren en lokaal dingen proberen te verbeteren. Gelijk hebben ze. Doen!* Maar behalve in je eigen leven het kan ook samen met anderen, bijvoorbeeld door mee te doen met Milieudefensie of Extinction Rebellion.

Laat de moed niet zakken. Informeer je. Lees de volgende vijf artikelen, denk na, en verander dan stap voor stap je leven.

Print Friendly, PDF & Email